Het aantal economische onheilsberichten was de laatste tijd niet bij te houden. Er was de kredietcrisis in de Verenigde Staten. Er was de explosie van de grondstofprijzen. En er zijn de dreigende inflatiecijfers - bijna 6 procent in België. Zwaar weer dus. Niet meteen het moment om het thema van de begrotingstekorten in de eurozone weer uit de kast te halen. De tijd was rijp om zich op het échte leed toe te spitsen: de consument die zijn portemonnee almaar verder moet opentrekken. Met andere woorden: hoog tijd voor stimuleringsmaatregelen om de koopkracht op te drijven.
...

Het aantal economische onheilsberichten was de laatste tijd niet bij te houden. Er was de kredietcrisis in de Verenigde Staten. Er was de explosie van de grondstofprijzen. En er zijn de dreigende inflatiecijfers - bijna 6 procent in België. Zwaar weer dus. Niet meteen het moment om het thema van de begrotingstekorten in de eurozone weer uit de kast te halen. De tijd was rijp om zich op het échte leed toe te spitsen: de consument die zijn portemonnee almaar verder moet opentrekken. Met andere woorden: hoog tijd voor stimuleringsmaatregelen om de koopkracht op te drijven. Of niet? 'Als we de fouten uit het verleden niet willen overdoen, moeten we nu vooral geen geld pompen in de economie', meent Ivan Van de Cloot, hoofdeconoom van de onafhankelijke denktank Itinera. Is dat nochtans niet precies wat heel wat economen voorschrijven? Het is net ook dat wat veel bedrijven, gezinnen en banken vragen: pomp geld in de economie om de koopkracht op te trekken. 'Niet doen', vindt Van de Cloot. We kenden een olieschok in de jaren 1970, en ook vandaag zitten we midden in een oliecrisis. 'En dat zet een snelheidsbeperking op de economie.' Want niet alleen de economie vertraagt maar ook - onder de hoge inflatiedruk -haar potentiële groei en haar draagkracht op de langere termijn. En dat moeten we onder ogen zien. Regeringen moeten op de rem gaan staan en hun staatskassen bewaken. 'Vandaag is niet het moment om grote overheidstekorten op te bouwen om de economie aan te zwengelen, ook al zouden de economen van de vorige generatie dat precies wel hebben gedaan', vindt Van de Cloot. 'Want zo komen we er nooit uit.' Is dat een realistisch scenario? Zullen de overheden in de eurozone niet zwichten voor de druk van allerlei belangengroepen? In de Verenigde Staten, waar de crisis is ontstaan, heeft de regering-Bush zich alvast niet laten intomen. Na een reeks van stimuleringsmaatregelen moet ze voor het begrotingsjaar 2009 al met een tekort van 482 miljard dollar (307 miljard euro) rekenen, of 5,5 procent (volgens de OESO). Geen nood, de begrotingstekorten in de eurozone zullen niet meteen in die mate de pan uit rijzen. Maar in de huidige omstandigheden moeten we waakzaam blijven. Stilaan beginnen de deficits weer op te lopen. 'Staatskassen zijn terug van weggeweest', waarschuwde de Nederlandse krant NRC vorige week. Tussen 2003 en 2007 waren de eurolanden erin geslaagd om hun begrotingstekorten van gemiddeld 3,1 tot 0,6 procent terug te dringen. Maar voor 2008 zouden ze al minstens 1,1 procent bedragen. Voor Frankrijk en Italië kan het tekort dit jaar al oplopen tot 3 procent. 'De inflatie moet je onder controle houden, maar nu niet', laten economen zich weleens ontvallen. Of nog: 'De begrotingstekorten moeten zo laag mogelijk blijven, maar soms kun je je al eens een risico veroorloven.' Echt? Met het monsterdeficit van de VS lijkt het alvast logisch dat we het Amerikaanse voorbeeld beter niet volgen. Of zouden de ouwe knarren uit de economie toch gelijk hebben? door Ingrid Van Daele