In zijn jongste nummer publiceert Tribune, het blad van ACOD-ABVV, een interessant vraaggesprek met de bekende Gentse politicoloog Carl Devos. Daarin noemt de altijd vrijmoedige professor het colloquium dat de Vlaamse vleugels van de christelijke en de socialistische vakbonden ACV en ABVV organiseerden om de samenvallende feesten van Rerum Novarum en 1 mei luister bij te zetten, een gemiste kans.
...

In zijn jongste nummer publiceert Tribune, het blad van ACOD-ABVV, een interessant vraaggesprek met de bekende Gentse politicoloog Carl Devos. Daarin noemt de altijd vrijmoedige professor het colloquium dat de Vlaamse vleugels van de christelijke en de socialistische vakbonden ACV en ABVV organiseerden om de samenvallende feesten van Rerum Novarum en 1 mei luister bij te zetten, een gemiste kans. Devos vond het behoorlijk absurd om na dat colloquium een verklaring over de interpersoonlijke solidariteit te ondertekenen zónder daar de Franstaligen bij te betrekken. De afwezigheid van Franstalige vakbondslui had, zo werd uitgelegd, te maken met zogenaamde cultuurverschillen. Die cultuurverschillen zijn reëel. Bij de Waalse christelijke bond wordt Rerum Novarum al decennialang niet meer gevierd. Bij ABVV-FGTB werd de Vlaamse Mia De Vits als voorzitter letterlijk buitengekeken door de Waalse vleugel omdat zij al te hervormingsgezind was. Het verschil in communautaire inzichten heeft bij de socialistische metalo's zelfs tot een heuse tweespalt geleid. Het unitaire karakter van het middenveld is schone schijn, en de kopstukken van de arbeidersbewegingen beseffen dat ook. Maar om die schijn op te houden blijft iedereen zich scharen achter de allengs inhoudsloze ' interpersoonlijke solidariteit' - het laatste excuus om niet te hoeven meewerken aan een doorgedreven staatshervorming. Overigens, waar moet het bestaan van die interpersoonlijke solidariteit in België vandaag nog uit blijken? Uit de ruim 1,5 miljoen armen die het land telt? Uit onze pensioenen die al lang niet meer volstaan om een verblijf in een rusthuis te betalen en die zelfs de verpaupering - een kwart van de armen zijn 75-plussers - in de hand werken? Of blijkt die solidariteit uit de fors gestegen factuur voor de gezondheidszorg, waarvan de zieken vandaag minstens 28 procent en in geval van ernstige kwalen zelfs meer dan 40 procent zelf moeten betalen? Hoe zit dat eigenlijk met de solidariteit in een land dat volgens de Europese Centrale Bank tot 33 procent van zijn middelen verspilt en waar de minister van Financiën zonder verpinken komt vertellen dat zijn diensten kampen met een fiscale achterstand van ruim 31 miljard euro? Hoe kan de federale staat de solidariteit in stand houden als amper 4 miljoen werkenden, waarvan 700.000 in overheidsdienst, het sociale systeem en de welvaart van 10,5 miljoen Belgen moeten schragen? Die solidariteit blijkt alvast niet uit het primair inkomen van de Walen, dat 26 procent lager ligt dan dat van de Vlamingen. En hoe groot is momenteel de interpersoonlijke solidariteit van dat middenveld, zeg maar de vakbonden en hun beschermde kaderleden, met het toenemende aantal woonwagen- en caravanbewoners in Henegouwen, een provincie die stilaan als een economisch probleemgebied mag worden beschouwd? Sociale solidariteit heeft door het uiteenrafelen van de natiestaat - deels verdampt in een groter Europees geheel, deels verbrokkeld tot regionale entiteiten - een andere inhoud gekregen. Bovendien zijn de oude sociale bouwwerken uitgewoond en moet de federale overheid, uitgerust met middelen van toen in een wereld van nu, erkennen dat de verbintenissen van gisteren niet meer kunnen worden nageleefd. De naoorlogse overlegmachinerie was gericht op het verdelen van macht en geld. Maar zo werkt het niet meer. Het geld is op. Ook de kopstukken van het middenveld moeten vandaag toegeven dat te weinig mensen werken om de kost te verdienen voor medeburgers die niet werken. Alleen weigeren zij vooralsnog de consequentie van die vaststelling onder ogen te zien: een geregionaliseerde aanpak van arbeidsmarkt, fiscaliteit en sociale zekerheid en een verregaande responsabilisering van de deelgebieden. Intussen blijft de federale staat, die allang geen werkelijke macht meer uitoefent - de jongste Electrabel-episode is een illustratie van die onmacht - één grote zelfbedieningszaak. De notionele-interestaftrek kost de federale schatkist dit jaar alleen al een bruto bedrag van 3 miljard euro. Die notionele-interestaftrek is een blinde maatregel, een cadeau voor de werkgevers zonder enige resultaatsverbintenis, zegt eregouverneur Fons Verplaetse van de Nationale Bank verderop in het blad. Als leden van de regentenraad hebben de voorzitters van de twee grote vakbonden er onlangs mee ingestemd dat de Nationale Bank van België de notionele-interestaftrek toepaste. Het leverde de totaal overbodig geworden instelling een fiscaal voordeel van 17 miljoen euro. Dat zijn 17 miljoen euro onttrokken aan de fiscale opbrengsten waarmee het sociale systeem in toenemende mate wordt gefinancierd. In naam van de interpersoonlijke solidariteit? blogs.knack.be/vancauwelaert/door Rik Van Cauwelaert