Lange e-mails schrijft Patrick, doorspekt met links naar websites. Volgens hem stellen op kwik gebaseerde amalgaamvullingen die gebruikt worden om gaatjes in tanden te dichten de mens voortdurend bloot aan kleine hoeveelheden giftige kwikdampen, die 'beschouwd worden als mogelijke oorzaak voor de steile opgang van moderne degeneratieve ziektes'. Patrick weet waarover hij spreekt: 'Ik heb zelf mogen "genieten" van het hele palet aan neurologische gevolgen van verhoogde blootstelling aan kwikdamp van amalgaamvullingen.'
...

Lange e-mails schrijft Patrick, doorspekt met links naar websites. Volgens hem stellen op kwik gebaseerde amalgaamvullingen die gebruikt worden om gaatjes in tanden te dichten de mens voortdurend bloot aan kleine hoeveelheden giftige kwikdampen, die 'beschouwd worden als mogelijke oorzaak voor de steile opgang van moderne degeneratieve ziektes'. Patrick weet waarover hij spreekt: 'Ik heb zelf mogen "genieten" van het hele palet aan neurologische gevolgen van verhoogde blootstelling aan kwikdamp van amalgaamvullingen.' ICT-consulent Patrick verwijst graag naar websites van collega-slachtoffers: biochemicus Patrik en ontwerper Pieter. 'Een aantal jaren geleden ben ik erg ziek geworden', legt Patrik op zijn site uit. 'Omdat mijn huisarts mij niet kon helpen, ben ik zelf op zoek gegaan naar mogelijke oorzaken. Aan de hand van diverse internetsites ben ik tot de conclusie gekomen dat ik een kwikvergiftiging opgelopen had, als gevolg van lekkende amalgaamvullingen. Door de kwikvergiftiging kreeg ik ook te maken met een hypergevoeligheidssyndroom voor elektrische stralen. Als ik in de buurt kwam van elektrische toestellen of toestellen met elektronica gebruikte, had dat de volgende uren tot dagen een duidelijk negatief effect op mijn gezondheid.' Omdat er geen medische oplossing voor zijn probleem kwam, heeft Patrik 'ervoor gekozen het amalgaamkwikverhaal te volgen'. Hij liet zijn tandvullingen verwijderen. Een half jaar later begon zijn overgevoeligheid voor elektrische stralen af te nemen - hij kon al een kwartiertje per dag met de computer werken of telefoneren. Na drie jaar was het een uur met de pc werken en een half uur telefoneren. Hij gebruikt voedingssupplementen om het kwik uit zijn lichaam te verdrijven, want 'zonder vakkundige ontgifting blijft men doorgaans erg ziek, ook al zijn alle amalgaamvullingen reeds jaren verwijderd'. Op het einde van zijn lange betoog houdt Patrik wel een slag om de arm: 'Alhoewel deze informatie goed wetenschappelijk en biochemisch onderbouwd is, is het op geen enkel moment de bedoeling om medisch advies te verstrekken. Ik wijs dan ook elke verantwoordelijkheid hieromtrent af.' Pieter vraagt nadrukkelijk om zijn familienaam niet te vermelden, uit angst dat zijn professionele reputatie een knauw zou krijgen. Ook zijn diagnose werd nooit gesteld door een arts. Hij verwijst graag naar wetenschappelijke rapporten op het internet, maar daar blijkt zelden een kritische analyse van collega-wetenschappers (de zogenaamde peer review) achter te zitten. Soms wordt er verwezen naar een artikel 'in voorbereiding'. De auteurs van de sites zijn steevast 'wereldvermaarde experts'. Ze maken deel uit van organisaties als de 'vakgroep van holistische amalgaamvrije tandartsen'. Pieter is ervan overtuigd dat als wij 'de volharding hebben om het probleem niet te laten afwimpelen door gevestigde "autoriteiten" van universiteiten en dergelijke', we de gezondheid van velen een enorme dienst zullen bewijzen. Ook Patrick van de e-mails gaf toe dat zijn diagnose niet van een arts kwam. Ze volgde uit zijn eigen 'proefondervindelijke analyses'. Zijn klachten begonnen nadat een stuk van een tand was afgebroken, waardoor 'het totale oppervlak aan blootliggende kwikvullingen een kritische drempel had bereikt, zodat de kwikdampafgifte onmiddellijk waarneembare neurologische symptomen veroorzaakte'. Ook hij liet zijn vullingen verwijderen en begon aan een ontgiftingskuur. Patrick maakt de vergelijking met problemen als DDT, tabak, asbest en gsm-stralen: 'De toekomst zal uitwijzen of tandartsen honderdduizenden, zo niet miljoenen zieken veroorzaakt hebben, waarvoor ze zich zullen moeten verantwoorden.' Dat is in de visie van de activisten de hoofdreden waarom tandartsenorganisaties nooit toegeven dat er een probleem is: ze willen niet aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de massa claims die zullen volgen. Volgens Patrick is dat een nalatige houding, zeker omdat 'tandartsen door de levenslange frequente beroepsmatige blootstelling aan kwik hoog scoren in de statistieken van depressie en zelfmoord, en tandheelkundige assistentes in de statistieken van onvruchtbaarheid'. Woordvoerder André Mestrum van het Verbond der Vlaamse Tandartsen is niet ongerust. Hij stelt dat er ondanks 150 jaar intens gebruik van kwikvullingen en véél wetenschappelijk onderzoek geen aanwijzingen zijn voor een gevaar voor de volksgezondheid, mits de toepassing goed gebeurt. Amalgaam is duurzamer en goedkoper dan de nieuwe composietvullingen, maar toch was in 2012 al 81 procent van de geplaatste vullingen in ons land amalgaamvrij. De ommekeer heeft te maken met initiatieven van onder meer de Europese Commissie om het leefmilieu kwikvrij te maken, omdat kwik in ongecontroleerde omstandigheden giftig kan zijn voor tal van organismen. De hogere kostprijs van de nieuwe vullingen hoeft de sociale zekerheid niet extra te belasten: als gevolg van doorgedreven preventie hoeven er steeds minder gaatjes in tanden gevuld te worden. Mestrum wijst er fijntjes op dat het risico van het vrijkomen van kwikdampen groot is bij het verwijderen van amalgaamvullingen, omdat ze dan verwarmd moeten worden. In Duitsland zijn er schadeclaims geweest van patiënten tegen tandartsen vanwege problemen na het verwijderen van kwikvullingen. De meeste problemen die dragers van amalgaamvullingen rapporteren, hebben trouwens te maken met een slechte plaatsing, en niet met de aanwezigheid van kwik. 'Wij zijn niet bang van kwik, hoewel we evolueren naar een kwikvrije praktijk', besluit Mestrum. 'En nee, er zijn in België geen indicaties voor meer zelfmoorden en meer onvruchtbaarheid in de beroepsgroepen van de tandheelkunde.' Ook Jan Allein, drijvende kracht van de actiegroep Beperk de Straling, excelleert in brieven en e-mails gelardeerd met verwijzingen naar rapporten om zijn strijd tegen gsm- en andere straling te voeren. Hij was er in februari als de kippen bij om een lange brief te sturen naar de nieuwe voorzitter van de raad van bestuur van de NMBS, Jo Cornu, die hij uiteraard ook aan de media bezorgde. Toen Cornu bekendmaakte dat de NMBS overwoog om gratis wifi aan te bieden in stations en op treinen, waste Allein hem de oren omdat hij geen rekening hield met de nu al zware stralingsbelasting. Hij kaartte ook maatschappelijke consequenties aan, want hij vindt dat er zonder wifi al zo weinig menselijk contact is op een trein. Alomtegenwoordig internet leidt in Alleins visie tot 'digitale dementie'. Allein springt in zijn correspondentie gezwind van ionosferen naar Schumann-frequenties en alphagolven. Hij verwijt de media dat ze geen aandacht hadden voor het 1500 pagina's tellende BioInitiative Report, dat een overzicht maakte van 1800 recente studies die schadelijke effecten van stralingen op ons lichaam aantoonden. Hij was jaren werkzaam in de geneesmiddelenindustrie, en kent dus het reilen en zeilen in het wereldje. Hij lijkt een 'hobby-activist' te zijn. Hij was voorzitter van het 'burgercollectief' Leefbaar Drongen, dat in 2001 de plannen voor een autoweg door de gemeente nekte. In 2012 slaagde hij er na een jarenlange procedure in de vergunning voor een gsm-mast te laten vernietigen. 'Wij vechten niet meer tegen windmolens, maar tegen windmolenparken', zegt hij ook. Al zijn vrije tijd gaat naar zijn acties. 'Dat is niet bevorderlijk voor mijn gezin', geeft hij toe. 'De tijd die ik anders aan mijn vrouw en kinderen kan besteden, gaat naar Beperk de Straling. Maar ik doe het voor hun toekomst. Zij hebben net als iedereen het recht om te leven in een zo gezond mogelijk milieu. Daar engageer ik me voor.' Zijn boosdoeners zijn vooral overheden die niet informeren maar desinformeren, die adviezen van onafhankelijke instituten negeren als ze niet in hun kraam passen, die aan belangenverstrengeling en achterkamertjespolitiek doen om bepaalde sectoren te bevoordelen, die inspraakmogelijkheden voor de burger negeren. Volgens Allein stuurt de overheid mensen voor informatie over gsm-stralen naar een site van het Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO), die 'voor 80 procent beheerd wordt door Proximus'. Hij claimt dat zijn site wel objectieve informatie verstrekt. Allein weet dat er studies bestaan die geen schadelijke effecten van straling vonden. 'Maar', schrijft hij, 'die zijn vaak gefinancierd door de telecom- en wirelessindustrie zelf. Die hanteert dezelfde strategie als de tabaks- en asbestindustrie destijds: verwarring zaaien en zorgen voor wetenschappelijke onzekerheid, zodat beleidsmakers dat als excuus kunnen gebruiken om niet in te grijpen. Bovendien zorgt de telecomindustrie als een van de belangrijkste adverteerders momenteel voor grote reclame-inkomsten voor de media. Men kan geen krant openslaan zonder daarin advertenties voor smartphones, tablets en mobiel internet aan te treffen. Dat verklaart wellicht mee waarom men zo weinig hoort over de schadelijke effecten van deze technologie. Zeer weinig mensen, beleidsmakers en medische experts inclusief, zijn op de hoogte.' Het complotdenken is nooit ver weg in deze verhalen. Machtige sectoren zouden uit winstbejag samenspannen tegen machteloze burgers. Het is gelukkig zelden zo extreem als bij de warrige geesten die ageren tegen chem trails: de witte lijnen achter vliegtuigen in de lucht die schadeloze condensatiestaarten zijn, maar voor sommigen deel uitmaken van een wereldwijd complot om in het beste geval het klimaat te beïnvloeden en in het slechtste de mensheid te vernietigen. Ook de acties tegen genetisch gemanipuleerde organismen (ggo's) passen op een bepaalde manier in dit kader, want ze steunen sterk op uiterst zwakke wetenschap die gebruikt wordt tegen wat het wetenschappelijke en economische establishment heet, dat geldgewin nastreeft ten koste van de gezondheid van mens en milieu. Antiwetenschap. Ook daar buigen wetenschappers zich over. Ze zien verbanden tussen groepen activisten die elkaar 'kruisbestuiven' met hun aanpak, met hun absurde manier om met wetenschap om te gaan, en om overal complotten tussen de industrie, de overheid en de media te zien. Het vakblad JAMA Internal Medicine publiceerde onlangs de resultaten van een enquête waaruit blijkt dat bijna de helft van de Amerikanen in een of andere medische complottheorie gelooft. Zoals de stelling dat de overheid weet dat gsm-stralen kanker veroorzaken, maar daar bewust niets aan doet, of de stelling dat ggo's gebruikt worden om de overbevolking te bestrijden. Complottheorieën zijn populair omdat ze steunen op zwart-witdenken, en dat vinden veel mensen veel duidelijker dan het voorzichtige en genuanceerde oordeel van de gemiddelde arts. Volgens de onderzoekers verschillen complottheorieën niet van 'eender welke politieke overtuiging', en enten ze zich op gemakkelijke oorzakelijke verbanden tussen verschijnselen die meestal niets met elkaar te maken hebben. Toch kan doordacht gezondheidsactivisme productief werken. Het medische vakblad The Lancet wees er vorig jaar op dat acties tegen tabak en voor toegang tot nog niet volledig geteste medicatie tegen aids voortkwamen uit initiatieven vanuit het publiek, waarbij 'volharding' het belangrijkste kenmerk voor succes was. Professionele activisten - zoals de mannen achter de actiegroepen stRaten-generaal en Ademloos die zich mengen in het Oosterweeldebat en onder meer fijnstof als gezondheidsargument naar voren schuiven - kunnen zwaar op de besluitvorming wegen. Toch staat internetactivisme volgens de studie in The Lancet nog maar in de kinderschoenen. Het is te vroeg om te bepalen of het de zaken vooruithelpt of bemoeilijkt. Maar volgens sommige artsen kunnen activisten zelf een bedreiging worden voor de volksgezondheid: als je dokter niet meteen een sluitende oorzaak voor je symptomen vindt, betekent dat nog niet dat de oplossing ligt in ontgiftingsadviezen op een website. DOOR DIRK DRAULANSMensen zoeken gemakkelijke verbanden tussen verschijnselen die niets met elkaar te maken hebben. 'Tandartsen scoren hoog in de zelfmoordstatistieken, tandartsassistentes in die van onvruchtbaarheid.'