Er gaat geen dag voorbij of er verschijnt nieuwe wetenschappelijke informatie over de evolutie van het klimaat. De mensheid is bang voor de gevolgen van het broeikaseffect - financiële en andere. Maar het klimaat is iets complex. Te complex om in eenvoudige termen te vatten. Uit een studie in het vakblad Nature Geoscience, waaraan bioloog Dirk Verschuren van de UGent meewerkte, blijkt dat er de afgelopen 2000 jaar grote verschillen waren tussen de temperatuurvariaties van het noordelijk en va...

Er gaat geen dag voorbij of er verschijnt nieuwe wetenschappelijke informatie over de evolutie van het klimaat. De mensheid is bang voor de gevolgen van het broeikaseffect - financiële en andere. Maar het klimaat is iets complex. Te complex om in eenvoudige termen te vatten. Uit een studie in het vakblad Nature Geoscience, waaraan bioloog Dirk Verschuren van de UGent meewerkte, blijkt dat er de afgelopen 2000 jaar grote verschillen waren tussen de temperatuurvariaties van het noordelijk en van het zuidelijk halfrond, en ook tussen die van de continenten. Afwijkende klimaatverschijnselen, zoals de Kleine IJstijd van de middeleeuwen, manifesteerden zich sterker in het noordelijk halfrond dan in het zuidelijk. Europa en Azië werden er zwaarder door getroffen dan Noord-Amerika. Maar over het algemeen zien de wetenschappers een geleidelijke afkoeling van het aardklimaat in die periode, onder meer veroorzaakt door tropische vulkaanuitbarstingen en de toename van het landbouwareaal ten koste van natuurlijke vegetatie - landbouwgrond reflecteert meer zonnelicht, vandaar. Maar op het einde van de negentiende eeuw kwam daar abrupt een einde aan, en begon de globale klimaatopwarming, die ertoe leidde dat de meeste gebieden op aarde tegenwoordig het warmste klimaat kennen van de laatste 2000 jaar. Aan de link met menselijke activiteiten, zoals de grootschalige verbranding van fossiele brandstoffen, twijfelt geen enkele ernstige wetenschapper meer. Een ploeg rond glacioloog Frank Pattyn van de ULB werkte mee aan twee studies die recent in Nature verschenen, waarin men probeert aan te tonen wat het effect is van het afsmeltende ijs op het niveau van de oceanen. Nergens ter wereld zijn de effecten van de opwarming duidelijker dan in het noordpoolgebied, met snel slinkende ijsmassa's. De berekeningen wijzen uit dat het krimpen van de ijsmassa van Groenland alleen al tegen 2100 een globale stijging van de zeespiegel met iets tussen de 7 en de 18 centimeter zal veroorzaken. In een tweede artikel wordt de problematiek opengetrokken naar een grotere schaal. Zo zou het ijsverlies in Groenland twee keer groter zijn dan op Antarctica, dat om allerhande redenen minder gevoelig is voor de klimaatopwarming. Over het algemeen manifesteert de opwarming zich ook nu twee keer sneller in het noordelijk halfrond dan in het zuidelijk. Wetenschappers gaan er vandaag van uit dat de zeespiegel als gevolg van de versterking van het broeikaseffect elk jaar met 3 millimeter stijgt.