Nogal wat zonen en dochters van bekende politici zitten vandaag zelf in de politiek. Om alleen nog maar de bekendste te noemen: bij de socialisten zijn dat Bruno Tobback, fractieleider in het Vlaams parlement, Maya Detiège, provincieraadslid in Antwerpen en eerste opvolger voor de Kamer op 18 mei, Hilde Claes, Vlaams parlementslid en Peter Vanvelthoven, kamerlid. Soms worden bekende vaders qua populariteit al vrij snel door hun kinderen voorbijgestreefd. Dat geldt zeker voor Luc Van den Bossche, die meer als de vader van zijn getalenteerde dochter Freya (schepen van Onderwijs in Gent) dan als minister van Ambtenarenzaken in het nieuws komt.
...

Nogal wat zonen en dochters van bekende politici zitten vandaag zelf in de politiek. Om alleen nog maar de bekendste te noemen: bij de socialisten zijn dat Bruno Tobback, fractieleider in het Vlaams parlement, Maya Detiège, provincieraadslid in Antwerpen en eerste opvolger voor de Kamer op 18 mei, Hilde Claes, Vlaams parlementslid en Peter Vanvelthoven, kamerlid. Soms worden bekende vaders qua populariteit al vrij snel door hun kinderen voorbijgestreefd. Dat geldt zeker voor Luc Van den Bossche, die meer als de vader van zijn getalenteerde dochter Freya (schepen van Onderwijs in Gent) dan als minister van Ambtenarenzaken in het nieuws komt. Ook in andere politieke partijen tref je familiale duo's aan, zoals daar zijn Vic en Bert Anciaux, ex-Volksunie, nu Spirit, of Jean-Luc en Tom Dehaene in de CD&V. Nog bij de christen-democraten gaat de naam Eyskens al drie generaties mee: naast Gaston en Marc is er nu ook (klein)dochter Manou, gemeenteraadslid in Huldenberg. Overigens was de vader van huidig CD&V-voorzitter Stefaan De Clerck ook minister. Een belangrijke politieke stamboom binnen de huidige VLD is het geslacht Vanderpoorten. Dat gaat van grootvader Arthur, die in een concentratiekamp overleed, over wijlen vader Herman naar dochter Marleen, minister van Onderwijs, tot bij Vlaams minister-president Patrick Dewael, kleinzoon van Arthur en volle neef van Marleen Vanderpoorten. Ook minister van overheidsbedrijven Rik Daems is de zoon van een politicus. Zijn overleden vader was staatssecretaris van wat toen nog de PTT heette en kampioen dienstbetoon in de kieskring Leuven. Dit is maar een greep uit een erg ruim aanbod. Kerste Van Grembergen (Spirit), Dirk Grootjans (VLD) of Marijke Dillen (Vlaams Blok), moeten hier, naast vele anderen, onbesproken blijven. Maar dat politiek deze mensen letterlijk bijna in het bloed zit, is onmiskenbaar een feit. Zonen en dochters van zijn doorgaans dan ook redelijk succesvol in de politiek. Een factor die dit succes mee helpt te verklaren, is dat politieke partijen overal en altijd op zoek gaan naar bekende mensen. Onderzoek heeft aangetoond dat bekendheid hét centrale criterium is voor de toekenning van de plaatsen op de verkiezingslijsten. En een beroemde familienaam is natuurlijk ook een vorm van bekendheid. 'Ik besef dat het vooral mijn familienaam is die politieke deuren opent', zei Dehaene junior openhartig bij zijn politieke entree in 1994. Maar niet alleen de naambekendheid, ook de vroege familiale 'socialisatie' met de partij en het politieke bedrijf maken deze zonen en dochters in de ogen van partijvoorzitters tot ideale kandidaten. Kinderen van politici krijgen de belangstelling voor het vak met de paplepel ingegoten. Johan Ackaert, politicoloog aan het LUC (Limburgs Universitair Centrum): 'Bij een gemiddeld parlementslid begint de politieke interesse op zestien jaar. Bruno Tobback wist al op zijn vijfde dat hij minister wilde worden.'Er bestaat weinig wetenschappelijk onderzoek naar familieverwantschap in de politiek. Politicoloog Lieven De Winter berekende dat 10 van de 212 kamerleden in de regeerperiode 1978-81 een vader hadden die ook parlementslid was geweest. Gegevens voor de daaropvolgende jaren ontbreken vooralsnog. Maar volgens liberaal minister van Staat en gewezen partijvoorzitter Willy De Clercq is erfopvolging in de politiek iets van alle tijden. Hij gelooft wel dat echte, zuivere familiedynastieën, die meerdere generaties standhouden, vaker in de bedrijfswereld dan in de politiek voorkomen. 'Neem nu de Rothschilds.' Wel is de media-aandacht voor politieke erfopvolging de laatste tijd sterk toegenomen. De zichtbaarheid van het fenomeen wordt ook groter naarmate vader/moeder en zoon/dochter gelijktijdig aan politiek gaan doen, zoals de Tobbacks, de Dehaenes, de Van den Bossches of de Detièges. De resultaten van De Winters onderzoek voor de periode 1978-81 geven wel een goede indicatie van het belang van familiale politieke scholing. Zo stelde De Winter vast dat bij maar liefst de helft van de parlementsleden de vader lid was van een politieke partij, en bij veertig procent ook de moeder. Een op de vijf vaders of moeders zat ook in het bestuur van een partij, gaande van de lokale afdeling tot het nationale partijbureau. Voor vijftien procent van de kamerleden gold dat de ouders ooit verkozen werden, op lokaal of nationaal niveau. Recent onderzoek naar het profiel van burgemeesters van Johan Ackaert bevestigt bovenstaande bevindingen. Zo blijkt dat bij gemiddeld een op de vier burgemeesters ook de ouders een politiek mandaat uitoefenden. En in meer dan veertig procent van de gevallen was de vader lid van een, over het algemeen dezelfde, politieke partij. Maar de politieke blitzcarrières van deze bekende zonen en dochters wekken, vooral in de eigen partijrangen, jaloezie en afgunst op. Dat ondervond ook Willy De Clercq toen zijn zoon Yannick in de Gentse gemeentepolitiek ging. Op zich mag dat niet verwonderen: de erfelijke reproductie van een politiek mandaat lijkt niet meteen een toppunt van modern, transparant personeelsbeleid. Politicoloog Johan Ackaert: 'In atletiektermen uitgedrukt starten zonen en dochters van aan de binnenkant van de baan. Ze zijn goed geïnformeerd over het verloop van de wedstrijd, kennen de andere deelnemers van thuis uit en weten welke vaardigheden nodig zijn om te winnen.' Willy De Clercq: 'Een bekende vader in de politiek biedt zeker een groot voordeel, maar toch vooral bij het begin van een carrière. Of iemand het ook echt maakt in de politiek, hangt af van zijn of haar persoonlijke kwaliteiten.'De werkdruk in de politiek is de laatste jaren alleen maar zwaarder geworden. In dat licht mag het misschien positief heten dat degenen die een politiek mandaat willen uitoefenen, ook goed beslagen ten ijs komen en hun loopbaan met een realistisch beeld kunnen aanvatten. Toch vindt Johan Ackaert politieke dynastieën voor de politiek zelf geen goede zaak. 'Sociologen zijn het erover eens', zegt hij 'dat je de moderniseringsgraad van een samenleving kunt aflezen aan de mate waarin mensen niet langer posities innemen op basis van toegewezen kenmerken, zoals afkomst of geslacht, maar op basis van verworven kenmerken, zoals inzet of talent.' Het is daarom frappant dat politieke dynastieën op dit moment juist vooral voorkomen bij de SP.A, de politieke partij die bij uitstek pleit voor het wegwerken van discriminatie en ongelijkheid op grond van afkomst. Geëngageerde jonge mensen die niet gezegend zijn met een sprekende familienaam kunnen jammer genoeg vaak niet tegen die familiale partijnetwerken opboksen. Ackaert: 'De normale opstap voor een politieke carrière: je wordt lid van een partij, je verzorgt de vestiaire op het burgemeestersbal, je gaat in het afdelingsbestuur en klimt zo hogerop, lijkt te verdwijnen.''De dynastieën wijzen op een extreme bloedarmoede binnen de partij. Het probleem is niet dat die mensen er zijn, wel dat er te weinig anderen naast staan', verklaarde SP.A-voorzitter Patrick Janssens in oktober 2001 in de krant De Morgen over zijn zonen en dochters van. Het opvullen van kandidatenlijsten met kinderen van de eigen kopstukken, zegt dus ook iets over het succes waarmee politieke partijen nieuwe mensen kunnen aantrekken. 'Kandidaten werven, zeker vrouwelijke, is geen sinecure', zegt Ackaert. 'Dan is een dochter van een partijgenoot, zelfs al staat ze er zelf niet om te springen, meestal makkelijker te overtuigen.' Willy De Clercq attendeert ook op de keerzijde van de medaille. De zonen en dochters van politieke kopstukken zijn niet alleen een gevolg van bloedarmoede in een partij, ze kunnen er ook de oorzaak van zijn. Want kandidaten van buitenaf worden afgeschrikt door de indruk dat alleen wie een lange arm in de partij heeft het ver kan schoppen. 'Een systeem van strikte erfopvolging is geen stimulans voor jonge mensen om zich voor een partij in te zetten', vindt dus ook De Clercq. Parallel met de stijgende mediatisering van de politiek heeft naambekendheid voor politici almaar aan belang gewonnen. Persoonlijke naambekendheid op de eerste plaats, en pas veel later die van de partij. Het vertrouwen van de Belgen in grote instituties, zoals politieke partijen, is immers gedurende de schandaalrijke jaren '90 in vrije val geweest. Partijen hebben geprobeerd dat te counteren door van politiek meer een zaak van personen te maken. Ook de nieuwe kieswet, met zijn provinciale kieskringen, is in feite bedoeld om politieke vedetten maximaal te laten renderen. Of sommige van de nieuwste politieke sterren ook over de nodige ervaring beschikken om zware taken als een mogelijk ministerschap tot een goed einde te brengen, lijkt de partijhoofdkwartieren niet bovenmatig te interesseren. Bij verkiezingen geldt slechts één gouden regel en dat is alle hens aan dek. Derhalve mag Freya Van den Bossche (27) de SP.A-kamerlijst voor de provincie Oost-Vlaanderen trekken en Melchior Wathelet jr. (25) - politieke erfopvolging stopt niet aan de taalgrens - die van CDH in de provincie Luik. Het verbaast Johan Ackaert niet. 'Partijen laten zich weinig gelegen aan de langetermijncarrièreplanning van hun mensen. Het human resources management is in de meeste partijen, zacht uitgedrukt, vrij zwak.'Ann PeutemanJonge mensen die niet gezegend zijn met een sprekende familienaam kunnen vaak niet tegen de familiale partijnetwerken opboksen.