De jongeman die op 12 augustus 2008 een uitgelezen gezelschap egyptologen, archeologen en geofysici toesprak tijdens een workshop in Helwan bij Caïro, had een ongebruikelijk profiel. Kunstenaar Louis De Cordier (30): 'Tot nu toe werd ik vooral gezien als een clownsfiguur met vreemde theorieën. Maar ik heb nu mijn verhaal gedaan voor zeventig man, leden van de Supreme Council of Antiquities, mensen van Unesco en universiteitsprofessoren, en die namen mij heel serieus.'
...

De jongeman die op 12 augustus 2008 een uitgelezen gezelschap egyptologen, archeologen en geofysici toesprak tijdens een workshop in Helwan bij Caïro, had een ongebruikelijk profiel. Kunstenaar Louis De Cordier (30): 'Tot nu toe werd ik vooral gezien als een clownsfiguur met vreemde theorieën. Maar ik heb nu mijn verhaal gedaan voor zeventig man, leden van de Supreme Council of Antiquities, mensen van Unesco en universiteitsprofessoren, en die namen mij heel serieus.' Dat kon ook moeilijk anders. De onderzoeksresultaten die op de workshop circuleerden, logen er niet om. Geofysische scanning van de ondergrond bij de piramide van Hawara, tachtig kilometer ten zuiden van Caïro, bevestigde de lang gekoesterde hypothese van de jonge kunstenaar en zijn Mataha -expeditie (mataha is het Arabisch woord voor labyrint): het tempellabyrint, dat in de vijfde eeuw voor Christus werd bezocht en beschreven door de Griekse geschiedschrijver Herodotus, werd in zijn ruwe contouren zichtbaar op hun schermen. Een weergaloze ontdekking. Honderdtwintig jaar lang al neemt de archeologische wereld voetstoots aan dat het labyrint vergaan is. Dat wil zeggen: dat het in de Ptolemaeische periode (305 tot 30 voor Christus) als steengroeve werd gebruikt tot er niets meer van overbleef. In 1888 concludeerde de Britse archeoloog Flinders Petrie uit zijn vondst van een betonnen plaat van 304 bij 244 meter, op vijf meter diepte, dat hij op het fundament van het labyrint gestoten was, en dat de rest weg was. Alleen Louis De Cordier kreeg het idee niet van zich afgeschud dat Petrie weleens het dak van het verzande bouwwerk kon hebben gevonden, en niet de fundering. En dat daaronder een 'kennisbastion', een 'stenen boek', een 'bibliotheek van de oude Egyptische cultuur' verborgen lag. Had Herodotus het immers niet gehad over een verboden zone waar in hiërogliefen geheime kennis opgeslagen lag? Tijdens onze eerste ontmoeting, in de lente van 2008, sprak de kunstenaar klare taal. 'Mijn gezondverstandtheorie is dat dit vrij lage gebouw met zijn platte dak, lichtjes in een kom gelegen, met een verdieping boven en een verdieping onder de grond, een beschermd kenniscentrum was waar een paar honderd jaar verzanding overheen is gegaan', zei hij. En nog: 'De Egyptenaren bouwden de piramide van Cheops, een gigantisch gebouw dat op een verheven plateau staat, bijna perfect op de dertigste breedtegraad, met schachten die op de sterren georiënteerd staan. Zo'n gebouw is gemaakt om duizenden jaren visueel als een marker te bestaan.' (Knack 13, 26 maart 2008) In zijn optiek is het labyrint daar de perfecte tegenhanger van. Tegenover de volstrekt onbeschreven piramide ziet hij het labyrint met alle informatie, 'half aan het gezicht onttrokken, door verzanding geleidelijk helemaal. Een zelfbeschermend doolhof ook, als er iemand toevallig binnen is, geraakt hij er niet meer buiten'. Na de Griek Herodotus maakten nog andere klassieke schrijvers melding van de plek, maar alleen Strabo in de eerste eeuw voor Christus lijkt nog een echt ooggetuigenverslag te hebben gemaakt, met inbegrip van een nauwgezette indeling van de ruimten. In de middeleeuwen leek het weer alsof het nooit had bestaan. Het labyrint was natuurlijk allang onder het zand verdwenen. Maar vanaf de renaissance, 'de wedergeboorte der antieken', raakten vooral kunstenaars er opnieuw door gefascineerd. De Cordier voelt zich diep met hen verbonden. Met de jezuïet Athanasius Kircher in de zeventiende eeuw, bijvoorbeeld. 'Kircher was eigenlijk een dokter. Hij bestudeerde het Koptisch schrift en wordt beschouwd als een van de eerste egyptologen,' zegt hij, 'maar die man heeft ook prachtige tekeningen van het labyrint gemaakt.' De Cordier houdt van kunstenaars met een weidse visie, van kunst met een breed spectrum. Hij heeft dan ook filosofie gestudeerd, ooit. Vanuit de prangende vraag naar de oorsprong van de mensheid. Om dan vast te stellen dat er alleen maar nieuwe vragen bijkwamen. Nog in maart van dit jaar, onmiddellijk nadat De Cordier in Knack zijn labyrinttheorie had uiteengezet, vroegen jonge Vlaamse archeologen op archeo.net smalend of dit blad zich een 'vervroegde 1 aprilgrap' had gepermitteerd. De resultaten van de 'grap' staan nu in al hun naakte, wetenschappelijke feitelijkheid op papier. 'Het onderzoek van de Mataha-expeditie bevestigt de aanwezigheid van archeologische elementen in de labyrintzone ten zuiden van de Hawarapiramide van Amenemhet III', zo staat het in het officiële rapport. En voorts: 'Deze elementen beslaan een ondergrondse zone van verschillende hectaren, hebben de prominente vorm van verticale muren volgens de geofysische gegevens. De verticale muren met een gemiddelde dikte van verschillende meters zijn verbonden om nagenoeg gesloten ruimten te vormen, die als hoog in aantal geïnterpreteerd worden. Bijgevolg kan de geofysische studie, opgezet met de vriendelijke toestemming van dr. Zahi Hawass, voorzitter van de Supreme Council of Antiquities en geleid door het National Research Institute of Astronomy and Geophysics (NRIAG) met de steun van de Universiteit Gent, nu officieel het bestaan verifiëren van het labyrint, zoals beschreven door de klassieke auteurs in de bestudeerde zone.' De Cordier, terug in België na zijn opbeurende recente trip naar Egypte, verduidelijkt dat de twintig geofysici onder leiding van dr. Abbas Mohamed Abbas deze lente met zes verschillende technieken twee grote zones tot op vijftien meter diepte hebben gescand. Hun eerste opdracht bestond erin het oprukkende grondwater, dat de hele site en haar historische monumenten aantast, precies te lokaliseren. Op een diepte van amper vier meter onder het zand stelden ze al de aanwezigheid van grondwater vast. Vanaf een diepte van acht tot tien meter begon zich het rastervormige patroon van een reusachtig bouwwerk af te tekenen. Honderden ruimten van vijf bij vijf meter, als cellen. De hoge resistiviteit van de muren wijst op een gesteente dat de dichtheid van graniet heeft. Ook werd genoteerd dat het labyrint schuin tegenover de piramide van Hawara ligt, en er een hoek mee maakt. Precies zoals Herodotus het had beschreven. Voor wat bevreemding zorgde de bevinding van de scanners dat de oriëntatie van het labyrint twintig tot vijfentwintig graden scheef zit tegenover de oriëntatie van de piramide, die zoals alle piramides pal op de noord-zuidas ligt. Sinds Flinders Petrie in 1888 ging men ervan uit dat het labyrint de dodentempel is van de bouwer van de piramide, Amenemhet III, in circa 1800 voor Christus. Maar omdat een dodentempel meestal dezelfde oriëntatie heeft als de bijbehorende piramide, staat de datering van het labyrint plots op losse schroeven. Bovendien is de piramide in mudbrick (leem, gemengd met klei en stro) gebouwd, het labyrint in graniet of een gelijkwaardig gesteente. Het gaat om de tweede piramide van Amenemhet III, die hij in tijdnood is beginnen te bouwen nadat zijn eerste piramide, in Dasjur, ingestort was. Zijn tombe, in de onderstructuur van de piramide, is dan weer uit hard kwartsiet opgetrokken, wat de speculatie voedt dat hij een tombe in de labyrintzone kan hebben gebruikt. Maar dan is de site ook ouder dan de piramide, en is het weer kijken naar Herodotus, die het labyrint in het predynastische Egypte (3300-2920 voor Christus) situeerde. De geschiedschrijver liet zich immers vertellen dat de tempel gebouwd was door twaalf koningen en gewijd aan heilige krokodillen. De voortzetting van de Hawarastory oogt op het eerste gezicht veelbelovend. Op de workshop in Helwan is een wetenschappelijk comité opgericht dat het Matahaproject verder zal begeleiden. Eerst zal het grondwater volledig worden weggepompt. Het bevat erg veel zout, dat mogelijk de beschreven hiërogliefen wegvreet, hoewel graniet er nogal tegen bestand moet zijn. Omdat de gegevens van de eerste scanning door het zoute water niet haarscherp zichtbaar zijn, komt er nog een tweede scanning, zodat ook de laatste scepticus over de brug gehaald kan worden. Archeologen zijn mensen die vooral in materiële gegevens geloven, meer dan in virtuele. Vaak komen de trage procedures van de archeologie in botsing met de snelle technieken en analyses van de geofysica. Traag zal het sowieso gaan, beseft Louis De Cordier. De lagen die boven het labyrint liggen, zijn ook gemiddeld 2000 jaar oud, en bevatten waardevol archeologisch materiaal. Daar kan je geen bulldozer op afsturen. Het volledig zandvrij maken van de piramide zelf, waarmee al een begin gemaakt is, duurt ook zijn tijd. 'Dat zand zit vol potscherven, die allemaal mooi gezeefd moeten worden. Een klein bergje zand dat is verlegd, verzekert een egyptoloog al zijn leven lang van werk', zegt De Cordier zonder een zweem van spot in zijn stem. Om de zaken aan het labyrint te bespoedigen hoopt de kunstenaar dat er een schacht gemaakt kan worden, waarlangs men kan afdalen om vast te stellen dat het labyrint nog intact aanwezig is. Dat is beter dan wachten tot de hele oppervlakte blootgelegd is. Volgens Alaadin Shaheen, hoofd van de afdeling oudheidkunde van de universiteit van Caïro en partner in het project, zou er binnen luttele maanden al gedraineerd kunnen worden. Dat zal langzaam moeten gebeuren, want als de stenen grondstructuur in één keer zou worden leeggepompt, dreigt er een verzakking op te treden. Na een drainage van negen maanden zou het terrein in de zomer van 2009 klaar zijn voor de tweede scanning. En, kort daarna, de langverwachte afdaling in het labyrint. De Universiteit Gent, tot nu toe via een speciaal kunstenprogramma onder leiding van professor Guy Bovyn betrokken bij het project, zal haar medewerking opvoeren, en richt een wetenschappelijk comité op. Op 28 oktober belegt de UGent alvast een grote conferentie waar alle autoriteiten van het Hawaraproject present geven. BinnenUnesco wordt er werk van gemaakt om de site van Hawara tot werelderfgoed te verklaren. Louis De Cordier, die de scanning volledig zelf financierde met de verkoop van zijn Golden Sun Disks - die de astronomische kennis van vandaag samenballen - ziet de dag naderen dat niet al het gewicht van het labyrint meer op zijn schouders rust. 'In het begin ben ik er zuiver als kunstenaar ingestapt, met de creatie van de Golden Sun Disk, en dat is nog altijd mijn houvast in het geheel', zegt hij. 'Maar ondertussen ben ik uitgegroeid tot een soort diplomaat, coördinator, katalysator, alles ineen. Ik duw de dingen vooruit, ook omdat mijn wetenschappelijke reputatie niet geschaad kan worden, want die heb ik niet. Maar tegelijk ben ik heel sterk afhankelijk van personen die mij steunen, van de Universiteit Gent, van het NRIAG in Egypte. Vandaar dat ik mezelf soms moet afremmen om ervoor te zorgen dat zij nog mee zijn.' 'Ik heb het gevoel dat ik een sneeuwbal ben beginnen voort te duwen. Ondertussen is hij groot en ik heb al wat hulp van mensen die meeduwen. Maar hij rolt nog niet vanzelf. Ik ben nog aan het wachten tot de internationale gemeenschap het geheel zal overnemen.' DOOR Jan Braet