INFO : Orhan Pamuk, 'Istanbul. Herinneringen en de stad', Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 414 blz., euro 25.
...

INFO : Orhan Pamuk, 'Istanbul. Herinneringen en de stad', Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam/Antwerpen, 414 blz., euro 25.Even leek het erop dat Orhan Pamuk dit jaar al de Nobelprijs voor Literatuur zou krijgen. Omdat hij in een interview strenge woorden had gebruikt over de behandeling van Koerden en Armeniërs door de Turken werd hij door Turkse nationalisten in het vizier genomen. Zijn boeken werden op brandstapels gegooid en hij werd met de dood bedreigd. In september werd hij zelfs aangeklaagd omdat hij 'de Turkse identiteit' zou hebben beledigd. Als zijn zaak in december voorkomt, riskeert Pamuk enkele maanden cel. Een verhaal wil dat een deel van het Nobelprijscomité dit een voldoende reden vond om hem te onderscheiden. Het zou jammer zijn geweest. Want Orhan Pamuk is een uitstekende schrijver die aan een oeuvre werkt dat de prijs vooral op basis van zijn literaire kwaliteiten verdient. Het zou niet verbazen als zou blijken dat de schrijver daar zelf ook zo over denkt. Hij pleit voor een verdere toenadering tussen Turkije en de Europese Unie. Maar tegelijk breekt hij ook een lans voor de eigenheid van zijn land. Een hoofdthema in zijn werk, in de romans Sneeuw en Ik heet Karmozijn bijvoorbeeld, is de voortdurende tweestrijd die Turkije voert. Het verlangen om de westerse cultuur te omarmen en tegelijk de angst om er te dicht bij in de buurt te komen. Tegenover een pleidooi voor democratie en vrije meningsuiting staat begrip voor de woede van de kleine Turk die niet aan zijn lot kan ontsnappen. Dat Orhan Pamuk aan een oeuvre schrijft dat onderscheidingen verdient, blijkt opnieuw uit Istanbul. Herinneringen en de stad, dat enkele weken geleden in het Nederlands verscheen. In de rand van een gesprek over Turkije en de Europese Unie vertelde Pamuk in september aan Knack dat hij dat boek voor de helft schreef als een autobiografie tot de leeftijd van 22 jaar en voor de helft als een essay over zijn stad. Het is, met andere woorden, het verhaal van de jonge Pamuk en hoe die als een jonge hond door Istanbul liep en in zijn straten verdwaalde. Het is ook een verhaal over de vergankelijkheid van alle dingen. Van de stad die om haar verleden treurt, van de traditionele familiestructuur, van vriendschappen en relaties, van het leven zelf. 'De Duits-joodse filosoof Walter Benjamin zei ooit dat boeken over steden door twee soorten mensen worden geschreven', zei Pamuk. 'Mensen die van buiten de stad komen hebben de neiging om er de exotische kant van te zien. Mensen die er geboren en opgegroeid zijn, willen in de eerste plaats herinneringen opschrijven. Ik accepteerde dat mijn boek voor een groot deel uit herinneringen zou bestaan.'Eigenlijk wou de jonge Orhan Pamuk schilder worden. 'Ik liep door de straten van Istanbul en tekende, fotografeerde en keek op de manier van Maurice Utrillo en Camille Pissarro. De vraag die ik me stelde, was: waarom vind ik dit mooi? Waarom vonden Gustave Flaubert en Gerard de Nerval dit mooi? Ik liep in hun voetsporen en besefte dat ze een generatie Turkse schrijvers hebben beïnvloed die mij op hun beurt zestig jaar later op weg hebben gezet.'Het antwoord op de vraag naar de schoonheid van de kapotte stad was eigenlijk eenvoudig: melancholie. Pamuk koesterde de tristesse in wat hij zag omdat Istanbul ooit een grote, belangrijke, keizerlijke stad was geweest. Het centrum van een wereld. 'Wat daarvan overbleef, was de architectuur. En in die architectuur werd ik geboren. De straten en de huizen herinnerden er mij voortdurend aan dat dit ooit een plek van belang was geweest, die nu in zichzelf gekeerd in een provinciale stilte was gevallen. Dat was een vorm van nationalisme die mij wel aanstond omdat ze niet tegen anderen was gericht. Niet agressief, maar altijd vol twijfel.' Het boek gaat dus niet over de stad die in de voorbije halve eeuw spectaculair van een miljoen naar tien miljoen inwoners groeide en nu soms bij momenten op een westerse metropool lijkt. Pamuk schuift de decorstukken van het oriëntalisme opzij, kijkt achter de schermen en beschrijft een stad waarin 'mensen zich grijs en schimmig kleden omdat ze geen aandacht willen trekken en waarover altijd een gevoel van verslagenheid en verlies hangt'. Op het omslag lopen mensen in de regen onder een paraplu over de bekende Galatabrug. Maar hoe erg het leven ook is, de Istanbuler is toch dit gegund: hij kan altijd nog een eindje langs de Bosporus wandelen. Dat is ook voor Orhan Pamuk een troost in barre tijden. Hubert van Humbeeck