De auteur is natuurkundige.
...

De auteur is natuurkundige.Hoe moeten we een beleid noemen dat de Kyoto-akkoorden wil naleven, de algemene welvaart op peil wil houden, en alle kerncentrales van het land wil sluiten? Ik zou een vriendelijker woord willen bedenken dan bedrog, maar vind er geen. Een regering die joviaal belooft het onmogelijke te doen, bedriegt de bevolking. Het is niet mogelijk om de uitstoot van koolstofdioxide te verminderen, zoals het Kyoto-protocol voorschrijft, en tegelijk een technologie af te wijzen die hier zestig procent van de elektrische energie produceert. Althans niet als we willen blijven leven zoals we doen. Nochtans valt er voor elk van de drie doelstellingen veel te zeggen. De CO2-uitstoot die gepaard gaat met alle verbrandingsprocessen, is de voorbije eeuw dramatisch toegenomen. CO2 verhoogt het broeikaseffect van de dampkring waardoor de temperatuur stijgt. Om een mondiale opwarming te voorkomen, dient het gebruik van alle koolstofhoudende brandstoffen drastisch beperkt te worden. Dat is het doel van het Kyoto-verdrag. Bij de opwekking van elektriciteit door het splijten van uraniumkernen wordt véél energie en géén CO2 geproduceerd, waardoor deze methode de gedroomde oplossing voor het broeikasprobleem zou kunnen bieden. Maar kernenergie heeft - hoeft het gezegd? - haar eigen nadelen. Het radioactieve afval, de Tsjernobyl-nachtmerrie en het gevaar van een proliferatie van kernwapens verklaren de scherpe afwijzing van de nucleaire technologie door het publiek. Het ligt altijd beter te beloven een kerncentrale te sluiten dan om er een te bouwen. Het derde oogmerk, de instandhouding van het welvaartspeil, wordt door de bevolking nochtans niet minder op prijs gesteld. In de combinatie met het voorgaande ontstaat echter wel een probleem. Is het denkbaar dat een regering de eerlijkheid opbrengt uit te leggen dat we kernenergie pas kunnen missen indien we terugkeren naar het consumptie-niveau van de jaren zestig (toen het overigens prima leven was)? Makkelijker is het in elk geval het sprookje te vertellen van de zon en de wind. Dat zon en wind onuitputtelijke en schone energiebronnen zijn, vernemen we uit alle monden. Zeker, maar een ruwe berekening leert al dat deze bronnen de energiehonger van de economie niet kunnen stillen. De totale hoeveelheid energie die de zon uitstraalt is groot genoeg, maar de energiedichtheid is te laag en te variabel. Ook de wind doet niet veel meer dan zand in de ogen blazen. Enkele nuttige toepassingen hebben deze bronnen wel en het zou onverantwoord zijn daarvan niet te profiteren, maar het echte probleem lossen ze niet op. Al zouden alle hernieuwbare bronnen twintig procent van de benodigde energie leveren (een zeer optimistische onderstelling), dan moet de overige tachtig procent nog steeds geproduceerd worden. Hoe moet dat dan gebeuren? Indien de nucleaire optie wegvalt, rest de mogelijkheid van verbranding van aardgas, steenkool of aardolie. In dat geval verdwijnen alle Kyoto-idealen mee in de vuile rook. Natuurlijk is er voor dit schrandere landje altijd nog een uitweg. België kan zijn kerncentrales sluiten en toch lustig blijven potverteren, indien we de energie die we nodig hebben in het buitenland kopen. In Frankrijk bijvoorbeeld. Dat land heeft capaciteit genoeg en het is niet onze verantwoordelijkheid dat het vrijwel al zijn elektriciteit via nucleaire weg opwekt. De regering heeft dan haar belofte gehouden en de rest van ons kan in sprookjes blijven geloven. Gerard Bodifée