Werken is voor Marc Coucke genieten. Achttien jaar geleden legde de Gentse apotheker zijn spaargeld, 150.000 frank, samen om met een vriend shampoos te maken. Vandaag staat hij aan het hoofd van Omega Pharma, stelt drieduizend mensen tewerk en hoopt voor dit jaar op een omzet van één miljard euro. Met zijn bedrijf in parafarmacie (producten die zonder doktersvoorschrift te verkrijgen zijn in de apotheek) wil hij het nummer één worden op de Europese markt. Daar heeft Coucke alles voor over: hij begint iedere ochtend rond halftien en gaat door tot drie uur 's morgens. 'Ik ben een nachtmens', vertelt hij in de vergaderzaal van zijn bedrijf in Nazareth, pal naast de E17 van Gent naar Kortrijk. Het is twee uur in de middag en ofschoon Coucke zich niet meer met operationele zaken bezighoudt, heeft hij er al vier meetings op zitten. Dat stoort hem niet, de (internationale) expansie van zijn bedrijf is een dagelijkse bron van motivatie en inspiratie: 'Het is mooi om in het buitenland een apotheek binnen te stappen en daar je producten te zien liggen.'
...

Werken is voor Marc Coucke genieten. Achttien jaar geleden legde de Gentse apotheker zijn spaargeld, 150.000 frank, samen om met een vriend shampoos te maken. Vandaag staat hij aan het hoofd van Omega Pharma, stelt drieduizend mensen tewerk en hoopt voor dit jaar op een omzet van één miljard euro. Met zijn bedrijf in parafarmacie (producten die zonder doktersvoorschrift te verkrijgen zijn in de apotheek) wil hij het nummer één worden op de Europese markt. Daar heeft Coucke alles voor over: hij begint iedere ochtend rond halftien en gaat door tot drie uur 's morgens. 'Ik ben een nachtmens', vertelt hij in de vergaderzaal van zijn bedrijf in Nazareth, pal naast de E17 van Gent naar Kortrijk. Het is twee uur in de middag en ofschoon Coucke zich niet meer met operationele zaken bezighoudt, heeft hij er al vier meetings op zitten. Dat stoort hem niet, de (internationale) expansie van zijn bedrijf is een dagelijkse bron van motivatie en inspiratie: 'Het is mooi om in het buitenland een apotheek binnen te stappen en daar je producten te zien liggen.'Ruim twee jaar geleden begon Marc Coucke met een nieuw project. Hij ontdekte de wielersport voor de marketing van zijn producten. Met zijn vitaminenpreparatenmerk Davitamon bond hij zich in 2003 als cosponsor aan Quick-Step. Na een in de media breed uitgesmeerd juridisch dispuut met Quick-Step-manager Patrick Lefevere liep de overeenkomst op de klippen. Bij Davitamon-Lotto drukt hij nu nog meer zijn stempel. De resultaten van de ploeg zijn meer dan behoorlijk. Maar er is meer: Coucke wil via een aantal kleinere ploegen jongeren zien doorstromen. Onder de Pro Tour-ploeg zitten twee teams met beloften, één in Vlaanderen en één in Wallonië. Verder zijn er nog ploegen waarin aan jongerenwerking wordt gedaan, kweekvijvers voor de toekomst. Coucke spreekt graag over een piramide en vindt dat hij een sportieve en culturele functie vervult. En intussen kijkt hij met tevredenheid naar zijn ploeg die groeit en bloeit, al tegen de dertig overwinningen heeft behaald en met de zege van Nico Mattan in Gent-Wevelgem ook de Pro Tour-wedstrijd won die noodzakelijk is om het prestige in stand te houden. Marc Coucke: 'Ik ben in de wielersport gestapt uit marketingoverwegingen. In het begin zat er in de manier waarop wij aan reclame deden niet zo'n duidelijke lijn, dat is iets wat de meeste groeibedrijven meemaken. Je zorgt voor affiches, je wilt iemand een plezier doen. Op een gegeven moment wil je daar wat meer structuur in brengen en denk je na over de manier waarop je je product zo'n groot mogelijke naambekendheid kunt geven. De vraag is dan alleen: in welke richting ga je? Toen wij voor de eerste keer werden benaderd om iets in de wielersport te doen, hebben wij dat geweigerd. Zware investeringen kun je alleen terugverdienen op internationaal niveau. En op dat moment waren we alleen in België bezig. Toen er twee jaar geleden een nieuw voorstel kwam, hebben wij dat op het directiecomité uitvoerig besproken en beslist om ervoor te gaan. Wielrennen heeft als voordeel dat de ploeg naar de sponsor wordt genoemd. Voor mezelf vond ik het schitterend om in een milieu terecht te komen dat me altijd al heeft aangesproken. Ik was al als kleine jongen een wielerfreak, los van het feit dat ik ook een verstokte supporter ben van KV Oostende. Daarnaast vond ik het goed dat een Belgisch bedrijf dat groot geworden is, durft te investeren in iets dat uiteindelijk deel uitmaakt van onze lokale cultuur, van onze fierheid. Maar het moet natuurlijk renderen. Ik zeg altijd: het geld van de aandeelhouder moet goed worden besteed. Door het feit dat wij het zo professioneel aanpakken, denk ik dat we lang in de wielersport actief zullen zijn. En het past, met Davitamon, in een merkenstrategie.'MARC COUCKE: Gewoon door naakte cijfers. Kijk, wij geven elk jaar 83 miljoen euro uit aan marketing. Daarvan vloeit er drie miljoen naar de wielersport. Wij gaan dit jaar een klein miljard euro omzet draaien en daarvan neemt Davitamon twintig miljoen voor zijn rekening. En toen we met de wielersport begonnen zijn, twee en een half jaar geleden, was de omzet van Davitamon acht miljoen. Dus heb je geen slechte zaak gedaan. Maar zonder de wielersport zou Omega Pharma er nu niet anders hebben uitgezien. Alleen zijn er veel meer mensen die het wielrennen volgen dan dat er mensen zijn die geboeid zijn door het zakenleven. Ik constateer dat Omega Pharma gemakkelijk wordt vereenzelvigd met Davitamon en met Bodysol, dat de jeugdwerking doet. Dat is raar. Als ik op de dijk loop en de mensen feliciteren me, dan is dat niet omdat onze omzetcijfers met twintig procent zijn gestegen of omdat we honderd mensen hebben aangenomen. Maar wel omdat we Gent-Wevelgem hebben gewonnen. Dat is de kracht van de sport. En tegelijkertijd de zwakte van het zakenleven. COUCKE: Dat is een beetje mijn stijl, ik ben niet iemand die iets passief ondergaat. Ook al kan ik heel goed delegeren. Ik ben in mijn bedrijf goed omringd. En ik probeer ook in de wielersport een goed kader neer te zetten. COUCKE: De renners staan ingeschreven op de loonlijst van Omega Pharma, of beter: van een dochteronderneming van Omega Pharma. Dus lijkt het me logisch dat ik er tijdens de contractonderhandelingen bij ben. Bovendien wil ik daarmee aan de renners een duidelijk signaal geven. Namelijk dat het allemaal op een heel professionele manier gebeurt. Wat dat betreft is er in de wielersport in het verleden veel misgelopen. Bovendien weet ik van alles graag de grote lijnen, ik volg alles goed op, dus ook wat er rond de wielerploeg gebeurt. Maar het zijn natuurlijk de operationele mensen die de strategie uitvoeren. Ik sta heel dicht bij de renners, ze bellen me vaak op en soms kan dat zijn om te klagen, omdat ze voor de een of andere wedstrijd niet worden geselecteerd. Dat speel ik dan door naar de sportieve mensen, met dat soort dingen ga ik me niet inlaten, dat is mijn terrein niet. COUCKE: Als de kans reëel is dat mensen onrecht wordt aangedaan, dan sta ik aan hun kant. Zelfs als het populairder zou zijn om iets anders te vertellen of hem te laten vallen. Ik vond dat hij het recht had om te proberen aan te tonen dat hij recht in zijn schoenen stond. Dat is goed afgelopen. COUCKE: Ik kom op de kern van die zaak nooit meer terug, de mensen zijn dat beu en wij zijn dat ook beu. Iedereen in het milieu weet wat de reden is waarom wij niet verder met Quick-Step werken, de figuur van Patrick Lefevere had daar niets mee te maken, dat was een zaak tussen Quick-Step en ons. Meer wil ik daar echt niet meer over zeggen. COUCKE: Natuurlijk. Hij is nu voorzitter van de vereniging van Pro Tour-ploegen. COUCKE: Het is een goeie zaak voor de wielersport in België dat we over iemand als Tom Boonen beschikken. Maar ik geef toe: na een overwinning van Boonen zitten wij met een dubbel gevoel. Ik heb al eens lachend gezegd: Boonen draagt de verkeerde trui. Kijk, het project met Quick-Step was heel mooi, het mooiste wat er ooit in België is geweest. Door omstandigheden sloegen we nu een andere richting in. We hebben nu een andere doelstelling. En die is: een heel degelijke Pro Tour-ploeg uitbouwen en jongeren laten doorstromen. Dat is ook een beetje uit noodzaak, want van alle ploegen uit de Pro Tour hebben wij een van de kleinste budgetten. Daarom dat wij naar talent zoeken, dat wij in een kleine vijver proberen de beste vis boven te halen. Als er binnen een jaar of vijf, zes uit die jongerenploeg iemand een bergrit wint in de Ronde van Frankrijk, dan is onze missie geslaagd. Hoewel: met Wim Van Huffel beschikken we over een renner die dat misschien vroeger kan. COUCKE: Over de hele lijn. Dit is tenslotte een nieuwe ploeg en normaal heb je dan altijd met kinderziekten af te rekenen. We hebben heel vroeg in het seizoen een aantal overwinningen behaald en dat zorgde voor een zekere rust. Van daaruit bouwden we verder. Je merkt dat jongeren zoals Wim Van Huffel en Johan Vansummeren een stap vooruitzetten, ook omdat de oudere renners alle druk op zich namen. En we pakten met Nico Mattan in Gent-Wevelgem een overwinning in een koers van de Pro Tour, dat was heel mooi, al was het niet zo dat dit voor ons een bevrijding was zoals hier en daar werd gezegd. Wij kennen onze beperkingen. En wij weten: de toppers rijden niet bij ons. Toch stonden we op een gegeven moment op de eerste plaats in het ploegenklassement van de Pro Tour. COUCKE: Dat is zo met een renner die ieder jaar twee doelen heeft. Van Peter weet je: hij werkt naar de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix toe. Dat moeten wij accepteren. COUCKE: We doen verder op de ingeslagen weg, waarbij je er niet van moet uitgaan dat wij ieder jaar een voorjaarskoers in de Pro Tour zullen winnen. Tussendoor zullen we al eens een minder jaar moeten accepteren. Heel belangrijk is dat we de mix in het oog houden, tussen de gevestigde waarden en de jongeren. En dat er uit onze ploegen van jongeren renners kunnen doorstromen en doorgroeien, dat we daarmee een signaal geven. Namelijk: met een goeie begeleiding en een goeie structuur kun je veel bereiken. Daaraan werken wij. Ik vind het goed dat wij ons voor jongeren engageren, dat we die piramide in het oog houden, ik vind dat wij een sportieve en culturele rol hebben. Los daarvan willen wij volgend jaar wel onze merchandising verbeteren, dat is een van de prioriteiten. Daarmee wordt algemeen nog te weinig gedaan in België. Omdat men denkt: de mensen komen wel naar je toe. Terwijl het natuurlijk omgekeerd moet zijn. COUCKE: Het rauwe gevecht, de strijd van man tegen man. En het gevecht van de man tegen de natuur. De ploegentactiek, de strategie, ook dat spreekt me heel erg aan. Mijn hobby was vroeger schaken. En in de wielersport wordt er ook veel geschaakt. COUCKE: Absoluut. Want het draagt bij tot de professionalisering en de uitstraling van de wielersport. Het is goed om voor een vast aantal wedstrijden een vast aantal ploegen te kiezen, om voor financieel goed onderbouwde wedstrijden te zorgen en een constructie te scheppen waardoor de ploegen aan hun verplichtingen voldoen. Dat zijn belangrijke pijlers. Natuurlijk zijn er een aantal minpunten en is België misdeeld. Een sport bouw je uit vanuit plaatselijke culturen, vanuit enthousiasme. Je maakt geen pro Tour-wedstrijden louter door die op de agenda te zetten. Als er plaats is voor een Ronde van Catalonië op de kalender van de Pro Tour, waarbij de helft van de toeschouwers aan de aankomst mecaniciens en verzorgers zijn, moet er in België ook meer kunnen. Maar het principe is zeer goed. COUCKE: Natuurlijk. Maar wat is het alternatief? Blijven stilstaan? Ik denk dat de toekomst van de wielersport er heel goed uitziet. Op voorwaarde dat je als UCI wat correcties aanbrengt. En dat je inziet dat er best wat meer Belgische wedstrijden in die Pro Tour mogen komen. Alleen: je moet daar ook als Belgische organisatoren samen over praten. Nu zit iedereen te lobbyen voor zijn wedstrijd, worden er niet realiseerbare ideeën gelanceerd zoals een Vlaamse Wielerweek, zonder over de concrete uitwerking na te denken. Zo ga je er natuurlijk niet komen. Zo kan de UCI er zich van af maken en zeggen: de kalender zit vol. De belanghebbenden moeten naar mijn idee rond de tafel gaan zitten en gezamenlijk zeggen voor welke wedstrijd ze in de Pro Tour pleiten. En dat goed onderbouwen met cijfers. Nu denkt iedereen aan zijn eigen belang. Met het gevolg dat er niets verandert. COUCKE: Heel belangrijk. Wat is de wielersport? Vijftig procent de Tour en vijftig procent de rest. Wij hopen ons dus te laten zien. Met Robbie McEwen, met Cadel Evans, met Axel Merckx. COUCKE: Wij willen natuurlijk die titel pakken. Maar los daarvan zal ik redelijk op mijn gemak zijn. Ik wil altijd dat een van onze renners wint. En als dat niet lukt, dan hoop ik steeds dat er een Belg wint. Welnu, het zit er dik in dat dit zondag zal gebeuren. Door Jacques Sys'Ik denk dat de toekomst van de wielersport er heel goed uitziet.'