Het Ziekenhuis Aalst, nog steeds het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis genoemd, is met zijn goed 600 bedden, 1700 personeelsleden, 160 artsen en 22.000 opnames per jaar, niet het grootste van Vlaanderen, maar wel het bekendste. Het had immers patiënten als koning Albert, Paul Vanden Boeynants, wielrenner Nico Matton en onlangs nog eerste stadsvrouwe Annie De Maght.
...

Het Ziekenhuis Aalst, nog steeds het Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis genoemd, is met zijn goed 600 bedden, 1700 personeelsleden, 160 artsen en 22.000 opnames per jaar, niet het grootste van Vlaanderen, maar wel het bekendste. Het had immers patiënten als koning Albert, Paul Vanden Boeynants, wielrenner Nico Matton en onlangs nog eerste stadsvrouwe Annie De Maght. De Zwarte Zusters van de heilige Augustus stichtten in het begin van de vorige eeuw het gasthuis voor welgestelde bejaarde vrouwen op het landgoed van de Château de Muybeke. 'Er zijn zeventig ruime kamers ingericht voor de zieken. De prijs van het onderhoud, wijn niet inbegrepen, is van twee tot tien frank per dag, volgens de kamer en de tafel die men begeert. Een zuster om de zieke 's nachts te bewaken, kost één frank per nacht', zo luidde het in de publiciteit van die tijd. Dertig jaar geleden veranderde het nonnenziekenhuis in een autonome vzw van leken en kloosterzusters. Vandaag heeft het zijn roem te danken aan de cardiologische diagnostiek en de cardiovasculaire chirurgie. Daar zorgen de diensten voor van dokter Hugo Vanermen, de pionier van de sleutelgatchirurgie. Daarbij verricht de arts een deel van de operatie via een van een afstand geleide robot. Ook dr. Van Vyve is een autoriteit, net als de intussen Nederlands sprekende Catalaanse topcardioloog Pedro Brugada. Deze laatste maakt naam met het zogenoemde Brugada-syndroom, betreffende erfelijke afwijkingen die hartritmestoornissen veroorzaken. Dat een dergelijk internationaal gereputeerd cardiologisch ziekenhuis in een provinciestad als Aalst gevestigd is, weg van de universitaire medische faculteiten, is merkwaardig. Maar niet verwonderlijk. In 1940 al gaf dr. Goffaert in Aalst de aanzet tot de hartspecialisatie. Later volgde dr. Cuvelier. Hij verrichtte de eerste geslaagde hartoperatie (blauwziekte) in België. Hij zit nog steeds in de raad van bestuur van het ziekenhuis. Aalst onderscheidt zich niet alleen medisch, maar ook economisch van andere ziekenhuizen. Het wordt gerund als een KMO. De cardiologen werken samen met grote farmaceutische bedrijven voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen en ze dokterden nieuwe apparaten uit. Het ziekenhuis, dat aan de fusie met dat van Ninove werkt, is apetrots op zijn wetenschappelijk werk, dat tot stand komt zonder noemenswaardige overheidssteun.