'Divock wie?!' riepen nogal wat voetbalfans uit toen bondscoach Marc Wilmots zijn selectie voor de Wereldbeker in Brazilië bekendmaakte. Divock Origi dus, zoon van gewezen eersteklassespeler Mike Origi. Flankaanvaller bij het Franse OSC Lille, na de ongenaakbare miljoenenploegen Monaco en PSG het sterkste team van Frankrijk. De jonge Duivel haalde er dit seizoen dertien keer de basiself, viel zeventien keer in en scoorde vijf keer. Tja, er speelt tegenwoordig zo veel Belgisch talent in het buitenland dat Origi's presteren bij ons amper werd opgepikt, maar de gezaghebbende sportkrant L'Équipe noemde hem wel een van de revelaties van de Ligue 1. Dat hij naar Brazilië mag, vinden ze alvast in Frankrijk geen verrassing.
...

'Divock wie?!' riepen nogal wat voetbalfans uit toen bondscoach Marc Wilmots zijn selectie voor de Wereldbeker in Brazilië bekendmaakte. Divock Origi dus, zoon van gewezen eersteklassespeler Mike Origi. Flankaanvaller bij het Franse OSC Lille, na de ongenaakbare miljoenenploegen Monaco en PSG het sterkste team van Frankrijk. De jonge Duivel haalde er dit seizoen dertien keer de basiself, viel zeventien keer in en scoorde vijf keer. Tja, er speelt tegenwoordig zo veel Belgisch talent in het buitenland dat Origi's presteren bij ons amper werd opgepikt, maar de gezaghebbende sportkrant L'Équipe noemde hem wel een van de revelaties van de Ligue 1. Dat hij naar Brazilië mag, vinden ze alvast in Frankrijk geen verrassing. De jongste Rode Duivel ooit op een WK werd in Oostende geboren op 18 april 1995. Vader Mike Okoth Origi was een Keniaanse spits die op een blauwe maandag bij KV Oostende belandde, en daar meteen enige indruk maakte. Niet op de absolute topclubs, wel op de teams daar net onder. Hij trok naar Harelbeke, toen een ambitieuze eersteklasser, en nadien naar Racing Genk. Daar vierde Mike Origi in 1999 de eerste Limburgse landstitel. Divock was toen vier; de kampioenenviering schijnt een van zijn oudste herinneringen te zijn. Vader Mike speelde nog tot zijn veertigste voor teams in de lagere echelons, en vestigde zich met zijn gezin in Houthalen-Helchteren. De nieuwe Rode Duivel, die dus het Nederlands als thuistaal heeft, hield er een Limburgse tongval aan over. Op zijn zesde sloot Divock Origi zich aan bij Racing Genk. Hij maakte deel uit van een bijzonder sterke lichting, die in de jongerenreeksen alles kapotspeelde. Genk had zeker in die jaren met voorsprong de beste jeugdwerking van België, maar werd daar uiteindelijk karig voor beloond. In de zomer van 2010 verloren de Limburgers in één klap drie uitschieters van hun wondergeneratie: Yannick Ferreira-Carrasco trok naar AS Monaco, Dennis Praet naar Anderlecht, en spits Divock Origi naar Lille. Genk troostte zich met het idee dat de naar hun inschatting allerstrafste belofte, aanvaller Siebe Schrijvers, wel bleef. De voormalige spitsbroeder van Origi krijgt sinds dit seizoen af en toe zijn kans bij de A-ploeg van Genk. Van die Limburgse superlichting haalden ook Anthony Limbombe, Jordy Croux en Pieter Gerkens de eerste klasse. Zo goed als het hele superjeugdteam werd uiteindelijk prof. Dat is een uitzonderlijke, wellicht zelfs een unieke verwezenlijking. 'Genk heeft een fantastische jeugdopleiding, maar Lille is professioneler. En als je naar de top wilt, moet je zo vroeg mogelijk leven als een prof', zo verklaarde vader Mike de overstap van zijn zoon. Ajax en Manchester United waren ook geïnteresseerd, maar visten achter het net. Lille kreeg de voorkeur vanwege het succesverhaal van Eden Hazard, die bij de Noord-Franse subtopper gestaag kon uitgroeien tot een wereldster. Toch was Origi's buitenlandse transfer een risico: de dan vijftienjarige Divock sprak geen Frans, en zou een jaar moeten wachten op competitievoetbal. Buitenlandse transfers van -16-jarigen zijn in principe verboden, tenzij het gezin sowieso een reden had om te verhuizen. Topclubs omzeilen die regel door de ouders van het jonge talent een job aan te bieden (dan volgt de zoon zogezegd de ouders, terwijl het in de praktijk andersom is). Bij Divock Origi gebeurde dat niet, waardoor hij zich een volledig seizoen met trainingen tevreden moest stellen. Dat jaar in de luwte heeft 'm gehard, zegt hij daarover. Maar zodra zijn aansluitingskaart in orde was, ging het snel. Op zijn zeventiende debuteerde hij bij Lille met een knal in het eerste elftal: hij kwam in als wisselspeler en maakte zes minuten later zijn eerste doelpunt. De supporters kenden hem niet, er was voor Origi nog niet eens een truitje met zijn naam. De Lille-aanhang riep dan maar 'Allez, Danny Welbeck!' - Origi lijkt inderdaad een beetje op de Engelse aanvaller van Manchester United. Het was zijn eerste bijnaam, en er zouden er nog fraaiere volgen. De rest van het seizoen kwam Origi niet verder dan invalbeurten. Pas sinds vorige zomer krijgt de aanvaller zijn kans in de basiself. Niet té vaak, maar dat lijkt een bewuste keuze, om de jongen niet over zijn toeren te laten gaan. De Fransen zijn erg goed in wat in de trainingsleer post-formation wordt genoemd: een jongere moet kansen krijgen, maar speelt nooit op zijn limiet, want dan dalen de prestaties, zakt het vertrouwen en toont de speler zich niet als de voetballer die hij zou kunnen zijn. Dus staat Origi alleen op het veld wanneer de staf hem mentaal en fysiek klaar acht om te schitteren. Een groot geluk voor de jonge Belg is dat hij bij Rijsel trainer René Girard trof, een voormalige bondscoach van de Franse beloften. Girard kreeg afgelopen zomer de voorkeur op de Belgische Trainer van het Jaar Francky Dury. Tussen Lille en zijn Zulte Waregem bestaat er al jaren nauw contact. Dury hoopte tijdens de winterstop zelfs om Origi weg te plukken, maar kreeg nul op het rekest. Sinds februari werkt Origi zich bij Lille op als basisspeler. Zeker de laatste weken van het seizoen gaan zijn prestaties crescendo. De complimenten stromen binnen. Een erg mooie pluim kreeg hij van ploegmaat Salomon Kalou, ex-Chelsea, die meent dat Origi 'in zijn bewegingen iets van Patrick Kluivert heeft. Het is bovendien een heel goeie jongen, leergierig en verstandig. Die komt er wel'. De Franse pers kent Divock Origi sindsdien als Baby Kluivert. Ook Gert Verheyen benadrukt Origi's mentale kwaliteiten. De trainer van de nationale -19 was naar het schijnt de grote pleitbezorger bij Marc Wilmots, toen die na de achillespeesblessure van Christian Benteke op zoek ging naar een vervanger. 'Divock heeft een goeie mentaliteit, werkt hard en blijft altijd nederig. Het is een aangename persoonlijkheid die de groep positief beïnvloedt', zegt Verheyen. Bij de Voetbalbond hopen ze dat het jeugdige enthousiasme van ideale schoonzoon Origi de andere Rode Duivels kan stimuleren. De gevestigde waarden weten ook wel dat het jonge veulen weinig kans maakt om te spelen op het WK, en is voor hen dus geen bedreiging. Dat Origi zou gaan zweven, acht men weinig waarschijnlijk. Hij zou 'uitzonderlijk volwassen' zijn voor zijn leeftijd. Dat de bondscoach Origi verkiest boven de meer ervaren Michy Batshuayi en Jelle Vossen zou komen omdat hij zo op Christian Benteke lijkt. Die vergelijking gaat al mee van Origi's tijd bij Racing Genk, waar Benteke toen ook speelde. Origi is net als Benteke razendsnel en explosief. Hij heeft een actie in huis - tegenwoordig onmisbaar voor een aanvaller -, kan een bal bij zich houden en kaatst goed. Met zijn 1,87 meter is hij vrij groot, maar hij teert liever op zijn techniek dan op zijn lichaam. Een essentieel verschil met Benteke is dat Origi voor het doel lang niet het rendement van de Aston Villa-spits haalt - volgens Verheyen is dat zijn grootste werkpunt. Als jeugdinternational was hij wel goed bij schot, getuige zijn tien goals in negentien matchen, maar dan spreken we natuurlijk over een ander niveau dan de Wereldbeker. Feit blijft dat Origi voor een Rode Duivel erg bleu is. Bij Lille mag hij zich nog geen onbetwiste titularis noemen, en hij speelde ook nooit Europees. Zelfs bij de nationale beloften zit hij maar aan één match - een invalbeurt dan nog. Toch kun je Origi niet zomaar een kloon van Benteke noemen. Onder meer omdat hij meestal niet als spits speelt. Bij Lille staat Origi op de linkerflank in een 4-3-3-formatie. Dat kan onmogelijk de positie zijn waarvoor Wilmots hem meeneemt naar Rio, want daar hebben we al - even adem happen - Eden Hazard, Kevin De Bruyne, Dries Mertens, Nacer Chadli, Kevin Mirallas en Adnan Januzaj voor. Bij de Belgische -19 stelde Gert Verheyen hem wel op als diepe spits, in een spelsysteem dat dat van de volwassen Duivels erg benadert. 'Voor mij bezit Divock alle lichamelijke en technische kwaliteiten om op die positie tot een uitzonderlijk goeie speler uit te groeien', zegt Verheyen, die Origi een complete voetballer noemt. 'Er valt geen facet van het spel te bedenken waarin Divock minder dan zes op tien scoort. En voor veel facetten behaalt hij zelfs een acht. Nu al. Er moet nog ervaring bij, en zeker ook nog kracht, maar dat is een kwestie van tijd. Binnen de kortste keren kan hij in de grootste competities aan de slag.' Origi droomt naar verluidt van de Premier League. Dat treft, want Arsenal en Liverpool zouden geïnteresseerd zijn. Er was vorige maand zelfs sprake van een Engels bod van 13 miljoen euro, al kan dat ook managerspraat zijn. De entourage van de Limburger meldt dat een transfer sowieso nog niet aan de orde is. Tegen de tijd dat de transfergeruchten aanzwellen, moet er nog een andere keuze worden gemaakt. De Keniaanse voetbalbond wil Origi oproepen, wat zonder naturalisatie kan, want hij bezit een dubbele nationaliteit. Vader Mike speelde voor Kenia in drie Africa Cups. Zijn zoon kent zijn Afrikaanse roots alleen van de halfjaarlijkse gezinsvakanties. 'We vertrokken om de familie te zien, maar ik heb er vooral heel veel gevoetbald', vertelt Divock Origi in de Franse krant La Voix du Nord. 'We zetten keien op de grond die dienstdeden als doelpalen, we speelden, en we genoten.' Het bod van de Keniaanse bond heeft hij nooit ernstig overwogen. Voor België kiezen noemt Origi 'een evidentie'. Toch wordt er vanuit Kenia ontgoocheld gereageerd op Origi's selectie voor de Wereldbeker. Hij is er zowaar bekender dan in België. DOOR JEF VAN BAELENEr speelt tegenwoordig zo veel Belgisch talent in het buitenland dat Origi's presteren bij ons amper werd opgepikt.