Eind juni schreef Knack het verhaal van Miranda Bollen. Een meisje uit Antwerpen dat licht mentaal gehandicapt was en een verleden had in instellingen. Ze was té. Té alles. Op haar achttiende was ze hulpverleningsmoe en trok ze de wereld in. Een paar maanden later was ze dood: ze had domweg haar medicatie verwaarloosd. 'Er lopen honderden Miranda's op straat', riepen medewerkers van het JAC in juni. 'Hoeveel doden moeten er nog vallen voor er iets veranderd?'
...

Eind juni schreef Knack het verhaal van Miranda Bollen. Een meisje uit Antwerpen dat licht mentaal gehandicapt was en een verleden had in instellingen. Ze was té. Té alles. Op haar achttiende was ze hulpverleningsmoe en trok ze de wereld in. Een paar maanden later was ze dood: ze had domweg haar medicatie verwaarloosd. 'Er lopen honderden Miranda's op straat', riepen medewerkers van het JAC in juni. 'Hoeveel doden moeten er nog vallen voor er iets veranderd?' 'Dat artikel heeft heel wat losgeweekt bij beleidsmedewerkers', zegt Koen De Vylder, directeur van het Centrum Algemeen Welzijnswerk Metropool. 'We hebben al een gesprek gehad met Vlaams minister van Welzijn Steven Vanackere (CD&V) en momenteel wordt er op verschillende niveaus gepraat. Het probleem wordt dus erkend en dat is al heel wat. Alleen: er wordt naar mijn goesting nog veel te weinig initiatief genomen.' Dirk Weyler is opvoeder. Hij schreef na het Knack-artikel over Miranda vier volksvertegenwoordigers aan. Die zullen het onderwerp straks aankaarten op een commissievergadering in het Vlaams Parlement. 'Alle energie die wij, opvoeders, in jongeren gestoken hebben, dreigt in mineur te eindigen', zegt Weyler. 'Kijk, we moeten jongeren als Miranda stimuleren om hulp te aanvaarden. Maar het is onafwendbaar dat ze, zoals alle jongeren, op een bepaalde leeftijd beginnen te rebelleren. En zeggen: "Foert met die zorg, ik probeer het alleen". Dat is trouwens ook hun volste recht. Het is misschien zelfs noodzakelijk om te beseffen dat ze bepaalde beperkingen hebben. Alleen: in die risicovolle fase is er meer dan ooit behoefte aan een nieuw soort hulpverlening.' Dat vindt ook Koen De Vylder. 'Het moet hulp zijn die in de eerste plaats hun vrijheidsdrang respecteert en toejuicht. Maar tegelijkertijd ook voor hen zorgt: dat ze hun medicatie tijdig innemen, bijvoorbeeld. Kijk, geen slecht woord over de gehandicaptenzorg. Dat is een goed gestructureerde sector die perfect werkt. Alleen: niet voor jongeren die onaangepast of rebellerend gedrag vertonen. Vaak komen die jongeren terecht bij het JAC of straathoekwerkers. Op hun beurt heel competente mensen die een ongelofelijke vaardigheid hebben om met straatkatten om te gaan. Maar zij zijn dan weer geen specialisten, ze missen de medische knowhow. Ze kunnen geen medicamenten voorschrijven of een medische analyse maken. Daarom moet er heel dringend een nieuw soort hulpverlening komen die die twee zaken combineert. Ik zou het spijtig vinden als dit signaal alleen maar zou leiden tot de vraag welke sector er nu meer geld moet krijgen.' Stijn Tormans