Stamcellen hebben, samen met klonen, alvast een aloud dogma van de biologie onderuit gehaald: dat cellen, eens ze gerijpt zijn, niet meer terug kunnen naar hun oorspronkelijke veelzijdigheid. De natuur blijkt flexibeler dan gedacht. De vraag is of deze kennis in de geneeskunde zal kunnen worden ingebouwd.
...

Stamcellen hebben, samen met klonen, alvast een aloud dogma van de biologie onderuit gehaald: dat cellen, eens ze gerijpt zijn, niet meer terug kunnen naar hun oorspronkelijke veelzijdigheid. De natuur blijkt flexibeler dan gedacht. De vraag is of deze kennis in de geneeskunde zal kunnen worden ingebouwd.Catherine Verfaillie: Voorlopig wel. We denken na over opties om het te onderzoeken. Maar we worden gehinderd door het feit dat we niet weten hoe onze cellen er in een lichaam uitzien. Verfaillie: Misschien zijn ze een soort back-upsysteem, reageren ze op prikkels van organen met problemen om in te grijpen en vervangingscellen te sturen. Als het effectief zoiets zou zijn, rijst natuurlijk de vraag waarom zoveel mensen ziek worden. Verfaillie: Inderdaad. Zodra we er zicht op hebben hoe die cellen zich verplaatsen, hoe we ze kunnen herprogrammeren en sturen, zouden we een aantal ziekten kunnen genezen door deze processen in patiënten aan te zwengelen. Verfaillie: Ik schat dat we over een jaar of dertig in staat zullen zijn om instructies te sturen aan cellen die ergens in het lichaam verborgen zijn met de boodschap in actie te komen. Ik denk dat we binnen vijf tot tien jaar met de eerste klinische studies voor ziekten als Parkinson en diabetes type-1 kunnen beginnen. Na nog eens vijf jaar zou daar dan een behandeling uit kunnen voortvloeien. Binnen tien jaar zullen we misschien genoeg weten om aan het bijsturen van orgaanweefsels te beginnen. Maar dan zijn we nog geen complexe organen aan het maken. Verfaillie: Ja, maar we zullen heel wat veiligheidsstudies moeten doen om aan te tonen dat ze niet ongebreideld gaat prolifereren. Als het effectief over herprogrammeren van genetisch materiaal gaat, kan er iets fout lopen, en kunnen er eventueel kankerachtige problemen optreden. Tot nu toe hebben we 100 miljoen cellen in muizen getransplanteerd zonder dat we ergens kanker zagen, maar dat wil niet zeggen dat er niets mis kan gaan na 100 miljard celtransplantaties. Embryonale stamcellen maken kankerachtige gezwellen waar niemand graag over spreekt, want als je zo'n gezwel in je hersenen krijgt zal je niet lang meer leven. Verfaillie: Nee, maar we maken al cellijnen van apen om helemaal klaar te zijn op het moment dat we met zulke tests willen beginnen. Verfaillie: Daar heeft niemand een antwoord op. De enige manier om het uit te leggen is dat er aan regeneratie een nadeel verbonden moet zijn, want anders zou de mogelijkheid bewaard zijn gebleven. Verfaillie: In ieder geval. Stel u voor dat we terug reptielen zouden worden. We vragen ons wel af of onze cel geen overblijfsel van dat regeneratiesysteem is. Het aangroeien van een nieuwe staart bij een reptiel blijkt effectief een herprogrammering te zijn. In huid- of spiercellen op de afgebroken staartwonde wordt een genetisch programma aangezet waarmee ze weer oercel worden, zodat ze tot iets anders kunnen uitgroeien. Men heeft dat al nagebootst in muizen. Verfaillie: De twee zijn samen de toekomst. Met stamcellen zullen we gemakkelijk kunnen uitzoeken wat genen doen. Ze kunnen differentiëren tot eender welk celtype, waarbij we kunnen nagaan welke genen in actie komen. Verfaillie: Ja. Als je bijvoorbeeld een genetische leverziekte hebt, zou je in stamcellen het gen met de fout door een normaal gen kunnen vervangen, en die cellen dan opkweken en inplanten. Verfaillie: Je denkt daar natuurlijk over na, maar je kan de wetenschap toch niet beletten om goede dingen te doen, omdat iemand eventueel aan iets fouts zou kunnen beginnen. Als je verstand wil bijkweken, moet je eerst begrijpen wat verstand precies is, hoewel er nu al een muis gekloond is die slimmer is dan andere, of die toch efficiënter haar weg in een doolhof vindt, en het verschil bleek van slechts één gen af te hangen. Ik denk overigens dat het veel gemakkelijker zal zijn om met genetische manipulatie zulke doelstellingen na te streven dan met stamcellen. Verfaillie: Het is heel moeilijk te zeggen waarom we ouder worden. Wij hebben daar op het laboratorium veel filosofische gesprekken over. Worden we ouder omdat bepaalde organen ziek worden, of in het algemeen, door oxidatieprocessen die cellen treffen en doen aftakelen? Ik weet niet of we dat zullen kunnen bijsturen door de toediening van stamcellen. We denken erover een aantal muizen die genetisch zo zijn geprogrammeerd dat ze vroeg oud worden, een stamcellenkuur te geven om te zien wat er gebeurt. Maar daar is ouderdom een genetisch defect, terwijl het meestal om een omgevingsproces gaat, te wijten aan voeding enzovoort. Nog zo'n vraag: waarom sterven mensen? Is er een psychologische component verbonden aan plots sterven? We weten het niet. Er zijn mensen die gewoon wegkwijnen en sterven zonder dat we weten waarom. Verfaillie: Absoluut. Wat niet belet dat we erover moeten nadenken wat er zou gebeuren mochten we de gemiddelde levensduur verdubbelen. De vorige eeuw, met de succesvolle strijd tegen infectieziekten, steeg de levensduur gemiddeld van dertig naar tachtig jaar, en dat had een enorm effect. Verfaillie: We zullen waarschijnlijk eerder het leven gemakkelijker kunnen maken dan het verlengen. Als je kan verhinderen dat de hartfunctie van mensen progressief vermindert, zodat ze de laatste tien jaar van hun leven nog inspanningen aankunnen, verbeter je hun leven beduidend. Als je een aantal organen kan bijspijkeren of vervangen, kan je misschien een aantal jaren aan het leven toevoegen. Maar 25 lijkt me voorlopig wat veel.