Van de vier regionale luchthavens zijn er twee die zich in cargo specialiseren: Luik-Bierset en Oostende. Gosselies-Charleroi heeft helemaal geen vrachtvervoer en Antwerpen-Deurne een beetje (in het topjaar 1995 werd nog 10.807 ton cargo verwerkt, in 1998 6860 ton).
...

Van de vier regionale luchthavens zijn er twee die zich in cargo specialiseren: Luik-Bierset en Oostende. Gosselies-Charleroi heeft helemaal geen vrachtvervoer en Antwerpen-Deurne een beetje (in het topjaar 1995 werd nog 10.807 ton cargo verwerkt, in 1998 6860 ton). Deurne (korte landingsbaan, stedelijke omgeving) kan potentiële klanten niet bieden wat elders wel kan en mag. Oostende en Luik-Bierset bazuinen overal uit dat ze "24 uur op 24 bereikbaar zijn". Luik-Bierset heeft dat nodig om koerierbedrijf TNT ter wille te zijn, Oostende (zij het in veel mindere mate) om mee te kunnen spelen bij de intercontinentale vluchten. Door die nachtvluchten is het cargovervoer in Luik in enkele jaren tijd met ettelijke duizenden procenten gestegen. De grote doorbraak kwam er in 1998, toen TNT Express Worldwide hier zijn Europese hub vestigde. TNT is een koeriersbedrijf als DHL, en die vliegen alleen maar 's nachts. In het maanlicht explodeerden de Luikse cijfers. In 1994 had Luik-Bierset nauwelijks 353 ton cargo. Ieder jaar verdrievoudigde de omzet. In 1999 werd afgeklokt op 207.629 ton cargo. De website van de Luikse luchthaven begint dus logischerwijze met haar grootste troeven: Opening days: 7 days a week. Opening Hours: H 24. Meer moet dat niet zijn. In Oostende ligt dat anders. Ook daar floreert de cargo: bijna 108.000 ton in 1999, tegen bijna 88.000 ton in 1998, dus ook twintig procent meer. Ook Oostende gedoogt nachtvluchten. "Maar hier zijn er gemiddeld amper twee bewegingen per nacht", relativeert adjunct-commandant Johan Onraedt, "en dan nog is er een nachtverbod voor de meest lawaaierige klasse: de Boeing-707, de DC-8 en de Russische Il-76. Maar we hebben nachtvluchten wel nodig voor de intercontinentale lijnen. Daar kan het niet anders: of hier, of aan de overkant van de plas zal er een nachtelijke beweging zijn." En terwijl de nacht het rijk is van de cargo, verkiezen passagiers de dag. Daardoor kan de luchthaven van Gosselies-Charleroi reclame maken met haar ecologisch surplus: geen trainingsvluchten in het weekend, amper nachtvluchten. In 1999 steeg het aantal passagiers in Charleroi met 12 procent. Ondanks die groei bleef de overlast voor de buurt minimaal: amper 174 nachtvluchten, één om de twee à drie nachten. Toen minister Isabelle Durant het luchtvaartwereldje in rep en roer zette met haar nachtverbod, verklaarde Charleroi in een persmededeling dat Henegouwen evenmin nachtvluchten belieft. Er wordt ook fijntjes opgemerkt dat "de luchthaven van Charleroi Brussel-Zuid zich sinds '92 engageerde in een regelmatige en constructieve dialoog met de omwonenden".W.P.