Het beeld van de schertsprocessen in totalitaire regimes staat allicht iedereen voor de geest. Helaas is "Het Proces" van Franz Kafka in veel landen nog steeds dagelijkse realiteit.
...

Het beeld van de schertsprocessen in totalitaire regimes staat allicht iedereen voor de geest. Helaas is "Het Proces" van Franz Kafka in veel landen nog steeds dagelijkse realiteit. Nochtans heerst binnen de internationale gemeenschap wel een vorm van consensus over de elementaire voorwaarden om van een eerlijk proces te spreken: de onpartijdigheid van de rechter, het recht om gehoord te worden en om zich te verdedigen, het vermoeden van onschuld, de plicht van de rechter om zijn uitspraak te motiveren, het zijn allemaal principes die de kern uitmaken van een rechtsstaat. Ook de wijze waarop het proces gevoerd wordt en de betrokkene zijn rechten kan uitoefenen, is min of meer gemeengoed: het recht op (gratis) rechtsbijstand, en indien nodig op vertaling, de mogelijkheid om getuigen op te roepen, bewijzen te leveren, om een openbaar proces te krijgen en om onder geen beding gedwongen te worden om zichzelf te beschuldigen, worden als essentieel beschouwd. Deze grote beginselen - die meestal reeds eerder in de grondwet en in de strafwetgeving van veel landen waren opgenomen - hebben gestalte gekregen in artikel 10 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Dit artikel stelt dat iedereen zonder enig onderscheid recht heeft op het vaststellen van zijn rechten en plichten en gebeurlijk van de strafrechtelijke klachten tegen hem, in een eerlijk proces voor een onpartijdige rechtbank. Het werd, wat de notie "eerlijk" proces betreft, verfijnd in art. 14 van het Verdrag Burgerlijke en Politieke rechten. In datzelfde verdrag (art. 15) werd ook expliciet het verbod geformuleerd op terugwerkende kracht van strafwetten.DE PRINCIPES EN DE REALITEITOok het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens huldigt die beginselen en is op dat vlak overigens heel concreet, net zoals onze eigen Belgische wetgeving in een aantal bepalingen. Zowel in de Grondwet, in het Strafwetboek als in het Wetboek van strafvordering vindt men bepalingen die het recht op een eerlijk proces moeten waarborgen. Zoals het al te vaak het geval is, gaapt tussen de mooie principes vervat in de verdragen en de dagelijkse realiteit een diepe kloof... Ook in zogenaamd beschaafde staten, waarvan men zich niet meteen aan misbruiken zou verwachten, is een eerlijk proces niet steeds vanzelfsprekend. De verdragsteksten geven overigens geen volledig waterdichte definities, zodat de precieze draagwijdte van de notie "eerlijk proces" toch voor een stuk door de rechterlijke instanties moet worden ingevuld. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens neemt het recht op een eerlijk proces zeer ernstig en heeft dienaangaande een uitgebreide jurisprudentie opgebouwd. Zo werd in de spraakmakende zaak- Van Mechelen/Nederland (EHRM, 23 april 1997) geoordeeld dat het recht op een eerlijk proces was geschonden, omdat de verdachten vervolgd werden, uitsluitend op grond van verklaringen van anonieme politieambtenaren. Deze ambtenaren waren daarenboven tijdens de zitting in een aparte ruimte ondergebracht, zodat noch de beklaagden, noch hun raadslieden toegang hadden tot hen. De verdediging kende dus niet alleen de identiteit niet van de ambtenaren in kwestie, ze was ook niet in staat hun reacties tijdens een rechtstreekse ondervraging te observeren en aldus hun betrouwbaarheid te toetsen. De communicatie verliep immers via een geluidsverbinding. Het EHRM oordeelde dat er geen zinnige verklaring was om het recht van verdachten dermate te beperken, dat ze niet aanwezig konden zijn bij het leveren van het bewijs tegen hen.Frans Geys, Liga voor Mensenrechten Deze reeks is een gemeenschappelijk initiatief van de Liga voor Mensenrechten, Amnesty International Vlaanderen, Artsen zonder Grenzen, Oxfam-Solidariteit en de uitgever van Knack.Een ieder heeft recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak.