Met muzikant en songschrijver Isaac Hayes verloren de Verenigde Staten afgelopen weekend een icoon en pionier van de soulmuziek. Zondag overleed de legende thuis in Memphis, Tennessee.
...

Met muzikant en songschrijver Isaac Hayes verloren de Verenigde Staten afgelopen weekend een icoon en pionier van de soulmuziek. Zondag overleed de legende thuis in Memphis, Tennessee. Wanneer Hayes 65 jaar geleden op de wereld komt, lacht het leven hem niet bepaald toe. Op eenjarige leeftijd verliest hij al zijn moeder, waarna zijn vader met de noorderzon verdwijnt. De straatarme grootouders vangen hem en zijn zus op. Verschillende keren moet hij van school af om uit te gaan werken - opa was ziek. Troost vond de jonge Hayes in die dagen in de muziek van zijn grote held Nat King Cole. Als tiener speelt hij bij verschillende bandjes, en hij verovert de nachtclubs van Memphis. Hoewel hij als muzikant volledig autodidact is, versiert hij in 1964 na een geslaagd optreden als invallende pianist een contract als studiomuzikant bij het label Stax Records. In zijn eerste sessie mag hij al met Otis Redding meespelen. Samen met zijn oude vriend David Porter begint hij bij Stax ook nummers te componeren, en samen groeien ze uit tot een gerespecteerde songwriterstandem. Voor het soulduo Sam and Dave bedenken ze verscheidene hits, en nummers als Soul Man en Hold On, I'm Comin' worden klassiekers. Dankzij dat succes kan Hayes Stax overtuigen om hem een soloalbum uit te laten brengen. Zijn debuut, PresentingIsaac Hayes, blijkt in 1967 nog wat te experimenteel, maar opvolger Hot Buttered Soul wordt in de zomer van 1968 zijn grote doorbraak. Op de plaat staan amper vier nummers, maar in tegenstelling tot de toen gebruikelijke drie minuten laat Hayes zijn bariton telkens minutenlang floreren. In de Jimmy Webb-cover By the Time I Get to Phoenix zingt hij het zelfs 18 minuten uit. Van het album worden meer dan één miljoen stuks verkocht, en zijn langgerekte versie van Burt Bacharachs Walk on By wordt een hit. De nummers bevatten ook parlando stukken, wat hij toen al 'rap' noemde lang voor het genre werd uitgevonden. Tussen zijn zwarte collega's met afrokapsel is hij een fenomeen met zijn kale knikker, volle baard en opzichtige gouden kettingen rond de nek. Zijn hoogtepunt beleeft de soulzanger wanneer hij in 1971 de muziek mag schrijven voor de misdaad- en blaxploitationfilm Shaft van Gordon Park, waarin hij eigenlijk gehoopt had de hoofdrol te mogen spelen. Voor die muziek mag Hayes onder een staande ovatie in 1972 een Oscarbeeldje in ontvangst nemen - de eerste keer dat een zwarte muzikant die eer te beurt valt -, en hij krijgt er ook twee Grammy's voor. Het met seks overgoten openingsnummer van de film, Theme from Shaft, wordt een nummer één in de VS. Ook voor zijn nieuwe album Black Moses krijgt hij dat jaar een Grammy. Maar hoewel zijn stijl en geluid veel artiesten beïnvloeden, gaat het midden de jaren zeventig toch onvermijdelijk bergaf met zijn carrière. Hij evolueert naar discomuziek, en daar is zelden iemand beter van geworden. Hayes blijft wel een fenomeen. Om na zijn faillissement de kas weer te spijzen, legt hij zich dan maar toe op een acteercarrière en duikt op in een zestigtal films op het kleine en grote scherm. In de jaren negentig krijgt zijn muziek weer een jonger publiek, wanneer R&B-, rap- en hiphopartiesten zijn werk gretig samplen. Hij beschouwde het als een compliment. Maar hij wordt pas écht weer cool als de makers van de succesvolle animatieserie South Park hem in 1997 vragen de stem in te spreken van Chef, de wijze maar aangebrande schoolkok en zelfverklaarde ladies' man in de serie. Het typetje wordt ontzettend populair, maar in 2006 geeft Hayes er plotseling de brui aan omdat in een aflevering de draak wordt gestoken met Scientology, het geloof dat hij aanhangt. Isaac Hayes stierf op zondag 10 augustus met nog een pak plannen op de plank. Zo hoopte hij onder meer opnieuw een album te maken bij Stax. De soullegende is bovendien binnenkort nog te zien in de komedie Soul Men, met Samuel L. Jackson en de zaterdag overleden komiek Bernie Mac. Thomas Verbeke