In het buitenland krijgt de Nederlandse minister-president Wim Kok alle lof toegezwaaid. De Amerikaanse president Bill Clinton, de Britse premier Tony Blair en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder noemen zijn beleid het grote voorbeeld van de Derde Weg die zij voorstaan, het zeer pragmatische centrum-linkse beleid dat het politieke wondermiddel moet worden om de problemen van de 21ste eeuw het hoofd te bieden. Het begrip Poldermodel is zelfs tot in het verre Zuid-Amerika doorgedrongen, zo mocht Kok vorige maand tijdens een officieel bezoek aan dat werelddeel vaststellen: het was het enige woord in de toespraken van zijn gastheren dat hij zonder hulp van een tolk begreep.
...

In het buitenland krijgt de Nederlandse minister-president Wim Kok alle lof toegezwaaid. De Amerikaanse president Bill Clinton, de Britse premier Tony Blair en de Duitse bondskanselier Gerhard Schröder noemen zijn beleid het grote voorbeeld van de Derde Weg die zij voorstaan, het zeer pragmatische centrum-linkse beleid dat het politieke wondermiddel moet worden om de problemen van de 21ste eeuw het hoofd te bieden. Het begrip Poldermodel is zelfs tot in het verre Zuid-Amerika doorgedrongen, zo mocht Kok vorige maand tijdens een officieel bezoek aan dat werelddeel vaststellen: het was het enige woord in de toespraken van zijn gastheren dat hij zonder hulp van een tolk begreep. Maar terwijl hij op het internationale forum te allen kante wordt bewierookt, heeft de Nederlandse regeringsleider in eigen land af te rekenen met een malaise: de tweede paarse kabinetsploeg raakt maar niet op streek. De regering is nauwelijks vijf maanden aan de slag en in Den Haag praat iedereen al over de metaalmoeheid van Paars II. Er wordt druk gespeculeerd over de kansen van dit kabinet om te ontsnappen aan de schijnbaar ijzeren wet in de Nederlandse politiek, dat een zelfde coalitie nooit twee regeerperiodes volmaakt - het record staat op naam van de eerste twee kabinetten- Lubbers, met het christen-democratische CDA en het liberale VVD, die het samen zes en een half jaar uitzongen. Als niet snel alle zeilen worden bijgezet, lijken de vooruitzichten voor Paars II niet zo rooskleurig. Kok had bij de regeringsvorming afgelopen zomer nochtans een inspanning geleverd om vroegtijdige sleet op het kabinet te verhinderen. Zijn eigen voorzichtige natuur trotserend kwam hij met een bijna geheel nieuwe ploegopstelling: er traden negen nieuwe ministers aan en de oudgedienden uit Paars I kregen zo goed als allemaal een nieuw departement toegewezen. Alleen minister van Financiën Gerrit Zalm, nationale huisarts Els Borst en Kok zelf behielden dezelfde portefeuille. Borst kreeg er wel een vice-premierschap bij. Het baatte niet: de nieuwe regeringsploeg werd onmiddellijk op de korrel genomen, niet alleen door de oppositie en de media maar ook door de meerderheidspartijen zelf. De nieuwe bewindslui waren te oud, de aansluiting met de nieuwe generaties werd gemist. Als een "politiek veteranenelftal" omschreef de NRC het nieuwe kabinet. Paars II telde te veel bestuurders en te weinig spraakmakende persoonlijkheden in het kabinet. En "besturen zonder avontuur is de dood in de pot", verkondigde toenmalig PvdA-voorzitster Karin Adelmund. De toon was gezet. WIE HET WEET, MAG HET ZEGGENHet beleid dat Paars II de eerste vijf maanden voerde, heeft dat negatieve imago niet bijgestuurd, integendeel. Het kabinet struikelde van het ene probleemdossier naar het volgende: van de stiekeme aankoop, buiten het parlement om, van een schilderij van Piet Mondriaan, over de zoveelste onthullingen over de bedenkelijke rol van de Nederlandse blauwhelmen in Srebrenica en de verantwoordelijkheden voor de Bijlmer-ramp, tot het aartsmoeilijke dossier over de uitbreiding van Schiphol en het prangende asielvraagstuk. Toegegeven, het waren grotendeels lijken uit de kast van Paars I. Maar dat was tenslotte dezelfde coalitie. Paars II maakte ook allesbehalve een energieke indruk met de manier waarop het met deze vervelende kwesties afrekende. Veel doortastendheid, veel lef en veel structurele oplossingen waren er niet waar te nemen. "Wie het weet, mag het zeggen", riep premier Kok uit tijdens het debat over het asielbeleid. "Het poldermodel is verworden tot een moddermodel", schreef oud-minister Marcel Van Dam (PvdA) eind november in de Volkskrant over het tweede paarse kabinet. Anderhalve maand later is zijn oordeel niet milder geworden. De hoofdoorzaak van het gebrek aan uitstraling van Paars II is volgens Van Dam eenvoudigweg het gebrek aan ambities. Paars I was het eerste kabinet sinds 1918 waarvan geen confessionele partijen deel uitmaakten. Van Dam: "Het speelde hoog spel, Nederland moest op de schop. Nu is het nieuwigheidje eraf. Onder Paars II is alles plakkerig en kleverig geworden. De kabinetsleden geven de indruk alleen maar vier jaar op de winkel te willen passen. Als u me zou vragen een punt op te noemen waarop Paars II wezenlijk een nieuwe koers vaart tegenover Paars I, zou ik u een antwoord schuldig blijven." "Het nieuwe paarse kabinet heeft helemaal geen duidelijk programma", zegt Bart Tromp, politicoloog van PvdA-strekking. "Het voornaamste programma van het eerste paarse kabinet was gewoon: er zijn. Paars I opereerde bovendien onder de slogan 'Werk, werk, werk'. Het regeerakkoord dat de socialistische PvdA, het links-liberale D66 en het VVD deze zomer hebben opgesteld, is ontzettend gedetailleerd, de coalitiepartijen vertrouwen elkaar letterlijk voor geen cent. Maar er komt niet echt een grote politieke lijn naar voren. Ze zijn er niet eens in geslaagd een nieuw motto te vinden, zoals de PvdA zo graag had gewild." Dat een paarse regering een zekere politieke lusteloosheid met zich moet brengen, omdat ze de twee partijen die ideologisch het verst uit elkaar liggen, PvdA en VVD, tot een intensieve samenwerking dwingt, vindt Van Dam "geleuter". "Ik weet het, paars zou het politieke debat doden. Ach wat. In de dertig jaar dat ik de politiek op de voet volg, is dat debat nooit veel veranderd. Je ziet alleen dat ideologische tegenstellingen sinds de val van de Muur minder een rol spelen. In Nederland en in de meeste westerse landen. Een pragmatische politieke aanpak maakt compromissen makkelijker, je hoeft geen principes te verloochenen. Maar je mag oorzaak en gevolg niet omdraaien." Tromp vindt wel dat Paars I medeverantwoordelijk is voor de malaise van Paars II. "Het eerste paarse kabinet heeft verwachtingen geschapen die het uiteindelijk niet heeft ingelost. De desillusie daarover heeft het enthousiasme voor Paars II sterk getemperd," stelt hij. "Er zou zowel inhoudelijk als politiek-cultureel een breuk komen met de door de christen-democraten gedomineerde kabinetten, zo was in het vooruitzicht gesteld. Maar op beide domeinen was Paars I niet wezenlijk verschillend van de kabinetten-Lubbers." "De verwachting was dat het kabinet zonder het CDA op het gebied van immateriële zaken zoals euthanasie en abortus een progressievere koers zou varen. Dat is niet bewaarheid. Wat de politieke cultuur aangaat, zou er een veel duidelijker onderscheid komen tussen regering en parlement. Het zou uit zijn met het Torentjesoverleg (het Torentje is het kantoor van de Nederlandse minister-president) waarvoor Lubbers bekend stond. Maar paars deed precies zoals de voorgaande kabinetten, er werden evenzeer in besloten kring overeenkomsten gesloten tussen coalitiepartijen en regering. Het zogenaamde dualisme tussen wetgevende en uitvoerende macht bleef even onbestaande als altijd." BEZUINIGEN IN HET VOORJAAROm het economische succes dat Nederland de voorbije jaren boekte, kan niemand heen. Maar volgens Tromp is dat slechts zeer ten dele op het conto van het paarse kabinet te schrijven. "Het economisch beleid was grotendeels een voortzetting van het bezuinigingsbeleid dat premier Lubbers al sinds begin jaren tachtig was gaan voeren en van het structureel overleg tussen werkgevers en werknemers sinds het grote akkoord van Wassenaar van 1982. Oorspronkelijk wilde paars wel een heel eigen koers varen: men wou het primaat van de politiek herstellen en de invloed van de belangengroepen, het middenveld, aan banden leggen. Maar daar is uiteindelijk niets van in huis gekomen. Uiteindelijk bleek precies dat vermaledijde corporatisme de kern uit te maken van het zo bejubelde poldermodel. Het poldermodel is dus helemaal geen nieuwigheid van het paarse kabinet." Houdt Paars II het uit tot het jaar 2002? Het is voor Van Dam en Tromp natuurlijk ook koffiedik kijken. Van Dam schat de kansen op de helft. "Politiek gezien is D66 het grootste gevaar voor de coalitie. De partij heeft bij de verkiezingen van 6 mei 1998 zware klappen gekregen ( ze gingen van 24 naar 14 procent, nvdr) en al tijdens de kabinetsformatie heeft ze duidelijk gemaakt dat ze zich ditmaal sterker wil profileren. Iedereen heeft gezien dat de assertieve aanpak van VVD-leider Frits Bolkestein zijn partij geen windeieren heeft gelegd. Het gevaar bestaat dat de D66 op een gegeven ogenblik een straat inloopt die doodloopt, en dan is het buigen of barsten. Maar het risico blijft beperkt omdat Paars II, in tegenstelling tot het vorige kabinet, ook zonder D66 kan regeren." De recente cijfers van het Centraal Planbureau over de vertraging van de economische groei in 1999 (2,25 procent in plaats van de verwachte 3 procent) verontrusten de oud-minister meer. Van Dam: "Waarschijnlijk moet er in het voorjaar bezuinigd worden. Dat hebben de meerderheidspartijen niet voorzien en er staat dus niets over in het regeerakkoord. Het wordt afwachten hoe de coalitie in tijden van relatieve economische tegenspoed kan standhouden."Christine Albers