Sommige namen en data in dit verhaal zijn om privacyredenen veranderd.
...

Sommige namen en data in dit verhaal zijn om privacyredenen veranderd. Werkgroep Verder: www.zelfdoding.beEen volksvertegenwoordiger stelde in het parlement vraag nummer 444: 'Hoeveel zelfdodingen gebeuren er jaarlijks op het Belgische spoornet?' De minister antwoordde: 106, 18 meer dan vorig jaar. Er volgde een stilte. Méér vragen werden niet gesteld. Er blijven er genoeg te stellen, nochtans. Wat met de machinisten? Zij die die 106 mensen voor het laatst gezien hebben. Antwoorden vinden is niet altijd makkelijk. Het is officieel zelfs verboden om met machinisten te bellen. - 'Allo? Met wie zegt u? En wat wilt u weten?'Vaak volgde: tuut-tuut-tuut... Maar soms ook: harde, wanhopige verhalen. Zoals dat van Roger, 52 jaar. Zijn hele leven met de trein gereden. Hij had het drie keer meegemaakt, zei hij. Hij wist nog exact de plaats, de tijd, het uur. Wetteren 9 december 1976 om 6 u. 30, Heide-Kalmthout 7 september 1986 om 22 u. en Brugge 27 mei 1996 om 10 u. 30. Er zat telkens tien jaar tussen. Toeval, waarschijnlijk. Hij ging ook altijd naar de begrafenis van de man die hij had overreden. Zat op de laatste rij in de kerk. Een groet en weer weg. Niemand herkende hem. Behalve de laatste keer. Toen schreeuwde een familielid 'moordenaar'. Dat woordje bleef door zijn hoofd spoken. 'Moordenaar.' 'Moordenaar.' 'Moordenaar.'Drie jaar geleden kreeg hij een aanbod om op den bureau te gaan werken. Zijn vrouw had hem gesmeekt: 'Doe het. Zeg ja.' Hij zei ja. Er waren ook machinisten die met beelden antwoordden. Beelden van dat laatste oogcontact met de mens op het spoor. Het beeld van een jong meisje dat haar hand opsteekt. Dood. Het beeld van een jongen die helemaal in het zwart gekleed is. Met in zijn hand: een zeis en een Mariabeeld. Dood. Het beeld van een oude man die op het spoor ligt met naast hem een fles Bols. En rond zijn nek een bordje: 'Ik heb niets te maken met die fraude.' Dood. Het beeld van een vrouw die haar gezicht omzwachteld heeft met een sjaal. Dood. Eén machinist zei: 'Mijnheer, ik probeer die mensen te begrijpen. Het is hun leven, hun keuze. Ze zien die trein als een ontmenselijkt ding. Een stalen machine. Ze vergeten één ding: dat er iemand in zit. Wat dat voor ons betekent, kan ik niet uitleggen aan de telefoon.'Stilte. 'Kom je naar Poperinge?', vroeg hij. Poperinge is het einde van het land. 't Is zoals naar Oostende of Antwerpen reizen: de trein rijdt niet verder, alleen maar terug. De machinist stapt uit en wandelt naar de machinekamer aan de andere kant van de trein. En wacht op het sein om weer te vertrekken. Gilbert trekt een blik bier open. Hij had er altijd van gedroomd om met de trein te rijden, vertelt hij. Een A2 elektronica gehaald om bij de spoorwegen te beginnen. Zijn leermeester zei: 'De eerste drie maanden rijdt de trein met jou. Daarna rij jij met de trein.' 'De eerste keer dat ik die locomotief in beweging kreeg: dat was een ongelofelijk gevoel. Ik reed 's nachts: alleen het schijnsel van de koplampen en die eindeloze spoorwegen voor me.'Klinkt romantisch. 'Dat was het ook', zegt hij. 'Tot die ene nacht, begin jaren tachtig. Ik was op weg met de internationale goederentrein, van Aken naar Antwerpen. Op een overweg zie ik een auto staan met de deuren open. Ik dacht: die man is aan het pissen. Plots: een onderbreking in het schijnsel van de koplampen. Een dof geluid. Tjàk, tjàk, tjàk... Een vuilniszak, dacht ik. Het was een hele gore côté: aan de kant stond oud zwerfvuil, kindervoitures... Ik rij door en kom aan in Antwerpen. 'Heb je niets speciaal gemerkt?', vroegen ze. - 'Nee. Waarom?''Er hangt bloed aan je wielen.'Ik reed nog eens over de put en ja... Het was een raar gevoel: ik had een mens doodgereden en had het niet eens gemerkt. Maar eerlijk, het deed mij niet veel. Het was ook allemaal zo abstract: ik had 'm niet gezien. Het was zijn keuze. Zijn leven.' Jaren later. 'Ik reed met de trein, ergens in de buurt van Dendermonde - ik was dat voorval al lang vergeten. Plots zag ik een vrouw met een fiets op de overweg staan. Ik schrok. Ze lachte. Ik trok aan de noodrem. Ze bleef lachen.... Stilte. 'In films worden mensen altijd weggeslingerd. Maar in het echt is dat dus niet zo. De ravage was verschrikkelijk. Het staal was geplooid. Het raam kapot. En bloed. Overal bloed. Ik was compleet in shock. Ik ben in de treinberm gaan zitten om te bekomen. En daarna met de eerste de beste passagierstrein naar huis gereden. Tegen iedereen die ik tegenkwam, begon ik te praten... Het moest eruit. Ik kwam thuis, ging aan tafel zitten. Er viel iets op de grond. Een steentje, dacht ik. Ik raapte het op. Het bleek een klein stukje schedel. Toen ben ik... (zucht)Daarna volgde de derde, de vierde,... de achtste zelfdoding... 'Elke keer is anders. Er zijn mensen die je recht in de ogen kijken. Blij. Opgelucht. Bijna euforisch. En er zijn er anderen. Die triest, heel down kijken. Bang om het te doen. De eerste keer twijfelen ze soms nog, springen ze niet. Maar uiteindelijk doen ze het toch. Als het niet onder jouw trein is, dan is het wel onder de volgende. Hij drinkt zijn blik bier leeg. 'Weet je wat het hardst is? Er wandelen zo veel mensen langs de spoorweg. Bejaarden met poedels, wandelaars in trainingspak... Elke keer moet jij afwegen: gaat die springen of niet? Een trein heeft achthonderd meter nodig om te stoppen: dat betekent dat je in een fractie van een seconde moet beslissen. Een machinist mag niet zomaar een noodstop uitvoeren, hè. Dat komt in je verslag - de maatschappij lacht daar niet mee. Ik heb het ooit meegemaakt in de ochtendspits tussen Gent en Antwerpen. Ik zie een vrouw onder de trein duiken. Ik trek aan de noodrem. Ik en de treinbegeleider stappen uit, maar we vinden niemand. Heel vreemd. 'Heb je het wel goed gezien?', vroeg de treinbegeleider. Ik zeg: 'Ja, ik zweer dat ik iemand heb zien springen.' We zoeken verder: weer niets. De dispatching begon zenuwachtig te worden - we stonden daar al twintig minuten. Plots kreeg ik het bevel: doorrijden. Ik kom in Sint-Niklaas aan en mijn chef vraagt mij om uit te stappen. 'We gaan u aflossen.' Ze dachten dat ik zot aan het worden was, hè. Ik werd naar de dokter gestuurd. Die begon ook al: 'Voel je je wel goed? Heb je het niet allemaal gefantaseerd?' Terwijl ik daar zat, kreeg die dokter telefoon. Ze hadden die vrouw gevonden. Ze was inderdaad onder de trein gesprongen. Maar de sporen waren te diep en de trein was gewoon over haar heen gereden. Ze had een klop gekregen op haar achterwerk en was in een tuintje gevlucht. In een winkel was ze een glas water gaan vragen. Daar hadden ze de hulpdiensten verwittigd.'De NMBS zit verveeld met dit soort verhalen. 106 zelfdodingen op een jaar. Dat zijn er gemiddeld twee per week. Maar dat is statistiek. Pure statistiek. Een paar maanden geleden gebeurden er in één dag zes zelfdodingen op de lijn Brussel-Namen. Dat laat sporen na. In machinistenkringen doet het verhaal de ronde van een bestuurder die zichzelf ophing in zijn machinekamer de dag na een zelfdoding. De spoorwegmaatschappij heeft het begrepen. Een bestuurder die een zelfdoding meemaakt, mag die dag niet meer rijden. Daarna wordt in overleg met de chef, dokters en psychologen van de NMBS naar de geschiktste oplossing gezocht. Dat kan zijn: een paar dagen thuisblijven of tijdelijk een andere job uitvoeren. Sommigen willen nooit meer rijden. Een enkeling gaat met vervroegd pensioen. 'Maar dat is een kleine minderheid', zegt NMBS-psychologe Joke Quatacker. 'Er zijn ook machinisten die daar heel makkelijk over gaan. Voor hen is het al een straf dat ze die dag niet meer mogen rijden. Anderen hebben tijd nodig om het te verwerken. Ze zitten echt met de meest uiteenlopende gevoelens: van kwaadheid tot schuldgevoelens. Er zit gewoon geen lijn in. Het is in elk geval niet iets waar je aan went. Mensen kunnen het er de eerste keer moeilijk mee hebben. De tweede, de derde en vierde keer niet. En de vijfde keer dan weer wel. Daarom is die eerste opvang zo belangrijk.'De NMBS schakelt daarvoor de lesgevers van machinisten in. Ze hebben - vrijwillig - een opleiding gekregen om machinisten na een schokkende gebeurtenis op te vangen. Na een incident kunnen ze opgeroepen worden, afhankelijk van wie van wacht is. 'In de praktijk komt het erop neer dat dat bijna altijd vreemden zijn' , zegt Gilbert. 'Dat is wel een beetje raar. Maar het werkt wel goed, want die mensen weten tenminste wat onze job inhoudt. Daarna heb ik op verzoek ook diepgaande hulp gekregen van de psychologen van de NMBS. Echt chapeau voor wat die mensen doen. Maar uiteindelijk vind je toch vooral bij je collega's troost. In de kantine vertellen we de wildste verhalen.' Wat? - 'Ach jong, je weet best hoe dat gaat. Mannen onder elkaar, hè (lachje).' Mag dat eigenlijk, lachen met zelfdoding? 'Ik weet: het klinkt heel cru. Maar het is onze manier om dat te verwerken.'Fluitsignaal. De trein in Poperinge vertrekt. Er stappen twee treinbegeleiders in: Johnny en Mark. Allebei echte spoormannen. Allebei hebben ze dat stoere, dat onbehouwene, die blik van zal-ik-je-'s-wat-vertellen. Er is iets wat Johnny van het hart moet. 'Er wordt altijd gepraat over de machinisten. En terecht: ik heb in mijn carrière machinisten meegemaakt die compleet overstuur waren. Maar de job van een treinbegeleider is ook niet min. Wij moeten afstappen en de eerste vaststellingen doen. Achteraf kunnen we ook psychologische begeleiding krijgen. Maar wij mogen, in tegenstelling tot de machinisten, geen dag thuisblijven. Ik vind dat een schande.'Johnny heeft het drie keer meegemaakt. 'Ik herinner mij nog heel goed de eerste keer. Het was nacht. Van de NMBS krijg je een zaklampje mee, waarmee je met moeite de toppen van je tenen ziet. Met een bonkend hart ging ik op zoek. Het eerste wat ik tegenkwam was een voet. En hoe hard het ook mag klinken: op dat moment viel er een druk van mij af. Ik wist: er is niets meer aan te doen.''Ik herken dat', zegt Mark. 'In tegenstelling tot de machinist hebben wij geen oogcontact gehad. Wij worden alleen geconfronteerd met de gevolgen. Mijn grote vrees is altijd dat ik iets levends zal tegenkomen. Iemand die daar ligt zonder armen en benen: dat is verschrikkelijk hard. Alles wat je doet, wordt plots ook zo belangrijk.'Johnny: 'Het is op dat moment niet altijd duidelijk of het over zelfmoord, moord of een gewoon ongeval gaat. Ik herinner mij een aanrijding met een auto. Die stond gewoon geparkeerd op de treinrails. Er bleef zo goed als niets van over. Ik stap uit en wandel naar het wrak. Hoor een stem. Weer die schrik: een lijk praat niet, hè. Ik zag een gewonde man... Ik geloofde niet wat ik zag... Hij lag op de grond te bellen met zijn vrouw. "Schat, ik zal vanavond wat later thuis zijn. Maak je geen zorgen." Ik wreef in mijn ogen: "Is dit echt?" Ik vroeg: "Mijnheer, gaat het?" Op dat moment stortte hij in elkaar. Met dat soort situaties omgaan: dat leer je niet in de opleiding.'Wat ook niet in de opleiding staat, is omgaan met de reizigers. 'Ik heb de ervaring dat je best niet rond de pot draait', zegt Mark. 'Ik zeg dat ook: "Beste reizigers, er is een persoonsongeval gebeurd." Pas op, vroeger mochten we dat niet zeggen van de maatschappij, hè. Ik begon dan weleens over vallende bladeren, maar ja... (lachje). Het is soms echt improviseren, hoor. Zeker als je ergens God weet waar in de Far West bent stilgevallen. De reizigers moeten blijven zitten tot het spoor wordt vrijgegeven. Dat wil zeggen: tot het parket ter plaatse is geweest en alle vaststellingen heeft gedaan. Meestal komt er dan wel een bus, waarop de reizigers kunnen overstappen. Dat kan uren duren. De meesten hebben dat geduld niet: na een kwartier verschijnen ze al op het spoor. Dat is niet alleen levensgevaarlijk, het is ook hallucinant. De dood waart daar rond. Er ligt een lijk, en dan staan ze daar zonder gêne te gsm'en. "'t Is weer zover, zenne." Mensen zitten toch raar in elkaar, hè. Hoewel. Er is wel een verschil tussen mensen die in de bewuste trein zaten en reizigers die in de volgende zitten. Als ze de noodremming, het geluid van de dood - het breken van de botten - gehoord hebben, dan reageren ze heel wat milder. Dan hoor je sommigen bezorgd vragen: "Leeft hij nog? En wie was het?"' Het station Ninove ligt ergens halfweg in het land, tussen Poperinge en Mortsel. Een station uit de jaren zeventig. Witte tegels, tl-lampen, muren in pistachegroen. 'Ik woon niet ver van het station', had Patricia gezegd. 'Maar ik kom er niet graag. Elke keer als er een trein in volle vaart passeert, gaat er een rilling door me heen. Draai ik me om. Ik kan het niet aanzien.... Elke keer denk ik: wát, wát als er nu iemand springt...'Ze woont inderdaad niet ver, in een huis zonder tl-lampen. Maar met kindertekeningen aan de muur. Een handtekening van Natalia, ook. Een verjaardagskroon waar '6' op staat. Maar er ontbreekt iets. Iemand. Patricia schenkt wat ananassap in en vertelt zonder waterogen: 'Mijn man en ik kenden elkaar tien jaar. Het gebeurde op 24 oktober 2003, mijn verjaardag. We waren uit gaan eten. 't Was een hele mooie avond. We hebben over alles gepraat: de toekomst, het kind... veel gelachen, ook. We komen thuis en hij zegt: "Ik heb nog een verrassing voor jou. Raad eens." Ik begon... Dat? Nee. Dat? Nee. Ik zag hem glunderen. Tot ik zei: "Een reis naar Amsterdam?"Ik zag de ontgoocheling, de teleurstelling in zijn ogen. - "Het is toch niet erg dat ik dat geraden heb?", probeerde ik nog. "Ik vind dat een heel mooi cadeau."Maar hij werd kwaad. We kregen woorden. "Ik ga een luchtje scheppen", zei hij. Dat deed hij wel vaker. Ik maakte me geen zorgen en ging slapen. Om 4 u. 22 gaat de bel. Er stonden twee vreemde mensen voor de deur. "Mevrouw", zeiden ze. "Er is iets ergs gebeurd. Mogen we binnenkomen?" Het waren maar vier woorden. "Zelfdoding. Onder de trein."Ik was in shock . Ik weende niet. Ik was bevroren. Er ging van alles door me heen: schuld, schaamte, kwaadheid... Bij een gewoon overlijden begin je direct te rouwen. Niet bij een zelfdoding. De ene vraag na de andere spookt door je hoofd: waarom heb ik dat nu geraden? En die ruzie, was dat wel nodig? Nu weet ik: het idee leefde al jaren in hem. Zelfdoding gebeurt zelden in een opwelling. Er was van alles gebeurd in zijn jeugd. Hij was een binnenvetter: hij praatte nooit over zijn gevoelens. Heel af en toe zag ik hem weleens wenen. Stiekem. Maar...' Patricia ging terug naar de plaats waar het gebeurd is. 'Het is hier maar vijfhonderd meter vandaan, onder de spoorwegbrug. Je moet moeite doen om er te geraken. Nu besef ik: hij wou vooral dat het lukte. Hij moet uren op het spoor gelegen hebben. In de kou. Te wachten op een trein, op de dood.'Ze hapert heel even. Zegt stilletjes: 'Als er een trein aankomt, voel je de sporen trillen, hè. Kilometers op voorhand. Kon ik maar begrijpen wat er op dat moment door zijn hoofd is gegaan...'(herpakt zich) 'Zijn lichaam mocht ik niet zien, nee. Het was te verminkt. Na een maand ben ik het dossier wel eens gaan inkijken. Daar staat alles in: de afmetingen van zijn wonden, hoe hij lag... Het is echt een verschrikkelijke dood. Er is niks romantisch aan. Nee, ik weet niet waarom hij voor die dood gekozen heeft. Hij had niets met treinen. Misschien omdat het zo'n passieve vorm van zelfdoding is. Je moet geen touw spannen, de trekker van de revolver niet overhalen. De machine doet het... Mensen zeggen: wees blij dat je hem niet gevonden hebt, dat je nog een mooi beeld hebt van hem. Maar dat is een heel dubbel gevoel. Ik heb mij heel lang getroost met het idee: "Hij is niet dood". Het is een vergissing.' Ze schenkt nog wat ananassap bij en vertelt over stiltes. De stilte die er valt elke keer als ze tegen een vreemde moet zeggen: "Ik ben weduwe. Mijn man is overleden door zelfdoding." Maar ik wil erover praten, hoor.'De stilte van de telefoon: dat doet ook zeer. 'Het is anderhalf jaar geleden, nu. In het begin belt iedereen. Daarna denken ze: ze is er overheen. Terwijl je net dan mensen nodig hebt. Soms lukt mijn leven. Soms helemaal niet. 't Zijn altijd kleine dingen die mij helemaal onderuit kunnen halen. Herinner je je de finale van Eurosong? Marcel Vanthilt moest de groep Spring becommentariëren. Hij zei: 'Spring onder een trein.' Iedereen lachte. Natuurlijk zei hij dat niet expres . Maar het deed ongelofelijk zeer. Nog zoiets. Gisteren moest ik een tafel naar boven dragen. Met tweeën is dat een werk van niets, maar alleen... Ik heb gevloekt... Ik kan soms zo kwaad zijn op hem. En als ik hem dan zie... (wijst naar haar zoontje) Ik heb het hem verteld, ja. Hij vroeg voortdurend: "Waar is papa?" Ik wou eerlijk zijn. Niet vertellen dat hij op een verre reis vertrokken was of zo. Hij zei: "Die mijnheer van de trein is stout geweest." "Nee," antwoordde ik, "die mijnheer kon er niets aan doen." Hij heeft daar niet op gereageerd. Hij praat er weinig over. Ik zie hem soms spelen met een speelgoedtreintje en een mannetje.' Het verhaal van Patricia is maar één verhaal. Er zijn er nog 105. Een vast profiel van mensen die voor treinsuïcide kiezen, bestaat niet. Alleen de vraag die nabestaanden zich stellen - waarom?- die is elke keer dezelfde. Mathy Paeshuyse, stafmedewerker bij Werkgroep Verder, een organisatie die de belangen van nabestaanden na zelfdoding behartigt: 'Heel wat nabestaanden vragen zich soms af: "Betekenden wij dan echt niet meer voor hem of haar?" Maar dat is het niet. Door zelfdoding wordt op een onomkeerbare manier een einde gemaakt aan een ondraaglijke pijn. Zij leven in een tunnel vol hopeloosheid en uitzichtloosheid. In die fase kunnen ze niet meer stilstaan bij de nabestaanden en de gevolgen voor hen. Of bij het feit dat er een machinist in een trein zit. Het rouwproces wordt extra bemoeilijkt door het feit dat bij een treinzelfdoding het lichaam vaak erg verminkt is. Veel hangt af van de begrafenisondernemer. Bij het afscheid nemen is het zeer belangrijk dat nabestaanden iets fysieks kunnen zien, iets aanraken - al was het maar een hand. Als ze dat willen natuurlijk, natuurlijk. Maar toch. Een begrafenisondernemer die openstaat om dat mogelijk te maken: dat draagt bij tot het verwerkingsproces. Ook een gesprek met de machinist kan heel bevrijdend werken. Voorwaarde is natuurlijk dat de twee partijen daarvoor openstaan.'Bij de NMBS springen ze er heel voorzichtig mee om. 'Het is een vraag die we heel dikwijls krijgen', zegt NMBS-psychologe Joke Quatacker. 'Meestal gaan we er niet op in. Ja, ik weet dat het voor beide partijen heel bevrijdend kan werken. "Heeft hij nog afgezien? Hoe leek hij? Was hij op zijn gemak?" Maar de realiteit is dat nabestaanden de machinist vaak met een schuldgevoel opzadelen. "Had je niet vroeger aan de noodrem kunnen trekken? Had je niet dit? Of dat?" En dan wordt die machinist een tweede keer slachtoffer.'Het verhaal wordt uitermate droef, nu. Een paar weken na de zelfdoding krijgen de nabestaanden een brief van de Nationale Maatschappij van Belgische Spoorwegen. Tot enkele jaren geleden begon die met: 'Geachte, de NMBS heeft schade geleden...' Na protest van de Werkgroep Verder begint de brief met: 'Beste mevrouw, beste mijnheer, onze oprechte deelneming. Maar...'In 2003 inde de spoorwegmaatschappij 801.000 euro in dossiers van zelfdodingen. Het jaar daarvoor was dat 887.000 euro. Hoeveel een afzonderlijke zelfdoding de spoorweg kost, varieert van geval tot geval. Maar om een idee te geven: een vader en een moeder kregen vorig jaar de volgende rekening in de bus. 'Totaal te betalen: 6074,9 euro.' Onderverdeeld in de volgende categorieën: Vertraging binnenlandse reizigerstrein: 731,85 euro; vertraging goederentrein: 1216,23 euro; persoonlijke oproep ongeval: 764,21 euro; werkuren bestuurder: 351 euro; diverse kosten hulptreingebruik: 784,26 euro; medische kosten bestuurder: 52,16 euro; gebruik persoonlijke auto bij ongeval: 31,88 euro; handenarbeid voor herstel materieel: 298,84 euro; stoffen bij ongeval: 883,66 euro; handenarbeid herstel infrastructuur: 144,15 euro; diverse kosten: 12 euro; gebruiksderving andere wagen: 804,66 euro. Meestal loopt het goed af. In 2003 kwam in 53 procent van de gevallen een verzekeraar tussen. Wat niet wil zeggen dat in alle andere gevallen de nabestaanden alle kosten moesten betalen. 'We bekijken dat geval per geval', zegt de woordvoerster van de NMBS, Leen Uytterhoeven. 'Als de nabestaanden echt in slechte papieren zitten, wordt er een regeling getroffen. Het is dus niet zo dat we koste wat het kost willen recupereren.' Het blijkt ook dat de juridische dienst van de NMBS nabestaanden vaak aanraadt om de erfenis te verwerpen. In dat geval recupereert de NMBS ook niets. Maar een erfenis verwerpen, dat vinden ze bij de Werkgroep Verder 'toch ook wel behoorlijk wreed'. In Nederland hebben de spoorwegen zichzelf verzekerd tegen zelfdodingen. Zou dat geen veel humanere oplossing zijn? 'Dat is inderdaad een afweging die je kunt maken', zegt Uytterhoeven. 'Maar vergeet niet dat het om grote sommen geld gaat. Dat moet ergens vandaan komen: uit subsidies, uit de ticketprijs... Nee, wij zijn er voorstander van dat iedereen verplicht een familiale verzekering neemt.'Mathy Paeshuyse van de Werkgroep Verder: 'Natuurlijk zou dat het beste zijn. Maar je kunt mensen toch niet verplichten om een verzekering te nemen? En zelfs dan ben je niet helemaal zeker. Het is al gebeurd dat mensen die een familiale verzekering hadden alles moesten ophoesten. De verzekeringsmaatschappij beschouwde de verzekerde in dat geval als de dader van een 'opzettelijk' feit. Dat is natuurlijk flauwekul. Mensen kunnen in die situatie niet meer rationeel denken. Ze zitten al zo ver in die tunnel. Dat leidde tot drama's. Een moeder en een vader moesten ooit hun huis verkopen om de schulden te betalen. Wat later stierven ze. Van verdriet.'Het station Mortsel-Oude-God ligt ondergronds. Tussen de groene graffiti staat ergens gekrast: '+ Arne. 1973-2004'. Dit station maakt, samen met Mortsel-Centraal en Mortsel-Deurnesteenweg, deel uit van wat machinisten weleens De Zwarte Driehoek noemen. 'Mijn hart slaat altijd over als ik door Mortsel rijd', zegt een machinist. 'Het is de Bermudadriehoek van België.'Waarom hier? Waarom in de tunnel van Oude-God? Niet ver hiervandaan ligt de psychiatrische instelling Sint-Amadeus. Maar dat is maar een deel van de verklaring. Wat nog? Misschien stellen we te veel vragen. De trein stopt. Een man stapt uit. Kijkt naar het gat in de spoorwegtunnel. En wacht op de toekomst. Door Stijn Tormans'Het was een raar gevoel: ik had een mens doodgereden en had het niet eens gemerkt.''Er zijn mensen die je recht in de ogen kijken. Blij. Opgelucht. Bijna euforisch. En er zijn er anderen. Die triest, heel down kijken. Bang om het te doen.''De dood waart daar rond. Er ligt een lijk. En dan zijn er reizigers die zonder gêne gsm'en. ,,t Is weer zover, zenne.''''Hij moet uren op het spoor gelegen hebben. In de kou. Te wachten op een trein, op de dood.'