De indruk dat het oude Peking alleen voor de aanstaande Olympische Spelen werd gesloopt, klopt niet helemaal. Dat is de bevinding van Sus van Elzen, die de voorbije 35 jaar als journalist en publicist geregeld naar de Volksrepubliek reisde. 'De afbraak begon al meteen na 1948, toen Mao Zedong de macht overnam', zegt hij. 'Mao ging op de poort voor het Tiananmenplein staan, en zei: "Ik wil een landschap zien van fabrieksschoorstenen." En dat kreeg hij ook. De maoïsten hebben de Chinese cultuur tot op de grond afgebroken.
...

De indruk dat het oude Peking alleen voor de aanstaande Olympische Spelen werd gesloopt, klopt niet helemaal. Dat is de bevinding van Sus van Elzen, die de voorbije 35 jaar als journalist en publicist geregeld naar de Volksrepubliek reisde. 'De afbraak begon al meteen na 1948, toen Mao Zedong de macht overnam', zegt hij. 'Mao ging op de poort voor het Tiananmenplein staan, en zei: "Ik wil een landschap zien van fabrieksschoorstenen." En dat kreeg hij ook. De maoïsten hebben de Chinese cultuur tot op de grond afgebroken. 'Er zouden in Peking nu toch wat oude wijken worden bewaard. Maar de meeste mensen in de oude binnenstad zijn ondertussen naar de buitenwijken verbannen, en ze komen ook niet meer terug. Het oude centrum van Peking wordt chic en rijk. Dat is niet ongewoon. Dezelfde gentrification deed zich, bijvoorbeeld, ook in het New Yorkse Harlem en in het Londense Chelsea voor. Alleen misschien niet zo brutaal.' De sloop zou zich dus ook zonder de Olympische Spelen hebben voorgedaan. 'Het beste bewijs: het gebeurt niet alleen in Peking, maar in heel China. Daar zit ook een goede kant aan. De oude hutongs, waarin families rond een gesloten erf bij elkaar woonden, werden echt onbewoonbaar. De mensen zitten er met honderden op elkaar gepakt, en daarvoor waren ze niet gebouwd.' Van Elzen voorspelt de Chinezen een betere toekomst. 'Er is om te beginnen de druk van onder: de mensen willen meer democratie. Ik laat in mijn boek zien hoe kunstenaars voortdurend de grenzen aftasten van wat toegelaten is. Tot de deur weer dichtgaat, en dan beginnen ze van voren af aan. Altijd opnieuw. En er mag al veel. Ik dacht altijd dat een dissident die wordt opgepakt voor ten minste twintig jaar in een kamp verdwijnt. Maar tegenwoordig staat hij na een week weer op straat. Het blijft alleen moeilijk om over het bloedbad van 1989 te praten. Dat is nog altijd taboe. Daar zijn ze niet mee klaar. Een beroemde kunstenaar zoals Lui Xiaodong, bijvoorbeeld, schildert nog alleen naar model: hij gelooft alleen wat hij met eigen ogen heeft gezien. 'Daarnaast heeft het regime zich met de opening en met de economische boom in een positie gewerkt, die het niet meer kan afremmen. Het moet vooruit, het moet ervoor zorgen dat het leven beter wordt. Het heeft daarvoor nog een jaar of vijftien, twintig de tijd. Dan is de boom voorbij en wonen alle boeren in de stad. Daar kunnen ze zich beter organiseren en zijn de voorwaarden vervuld voor een nieuwe revolutie.' Sus van Elzen vreest wel de heropleving van het Chinese nationalisme. Het regime ziet het graag gebeuren. 'Tegen Taiwan of Tibet: groepen jongeren betogen steeds frequenter dat er niet mag worden toegegeven op het vlak van de nationale soevereiniteit. Zoiets kan snel uit de hand lopen. De Culturele Revolutie, die eind jaren zestig zoveel doden maakte, moest uiteindelijk door het leger worden neergeslagen. De meningen zijn verdeeld of zoiets weer kan gebeuren. Maar als je alle meningen bij elkaar optelt, is de conclusie: ja, het zou weer kunnen. Het nationalisme kan net zo goed een massabeweging aansteken als het communisme. Het enige houvast dat de Chinezen vandaag hebben, is dat dit het moment is om rijk te worden. Maar is dat genoeg? SUS VAN ELZEN, DE DRAAK EN DE ROZENTUIN, ATLAS, AMSTERDAM/ ANTWERPEN, 237 BLZ., 19,90 EURO. Hubert van Humbeeck