Denise Mina: 'De kwetsbare getuige' (Garnethill), 'Verstoten' (Exile), 'De onwillige getuige' (Resolution). Uitgeverij M, Amsterdam.
...

Denise Mina: 'De kwetsbare getuige' (Garnethill), 'Verstoten' (Exile), 'De onwillige getuige' (Resolution). Uitgeverij M, Amsterdam. 'I s there any virgins in the audience?' Koopman Willie ' Towels' Charles kijkt met glinsteroogjes naar zijn publiek, vrouwen in helgekleurde joggingpakken, forse mannen in te nauwe overhemden, kinderen die mini-uitgaves van hun ouders zijn. Ze zien zichzelf als Glasgows heart and soul: de achthonderdvijftig standhouders van The Barras. Een overdekte markt - opgericht in 1923, voor kooplui met handkarren, barrows - die vooral in het weekend veel bezoekers trekt. Het assortiment in de kramen varieert van eerstecommuniejurken, niet altijd legale video's en computerspelletjes, tot echte varkensoren. 'Is er een eerlijke getrouwde vrouw in het publiek? Eén maar? Niet slecht!' Willie wordt steeds snaakser bij het aan de man brengen van zijn bad- en handdoeken. Zijn toehoorders gniffelen. Sommigen onder hen denken misschien in een flits aan een van de meest spectaculaire misdaden die de stad eind jaren zestig van de twintigste eeuw teisterde. Op een paar passen afstand van The Barras. In Barrowland, indertijd de meest populaire danshal van Glasgow, waar verveelde getrouwde vrouwen op vrijdag- en zaterdagavond hun trouwring in de handtas stopten en op zoek gingen naar jonge mannen voor een paar uur plezier en seks. Het waren nog de zwarte hoogtijdagen van Glasgows onderwereld. Moorden op de voorpagina waren al jaren geen uitzondering, maar de Barrowland-moorden veroorzaakten een opwinding die alles overtrof. Het eerste slachtoffer was een vijfentwintigjarige verpleegster, Pat Docker, die zich vrijdagavond 23 februari 1968 in een sexy zwart jurkje op de dansvloer uitleefde met verschillende jonge mannen, van wie de laatste haar fataal werd. De volgende ochtend vonden een paar spelende kinderen haar naakte lichaam in een laantje vlakbij haar huis. Verkracht en gewurgd. Haar kleren en handtas bleven zoek. Op 16 augustus en 30 oktober 1969 waren er nog twee vrouwen te betreuren. Een moeder van drie kinderen en de vrouw van een legerofficier. Alle drie de vrouwen hadden zwarte jurkjes gedragen, waren verkracht en gewurgd met hun eigen panty en menstrueerden op het moment van hun dood. Er werd een jacht op de moordenaar geopend die haar gelijke niet kent. De politie verzamelde meer dan 50.000 verklaringen van Barrowland-bezoekers en -personeel, taxichauffeurs en eventuele andere getuigen. De media stortten zich op de zaak, de onderwereld bood medewerking aan, en een avondkrant gaf de moordenaar de naam Bible John. Via getuigenverklaringen was bekend geworden dat de keurig ogende, welbespraakte man van eind twintig met het aardige gezicht, tijdens het dansen uit de bijbel citeerde. In een unieke BBC-documentaire richtte de presentator zich in bijbelse termen rechtstreeks tot John en vroeg hem zichzelf aan te geven voor zijn zonden. Bible John werd nooit gevonden. Is hij gestorven? Geëmigreerd? Leeft hij teruggetrokken in zijn eigen huis, of in een inrichting voor geesteszieken? Tot op de dag van vandaag duikt hij regelmatig op in artikelen, fictie- en non-fictieboeken, en in kroeggesprekken, niet alleen in de buurt van Gallowgate en Kent Street, waar Barrowland nu een trefpunt is voor rockbands. De vele toeristen die Glasgow de laatste, pakweg, twaalf jaar bezoeken, hebben geen idee van Bible John, hoewel hij in de meeste reisgidsen in een paar zinnen wordt gememoreerd. Ze worden aangetrokken door het nieuwe imago van de stad: hot, hip en trendy. Een bruisend centrum voor kunst- en cultuurliefhebbers, voor swingers en shoppers. De sporen van een rijk verleden - dat begon in de achttiende eeuw met de handel in tabak en textiel, en zich in de negentiende en twintigste eeuw voortzette met de productie van zwaar materieel als stoomschepen en locomotieven - zijn nog steeds te traceren. Ook al kreeg Glasgow het na de ineenstorting van de industrie lange tijd hard te verduren. Van een indrukwekkende Victoriaanse stad werd het de achterbuurt van de natie, waar verval en criminaliteit vrij spel kregen, en het aanzicht veranderden, van een weelderige courtisane in een verlopen hoer met een zwaar drankprobleem. Zo'n drie decennia geleden werd er een begin gemaakt met de rehabilitatie. De stad moest haar grandeur, haar vitaliteit en trots weer herwinnen, en de nadruk zou komen te liggen op kunst en cultuur. Een van de voorwaarden daarvoor was geschapen door de beroemde art-nouveau-architect en -ontwerper Charles Rennie Mackintosh (1868-1928), die door zijn vermaard geworden gebouwen als de Glasgow School of Art nog steeds groot aanzien geniet, en wiens werk door toeristen mee naar huis wordt genomen in de vorm van ansichtkaarten, kartonnen minimaquettes en art-nouveausleutelhangers en boekenleggers. In 1990 was Glasgow de Culturele Hoofdstad van Europa en in 1999 werd de stad uitgeroepen tot City of Architecture and Design. Dat het, na Londen, de beste shopping city is, mag ook geen geheim meer heten. Wat kan er mis zijn met zo'n stad waar kunstliefhebbers, studenten, yups en jongeren zich kunnen uitleven? Misschien moeten we voor een vollediger beeld de stad bekijken door de ogen van een van haar kritische inwoners. Een misdaadauteur, gespitst op goed én kwaad. Op zoek naar de naakte waarheid, die nooit zo mooi is als de begerige toerist zich in zijn oppervlakkigheid wenst. Neem Schotlands bekendste thrillerauteur Ian Rankin, die zijn veelgeloofde woonplaats Edinburgh - een levend monument en prachtig openluchtmuseum - in veel misdaadromans beschrijft als 'een stad van lijkenpikkers, van schone schijn, van Jeckyll en Hyde, de stad van wél een bontjas aan, maar geen broekje'. De stad die, als veel andere toeristensteden op de wereld, bezocht wordt om haar uiterlijke schoonheid. Voor de sociale woningbouw rondom het centrum, de naar urine stinkende woonkazernes, de welig tierende kleine en grote misdaad, bestaat geen belangstelling. Er moet eigentijds genoten worden, van architectonische, maar ook van culinaire hoogstandjes. Nog een attractie die Glasgow biedt. Fuck is fock, shit is sjait, en haggis is een warme brij van fijngemalen schapenslokdarm, -longen, lever en hart. Met havermout, uien en zwarte peper gaar gestoofd en gestoomd in een schapenmaag. Opgediend als een dikke, dampende ballon die opengesneden moet worden om van de ingewanden te kunnen smullen. Een bijna gewelddadige handeling, waar weinig toeristen zich aan wagen. Omdat Schotten álles frituren, is haggis in fish and chips-zaken ook verkrijgbaar in de vorm van een gefrituurde sigaar, met kerriesaus. Arbeidersvoedsel in een stad die, ondanks het huidige highbrow-imago, wars is van pretentieusheid. In Union Street lijkt het op zaterdagavond even de jaren vijftig. Groepjes tieners zijn lacherig op weg naar goedkope eetgelegenheden en bioscopen. De meisjes wiebelen op witte hoge hakken, de jongens lopen als jongens. In de lege winkelstraten zitten minder bedelaars dan overdag. Alleen de jongen met het vuile verband om zijn rechteroog zit nog verdwaasd mompelend voor de hoofdingang van Marks & Spencer. Later op de avond roepen de jongens, die nu mannen zijn, iets luidruchtiger fock en sjait, en begeven de toeristen zich na een maaltijd in een van de vele trendy restaurants met fusion- en ander modern voedsel, naar hun hotel, sfeervol ingericht in de stijl van Rennie Mackintosh. In de zondagskrant Scotland on Sunday staat het bericht dat het aantal gevangenen in Schotland een recordhoogte heeft bereikt, waarbij opvalt dat steeds meer vrouwen in de gevangenis belanden. Een ander opmerkelijk artikel: angst voor bendeoorlog en bloedbad, nadat een van Schotlands meest beruchte onderwereldfiguren is neergestoken. De 49-jarige Tom McGraw - bijnaam The Licensee, vanwege zakelijke belangen in pubs, taxi's en onroerend goed - werd op klaarlichte dag vlakbij zijn huis aangevallen en ernstig gewond, na een verkeersincident waarbij rivaliserende gangsters betrokken waren. Hij werd neergestoken nadat hij de auto van een rivaal met een golfclub had beschadigd. De politie verklaarde dat er geen onderzoek zal plaatsvinden omdat de aanslag niet werd aangegeven. Een stem uit de onderwereld meldde: There will be hell to pay if he pulls through. Het is druk in de pubs van Sauchiehall Street. Verkopers van de straatkrant Issue en bedelaars gaan de rij af van mensen die voor de bioscoop staan. Giechelende vrouwen in nylon trainingspakken of te korte rokken staan voor de deur van Porter's voor een overdosis karaoke, studenten hangen rond voor Baird Hall. Café de Equal is ingericht in jaren-vijftigstijl, de humeurige serveerster moet toen ook haar glorietijd hebben gehad. De goedkope, gefrituurde gerechten smaken uitstekend en maken het heel aannemelijk dat Schotten de tweede plaats op de wereldranglijst van hartaandoeningen bezetten. 'Bijna iedereen in Glasgow heeft wel eens in de gevangenis gezeten', zegt misdaadauteur Denise Mina, met een prachtig Glasgows accent. 'Of heeft in ieder geval een nacht in een cel doorgebracht wegens dronkenschap. Dat heeft dus nauwelijks sociale betekenis. De klassenverschillen zijn heel klein. Er wonen hier niet veel mensen met een hoop geld, want als je geld hebt, verhuis je naar Londen. Verhalen over misdaad liggen voor het oprapen. We hebben ook het hoogste aantal gevangenen van alle Europese steden. De gevangenis, bekend als Barlinnie, The Big House of The House on the Hill, ligt bijna in het centrum van de stad. Het is een enorm Victoriaans gebouw en de schoorstenen zijn zichtbaar vanaf de autosnelweg.''Misschien ken je de term Black Mariah, die onder meer in Groot-Brittannië en Rusland wordt gebruikt voor een politiebusje. Die uitdrukking komt uit Glasgow. In Govan, waar vroeger schepen werden gebouwd, konden bewoners een penny krijgen als ze dronkaards naar het politiebureau brachten. Een vrouw die Mariah heette, en Black Mariah werd genoemd omdat ze zo vuil was, voorzag daarmee in haar levensonderhoud. Ze laadde de dronkaards in haar kruiwagen en leverde ze af bij het bureau. Glasgow was en is een vreemde plaats, een soort Dublin, met nog slechter weer.'Het eerste deel van de Garnethill-trilogie, geschreven door Denise Mina, werd terecht bekroond als de beste Britse misdaadroman van 1998. Krachtig, treffend, indrukwekkend, zijn een paar superlatieven die haar romans van critici en lezers meekregen. Mens, stad, beschadiging, verdriet, moed: trefwoorden voor drie boeken met een hoofdpersoon die, net als de stad waarin ze leeft, geschonden maar onverwoestbaar is. De ingrediënten voor het verhaal - incest, verstoting, gekte, alcoholisme, geweld - lijken zo loodzwaar dat lezers zich normaal gesproken wel tweemaal zouden bedenken voor ze er zelfs maar aan begonnen. Maar Mina schrijft zo knap, humoristisch en met empathie over haar beschadigde, maar ook kleurrijke, personages, dat het lezen meer dan een spannende ervaring wordt. ' Haar flat stond boven op Garnethill, de hoogste heuvel in de stad. Het uitzicht was er spectaculair, maar de mogelijkheid van verzakking hield de huizenprijzen laag en omdat de heuvel zo steil was, kwamen er weinig buitenstaanders die kant op. Het was een eilandstaatje in het hart van de stad... Ze keek toe hoe de hoge zomerzon net onderging, als een sinaasappel die van een tafel rolt, en merkte opeens dat ze in een blauw, somber licht zat, met een leeg glas in haar hand, rond sluitingstijd uitkijkend over de straat. Ze lapte alle regels aan haar laars en dronk regelrecht uit de whiskyfles, waarbij het kleine vacuüm in de hals de punt van haar tong kuste. Onder aan de donkere heuvel ging een rij oranje straatlantaarns knipperend aan. Het was een mooie stad en Maureen was blij dat ze hier woonde. ' (Uit ' Resolution' -û 'De onwillige getuige'.) De hoofdpersoon uit de trilogie, Maureen O'Donnell, is geboren uit een sterke behoefte van de schrijfster om de conclusies van haar studie over de medische behandeling van vrouwen met psychische stoornissen, en daarbij behorend afwijkend gedrag, voor een groter publiek toegankelijk te maken. 'Als academica gebruik je daarvoor helaas een soort taal, die voor normale mensen onleesbaar is. En zo gaan interessante vraagstukken en ideeën verloren. Onaangename waarheden, als de gevolgen van seksueel misbruik van kinderen, verdienen een beter lot. Ik las in die tijd veel thrillers en merkte dat ik, ook al mocht ik de schrijver en de hoofdpersonen niet, toch door bleef lezen omdat ik wilde weten wat er gebeurd was. Dat leek mij een goed motief om in de vorm van een misdaadserie een hoofdpersoon te introduceren die een psychische aandoening heeft en toch rationeel kan zijn, rationele conclusies kan trekken, en ook vriendschappen kan onderhouden, waardoor ze niet geïsoleerd raakt. Het genre leent zich er ook bij uitstek voor om morele vragen en keuzes aan de orde te stellen. Problemen waar veel mensen iedere dag van hun leven mee kampen. Een betere setting dan Glasgow, een angstaanjagende stad als je haar goed kent, waar mensen tegelijkertijd heel humoristisch zijn over geweld en ellende, had ik mij niet kunnen wensen.'' Voorbij de dure winkels en de glazen winkelcentra in het centrum van Glasgow, aan de overkant van een breed en winderig parkeerterrein, bevond zich de oude vlooienmarkt die Paddy's heette. Gevangen tussen de rivier en een hoog spoorwegviaduct zag de armetierige markt er even georkestreerd uit als Disneyland. Hij bestond uit een reeks wankele kraampjes in de tunnels van de niet langer in gebruik zijnde spoorweg. Bij goed weer stalden de venters hun waar uit in hobbelige steegjes buiten. Wetten bestonden er niet en het fatsoen van de venters bepaalde de regels. Sigaretten waarvoor geen belasting was betaald en goedkope drank waren oké, net als mayonaise waarvan de uiterste gebruiksdatum was verstreken en regalia van fanatiekelingen. Harde porno moest verborgen worden gehouden en de drugsdealers hadden een plek aan het eind van het laantje, bij de rivier, uit de buurt van alle anderen. Het braakliggende terrein voor het laantje, waar de armste venters zich verzamelden, was aanzienlijk kleiner geworden toen de gemeenteraad een deel ervan had ingepikt voor een uitbreiding van het hooggerechtshof. De gemeentebelasting was veel hoger geworden en iedereen wist dat Paddy's stervende was.'Maureen O'Donnell lijkt sinds haar jeugd ondergedompeld te worden in ellende. Haar vader verkrachtte haar, haar familie verstootte haar, haar minnaar werd in haar woonkamer vermoord, haar psychiatrisch verleden maakte haar tot de ideale verdachte. Ze vertoont onaangepast gedrag, drinkt en rookt als de hel, en raakt steeds weer verstrikt in andere kapotte levens, met name die van mishandelde vrouwen. Fanatiek bestrijdt ze - met hulp van haar vriendinnen en haar broer, een ex-drugsdealer - het gajes waarmee ze in aanraking komt. Gedreven door de sterke behoefte iets goeds te doen voor anderen en de goede keuzes te maken, waarbij ze geweld niet schuwt. De verhalen in de drie boeken leiden, zoals dat hoort, tot een ontknoping, die een zekere hoop biedt, al kan van een doorsnee happy end geen sprake zijn. Delen van de stad worden even indringend geportretteerd als de personages. Het kost niet veel moeite Maureen O'Donnell op Paddy's bij een kraampje met schoonmaakproducten te zien zitten. De opmerkzame lezer weet dat haar échte handelswaar, gesmokkelde sigaretten, in de groene afvalbak ligt. De binnenkant van de stad, ontdaan van uiterlijk schoon. En ja, er is die buitenkant die mooi en de moeite waard is. De Gallery of Modern Art, Kelvingrove Art Galley and Museum, The Lighthouse, de Botanic Gardens; de shop-till-you-drop-winkelcentra: The Italian Centre, Buchanan Galleries, Princes Square. Allemaal attracties die een verblijf in Glasgow aangenaam maken. Maar sommige plekken krijgen iets extra's, met de beschrijving van Denise Mina in het achterhoofd. Zoals West End, vaak geroemd als de leukste buurt van de stad. ' In het verleden was West End een vervallen, goedkope wijk geweest. Studenten hadden opeengepakt in vochtige oude huizen gewoond, met boilers die bij elkaar werden gehouden door plakband en lijm. Mannen lieten door de drank geruïneerde huwelijken achter zich en kwamen hier in zitslaapkamers wonen, proberend hun gloriedagen nieuw leven in te blazen. Het was nu een betere wijk. De hausse op de huizenmarkt betekende dat plaatsen die plat waren gebombardeerd en andere vrije plekjes door projectontwikkelaars werden gebruikt om er piepkleine flats voor kleine, magere mensen zonder bezittingen op te bouwen. Leegstaande winkels en dichtgespijkerde garages waren in bezit genomen door sandwichbars en internationale ketens van coffeeshops. De boekhandels waren gesloten, vervangen door winkels met designer-kleren. ' De man ziet eruit als een parodie op een gangster. Een pak met vier schouders, zwart-witte schoenen met verhoogde zolen, vierkante kop met gebroken neus. Omringd door bleke mannen met verbeten working class-koppen. Maar hij is verre van een parodie, een drugshandelaar van importantie kent geen humor. Hij verdwijnt met zijn gevolg in een club met kleine neonletters, waar grote zaken worden gedaan. Denise Mina: 'De misdaad in de stad is geconcentreerd rond drugshandel en dronkenschap. Heroïne neemt hier een enorme plaats in. Twee jaar geleden was er een actie van moeders tegen dealers, nadat een jongen van twaalf een overdosis heroïne had genomen in de flat van een dealer. De rottweiler van de dealer had de schouder van het jongetje doorgeknaagd tegen de tijd dat hij werd gevonden. De moeders liepen met kaarsen langs de huizen van bekende dealers, in de hoop dat ze de kinderen voortaan met rust zouden laten. Het had geen effect. Angstaanjagend, is het niet? Gangsters zijn hier even normaal als fish and chips. Zo woont mijn moeder naast een bankrover, die na een bankoverval in een kano op de rivier Clyde ontsnapte.' Langs de Clyde liggen zeer futuristisch uitziende gebouwen, als het Science Centre, het auditorium en het congrescentrum. Wonderbaarlijke bouwsels die veel bewondering oogsten. Het gerealiseerde toekomstbeeld van een stad die het verleden als een loodzware erfenis nog steeds in zich bergt. Bible John werd nooit gevonden. De afgelopen negen jaar is er elk jaar in het centrum van Glasgow een prostituee vermoord. Is er één dader? Of zijn het er meerdere? In het Rennie Mackintosh Central hotel aan Union Street wordt een traditioneel ontbijt geserveerd. Een Schotse vader en moeder begroeten hun binnenwankelende zoon alsof hij een unieke sportieve prestatie heeft geleverd. Zijn ogen dwarrelen in zijn hoofd, van de grote hoeveelheden drank die hij de vorige avond heeft genuttigd. Gebakken eieren, aardappelen, worst, ham, bloedworst, hij neemt alles. Tussen de grote happen door, vertelt hij in een onverstaanbaar accent over zijn kroegentocht in deze fantastische stad. Good boy, good city. Ineke Van Den Bergen'Glasgow was en is een vreemde plaats, een soort Dublin, met nog slechter weer.'Een hoofd-persoon die, net als de stad waarin ze leeft, geschonden maar onver-woestbaar is.