Minister Karel Pinxten (CVP) zinkt net als zijn collega's weg in de beleidsimmobiliteit. De verkiezingskoorts sloeg dit keer vroeg toe, en ze slorpt veel energie op. Regeringsleden beperken zich tot het noodzakelijke. Als minister van Landbouw heeft de Limburgse excellentie deze maand in zijn agenda nog een doorslaggevende Europese ministerraad, waar beslissingen moeten vallen die de boeren pijn doen. Verder wil Pinxten er zijn identificatiechip voor paarden nog doorkrijgen. Daarmee wil hij diefstallen van hengsten en merries beteugelen, maar de paardenwereld toont zich niet altijd even opgezet met het initiatief omdat het een halt toeroept aan sommige lucratieve handeltjes in stamboekpapieren. En dan zit de minister nog met de ongevallen, zoals nu met de royaal chemisch bespoten peren in zijn eigen electorale achtertuin.
...

Minister Karel Pinxten (CVP) zinkt net als zijn collega's weg in de beleidsimmobiliteit. De verkiezingskoorts sloeg dit keer vroeg toe, en ze slorpt veel energie op. Regeringsleden beperken zich tot het noodzakelijke. Als minister van Landbouw heeft de Limburgse excellentie deze maand in zijn agenda nog een doorslaggevende Europese ministerraad, waar beslissingen moeten vallen die de boeren pijn doen. Verder wil Pinxten er zijn identificatiechip voor paarden nog doorkrijgen. Daarmee wil hij diefstallen van hengsten en merries beteugelen, maar de paardenwereld toont zich niet altijd even opgezet met het initiatief omdat het een halt toeroept aan sommige lucratieve handeltjes in stamboekpapieren. En dan zit de minister nog met de ongevallen, zoals nu met de royaal chemisch bespoten peren in zijn eigen electorale achtertuin. Als minister van kleine en middelgrote ondernemingen heeft hij zijn voorgenomen werk zo goed als klaar. In de voorbije jaren is het sociaal statuut van de zelfstandigen - zoals hun sociale zekerheid heet - op vele plaatsen bijgepleisterd. Vooral de financiële balans van het sociaal statuut ziet er na vele jaren van zware zorgen nu weer best toonbaar uit. Afgelopen jaar hield het van de 129 miljard frank inkomsten 3,6 miljard frank als boni over. De minister is trots op deze krachttoer.De grote groei van het aantal zelfstandigen in bijberoep is voor de financiering van de sociale zekerheid toch wel echt een meevaller.Karel Pinxten: Zeker. Het aantal bijberoepers - werknemers die in hun vrije tijd als zelfstandige bijwerken - groeit krachtiger dan het aantal zelfstandigen in hoofdberoep. Veertig procent van hen stoot door als zelfstandige in hoofdberoep. Daar hebben de zelfstandigen soms schrik van wegens extra concurrentie van mensen met een inkomen als werknemer. Maar als zij hun sociale bijdragen en belastingen betalen is er niets aan de hand. Ik heb hun sociale bijdragen gelijkgeschakeld aan die van de zuivere zelfstandigen. Hun solidariteit is versterkt, zij zijn zelfs solidairder dan de zelfstandigen in hoofdberoep. Die bijberoepers betalen immers ook sociale bijdragen in de werknemersregeling en zijn daar verzekerd. Zij betalen wel bijdragen maar hebben geen rechten in het sociaal statuut van zelfstandigen. Bovendien stopt de overheid in de sociale pot van de zelfstandigen proportioneel veel meer subsidies dan in die van de werknemers.Pinxten: Verhoudingsgewijs gaat even veel naar de werknemers als naar de zelfstandigen. Dat blijkt niet meteen uit de cijfers.Pinxten: Toch wel. Tegenover de bijdragen van de werknemers en die van de zelfstandigen staat een gelijkwaardige overheidsinbreng. De sociale zekerheid van de werknemers krijgt natuurlijk ook werkgeversbijdragen. De werkgevers, die in het statuut van de zelfstandigen zitten, zijn solidair met de sociale zekerheid van de werknemers. Is die solidariteit niet gewoon loonkost?Pinxten: Daar bestaat discussie over, ze is gelukkig getranquiliseerd. Is het sociaal statuut niet een te laag gespannen vangnet?Pinxten: Mijn ervaring is dat ze in de wereld van de kleine en middelgrote ondernemingen, de zelfstandige ondernemers en de vrije beroepen heel erg houden aan de specificiteit van hun statuut. Zij kiezen doelbewust - met alle onzekerheden en risico's van dien - voor een minimale sociale verzekering en zorgen zelf voor hun appeltje voor de dorst. Een appeltje dat nu de vorm heeft van privé-verzekeringen, voor een aanvullend pensioen, de kleine gezondheidsrisico's, de arbeidsongeschiktheid en moederschapsuitkering. Die sector is bijzonder gesteld op zijn vrijheid en zelfstandigheid. Nochtans vallen er klachten te horen over de lage kinderbijslag en het bescheiden wettelijk pensioen.Pinxten: Het is het een of het ander. Zij kunnen niet kiezen voor basisuitkeringen met daaraan gekoppeld lage sociale bijdragen en dan uitkeringen wensen die overeenstemmen met hoge bijdragen. De zelfstandigen weten dat wel. Bevlogen hervormers bepleiten nu de fusie van de drie stelsels van sociale zekerheid: van werknemers, zelfstandigen en overheidspersoneel. Staat dat niet haaks op de keuze van de zelfstandigen?Pinxten: Ik pleit voor afzonderlijke sociale stelsels. Omdat zowel werknemers als zelfstandigen hun eigen wensen hebben en andere accenten leggen. Het ziet er trouwens veeleer naar uit dat de werknemers onze goede voorbeelden zullen moeten volgen. Goede voorbeelden?Pinxten: In het sociaal statuut van de zelfstandigen zijn de bijdragen berekend op geplafonneerde inkomens. Geen bijdragen boven een jaarinkomen van 2,7 miljoen frank. Eerste minister Jean-Luc Dehaene verdedigt nu hetzelfde voor de hogere werknemersinkomens - er bestaat een onevenwicht tussen hun bijdrage en de uitkeringen. Met het vrij aanvullend pensioen boven het basispensioen zitten de zelfstandigen al in het kapitalisatiestelsel, waar nu zovelen voor pleiten. Ikzelf heb geweigerd de reductiecoëfficiënt te laten afschaffen voor vervroegd pensioen, wat voor de werknemers wel is gebeurd. Elk jaar pensioen voor 65 jaar kost vijf procent op de pensioenuitkering. Het is een prikkel om de pensioenleeftijd weer te verhogen. Absoluut noodzakelijk om de pensioenstelsels financieel leefbaar te houden. Het werknemersstelsel zal zich inspireren op het stelsel van de zelfstandigen. Dat is mijn pronostiek. De federalisering van de sociale zekerheid staat volop ter discussie. Kunnen de zelfstandigen zich in dit politiek debat terugvinden?Pinxten: Helemaal niet. Voor de federalisering van de gezondheidszorgen en de kinderbijslag - de niet-beroepsgebonden risico's - bestaat geen politieke draagkracht in de Vlaamse wereld van zelfstandigen. Het zou namelijk betekenen dat voor die twee sociale sectoren werknemers en zelfstandigen in eenzelfde sociale zekerheid terechtkomen. Dat gaat ten eerste in tegen het eigen sociaal statuut dat de zelfstandigen koesteren. Ten tweede zouden zij hun sociale bijdragen met twintig procent zien verhogen. Absoluut onaanvaardbaar op een ogenblik waarop iedereen het heeft over de noodzaak van sociale lastenverlaging. Intussen doen er zich toch schrijnende problemen voor met invaliden en mensen die failliet draaien. Hun uitkeringen liggen onder de armoedegrens.Pinxten: Wij hebben die problemen aangepakt en in het verlengde daarvan moet een volgende regering verder gaan. De invaliden, die hun zaak moesten stopzetten, moeten een hogere uitkering krijgen om op een correcte wijze verder te leven. Zij hebben geen ander inkomen. Dat is een prioriteit. De zelfstandigen moeten daartoe de nodige solidariteit opbrengen. Om het financieel evenwicht van het stelsel niet in het gedrang te brengen is een meerjarenprogramma aangewezen. De faillissementsverzekering hebben wij ingevoerd. Wij geven zuurstof aan de gefailleerden. Zij behouden een tijd hun sociale rechten en krijgen enkele maanden een uitkering. Dat kan nog beter. Maar het is ook nodig de maatschappij te leren omgaan met zelfstandigen die failliet gingen. Zij behoeven geen brandmerk. In de meeste gevallen is die tegenslag trouwens niet eens hun schuld, maar een gevolg van externe factoren, zoals cascadefaillissementen. Voor de pensioenen moeten de zelfstandigen meer mogelijkheden krijgen - fiscale stimulansen - om een aanvullend pensioen te vormen. Het is juist dat een zelfstandige die niet voldoende succesvol is om een bijkomend pensioen te vormen, in zijn oude dag met een probleem zit. Het aantal startende zelfstandige ondernemers neemt af. Is het sociaal statuut daar debet aan?Pinxten: De sociale zekerheid moet investeren in een startersbeleid, met bijdrageverlagingen over langere termijnen. Voor het sociaal statuut is een voldoende instroom van starters zeer belangrijk. Guido Despiegelaere