Op zoek naar een plein voor elke entiteit : het Stuivenbergplein in Antwerpen dient als voorbeeld van criminaliteitspreventie.
...

Op zoek naar een plein voor elke entiteit : het Stuivenbergplein in Antwerpen dient als voorbeeld van criminaliteitspreventie.STUIVENBERG, NIET HET kasteel maar de buurt in het noorden van Antwerpen, staat bekend als een migrantenbuurt. In de breedste zin van het woord. In de negentiende eeuw was de wijk rond het toenmalige kerkhof een toevluchtsoord voor havenarbeiders die de stad ontvluchtten. Daarna voor Limburgers en Kempenaars die werk vonden in de Antwerpse industrie en zich in de buurt vestigden. Vervolgens kwamen de Turkse en Marokkaanse gastarbeiders, tegenwoordig strijken Oost-Europeanen en Afrikanen massaal in de omgeving neer. Het arbeidsreservoir van Antwerpen telt momenteel achttienduizend inwoners op evenveel vierkante meter. Ze vallen uiteen in 141 verschillende etnische groepen, verzinken vaak in kansarmoede of illegaliteit. Hun problemen en onderlinge conflicten zorgden dat de wijk, met zijn tien procent sociale woningen en de hoogste concentratie steuntrekkers in Antwerpen, vaak wegzonk in geweld, vandalisme en criminaliteit. Het Stuivenbergplein, de wanordelijke vlakte waarrond de wijk zich weefde, spande hierin de kroon. ?Een zwarte vlek,? zegt Gina De Mey van het Centrum De Wijk, dat opbouwwerk in de Stuivenbergbuurt verricht. ?Benden kwamen er de kleintjes lastigvallen, lieten hen betalen om het speelplein te gebruiken. Ouderen konden er niet meer veilig op straat, de bewoners voelden zich niet langer veilig.? Allerlei projecten en allerhande verenigingen probeerden het tij te keren. Buurttoezicht, groendienst, volwassenenonderwijs : hun effect bleef heel beperkt. ?Iedereen leverde uitstekend werk op zijn terrein, maar de inspanningen misten coördinatie,? verklaart Kris Bonner, via het veiligheids- en samenwerkingscontract voor Antwerpen ooit verantwoordelijk voor het pilootproject Stuivenbergplein. ?We moesten interdepartementeel werken, boven de verzuilde diensten uitstijgen. En vooral : we moesten een cultuur van hiërarchische structuren doorbreken. Vanuit die basis tekenden we, met inspraak van alle partijen, een leefbaarheidsmodel uit.? Het zichtbare resultaat ligt nu in het midden van de Stuivenbergwijk : het heraangelegde plein, met zijn specifieke indeling gericht op verschillende gebruikersgroepen. Buurttoezichter Hugo Maenhout : ?Het plein moest toegankelijk worden voor kinderen, jongeren zowel als senioren. Fietsers moesten zich er thuis voelen, maar ook voetgangers, of baasjes die even de hond wilden uitlaten. De kinderen willen spelen, de jongeren voetballen, de oudere parkbezoekers zoeken naar een rustig plekje op een zitbank in de schaduw. Dus moesten wij een groene zone scheppen, waar die negen gebruikersgroepen zich thuis voelen.? Struiken en aanplantingen beschermen aan de ene kant van het plein de rust, terwijl aan de overkant de sportieve jongeren zich kunnen uitleven op het hypermoderne en multifunctionele Agoraspace-sportterrein. Gele ?toelatingsborden? leggen het huisreglement van het Stuivenbergplein vast. INTEGRATIE.Het plein staat ook symbool voor de gevoerde integratiepolitiek, zegt ook Alexandra Saey, de nieuwe projectleider op het plein. ?Allerlei initiatieven bestaan naast, maar vooral in overleg met elkaar. Het negativisme is gebannen. Stap voor stap verliest de buurt zijn verpauperde, onveilige indruk.? De verwezenlijkingen op het plein zijn daarvan de noodzakelijke belichaming. Kris Bonner : ?We moesten ook iets laten zién. Mensen die zich inspanden om de leefbaarheid van de buurt te bevorderen, wilden weten dat hun inspanningen ook loonden. Het plein is de relatief goedkope, zichtbare en snelle tegemoetkoming aan hun verzuchtingen.? Het concept zet zoden aan de dijk, voelt Bonner. ?De politie noteert minder misdrijven. Het buurtoverleg komt op gang. De wijkbewoners zoeken massaal het Stuivenbergplein op, waar ze ontmoetingen en sportwedstrijden organiseren. En de Agoraspace is het mooiste bewijs van een geslaagd project : die is, twee jaar na haar inhuldiging, ondanks alle scepsis in haar oorspronkelijke staat bewaard gebleven.? Inmiddels lijkt het nieuwe elan van de buurt ook de verschillende bevolkingsgroepen dichter bij elkaar te brengen. Op 13 oktober scharen de Turkse én Belgische bewoners van de Van Kerckhovenstraat zich gezamenlijk achter een actie voor een veiliger straat. Op 19 oktober kiest de wijk voor het eerst een migrantenraad. Het Oud Badhuis, het ontmoetingscentrum in de buurt van het plein, werkt met succes aan het opvoeren van het aantal verhuringen. Comités voor wijkoverleg zitten op geregelder tijdstippen rond de tafel. Armeense families gaan bij Turkse op de koffie, nieuwe wijkbewoners worden door de buren verwelkomd. ?Plots beseffen de verschillende bevolkingsgroepen dat ze vaak met overlappende problemen kampen,? stelt Gina De Mey vast. ?Vroeger bleven ze al te vaak op hun eiland zitten.? De criminaliteitspreventie sorteert effect. De heraanleg van het plein vormt daar maar een klein onderdeeltje van. Er is ook begeleiding en nazorg, controle, interventie, zelfs repressie. ?Zonder repressie functioneert het niet, zonder een stok achter de deur kan je onmogelijk preventief optreden,? zucht Kris Bonner. ?Toch proberen we zo weinig mogelijk pv's uit te laten schrijven. Wijkagenten, parkwachters, buurttoezichters of de straathoekwerker houden het zoveel mogelijk bij berispingen, om op die manier aan een mentaliteit te bouwen.? Dat de jongeren van de wijk, bijvoorbeeld, zelf aan hun Agoraspace mochten bouwen, is niet vreemd aan die gedachtegang. ?Zo kweek je een gevoel van sociale verantwoordelijkheid,? meent Hugo Maenhout. ?Daarmee bereik je in deze omstandigheden het meeste. In de begindagen van het project snapten we hier twee jongeren, die een blinde zestiger hadden afgetuigd omdat hij niet van de bank wilde opstappen. We leverden hen niet bij de politie af, maar lieten hen onder de aandacht van de hele buurt hun verontschuldigingen aanbieden aan het slachtoffer. Dat was voor hen een hardere straf dan enkele dagen in de gevangenis, die eigenlijk bevorderend werken voor hun status.? STRAATHOEKWERKER.Sinds enkele maanden is er ook weer een straathoekwerker in de Stuivenbergwijk actief. Aangesteld bij gratie van het veiligheids- en samenwerkingscontract. Jürgen Van Haver heeft het niet zo makkelijk. ?Mijn voorganger, Luc Moerkerke, leverde hier fantastisch werk. Hij kende de buurt, dwong hier respect af. Maar Luc was hier ook al een paar maanden geleden weggegaan. Dus moeten de jongeren opnieuw die drempel over, om met hun problemen naar een derde te stappen. Voor die formule aanslaat, zal er zeker een jaar voorbij zijn.? Intussen begeeft Van Haver zich elke woensdag tot zondag tussen de jongeren op het plein. Contact leggen, babbeltje slaan, eventueel een vraag beantwoorden. En, waar nodig, corrigeren. Maenhout : ?De straathoekwerker heeft een brugfunctie : hij is de tolk in het generatieconflict, hier nog versterkt door de etnische eigenheden.? Het Stuivenbergproject geniet volle aandacht in heel Antwerpen. Het zou als voorbeeld kunnen dienen voor pleinwerkingen op de hele negentiende-eeuwse gordel rond Antwerpen. Bij het Sociaal Impulsfonds (SIF) van de Vlaamse Gemeenschap ligt een voorstel klaar om het Stuivenbergmodel op een twintigtal andere Antwerpse pleinen over te planten. Onder meer Kiel en Borgerhout-Noord zouden in de komende drie jaar een beurt krijgen. ?We dromen van een ketting van pleinen,? verwoordt Bonner de ambitie. ?Zo vermijden we dat de problemen zich verplaatsen. Stuivenberg is maar net groot genoeg om de mensen van de buurt op te vangen, meer kan het plein niet slikken. Als de paria's van het Kiel zich hier moeten komen uitleven, heeft ons plan trouwens toch geen zin meer. Elke kleine entiteit moet zijn eigen plein krijgen.? Natuurlijk kan het Stuivenberg-model niet klakkeloos gekopieerd worden. Maenhout : ?Wij zijn de kerstboomkwekers, maar de buurtbewoners moeten zelf de bollen hangen.? De pleinenring is overigens nog lang geen feit. Eerst moet het project nog zijn goedkeuring krijgen bij de Stedelijke Ontwikkelingsmaatschappij van Antwerpen (SOMA) en in de Vlaamse regering. ?In november hakken we de knoop door,? belooft Jos Goossens van deSOMA. ?Dan komt er voor de komende drie jaar ruim drie miljard frank vrij voor ontwikkelingsprojecten in Antwerpen. Het pleinproject is een optie, omdat pleinen vaak de spiegel zijn van een woonbuurt. Maar eerst moeten we nakijken of de inhoud van het project strookt met de beleidslijnen die we tegen dan hebben uitgetekend.? GELDSCHIETERS.Het voorstel van Kris Bonner rekent met een eenmalige herinrichting van een twintigtal pleinen en een onderhoudscontract tot in het jaar 2000. ?Het budget van de veiligheidscontracten zou het personeel leveren, aan het SIF vragen we 250 miljoen frank over drie jaar om de inrichting van de pleinen te bekostigen. Zonder de SIF-subsidie moeten we dat geld uit de reguliere stadsbegroting zien te vissen. De aanvraag past helemaal in onze filosofie, om verschillende budgetten te bundelen voor de verwezenlijking van één globaal project.? Niet iedereen onthaalt die aanpak op gejuich. Gina De Mey, bijvoorbeeld, vreest dat mammoetprojecten in het nadeel spelen van de kleinschalige hulpverlening. Zij wijst erop dat SIF en URBAN renovatieprojecten in Stuivenberg, Borgerhout en de Stationswijk, met gedeeltelijke subsidies van de Europese gemeenschap alleen betalen aan prioritaire projecten. ?Geen prioriteit staat gelijk met financiële drooglegging.? Ook Jos Goossens ruikt het gevaar. ?SIF en URBAN zijn budgetten bovenop de reguliere werking. Het kan niet de bedoeling zijn, dat die posten van de gewone begroting gaan vervangen. Ze moeten complementair werken : we mogen niet op buurthuizen of jeugdwerking bezuinigen, noch hun budgetten uit die bijkomende pot wegzuigen. SIF- en URBAN-gelden zijn bestemd voor eenmalige projecten die de leefbaarheid in stadswijken moeten bevorderen.? Frank Demets Kinderen kunnen weer spelen op het Antwerpse Stuivenbergplein.Politieagenten op het Stuivenbergplein : liever berispingen dan pv's.