Op 19 mei besloot de Vlaamse regering om het polderdorp Doel gedwongen te onteigenen in 2004, maar de onteigende Doelenaars behouden nog enkele jaren een 'woonrecht' tot een bouwvergunning afgeleverd wordt voor een tweede containerdok. De zogenaamde 'minnelijke onteigeningen' zijn nu al volop bezig, maar van het woonrecht werd de voorbije zeven maanden niets meer vernomen. Eerder al hadden de groenen, die zich nog altijd voor het behoud van Doel uitspreken, zich laten paaien met een leefbaarheidsstudie, die achteraf, na veel geknoei en politiek getouwtrek, een 'dooie mus' bleek te zijn. Nu wordt al gezegd dat ook het woonrecht een 'lege doos' is gebleken.
...

Op 19 mei besloot de Vlaamse regering om het polderdorp Doel gedwongen te onteigenen in 2004, maar de onteigende Doelenaars behouden nog enkele jaren een 'woonrecht' tot een bouwvergunning afgeleverd wordt voor een tweede containerdok. De zogenaamde 'minnelijke onteigeningen' zijn nu al volop bezig, maar van het woonrecht werd de voorbije zeven maanden niets meer vernomen. Eerder al hadden de groenen, die zich nog altijd voor het behoud van Doel uitspreken, zich laten paaien met een leefbaarheidsstudie, die achteraf, na veel geknoei en politiek getouwtrek, een 'dooie mus' bleek te zijn. Nu wordt al gezegd dat ook het woonrecht een 'lege doos' is gebleken.Onlangs werden immers al de eerste brieven verstuurd om een onteigende woning te ontruimen, zo niet wordt tot 'uitzetting' overgegaan, tenzij men 'een gemotiveerde aanvraag' kan indienen bij de Maatschappij voor het Grond- en Industrialisatiebeleid in Sint-Niklaas. De Maatschappij - zoals zij kortweg genoemd wordt in het Waasland - baat alle industriegronden in het havengebied op de linkeroever uit, wat uiteraard een zeer lucratieve zaak is. De Maatschappij (waarin Beveren, Antwerpen en de Wase gemeenten aandeelhouders zijn) is de instantie die de opdracht geeft om huizen en boerderijen te onteigenen en wordt dus ook de nieuwe eigenaar van de woningen van Doel. Daarom wordt de Maatschappij, geleid door gedelegeerd bestuurder Gust Deckers, door sommigen nu de échte wolf van het Waasland genoemd. De voorbije weken werd, achter de Scheldedijk, de eerste, historische hoeve afgebroken, die voor de nieuwe havenwerken moest verdwijnen. Een navrant, symbolisch moment volgens de jurist Frank Buyssens, die al twee jaar voorzitter is van de Stuurgroep Sociaal Begeleidingsplan. Het Sociaal Begeleidingsplan is door de regering toegekend om voor de Doelenaars de pil te vergulden. Het komt erop neer dat ze een oprotpremie krijgen (een 'leefgemeenschapspremie' van 4560 frank per jaar dat ze in Doel wonen) en dat ze tegen voordelige voorwaarden hervestigd kunnen worden, maar dat geldt alleen voor die mensen die naar de aangewezen sites in de gemeente Beveren verhuizen. In Beveren (waar Doel een deelgemeente van is) hebben de verkiezingen trouwens tot een patsituatie geleid die nog altijd voortduurt. Frank Buyssens heeft als bevoorrechte getuige en niet-politicus twee jaar lang een blik achter de schermen kunnen werpen. Als voorzitter van de stuurgroep (waarin zowat alle overheden van hoog tot laag vertegenwoordigd zijn) kan hij natuurlijk niet alles zeggen, maar toch spreekt hij merkwaardig vrijuit.Frank Buyssens: In de laatste regeringsbeslissing was er, als pasmunt voor de dokken en onteigeningen, ook een onderdeel dat de Doelenaars nog een tijdelijk woonrecht biedt en belooft om de woonkwaliteit te bevorderen. Maar nu, ruim een half jaar later, is er op die twee vlakken nog níéts gebeurd. Misschien komt het er in de komende maanden nog, maar eigenlijk is dat al te laat. Door de onzekerheid hebben veel mensen besloten om elders een nieuw leven op te bouwen. Sommigen krijgen nu al brieven van de Maatschappij, dat ze hun huis moeten ontruimen, tenzij er een gemotiveerd verzoek bij de Maatschappij kan worden ingediend. Dat druist toch helemaal in tegen de regeringsbeslissing: als men die mensen hun woning nu wil afnemen, moet de overheid motiveren waarom ze die woning dringend nodig heeft, en niet omgekeerd. Bovendien eist de Maatschappij bij een onteigening dat het huis 'vrij van gebruik' is, kortom dat de huurders opgezegd worden: ook dat gaat toch in tegen het zogenaamde woonrecht. Ook tegen de leegstand is er nog niets gebeurd, terwijl het evident is dat de woonkwaliteit daardoor aangetast wordt - het zou toch mogelijk moeten zijn sommige huizen te laten herbewonen. En ten slotte weten mensen, wier huis dringend herstellingswerken nodig heeft, nog altijd niet wie daarvoor moet opdraaien: zijzelf of de Maatschappij die de nieuwe eigenaar wordt. Het woonrecht blijft voorlopig dus een lege doos. Ofwel wordt dat nu toch nog creatief ingevuld, ofwel geeft men toe dat het maar om een kortstondig uitstel van executie te doen was. Waarom sleept dat alweer zeven maanden aan, terwijl iedereen wist dat de factor tijd in deze situatie van primordiaal belang was?Buyssens: Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat sommigen dat woonrecht gewoon niet zien zitten. De Maatschappij heeft het misschien moeilijk om dit binnen haar taakomschrijving te kaderen, maar dan moet maar naar een andere geschikte instantie worden uitgekeken. Het grootste probleem in het dossier Doel is dat er vanaf het begin een manifeste wit-zwartbenadering is toegepast: men was ofwel voor het dok, ofwel voor het dorp. Alsof die twee nooit konden samengaan. Die benadering maakte een consequent regeringsbeleid onmogelijk, omdat dat steeds voor een van de betrokken ministers gezichtsverlies moest opleveren. Ik herinner er maar aan dat de Vlaamse minister-president beloofde om de resultaten van de leefbaarheidsstudie uit te voeren, maar achteraf werd die belofte gewoon vergeten. De polarisatie leidde ook tot het opzetten van de bewoners tegen elkaar, terwijl dat in feite volstrekt irrelevant was, want beide kampen vochten grotendeels dezelfde strijd. Dat heeft tot een nutteloze verzieking van de verhoudingen geleid. De wit-zwartbenadering verhinderde bovendien dat voor het dossier Doel andere, constructieve en innoverende oplossingen gevonden werden die zowel het belang van de haven, als van de polder, als van de Doelenaars verzoend zouden hebben. Bovendien zouden deze oplossingen wellicht minder gekost hebben en veel minder problemen veroorzaakt hebben. U alludeert op de vele blunders die bij de havenuitbreiding al zijn gebeurd, met als symbool daarvan het miljardenkostende Doeldok, dat nu deels weer gedempt wordt met het slib van het nieuwe Deurganckdok? Buyssens: Ja, het verleden toont genoeg aan dat een andere aanpak minstens aangewezen was. Omtrent bepaalde grote investeringen werd in het verleden ook een waas van absolute noodzaak opgehangen. Elke tegenkanting werd afgedaan als ingaan tegen het hoger economisch belang. Naderhand bleek dat allemaal onvoldoende gefundeerd en moest men constateren dat zeer veel overheidsgeld letterlijk in het water gegooid werd. Dezelfde overdreven voortvarendheid - en dit is veruit het belangrijkste bezwaar - heeft veroorzaakt dat er nu nog zo weinig uitbreidingsmogelijkheden voor de haven overbleven. Omdat men de beste plaatsen op de oever aan enkele chemische bedrijven gegeven heeft, is er gewoon geen ruimte meer om containerterminals aan de stroom zelf aan te leggen. Als men wat pragmatischer zou handelen - en minder imperialistisch, om het zo te zeggen -, zou men minder problemen scheppen. Daarom dring ik toch aan dat men in de toekomst op een objectieve manier de gulden middenweg zou zoeken. Factoren zoals de uitbouw van een containerhaven in Vlissingen, de containercapaciteit in Zeebrugge en het al dan niet verder uitdiepen van de Westerschelde moeten toch serieus mee in overweging genomen worden. Ik hoop dat men eindelijk eens het principe van het zuinig ruimtegebruik gaat toepassen, dat nu in de regeringsverklaring staat. Waarom wordt dat tot nu toe te weinig gedaan?Buyssens: Altijd hetzelfde probleem: de havenlobby wil greep krijgen op zo'n groot mogelijk gebied, en zal achteraf wel zien wat ze daarvan echt nodig heeft. De discussie over het Deurganckdok is vanaf het begin misbruikt om ook Doel en het omliggende polderland in te palmen. Dat noem ik de systematische 'afwending van doel'. Kijk naar de laatste regeringsbeslissing: men vertrok van de discussie over dat ene dok, en men eindigde met de principiële toestemming voor een tweede dok en met een nieuw gewestplan dat een uitgebreid zeehavengebied vastlegt. Doel is een voorbeeld van onbehoorlijk bestuur?Buyssens: De manier waarop de beslissingen tot stand kwamen, was natuurlijk oude politieke cultuur. En het verdere verloop van het dossier is vaak vrij amateuristisch gegaan. Bepaalde rechtsregels werden gewoon genegeerd. De invloed van de havenlobby speelde voortdurend. Het ergerde mij dat sommige leden van de stuurgroep, onder bepaalde invloeden, achteraf altijd weer op hun eerder ingenomen standpunten terugkwamen. Ze draaiden als de wind. En een van de belangrijkste tenoren, de gedelegeerd bestuurder van de Maatschappij, kwam op onze vergaderingen gewoon niet meer opdagen, wat de werking niet gemakkelijker maakte. Dan vraag je je toch af: waar zijn we mee bezig? Deckers zit tegelijk ook in het Antwerpse havenbestuur. Maar ook Greet Bernaers, die als commissaris van de regering in uw stuurgroep zit, heeft tegelijk een hoge functie bij het havenbedrijf. Is dat niet vreemd?Buyssens: Het is een dubbele hoedanigheid waarbij men zich misschien vragen kan stellen. Vorige week pakte Gust Deckers in Het Volk uit met cijfers om aan te tonen dat de meerderheid van de Doelenaars de minnelijke onteigening aanvraagt. Buyssens: Dat is irrelevant geworden. Die Doelenaars kunnen niet anders, of ze moeten het op een gerechtelijke onteigening laten uitdraaien. De regering heeft besloten om hen in 2004 toch gedwongen te onteigenen, en dan krijgen ze ook de voordelen niet meer van het Sociaal Begeleidingsplan. Zo'n aanvraag is alleen maar een blijk van realiteitszin. Maar verder kan je uit die cijfers geen besluiten trekken over het lot van Doel. Bovendien, ook al wordt Doel nu doodgeknepen, dan nog denk ik dat het weer leefbaar zou kunnen worden gemaakt. Maar dat zou tijd en moeite kosten. Wat is er allemaal fout gelopen?Buyssens: Er zijn van het begin af aan fouten gemaakt: te veel grond willen inpalmen zonder economische verantwoording; een sociaal begeleidingsplan met allerlei hiaten en onvolkomenheden; mensen officiële brieven sturen om hun gronden te ontruimen zonder dat daar enige rechtsgrond voor bestond. Er zijn zelfs mensen onder druk gezet om te verdwijnen omdat de werken zogezegd op zeer korte termijn moesten beginnen; dat kán toch allemaal niet. De voorbije weken begon men nabij een natuurgebied weer met grondwerken en kappingen van bomen zonder enige vergunning: de ene dienst moest het werk van de andere laten stilleggen. Geef toe: dat is toch allemaal bevreemdend. We leven in een rechtsstaat, maar in Doel zijn er voortdurend fouten gemaakt waardoor de rechten van de mensen in het gedrang komen. Eén ding is duidelijk: Doel is niet onleefbaar gemaakt door de aanleg van het dok, maar door de onzekerheid, het gebrek aan consequente houding, en de besluitvorming die met haken en ogen aan elkaar hangt. Het zit u hoog?Buyssens: Als ik er opnieuw voor stond, zou ik lang twijfelen of ik het nog zou doen. Ik dacht vanuit een zeker idealisme veel meer voor de mensen te kunnen doen dan wat mogelijk gebleken is. Bovendien werd mijn principiële houding mij voortdurend persoonlijk kwalijk genomen, zonder dat men op de inhoud van mijn argumenten serieus wou ingaan. Er was niet de wil om constructieve oplossingen te zoeken. Niets mocht immers het fundamentale uitgangspunt belemmeren: dat de gelegenheid van het nieuwe dok moest worden aangegrepen om in het hele poldergebied de handen vrij te krijgen. Ik had niets tegen de aanleg van het dok, maar al de rest was volgens mij nu niet aan de orde. Ik heb er veel energie in gestoken, maar dat werd niet gewaardeerd, wel integendeel. En dat is inderdaad een bittere ervaring die mij aan de ribben is blijven plakken. De leefgemeenschapspremie krijgt men ook alleen maar op het moment dat men vertrekt?Buyssens: Ook dat was een vraag van de Maatschappij, en de bedoeling daarvan laat zich raden. Volgens mij druist dat ook in tegen de filosofie van het woonrecht. De schade door het uiteenvallen van de leefgemeenschap is voor iedereen hetzelfde, dus ook voor wie voorlopig in Doel wil blijven. Zij hebben er evenveel recht op. U hebt hard gewerkt om de knelpunten in het Sociaal Begeleidingsplan op te lossen, maar u werd daar niet in gevolgd?Buyssens: Dat zijn technische punten die belangrijk kunnen zijn. Als iemand onder voordelige voorwaarden hervestigd wordt in Beveren, riskeert hij later een meerwaardenbelasting te moeten betalen. Op de leefgemeenschapspremie voor overleden Doelenaars moet een successieheffing betaald worden. De grondbank, waardoor onteigende landbouwers gronden zouden kunnen ruilen, is een poot van het sociaal begeleidingsplan die niet blijkt te lukken; ook daarvoor lag de Maatschappij langdurig dwars. En zo kan ik nog wel enkele knelpunten opsommen die voor sommige betrokkenen van groot belang zijn. Toen ik vorig jaar daarover een 'knelpuntenbrief' schreef, zorgde dat voor veel ruchtbaarheid in de pers, en daarna namen de bevoegde overheden een houding aan alsof ik het hele dossier alleen maar wou tegenhouden, wat niet het geval was. Eerder was ik daardoor al in aanvaring gekomen met het kabinet van minister Stevaert. Hij had immers formeel beloofd dat hij géén bouwvergunning voor het dok zou afleveren vooraleer de knelpunten waren opgelost. Achteraf heeft hij dat toch gedaan. Nochtans had ik hem mijn knelpuntennota toegestuurd, maar hij beweerde die te laat ontvangen te hebben. Dat was manifest onwaar.En wat nu?Buyssens: Mijn opdracht is mislukt, want er zat veel meer in dan er uitgekomen is. Dat komt ook omdat het Sociaal Begeleidingsplan onvoldoende doordacht was en contradicties en fouten bevatte. Ik vind dat men de stuurgroep moet afschaffen en alleen nog een werkgroep 'herhuisvesting' moet overhouden, want dat is het enige onderdeel dat er eigenlijk van overgebleven is. Daaraan is wél met veel inzet en op een opbouwende manier gewerkt door alle betrokkenen. Alleen is er het probleem dat men 'gelijkwaardigheid' aangeboden heeft: mensen denken dat ze dan een gelijkwaardig huis zullen krijgen, maar dat is helemaal niet gegarandeerd, zeker niet gezien de enorme prijsontwikkeling in de streek. Bovendien is er nog het probleem dat men op een paar locaties dan weer andere mensen moet onteigenen om de onteigende Doelenaars te herhuisvesten. Geef toe: ook daar kan men zich toch vragen bij stellen. Maar de overheid moet maar de verantwoordelijkheid van haar beleid dragen. De electorale patsituatie in Beveren is daar nu het gevolg van. Chris De Stoop