Christen-democratische regeringsleiders hebben iets met dieren. Sommigen flippen op Brabantse trekpaarden, anderen zien het iets groter. In een recent interview werd Helmut Kohl gevraagd met welk beest hij zich het meest verwant voelt, een vos of een dinosaurus. De kanselier hoefde niet na te denken: "Ik ben niet zo listig als een vos, de dinosaurus bevalt me beter. Hij is weliswaar uitgestorven, maar het heeft wel een tijd geduurd."
...

Christen-democratische regeringsleiders hebben iets met dieren. Sommigen flippen op Brabantse trekpaarden, anderen zien het iets groter. In een recent interview werd Helmut Kohl gevraagd met welk beest hij zich het meest verwant voelt, een vos of een dinosaurus. De kanselier hoefde niet na te denken: "Ik ben niet zo listig als een vos, de dinosaurus bevalt me beter. Hij is weliswaar uitgestorven, maar het heeft wel een tijd geduurd." Enige humor is Kohl niet vreemd, zeker niet als hij op kiescampagne trekt en er voor iedere stem geknokt moet worden. "Ik geniet ervan. De helikopter die landt, in de Kneipe vlug een paar spiegeleieren doorslikken, bang afwachten of er volk opdaagt, de organisatoren die zich aan geen voorspelling durven wagen en dan de verwondering dat ze met duizenden op de markt staan. In Münster waren het er twaalfduizend, onder wie veertig procent jongeren. Dat zijn tekenen die niet bedriegen en het beste laten verhopen. Jullie zullen allemaal nog verbaasd opkijken." Zestien jaar, een record in het naoorlogse Duitsland, is Kohl kanselier en nog heeft hij er niet genoeg van. Meer dan hij kon hopen, realiseerde hij of viel hem in de schoot, en met de Duitse eenmaking en de Europese muntunie kreeg hij een plaats in de geschiedenisboeken. En de standbeelden komen er ook, zo gauw hij zijn laatste adem uitblaast. Hij kon in schoonheid eindigen, maar verkoos een nieuwe kiescampagne en de waarschijnlijke nederlaag. Waarom? Iedereen heeft er het raden naar en Kohl zelf geeft antwoorden die weinig overtuigen. "Ik wil de bakens voor de nieuwe eeuw helpen uitzetten en Europa een stuk verder helpen. Binnenkort wordt immers beslist hoe het Europees huis er zal uitzien. Wordt het een centralistische moloch of een gedecentraliseerde Unie?" Voorgekauwde kost dus, die de ware motieven veeleer verhult dan verduidelijkt. En toch. Vier jaar terug verwees Kohl eveneens naar Europa. Hij moest doorgaan omwille van de muntunie die er - dat geeft zelfs de grootste Kohl-criticus vandaag toe -, zonder hem nooit was gekomen. De Europese drijfveer in zijn optreden kan bezwaarlijk onderschat worden en deed hem boven zichzelf en de eigen vooroordelen uitstijgen. Hij had het zich een stuk makkelijker kunnen maken, indien hij zijn toespraken wat Duitser en nationalistischer had gekleurd. Op 27 september zou hij op een pak stemmen meer kunnen rekenen, indien hij de muntunie verdaagd had en nog eens met de harde mark naar de verkiezingen was getrokken. Ondanks de druk van de Bundesbank en veel politieke bondgenoten, onder wie de Beierse minister-president Edmund Stoiber, gaf Kohl echter geen krimp. Die standvastigheid verbaasde veel vrienden, alle politieke tegenstanders en de meeste commentatoren. ZE MAKEN EEN DORPSIDIOOT VAN MESinds Kohl in 1982 Helmut Schmidt deed struikelen en zelf kanselier werd, verschijnen elk jaar wel enkele biografieën over hem. Onderhand zijn dat er vele tientallen. Ze overtreffen de kanselier, die de 120 kilogram probleemloos overschrijdt, in gewicht. In het begin werd Kohl er als een uitgekookte, machtsgeile apparatsjik geportretteerd. Een bekrompen provinciaal uit Oggersheim, het gehucht in Ludwigshafen waar de honkvaste Kohl werd geboren en nog steeds woont. Een man zonder visie die het aan elke intellectuele allure ontbrak. Zijn fysieke verschijning, zijn taal, zijn manke beeldspraak: in alles was hij het tegendeel van zijn voorganger. Met zijn 1m93 verpersoonlijkte hij de Duitse middelmaat, domheid en zelfs platvloersheid. Zijn medewerkers probeerden veel om dat kwalijke imago bij te sturen en wezen de media erop dat de kanselier een geletterd man was, een academicus die zich doctor in de filosofie mocht noemen. Ze maakten de zaak er alleen maar erger mee, want het eindwerk waarmee Kohl zijn titel binnenhaalde, bevestigde vooral de enge horizon van de kanselier. Het onderwerp: de politieke ontwikkeling in de Pfalz en het opnieuw ontstaan van de politieke partijen na 1945. Vooral de beschrijving van het karakter van de Pfälzer, naar verluidt de meest originele bijdrage in het werk, trok de aandacht. "De Pfalz", zo schreef de jonge academicus, "wordt door een vrolijke mensensoort bewoond, die openstaat voor de wereld, graag met anderen samenleeft en de hedendaagse geneugten niet versmaadt. Van dogmatisch denken is hij zeer afkerig." Voor dat zelfportret gaf zijn promotor hem een cum laude en enkele maanden later prijkte Doctor Helmut Kohl op de CDU-lijst voor de deelstaatverkiezingen in Rheinland-Pfalz. De 29-jarige werd meteen verkozen; allicht dankzij de doctorstitel. Hoewel Kohl al geruime tijd tot de groten der aarde behoort en hij in binnen- en buitenland tot een cultfiguur uitgroeide, steekt die reputatie van "grote, domme jongen" hem nog altijd. Vorige week nog haalde hij naar de SPD uit omdat zij hem destijds tot de man uit Oggersheim uitriep. "Het is een vondst van hun Abteiling Propaganda. Omwille van mijn accent probeerden ze van mij een Dorftrottel (dorpsidioot) te maken, de antipode van de Weltgeist Schmidt." Misschien is deze kiescampagne zijn zoveelste revanche op die kleinerende commentaren. Het moet zijn eigenliefde strelen dat heel deze kiesstrijd rond hem draait. Meer nog dan de werkgelegenheid en de vreemdelingenproblematiek is Kohl het echte thema van deze verkiezingen en vooral de SPD hamert erop dat het allemaal over Kohl gaat. Op tienduizenden kaartjes die over het hele land werden verspreid, gaven ze negen goede redenen waarom er nu voor de sociaal-democraten moest gestemd worden: tewerkstelling, sociale zekerheid, gezondheidszorg, onderwijs enzovoort. En dan was er een tiende reden, de belangrijkste, maakte de opmaak duidelijk: Helmut Kohl. Op de meetings van de SPD is Kohl de meest gehoorde naam en het valt op dat het vuur pas in de pan slaat als de toehoorders het "Kohl moet weg"-refrein aanheffen. Daarmee maken de sociaal-democraten de kanselier nog belangrijker dan hij al is. Op 27 september zal blijken of deze indirecte propaganda een geniale vondst dan wel een absolute miskleun was. Kohl kan zich alleszins in een meer dan normale belangstelling verheugen. De meetings zijn bijna happenings geworden, want iedereen wil - allicht voor de laatste keer - de "eeuwige kanselier" nog eens in actie zien. Nu al is hij een monument, de icoon van de republiek, een attractie die bij velen nostalgische gevoelens losmaakt. In zijn altijd donkere regenjas troont de sombere kolos op het podium en probeert hij het publiek duidelijk te maken dat hij hen zestien goede jaren bezorgde. Meer dan een uur lang praat hij met zware, soms kortademige stem. De helft van de tijd gaat het over Europa, Rusland en de uitdagingen waarmee het continent wordt geconfronteerd. Stuk voor stuk onderwerpen die de populisten schuwen, maar waar Kohl, spijts de bedenkingen van zijn media-adviseurs, niet wenst over te zwijgen. Voor de conservatieve provinciaal uit Oggersheim lijkt het belangrijkste land het buitenland. Op het einde, als de handen op elkaar gaan, zwaait hij even met de armen. Een beetje loom, maar dat heeft minder met leeftijd dan met het grote, logge lijf van doen. Het stoort hem niet dat ze hem der Alte noemen. Zijn politieke grootvader Konrad Adenauer die veertien jaar op post bleef, was 73 toen hij in 1948 voor het eerst kanselier werd en negentig toen hij er als CDU-voorzitter mee kapte. Kohl die al op zijn 52ste - nog een record - de regering leidde, moet nog 69 worden. IK BEN EEN NATSCHEERDERIn 1976 - hij was nauwelijks 46 jaar - deed Kohl zijn eerste gooi naar de macht. Hij verloor toen van Willy Brandt, maar de Union van CDU en CSU behaalde wel 48,6 procent van de stemmen: beduidend meer dan vier jaar voordien. Kohl was toen al drie jaar partijvoorzitter - een kwarteeuw later is hij dat nog steeds - en had de partij na een desastreus resultaat in 1972 een grondige opknapbeurt gegeven. Onder Adenauer was de CDU nauwelijks meer dan een Kanzlerwahlverein die de kanselier loofde, zijn marsrichting prees en de heer dankte voor al het moois dat hij de partij had toevertrouwd. Een partijapparaat bestond er nauwelijks, de notabelen uit de deelstaten deelden de lakens uit. Vanaf 1973 kreeg de partij een moderne structuur, een gevormd kader en trok het hoofdbestuur in Bonn steeds meer macht naar zich toe. De eerste die er voordeel uit puurde, was Kohl zelf. Zo werd hij al in 1976 kanselierskandidaat en bleef hij - spijts de nederlaag - overeind. Na dertien jaar oppositie mocht hij Schmidt opvolgen, toen die door de liberalen in de steek werd gelaten. Hij kreeg de voorkeur op de Beierse stormram Franz Josef Strauss, die in 1980 de verkiezingen verloor en Kohl als de absolute leegte beschouwde en behandelde. Kohl was nauwelijks zestien jaar toen hij tot de CDU toetrad. Vlugger dan de anderen leerde hij hoe je macht moet veroveren, gebruiken en behouden. Intelligente en doortastende medestanders als Kurt Biedenkopf, Lothar Späth en Heiner Geissler met wie hij in de jaren zeventig de lokale potentaten buitenspel zette, bleken een decennium later zelf uitgerangeerd. En toch ontkent Kohl dat hij verslaafd is aan macht. "Ik ben een natscheerder en tweemaal per dag sta ik voor de spiegel. Elke keer kijk ik me dan diep in de ogen, noem het een gewetensonderzoek. Dan vraag ik me af of ik me als een potentaat gedraag of de ijdelheid me naar het hoofd stijgt." Onmiddellijk nadat hij Biedenkopf en Co. uitschakelde, viel de Berlijnse Muur en werd Kohl voor de derde keer op rij kanselier. Sindsdien gebeurt er in de CDU niets van enig belang, waar hij niet vooraf zijn zegen over geeft. Wie er op een congres praat en hoelang er geapplaudisseerd wordt, Kohl beslist het allemaal. Hij maakt en kraakt carrières en zorgt dat iedereen in de pas loopt. Zonder dat de partijleiding om advies werd gevraagd of enige inspraak kreeg, duidde hij vorig jaar zijn opvolger aan. Fractieleider Wolfgang Schäuble (55), die in 1990 door een geestesgestoorde werd neergeschoten en zich sindsdien alleen in een rolstoel verplaatst, moest later zijn taak verderzetten. Niemand die protesteerde, alleen over dat "later" was veel te doen. In volle campagne drongen de liberalen erop aan dat Schäuble al over twee jaar de fakkel zou overnemen. Kohl moest dat plechtig toezeggen. Een zeer verstoorde kanselier bedankte feestelijk. Hij bromde dat hij voor de volle legislatuur kandideert en dat hij er verder geen woorden meer aan vuil maakt. Het ongenoegen van Kohl valt te begrijpen. Sinds hij in 1982 kanselier werd, koppelde hij zijn lot aan de liberalen. Hij hoeft geen grote coalitie en als die toch onvermijdelijk is, dan zonder hem. Die duidelijkheid heeft de FDP een paar keer over de kiesdrempel getild, maar nu wil ze zo vlug mogelijk van Kohl af. Hoewel ook Schäuble voortdurend herhaalt dat hij niet in een grote coalitie gelooft, neemt iedereen aan dat hij de stap wel zal zetten. Hij heeft daarvoor goede redenen. Een CDU die alleen met de FDP wil optrekken, loopt het risico in de woestijn te belanden wanneer de liberalen onder de vijf procent zakken. Zeker na de rotslechte score in Beieren is het niet langer denkbeeldig dat de FDP op 27 september uit het federale parlement verdwijnt en de CDU aan alternatieve coalities moet sleutelen. Nu, zo'n taak is Schäuble toevertrouwd. Hij is intelligent en deskundig, vreest geen enkel debat en kan op de steun van de achterban en de jonge partijkaders rekenen. Hoewel hij tot aan het middel verlamd is, slaagt hij er telkens opnieuw in om een congres te bezielen. In de tot de nok gevulde Westfalenhalle in Dortmund, waar de CDU de eindsprint van de campagne inzette, won hij het op de applausmeter afgetekend van alle concurrenten. Alleen der Alte scoorde nog iets beter. VREEMDELINGEN EN JODEN BUITENHet is niet ongewoon dat CDU-politici hun toespraken met een oproep für unser Deutsches Vaterland afsluiten. Kohl doet het meestal, Schäuble altijd en in tegenstelling tot de kanselier is het bij hem geen verplicht nummer. Ondanks zijn reputatie van kille rationalist, trilt zijn stem als hij over het vaderland spreekt. Heel nadrukkelijk komt hij voor Duitse belangenbehartiging in de buitenlandse politiek op. Zoals zijn generatiegenoot Gerhard Schröder reageert hij afstandelijker op Europa, staat hij erop dat de rekeningen kloppen en dat de Duitse natie beter aan haar trekken komt. In 1994 legde hij klemtonen die velen als een nationalistische bijsturing interpreteerden. Schäuble, nochtans een protestant, dus rechtlijniger, maakte er zich met een handigheidje van af. Het was een "misverstand". Ook over ecologie verdedigt hij standpunten, waar Kohl niet de minste belangstelling voor opbrengt en in feite zijn neus voor ophaalt. De lucide conservatief Schäuble beseft dat het politieke landschap grondig veranderde. Toen Kohl partijvoorzitter werd, bestonden er geen groenen en nog altijd hebben ze geen plaats veroverd in de strategie van de kanselier. Schäuble is beweeglijker, allicht intelligenter en zal niet rusten vooraleer hij in de rood-groene alliantie is binnengebroken. Daarom speelt hij zelf met groene thema's en voert de CDU een giftige hetze tegen... de voormalige communisten, de PDS van Gregor Gysi. Alsof men in volle Koude Oorlog zit en de Muur nog pal overeind staat, halen de kopstukken uit tegen de "prikkeldraad-partij". De PDS koestert zich in zoveel CDU-lawaai. Zo'n offensief is in het Oosten gegarandeerd contraproductief. Het legitimeert de PDS tot de enige echte oppositiekracht en dat levert in de voormalige DDR stemmen op. De PDS weet het, maar evengoed de CDU. Paradoxaal genoeg heeft ze belang bij een goede score van de PDS. Diverse peilingen toonden het aan: als Gysi & Co. opnieuw in de Bundestag komen, is het quasi zeker dat rood-groen geen meerderheid haalt en de sociaal-democraten alleen met CDU-CSU tot zaken kunnen komen. De Union heeft nog een tweede reden voor een machiavellistisch nummertje rond de PDS. Hoe groter de aantrekkingskracht van de voormalige communisten, des te kleiner is de zuigkracht van extreem rechts en het risico dat het eigen stemmenpotentieel verder wordt aangetast. In de vroegere DDR slaagt de christen-democratie er immers niet meer in om de concurrentie op haar rechterflank te neutraliseren. In maart, bij de deelstaatverkiezingen in Sachsen-Anhalt, haalde de Deutschen Volksunion (DVU) van de Münchense uitgever en miljonair Albert Frey bijna 13 procent van de stemmen. Bonn reageerde geschokt en ontdekte een beetje laattijdig dat uiterst rechts over een indrukwekkend kiespotentieel beschikt. Ruim tien procent van de bevolking acht het mogelijk dat ze voor een extreem rechtse partij stemt. De hoogste percentages worden in de voormalige DDR en bij de jongeren beneden de dertig jaar genoteerd. Ook de rechts-radicalen reageerden onthutst op het succes. Onder hen de bejaarde Franz Schönhuber, een vriend van Jean-Marie Le Pen en een van de naoorlogse boegbeelden van extreem rechts in Duitsland. De uitslag in Sachsen-Anhalt bracht de 75-jarige stichter van de Republikaner - en al geruime tijd met pensioen - tot het inzicht dat hij opnieuw aan de slag moest. Hij zal als onafhankelijke de DVU-lijst voor het federale parlement aanvoeren. Veel aandacht gaat nu naar Mecklenburg-Vorpommern, de arme uitgestrekte deelstaat in het noordoosten van Duitsland waar zowat 30 tot 40 procent van de beroepsbevolking zonder baan zit. Op dezelfde dag als de Bondsdagverkiezingen, wordt er het regionale parlement verkozen en de kans is reëel dat naast de DVU ook de NPD over de kiesdrempel springt. Volgens de Binnenlandse Veiligheid is de Nationaldemokratischen Partei veel beter georganiseerd, dus gevaarlijker dan de DVU. Ze hebben getrainde kaders, werken in de wijken, ageren tegen het grootkapitaal en de globale economie en zijn er met de hulp van deneonazi's in geslaagd de skinheads aan zich te binden. Op dit ogenblik zouden het er een achthonderd zijn, die in een vijftigtal groepen zijn opgedeeld en altijd op straat inzetbaar. De NPD die vreemdelingen en joden uit Duitsland wil, vindt haar inspiratie in het nationaal-socialisme en pakt systematisch uit met slogans die doorgaans bij de linkerzijde thuishoren. Volgens voorzitter Udo Voigt is zijn partij uitgesproken antikapitalistisch. "Met de PDS", zo voegt hij eraan toe, "voelen we ons nauw verwant." Met Manfred Roeder hoopt de NPD op 27 september een grote slag te slaan. Roeder is geen onbekende. In 1982 werd hij tot dertien jaar cel veroordeeld wegens betrokkenheid bij de moord op twee Vietnamezen en vorig jaar zorgde hij voor schandaal toen bekend werd dat hij in het leger informatiecursussen gaf. KIEZEN VOOR HET KLEINSTE KWAADEén week voor de verkiezingsdag zou de voorsprong van Schröder tot twee procentpunt gezonken zijn: 39,5 procent tegen 37,5 voor CDU-CSU. Op acht dagen verloor de SPD 1,5 punt en de onderzoeksinstituten voorspellen een nek-aan-nekrace. De voorspelling van Kohl - "Ihr werdet euch wundern" - zou nog wel eens waarheid kunnen worden. Vijf jaar terug, toen de peilingen Kohl geen schijn van kans gaven, waarschuwde Daniel Cohn-Bendit er in dit blad voor om de kanselier vooral niet te onderschatten. Hij komt terug, voorspelde hij toen. Ook Jürgen Busche, die lange tijd voor de vroegere president Richard von Weizsäcker werkte en bijgevolg niet tot de vriendenkring van Kohl behoort, meent dat Schröder geen gewonnen spel heeft. Busche, die momenteel hoofdredacteur van de Berlijnse Wochenpost is en zopas een biografie over Kohl schreef, peilt naar zijn motivatie. Waarom doet Kohl hen dit allemaal nog eens aan? "Het is vergelijkbaar met Adenauer die de Duitsers niet vertrouwde en hun politieke rijpheid niet hoog inschatte. Het lijkt erop dat Kohl het steeds moeilijker met de Europese koers van de CDU heeft. De absolute loyauteit tegenover Europa bestaat niet meer en Kohl vangt in eigen rang nationalistische echo's op die hem verontrusten. Omdat Europa zijn belangrijkste doel is, wil hij zo lang mogelijk op zijn plaats blijven. Als de partij daarbij wat terrein verliest, is dat pech, maar het kleinste kwaad." Paul Goossens