Niemand mocht echt verrast zijn toen de Vlaamse minister-president Patrick Dewael (VLD) vorige week liet weten dat hij af wil van het programma 'Vlaanderen-Europa 2002'. Dat was een geesteskind van zijn voorganger Luc Van den Brande (CVP) uit 1992, die daarmee een identitaire dynamiek in het steeds autonomer Vlaanderen op gang wou brengen. Voor de Vlaamse regering zelf omvatte het project een beleidsvisie op langere termijn, maar de discussie daarover kwam nauwelijks buiten het politieke circuit. De inhoud ervan verdampte inmiddels door het aantreden van de nieuwe coalitie.
...

Niemand mocht echt verrast zijn toen de Vlaamse minister-president Patrick Dewael (VLD) vorige week liet weten dat hij af wil van het programma 'Vlaanderen-Europa 2002'. Dat was een geesteskind van zijn voorganger Luc Van den Brande (CVP) uit 1992, die daarmee een identitaire dynamiek in het steeds autonomer Vlaanderen op gang wou brengen. Voor de Vlaamse regering zelf omvatte het project een beleidsvisie op langere termijn, maar de discussie daarover kwam nauwelijks buiten het politieke circuit. De inhoud ervan verdampte inmiddels door het aantreden van de nieuwe coalitie. De einddatum van het project verwees niet alleen naar het afsluiten van een tienjarenplan, maar ook naar het jaar waarin het net 700 jaar geleden zal zijn dat de Guldensporenslag van 1302 werd uitgevochten, de oorlog die Vlaanderen zijn nationale feestdag van 11 juli heeft bezorgd. Met die referentie wilde Van den Brande ook het grote publiek in een haast nationalistische zin mobiliseren, al is het maar de vraag hoe motiverend zo'n door mythologisering verstikt historisch feit wel kan zijn. Naar buitenuit kreeg '2002' vorm in een gelijknamige wielerploeg, in de Ankerprijs (bedoeld voor bedrijven die zich Vlaams 'verankeren'), maar vooral in een reeks manifestaties tijdens een jaarlijkse Elfdaagse. Voor de organisatie daarvan deed Van den Brande een beroep op een vzw, geleid door figuren uit de klassieke Vlaamse beweging, meestal uit de Vlaamse Culturele Koepel, die vooral flamingantische organisaties van behoudende snit verenigt. In een poging om de bevolking voor zijn project te mobiliseren, bestond deze club het om de orgie van geweld van 11 juli 1302 te verkopen als 'de eerste geslaagde democratische beweging in Europa', een even groteske als bedenkelijke bewering. Aan deze Elfdaagse hing altijd een wat duf en betuttelend (Dewael: 'nostalgisch') reukje, met veel vendelgezwaai en vooral het eindeloos herhalen van het woord 'Vlaams'. Dat alles diende om Vlaanderens 'eigenheid' in Europees perspectief te benadrukken en liet zo het particuliere op het algemene primeren - voetbalmatchen tussen Vlamingen en Bretoenen bijvoorbeeld. Achter deze starre, achterhaalde en ook vrij banale identiteitsretoriek ging evenwel ook veel pragmatiek schuil. Zelfs een beleggersclub schaarde zich achter het 2002-motto. En vooral: elk jaar vielen enkele tientallen miljoenen aan subsidies (overheidsgeld dus) te rapen voor wie eraan meedeed. Zo dekte de geel-zwarte vlag van de Elfdaagse wel een heel breed spectrum aan manifestaties: ook, zoals vorig jaar, een kinderspeelnamiddag in Aalst, een tweedehands-speelgoedmarkt in Balen, de Onnefretterswandeltocht van Boom, het Bal van de burgemeester in Bree of de Limburgse Zondagsmarkt in Genk, met optreden van Bart Kaëll. Daar was dus veel gewone zomerpret bij, maar als maatschappelijk project kreeg het geheel nauwelijks reliëf. Het mangelde het project vooral aan visie, diepgang en oprechtheid. Het is nu aan Patrick Dewael, die zich inspireert op de voorstellen van VEV-voorzitter Karel Vinck voor een breed maatschappelijk overleg, om iets te bedenken dat het wel ernstig meent met de burger. Waar het volgens hem met Vlaanderen naartoe moet, zal blijken uit de toespraak van de minister-president op ... 11 juli aanstaande.Marc Reynebeau