Niemand wordt graag bedrogen. Toch gebeurt het vaak. Soms helpt het zelfs. Het beste voorbeeld is homeopathie, waarover onlangs nog eens tijdens een groots opgezet congres in Brussel werd beweerd dat het wel degelijk 'in zeven van de tien gevallen' werkt. In wetenschappelijke kringen blijft men erbij dat homeopathische middelen níét werken, tot een onbetwistbaar bewijs van het tegendeel wordt geleverd. Dat wil zeggen: volgens de huidige stand van de wetenschap kúnnen zulke extreem verdunde middelen nu eenmaal geen 'werkzaam' bestanddeel meer bevatten. De bewijslast ligt dus bij de homeopat...

Niemand wordt graag bedrogen. Toch gebeurt het vaak. Soms helpt het zelfs. Het beste voorbeeld is homeopathie, waarover onlangs nog eens tijdens een groots opgezet congres in Brussel werd beweerd dat het wel degelijk 'in zeven van de tien gevallen' werkt. In wetenschappelijke kringen blijft men erbij dat homeopathische middelen níét werken, tot een onbetwistbaar bewijs van het tegendeel wordt geleverd. Dat wil zeggen: volgens de huidige stand van de wetenschap kúnnen zulke extreem verdunde middelen nu eenmaal geen 'werkzaam' bestanddeel meer bevatten. De bewijslast ligt dus bij de homeopaten. En toch werken ze vaak, die middelen. Als dat het geval lijkt of blijkt te zijn, komt dat wellicht omdat de patiënt ook zonder die middelen genezen zou zijn, of omdat hij gelóóft dat ze werken - het beruchte 'placebo-effect'. Strikt genomen wordt de patiënt in dat geval bedrogen. Wat niet betekent dat dokters of homeopaten die zulke middelen voorschrijven, bedriegers zijn. Velen onder hen geloven er namelijk zélf in. Bedrieg je iemand als je hem iets vertelt wat niet waar is, maar wat je zelf gelooft? Met bedriegen (Van Dale: iemand door list of leugen in dwaling doen verkeren en daarvan te zijnen nadele gebruik maken, hem misleiden) moet een zekere mate van kwaad opzet gepaard gaan. In De Standaard brak redacteur Gilbert Roox na het bewuste homeopathiecongres een lans voor het placebo-effect. 'In plaats van alternatievelingen voor bedriegers uit te schelden, moet onze geneeskunde het placebo-effect ernstig nemen', schreef hij. 'Jazeker, placebo's zijn leugens, maar leugens die ons kunnen helpen.' Hij doelde op 'het roemruchte trio Geloof, Hoop en Liefde', waarvoor we tegenwoordig bij de klassieke huisarts niet meer terechtkunnen. Dat Geloof, Hoop en Liefde helpen, is duidelijk en zal door niemand betwist worden. Alleen is de vraag: wannéér helpen ze? 'Het belangrijkste misverstand is dat placebo's kunnen helpen bij vrijwel elke aandoening', zegt de Britse onderzoeker Dylan Evans, die twee jaar geleden Placebo: the belief effect publiceerde. 'Dat is even verkeerd als zeggen dat ze nooit helpen.' Bij depressie of angstgevoelens, bijvoorbeeld, kan geloven dat je beter wordt, je ook echt beter maken. Volgens Evans werkt ook psychotherapie zo: de illusie dat het helpt, helpt. Het placebo-effect kan enorm krachtig zijn. Toch stoten we hier op een fameus dilemma: als we weten dat iets alleen maar werkt omdat we erin geloven, kunnen we er dan nog wel in geloven? In hoeverre zijn wij bereid om van de dokter een leugentje om bestwil te aanvaarden - als hij er niet in gelooft, maar ons bijvoorbeeld wel een homeopathisch middeltje geeft omdat hij vermoedt dat zowel onze persoonlijkheid als onze aandoening gevoelig zijn voor het placebo-effect? Of zoeken we liever een dokter die past bij ons wereldbeeld? Want de hamvraag blijft natuurlijk: kan een psychotherapeut kanker genezen? Joël De CeulaerGeloven dat je beter wordt, kan je ook echt beter maken.