Assepoester is zowat het bekendste sprookje van Charles Perrault. Het gaat over een moederloos meisje dat door haar vader en haar stiefzusters wordt verwaarloosd en gekleineerd. Maar als knapste meisje van het bal wordt zij door de prins tot zijn bruid uitverkoren. Een prachtig gegeven voor opera's zoals onder meer Cendrillon van Charles Isouard of Jules Massenet, en natuurlijk als populairste van allemaal: La Cenerentola van Rossini. Deze versie wordt momenteel in de Munt gespeeld.
...

Assepoester is zowat het bekendste sprookje van Charles Perrault. Het gaat over een moederloos meisje dat door haar vader en haar stiefzusters wordt verwaarloosd en gekleineerd. Maar als knapste meisje van het bal wordt zij door de prins tot zijn bruid uitverkoren. Een prachtig gegeven voor opera's zoals onder meer Cendrillon van Charles Isouard of Jules Massenet, en natuurlijk als populairste van allemaal: La Cenerentola van Rossini. Deze versie wordt momenteel in de Munt gespeeld. Het is een voorstelling waar je naar uitkijkt: de muziek van Rossini is namelijk uitermate charmant en deze opera hoort tot zijn beste werken. Binnen de traditie van de opera-buffa heeft hij hier - door zijn muzikale vindingrijkheid, zijn creatief talent op melodisch gebied en door zijn ritmische en harmonische spiritualiteit - een hoogte bereikt waartoe tot dan toe alleen Mozart was gekomen. Rossini had niet alleen een aangeboren gevoel voor theatrale effecten en spanningsvelden, maar wist ook hoe hij dat op het publiek moest overbrengen. Hij had er 'trucjes' voor. Eén van die haast magische trucjes - naast een altijd weer verrassend presto parlando - is zijn beroemde crescendo. Dat dynamisch aanzwellen laat hij met een door hem uitgevonden vormschema en met een mechanische precisie verlopen: een langzame inleiding, een sneller hoofddeel met twee thema's, dan plotseling een ritartando, een nieuw aanzetten, en ten slotte een briljante coda. Een prachtig voorbeeld hiervan is uitgerekend de ouverture van La Cenerentola. Datzelfde procédé past hij ook toe in aria's en ensembles. Rossini kreeg als bijnaam Monsieur Crescendo. Het trucje verbaast nog steeds. Het moet wel allemaal goed worden gespeeld en gezongen. Dat verwacht je natuurlijk van de Munt. Bij de première op 28 januari werd die verwachting echter niet helemaal ingelost. Het leek wel of het anders zo briljante orkest de kluts kwijt was. Wellicht kwam het omdat dirigent Alessandro De Marchi op het laatste ogenblik had moeten inspringen voor Shao-Chia Lü die het had laten afweten. Hoewel, helemaal een verrassing was het nu ook weer niet, want vijf van de in totaal zeventien voorstellingen in Brussel zou De Marchi sowieso dirigeren. Een probleem voor hem moet de cast zijn geweest: op de première net niet diè zangers die in zijn eigen vijf opvoeringen waren voorzien. Dit muzikale aspect zal wellicht verbeteren, want De Marchi is een knappe jongen. Het vuur van Rossini zal wel komen. Wie een voorstelling meemaakt met Enkelejda Shkosa uit Albanië in de titelrol - ze steekt ver boven de anderen uit - zal veel muzikale tekortkomingen vergeten. Zij is namelijk formidabel, heeft een warm timbre en zet met haar perfecte en verbazende coloratuur een schitterende Assepoester neer. AANVECHTBARE REGIEWat niet zal verbeteren, zijn de regie van François DeCarpentries en de decors van François Schuiten. Ik hou ontzettend van opera, maar van moderne operaregie krijg ik wat. Ik heb een hekel aan het tegenwoordig overal gerealiseerde eenheidsdecor, waarbij geen onderscheid meer wordt gemaakt tussen de verschillende plaatsen van handeling. Zo vindt hier het bal in het prinselijk paleis in dezelfde troosteloze ruimte plaats waar Assepoester haar treurige dagen doorbrengt. En waarom altijd weer die onzinnige verschuiving in tijd om het gegeven te actualiseren, zonder dat dit een meerwaarde oplevert? Want of de prins nu per koets of per vliegtuig reist ("al het goede komt van boven") speelt in feite geen rol. Ergerlijk is ook de behoefte om personages bij te creëren, die helemaal niet nodig zijn, maar wel de aandacht afleiden van de essentie. Dat alles krijgen we op ons bord in een regie van DeCarpentries. Geen verfijnde humor, maar vrij groffe kolder. Fantasie en emotie zijn vervangen door technische spitvondigheden. Het decor van François Schuiten is heel vermoeiend. Het midden van de scène is compleet ingenomen door een reusachtig boek (voor hen die nog niet weten dat Assepoester een sprookje is), van waaruit de hoofdpersonages optreden. Soms draait het en wordt een bladzijde automatisch omgeslagen. Op zich een leuk idee; alleen jammer dat dit boek de zangers geen ruimte laat om te acteren, en dat het publiek in feite op een dikke muur zit te kijken. Ondanks Rossini's geniale muziek, ondanks de inzet van alle medewerkers, ondanks het happy end en de triomf van l'innocenza e la bonità (de onschuld en de goedheid), is deze productie vrij teleurstellend. Het sprookje is geen sprookje meer. Rossini, 'La Cenerentola'. Nog op 11, 12, 15, 16 en 17 februari om 20 u. Op 13 februari om 15 u. Info: 02/229.12.11FONS DE HAAS