De jonge Belgen zijn ambitieus, willen een job met veel promotiekansen en hopen een mooie carrière uit te bouwen. Toch zijn ze geen echte yuppies, daarvoor is het gezinsleven hen veel te belangrijk. Wel is hun arbeidsethos groot: bij de keuze tussen werkloosheid of een baan die niet méér opbrengt dan een uitkering, kiest zestig procent voor de baan. 38,1 procent gaat zelfs akkoord met de stelling dat werken eigenlijk een plicht is. 'Deze generatie jongeren heeft duidelijk veel zin om te werken en gedraagt zich daar ook naar', stelt VUB-onderzoekster Wendy Smits vast. 'Je kunt misschien veel zeggen over de jeugd van tegenwoordig, maar lui is ze absoluut niet.' Smits onderzocht met haar collega's van de onderzoeksgroep TOR 'de levensloop van jongvolwassenen', waarvan Knack u deze week het derde deel, over arbeid, presenteert.
...

De jonge Belgen zijn ambitieus, willen een job met veel promotiekansen en hopen een mooie carrière uit te bouwen. Toch zijn ze geen echte yuppies, daarvoor is het gezinsleven hen veel te belangrijk. Wel is hun arbeidsethos groot: bij de keuze tussen werkloosheid of een baan die niet méér opbrengt dan een uitkering, kiest zestig procent voor de baan. 38,1 procent gaat zelfs akkoord met de stelling dat werken eigenlijk een plicht is. 'Deze generatie jongeren heeft duidelijk veel zin om te werken en gedraagt zich daar ook naar', stelt VUB-onderzoekster Wendy Smits vast. 'Je kunt misschien veel zeggen over de jeugd van tegenwoordig, maar lui is ze absoluut niet.' Smits onderzocht met haar collega's van de onderzoeksgroep TOR 'de levensloop van jongvolwassenen', waarvan Knack u deze week het derde deel, over arbeid, presenteert. De TOR-enquête doorprikt mythes en nuanceert grote verhalen. Zo is flexibel arbeiden - met wisselende uren, jobs, of zelfs werkgevers - niet echt aan de Belgische jeugd besteed. De jonge Belg houdt liever vast aan de traditionele arbeidsverdeling. Alleen jongvolwassenen die nog niet veel engagementen hebben, staan open voor flexibiliteit. Vooral jongeren die nog thuis wonen, weinig of geen werkervaring hebben, en misschien zelfs nog studeren, zijn ertoe bereid. Zodra jongeren evenwel over werkervaring beschikken, wordt flexibiliteit meer gezien als een last dan als een middel om hogerop te komen. Geconfronteerd met de harde werkelijkheid van de arbeidsmarkt kiezen jongvolwassenen eieren voor hun geld: een vaste job biedt zo veel meer zekerheid en rust. 'De voornaamste troef van de vaste job is dat je ze vrij goed kunt combineren met een gezin', zegt Wendy Smits. 'En het gezin, dat is voor het merendeel van de jongeren het allerbelangrijkst.' Mogen we dat een traditionele, misschien zelfs conservatieve reflex noemen? 'Goh nee, dat klinkt zo negatief', vindt Smits. 'Het gezin staat inderdaad centraal, maar dan wel in combinatie met een bevredigende job. Men zoekt een evenwicht. En dat lijkt me een verstandige, rationele keuze.'Wanneer zo'n evenwicht uitblijft, is het meestal niet de gezinssituatie maar wel de ambitie op professioneel vlak die het eerst wordt bijgesteld. De steile carrière die de jongere eerst voor ogen had, wordt na verloop van tijd vaak opgegeven voor een meer haalbaar alternatief. Daarbij speelt de 'sociale leeftijd' van de jongere een bepalende rol. Om die te bepalen, onderscheiden de VUB-onderzoekers negen (mogelijke) levensetappes: afstuderen, intrede op de arbeidsmarkt, ouderlijk huis verlaten, samenwonen, eigenaar worden van een woning, huwen, eerste kind krijgen, laatste kind krijgen en echtscheiding. Wie bijvoorbeeld aan transitie 4 zit, het samenwonen, heeft qua denkbeelden meer gemeen met andere samenwonenden dan met zijn leeftijdsgenoten. 28 jaar wordt door de meerderheid gezien als de ideale leeftijd om alle transities - behalve de echtscheiding dan - achter de rug te hebben. Hoe meer transities iemand heeft doorgemaakt, hoe minder ambitieus hij of zij is. Jongeren passen hun aspiraties dus aan naarmate ze sociaal ouder worden. Vooral tussen het twintigste en het dertigste levensjaar brokkelen de ambities snel af, zo stellen de onderzoekers vast. Van de 18- tot 20-jarigen kiest zowat 80 procent voor een ambitieus loopbaanproject; bij de dertigplussers is die groep nagenoeg gehalveerd. Is het niet erg dat jongvolwassenen zo snel hun ambitie verliezen? 'Nee hoor, het hoort er gewoon bij', zegt Wendy Smits. 'Als je jong bent, is het goed om ambitieus te zijn. Later worden die hoge verwachtingen wat afgezwakt door je dagelijkse leef- en werksituatie en de praktische problemen die je tegenkomt. Is dat erg? Goh, ik zou me pas zorgen maken als de jongste groep helemaal geen hoge verwachtingen meer zou koesteren. Mensen worden gewoon realistischer naarmate ze ouder worden en verleggen hun ambities naar andere terreinen. Ze willen bijvoorbeeld een goede vader of moeder zijn, en dat is toch even lovenswaardig als een geslaagde carrière?'Aan het begin van hun carrière zijn mannen en vrouwen even ambitieus. Maar uiteindelijk opteren vrouwen vaak voor een vlakke baan, terwijl mannen blijven kiezen voor een job met promotiekansen. 'De genderverschillen zijn hardnekkig', stelt Wendy Smits vast. 'Toch wil ik het ook niet te negatief voorstellen: gelukkig hebben vrouwen niet langer per definitie andere arbeidsperspectieven dan mannen. Maar om de combinatie van arbeid en gezin mogelijk te maken, kiezen man en vrouw andere levenspaden. En al is er al een grote weg afgelegd, toch moeten we blijven ijveren om de structurele verschillen aan te pakken en de arbeidskloof te verkleinen.' Overigens blijkt de huisvrouw en -man met uitsterven bedreigd: slechts 1,6 procent voelt er zich nog toe geroepen. De sociologische groep die vroeger steevast voor het huishouden zou kiezen, doet nu vaak aan deeltijdse arbeid. Aan de hand van de parameters 'flexibiliteit' en 'ambitie' kunnen jongvolwassenen ook onderverdeeld worden in vier clusters met een politieke kleur. Flexibele jongeren zonder grote carrièreambities, die vaak geen of weinig sociale engagementen hebben, zijn geneigd voor GROEN! te kiezen. Wie ambitieus én flexibel is, kiest meer voor de liberalen. Ambitieus, maar zonder flexibiliteit, is dan weer het profiel van de jonge Vlaams Belangstemmer. En wie voor een vlakke loopbaan gaat, dus zonder veel ambitie en zonder flexibiliteit, voelt zich meer aangetrokken tot CD&V: het zijn immers vooral mensen met sterke gezinswaarden die opteren voor een vlakke loopbaan. De socialisten zijn in alle vier de categorieën vertegenwoordigd en doen het over het algemeen vrij goed bij de Belgische jongvolwassenen. Jobhoppen, oftewel vlotjes en vaak van werk veranderen, is volgens arbeidsdeskundigen de toekomst. Een levenslange trouw aan hetzelfde bedrijf is volgens hen achterhaald. De jongeren uit de TOR-enquête zijn het daar niet mee eens: 48 procent vindt het niet interessant om geregeld van baan te veranderen en doet liever een leven lang hetzelfde werk. Slechts 22 procent is overtuigd van het tegendeel. 39 procent verwacht - of moet dat in het licht van het vorige cijfer zijn: vreest - tijdens de loopbaan nog veel verschillende jobs uit te oefenen. Over heel hun leven denken de Belgische jongeren gemiddeld ongeveer vier jobs uit te oefenen, waarbij ze 2,6 keer van werkgever veranderen. Qua financiën heeft de Belgische jeugd overigens nog grootse plannen: 86 procent verwacht in de toekomst meer of zelfs veel meer te verdienen. 'Schrik niet van dat cijfer. Het betekent vooral dat jongeren vooruit willen komen in het leven, iets willen bereiken dat ze zelf opgebouwd hebben. En ze zijn best bereid om daarvoor flink de handen uit de mouwen te steken', aldus VUB-onderzoekster Smits. Voor het tijdskrediet, de vroegere loopbaanonderbreking, heeft de Belgische jongvolwassene duidelijk veel interesse. De helft van de jongeren wil vroeg of laat van het systeem gebruikmaken. Zit er dus een generatie aan te komen die massaal in het tijdskrediet zal stappen? Smits denkt van niet: 'De praktische bezwaren wegen door en uiteindelijk komt het er bij de meeste mensen niet van. Wat dat betreft, verwacht ik niet dat er veel zal veranderen.' Als mogelijke hinderpalen noemen jongeren vooral de te lage vergoedingen (38,4 procent), en het risico dat hun verdere carrière erdoor in het gedrang komt (31,1 procent). Vrouwen hebben veel meer zin in tijdskrediet dan mannen (62,5 procent tegen 38,1), zeker als ze kinderen willen. Dan toch het klassieke verhaal van moeder die zich opoffert voor de kinderen, terwijl vader carrière maakt? 'Die rolpatronen zitten blijkbaar diep in ons en vallen moeilijk te veranderen, wat de overheid ook doet', beaamt Smits. 'Volgens mij kun je deze trend alleen keren wanneer je meer mannen tot het tijdskrediet weet aan te trekken.' Maar de motivatie om tijdskrediet op te nemen, verschilt sterk per geslacht. Vrouwen zouden het eerder doen om in de vrijgekomen tijd voor anderen te zorgen, mannen willen zich tijdens hun tijdskrediet ontplooien en onthaasten. 'Al kan voor andere mensen zorgen natuurlijk ook een manier zijn om je te ontplooien', voegt Wendy Smits daar graag aan toe. n Door Jef Van Baelen