Aan onze oorsprong liggen wetenschappelijke en pragmatische overwegingen", zegt directeur Wouter Steenhaut van het Archief- en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging (Amsab). Die instelling groeide twintig jaar geleden uit de universiteit Gent. Tot dan moesten studenten en vorsers heroïsche zoektochten organiseren om aan hun bronnenmateriaal te geraken. Veel tijdsdocumenten van invloedrijke figuren of kleine activisten gingen bovendien tegen versneld tempo definitief verloren.
...

Aan onze oorsprong liggen wetenschappelijke en pragmatische overwegingen", zegt directeur Wouter Steenhaut van het Archief- en Museum van de Socialistische Arbeidersbeweging (Amsab). Die instelling groeide twintig jaar geleden uit de universiteit Gent. Tot dan moesten studenten en vorsers heroïsche zoektochten organiseren om aan hun bronnenmateriaal te geraken. Veel tijdsdocumenten van invloedrijke figuren of kleine activisten gingen bovendien tegen versneld tempo definitief verloren. Het archiefmateriaal lag her en der verspreid, bij organisaties en privé-personen. In België was er geen centrum dat zich om de verzameling en ontsluiting van deze waardevolle tijdsdocumenten bekommerde. Bij gebrek aan een Belgische instelling kon een reislustige student of vorser desnoods in het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam de schaarse Belgische papieren consulteren. "Het historisch erfgoed van onze grote organisaties en kleine militanten verkeerde veelal in een erbarmelijke toestand", zegt Steenhaut. "Er was geen kennis, geen infrastructuur en, ergst van al, amper interesse. De papieren slingerden rond op zolders en in kelders. Of ze gingen verloren omdat de nabestaanden geen belangstelling betoonden." Daar kwam midden in de jaren zeventig verandering in. Met de druk vanuit de academische wereld groeide ook binnen organisaties als vakbonden en ziekenfondsen de aandacht voor het eigen verleden. Aan de top van onder meer de socialistische beweging kwamen meer en meer universitair geschoolden met historische belangstelling.WE ZIJN GEEN KLEURARCHIEVEN"We zijn meer dan alleen maar een documentatiecentrum", bevestigt Jan De Maeyer van het Katholiek Documentatie- en Onderzoekscentrum (Kadoc), dat zich toelegt op twee eeuwen binnenkerkelijke evolutie en op de relatie kerk-maatschappij. "We groeiden uit de nood van het onderzoek. Het is geen toeval dat wij Kadoc onmiddellijk een onderzoekscentrum noemden. Onze instellingen hebben een breder werkveld dan alleen geschiedenis. We brengen historisch, pedagogisch,theologisch, psychologisch en economisch onderzoek samen. Zo stimuleren wij de mentaliteitsgeschiedenis die in de jaren zestig opgang maakte. Onze centra tellen, bijvoorbeeld, honderdduizenden foto's. Illustraties van het leven van een gewone boer of arbeider leren veel over het dagelijks leven." De thema-archieven zijn in België een typisch Vlaams fenomeen. Vandaar dat ook de papieren van de Franstalige christen-democraten van de PSC in het Kadoc of die van de Franstalige en Nederlandstalige socialistische vakbond, ziekenfondsen en coöperaties bij het Amsab te vinden zijn. In theorie hadden die papieren net zo goed bij het Algemeen Rijksarchief kunnen terechtkomen. "Zonder een steen naar het Rijksarchief te willen gooien, maar het overdragen van archief is een kwestie van vertrouwen", zegt Wouter Steenhaut. "De meeste organisaties en militanten of verantwoordelijken stelden weinig vertrouwen in het officiële Rijksarchief. Zo zit België nu eenmaal in elkaar. Dat Rijksarchief moet trouwens in de eerste plaats de officiële archieven bewaren. Het heeft geld noch middelen om al die privé-organisaties te prospecteren of om dat materiaal te verwerken." Toch vinden de directeurs hun instellingen geen kleurarchieven en al evenmin typische producten van de verzuiling. "We vonden de verzuiling niet uit, we leggen ze vast", zegt directeur Luc Pareyn van het Liberaal Archief (LA). "Een instelling als het Amsab legt zich ook toe op de nieuwe sociale bewegingen en verwerft dus ook de papieren van, bijvoorbeeld, Greenpeace", aldus Steenhaut. DE MONT PELERIN SOCIETYBegin van de jaren tachtig kregen dat LA en het Archief en Documentatiecentrum voor het Vlaams-nationalisme (ADVN) vorm. Zoals de collega's verzamelen ze archieven van de meest uiteenlopende aard: correspondentie of andere persoonlijke documenten, dagboeken, kranten, tijdschriften, maar ook films, affiches of vlaggen. "We hebben een onderzoeksopdracht én een bewaarfunctie", meent Frans-Jos Verdoodt van het ADVN. "We bewaren documenten over alle organisaties die van dicht of van ver iets met het Vlaams-nationalisme te maken hebben, hebben de papieren van alle naoorlogse Vlaams-nationale partijen, uiteraard veel over collaboratie en repressie en documenten van belangrijke figuren als Cyriel Verschaeve, Frans Daels of, recenter, Maurits Coppieters en Hugo Schiltz." Het Liberaal Archief koestert de papieren van de liberale partij, sinds de stichting in 1846, en van grote en kleine nevenorganisaties gaande van het Willemsfonds tot de lokale fanfare of toneelkring. Ook raadpleegbaar zijn de stukken van de Mont Pèlerin Society, genoemd naar het hotel in het Zwitserse Montreux waar Friedrich August von Hayek en zijn geestesgenoten eind jaren veertig de basis voor het neoliberalisme legden. Pareyn: "We verzamelen over het liberalisme in zijn meest uiteenlopende vormen, van het libertarisme tot het neoliberalisme." Ook de andere instellingen moeten in het buitenland op prospectie. Het Amsab boorde, na het slopen van het IJzeren Gordijn, in Moskou een goudader aan. Veel vermiste papieren over de Vlaamse linkerzijde waren in de Sovjet-Unie terechtgekomen, nadat ze in de Tweede Wereldoorlog hier eerst door de nazi's waren weggehaald. Het ADVN hoopt in Latijns-Amerika nog materiële sporen te vinden van de collaborateurs die ginds een tweede leven begonnen. "Voor het Kadoc leiden alle wegen naar Rome", zegt Jan De Maeyer over de rijke documentatie Belgisch kerkarchief in het Vaticaan.DE PAPIEREN VAN WILLEM ELSSCHOTSinds de erkenning in het decreet van 1985 (zie kader) legden de instellingen een grote activiteit aan de dag. Twee derde van de binnenkomende documentatie wordt onmiddellijk ontsloten. Er kwamen tentoonstellingen en publicaties (zoals nu "Begeert heeft ons aangeraakt" over socialisme en seksualiteit, opgezet door het Amsab). De infrastructuur werd uitgebouwd. Maar de middelen zijn ontoereikend, vinden de vier directeurs. Ze vragen om een grotere "structurele tussenkomst" van de Vlaamse overheid. Dit jaar bedraagt die voor de vier instellingen samen 54 miljoen frank. De middelen bleven al die tijd ongeveer dezelfde. Het archief vervijfvoudigde op tien jaar tijd en was in 1997 dertien kilometer lang. In vergelijking met 1986 komen vier keer meer (bijna zevenduizend) bezoekers de documentatie raadplegen. "Als we dezelfde kwaliteit willen blijven leveren, moeten de middelen de hoogte in", klinkt het in koor. De verwachtingen van de bezoekers en de potentiële donateurs groeien en de informatisering kost geld. Ter vergelijking: het Amsterdamse Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis krijgt het dubbele van de vier Vlaamse instellingen samen, de Zweedse tegenhanger het viervoudige. De Deense equivalent van het Amsab ontvangt meer dan twee keer zoveel overheidssteun (35 tegenover 15 miljoen frank). "Inzake publicaties, tentoonstellingen en bestanden behoren wij in Europa tot de middelgrote instellingen", zegt Wouter Steenhaut. "Inzake subsidies zitten we bij de kleintjes." Voor dit jaar was er een verhoging van de middelen met vijftien miljoen frank beloofd, maar die is er niet gekomen. Niet alleen de thema-archieven vragen overigens extra geld. Met de rel rond de papieren van Willem Elsschot dook opnieuw de vraag op om eindelijk middelen uit te trekken om een literair archief te kunnen aankopen. Peter Renard