In zijn oorlog tegen de VN beschikte de Katanga over één troef: luchtoverwicht. Zijn luchtmacht Avikat telde behoorlijk wat toestellen, waarvan het merendeel kwansuis door de Belgen was achtergelaten. Maar Elisabethstad kocht ook nieuw materiaal, naar verluidt met geld voorgeschoten door de Union Minière. Bij de Franse constructeur Potez bestelde Katanga negen Fouga Magisters, door een straalmotor aangedreven lestoestellen, die met mitrailleurs werden uitgerust. Midden februari 1961 vloog een C-97-vrachtvliegtuig van de Amerikaanse maatschappij Seven Seas er drie naar Katanga. Mogelijk waren z...

In zijn oorlog tegen de VN beschikte de Katanga over één troef: luchtoverwicht. Zijn luchtmacht Avikat telde behoorlijk wat toestellen, waarvan het merendeel kwansuis door de Belgen was achtergelaten. Maar Elisabethstad kocht ook nieuw materiaal, naar verluidt met geld voorgeschoten door de Union Minière. Bij de Franse constructeur Potez bestelde Katanga negen Fouga Magisters, door een straalmotor aangedreven lestoestellen, die met mitrailleurs werden uitgerust. Midden februari 1961 vloog een C-97-vrachtvliegtuig van de Amerikaanse maatschappij Seven Seas er drie naar Katanga. Mogelijk waren ze aanvankelijk bestemd voor de Belgische luchtmacht, die tientallen Fouga's in dienst heeft gehad. Twee van de toestellen raakten al snel in onbruik, maar het derde, met de Belgische huurling Joseph Deulin als piloot, toonde zich zeer succesvol bij aanvallen tegen VN-blauwhelmen en -vrachtvliegtuigen. Daarom stelde Ethiopië voor om de VN Amerikaanse F-86F-Sabre-straaljagers te leveren, maar Groot-Brittannië wou niet dat die, op weg naar Congo, Britse kolonies zouden overvliegen. Het was precies om Deulins Fouga van zich af te houden dat kapitein Per Hallonquist de SE-BDY op 17 september 1961 in het grootste geheim en met een grote omweg om Katanga heen naar Ndola loodste. Een complottheorie wil dat de DC-6 toch daar door de Fouga is neergeschoten, maar dat lijkt technisch vrijwel uitgesloten. Katanga had graag ook de zes andere Fouga's snel geleverd gekregen. Later in Elisabethstad buitgemaakte documenten, die nu in het VN-archief in New York berusten, werpen een bizar licht op de Belgische rol in die Fouga-geschiedenis. In mei 1961 berichtte Dom Diur, Katanga's officieuze ambassadeur in Parijs, dat de firma Potez problemen had met 'de rest van de bestelling', als gevolg van een regeringswissel in Brussel. Diur omschreef het nieuwe, rooms-rode kabinet van Theo Lefèvre (CVP) als 'pro-VN en vijandig tegenover Katanga'. Daarom was het onmogelijk om voor de zes resterende Fouga's 'de importlicenties te gebruiken die Potez in België bezit'. Wat dus betekent dat de eerste levering wel degelijk middels die Belgische licenties gebeurde, ondanks het VN-wapenembargo tegen Katanga. Diur zocht de oplossing in Congo's buurland Congo-Brazzaville, waarvan de president Fulbert Youlou een bondgenoot van Katanga was, al hield hij alvast de (toen nog) Portugese kolonie Angola als alternatief achter de hand. Youlou zou zogezegd tien Fouga's kopen, om te verbergen dat het hem eigenlijk om de zes Katangese toestellen te doen was, want iedereen wist best dat die nog te leveren waren. De Katangezen kauwden Youlou de hele zaak voor, onder meer om de aankoop met een Amerikaanse lening te financieren. In maart 1962 kregen de VN lucht van de zaak. Ze zetten zelfs een geheime missie in Congo-Brazzaville op, om berichten na te gaan dat de Fouga's waren gearriveerd in de havenstad Pointe Noire. Dat bleek niet het geval. Potez hield de toestellen nog jarenlang in stock en verkocht ze uiteindelijk aan Kameroen (vier) en Ierland (twee).