'Om toekomstige debatten te doen slagen, zullen werkgevers, werknemers en politici moeten vertrekken van enkele elementen van economische en sociale analyse waarover ze het samen eens zijn. Ook zal men binnen elke groep voldoende eenheid moeten opbrengen. Eenvoudig is anders.' Zo besluit ACV-voorzitter Luc Cortebeeck in maart 2005 in De Gids op Maatschappelijk Gebied, een tijdschrift van de christelijke arbeidersbeweging, een persoonlijk verslag van maandenlange interprofessionele onderhandelingen.
...

'Om toekomstige debatten te doen slagen, zullen werkgevers, werknemers en politici moeten vertrekken van enkele elementen van economische en sociale analyse waarover ze het samen eens zijn. Ook zal men binnen elke groep voldoende eenheid moeten opbrengen. Eenvoudig is anders.' Zo besluit ACV-voorzitter Luc Cortebeeck in maart 2005 in De Gids op Maatschappelijk Gebied, een tijdschrift van de christelijke arbeidersbeweging, een persoonlijk verslag van maandenlange interprofessionele onderhandelingen. De moeilijkheidsgraad van 'toekomstige debatten' kan Cortebeeck binnenkort ervaren in alweer een nieuw overleg met de werkgevers, dit keer over een loonmatiging om de concurrentiekracht van de ondernemingen te vrijwaren. Meteen zal geweten zijn hoe sterk of hoe broos de sociaaleconomische consensus is in de aanloop naar onderhandelingen in het najaar over een nieuw loonakkoord voor 2007-2008. Veel eensgezindheid tussen werkgevers, werknemers en politici is er intussen bij de totstandkoming van het Generatiepact niet geweest. En eenheid tussen de vakbonden nog veel minder. Luc Cortebeeck legt een parcours van precies twee jaar af. LUC CORTEBEECK: De brief, die vooral door Frank Vandenbroucke geschreven is, mist zijn effect niet. Op 29 juni keurt de algemene raad van het ACV een document goed om het debat over de vergrijzing en het loopbaaneinde aan te gaan. Dat is niet zonder betekenis, want in een jaar van interprofessionele onderhandelingen slorpt de voorbereiding van onze eisenbundel voor een nieuw loonakkoord traditioneel bijna alle energie op. Toch geven we voorrang aan het dossier van de vergrijzing. We willen absoluut meewerken aan een verhoging van de activiteitsgraad, maar werk voor 600.000 werklozen komt op de eerste plaats en het moet gaan over de hele loopbaan van werknemers. In dezelfde periode kaart Gilbert De Swert, het hoofd van de ACV-studiedienst, het idee van een boek aan om een wetenschappelijk verantwoord tegenwicht te bieden voor het sociaal pessimisme dat dreigt door een stortvloed van rapporten van de Studiecommissie voor de Vergrijzing, de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en andere instanties. Als we in mei samen in Parijs zijn voor een bijeenkomst van het adviserend vakbondscomité van de OESO, spreken we er voor het eerst over en ik vind het onmiddellijk een goed idee. We zijn het er ook over eens dat het geen ACV-publicatie zal zijn, maar een boek van Gilbert. In november is zijn essay over Vijftig grijze leugens klaar en volgt de kritiek dat we de problemen ontkennen om niets te hoeven doen. Dat is onterecht. In veel debatten krijgt zijn redenering, die ingaat tegen de dramatisering van de vergrijzing en tegen de onbetaalbaarheid van de pensioenen, bijval. CORTEBEECK: Het VBO stelt zich zeer agressief op. Andere werkgeversorganisaties zoals Voka, Unizo en VKW doen daar niet voor onder. We reageren bewust niet op elke provocatie. Maar een amalgaam van thema's, gaande van werktijdverlenging en loonkostenverlaging tot het loopbaaneinde en de sociale zekerheid, beïnvloedt de verwachtingen van pers en publiek. Iedereen denkt dat alles in één keer zal worden geregeld bij de komende loononderhandelingen, maar dat is onmogelijk. Daarom probeer ik de regering, de werkgevers en mijn eigen vakbond ervan te overtuigen dat we het debat beter over drie pakketten verdelen: eerst een nieuw loonakkoord, dan het loopbaaneinde en ten slotte de financiering van de sociale zekerheid. 12 oktober 2004: met de beleidsverklaring van premier Guy Verhofstadt (VLD) haalt de regering het initiatief inzake het loopbaaneinde naar zich toe. Ze doet 30 voorstellen om de vervroegde uittreding van oudere werknemers af te remmen en om hen langer aan het werk te houden.CORTEBEECK: Verhofstadt kondigt aan dat de loononderhandelingen en het overleg over het loopbaaneinde en sociale zekerheid gesplitst worden. De kar wordt niet langer overladen en dat is positief. Tegelijkertijd ben ik onaangenaam verrast door de mengelmoes van liberale en socialistische maatregelen die de regering voorstelt. CORTEBEECK: Die betoging is belangrijk in de psychologie van het hele proces. 'Het gaat al zo moeilijk met de loononderhandelingen en er hangt ons nog veel meer boven het hoofd', klinkt het in de straten van Brussel. Die bezorgdheid is een nieuw argument om de regering en de werkgevers ervoor te waarschuwen dat de agenda van het overleg uiterst gevoelig ligt. CORTEBEECK: Toch is het geen mislukking. De loononderhandelingen zijn uiterst moeilijk verlopen en nooit eerder is er zoveel mediadruk geweest. De regering komt inderdaad met geld over de brug, maar dat is in het verleden nog gebeurd, en toen waren de werkgevers al voor de onderhandelingen zeker van een of andere lastenverlaging. Uiteindelijk is er een ontwerpakkoord, dat ook geparafeerd is door André Mordant en Xavier Verboven van het ABVV. Door het vakbondsverdict - bij het ACV is de goedkeuring veel ruimer dan verwacht, de ACLVB zegt ja en bij het ABVV is slechts een nipte meerderheid tegen - kunnen we, zonder de waarheid geweld aan te doen, zeggen dat een meerderheid van de werknemers zich achter het loonakkoord schaart. Het wordt door de regering en de sociale partners nadien ook gewoon uitgevoerd, en het is de basis voor sectorale afspraken. Gelukkig maar, want anders zou er zeker sociale onrust in de sectoren en bedrijven ontstaan zijn. In plaats daarvan houdt een gematigde loonstijging het consumentenvertrouwen op peil en dat is goed voor de economie. Maar de verdeelde slagorde bij de vakbonden is geen ideaal vertrekpunt voor het overleg over het loopbaaneinde en de sociale zekerheid. CORTEBEECK: In oktober 2004 heeft de regering de sociale partners een eerste keer in het Egmontpaleis samengebracht, maar dat was meer voor de show. Nu hopen we een basisdocument voor onderhandelingen te maken. Daarom steken eerst de specialisten van de vakbonden en de werkgevers de koppen bij elkaar om alle voorstellen te verzamelen. Vervolgens verkennen de dossierverantwoordelijken van de sociale partners - voor het ACV zijn dat Ann Van Laer en Marcel Savoye - de onderhandelingsruimte. In een derde stap kunnen de topmensen van de sociale partners dan te biechten gaan bij Van den Bossche. Maar ik voel dat er geen vooruitgang wordt geboekt. Dat wordt bevestigd als we met het ACV besluiten om Van den Bossche open en bloot uit te leggen hoever we willen gaan in het geven en nemen. Terwijl haar kabinetschef Luc Vanneste het een interessante voorzet vindt, reageert de minister kort en afgemeten. 'Dit lijkt me helemaal niets', zegt ze. Van den Bossche, voor wie Werk een nieuwe bevoegdheid is en het loopbaaneinde geen doorleefd thema is, heeft weinig bewegingsruimte. Daarbij spelen de tegenstellingen binnen de regering een rol, maar meer doorslaggevend is de invloed van haar coach Frank Vandenbroucke en zijn houding van 'ik luister, ik denk na, ik stel iets voor en zo zal het zijn'. CORTEBEECK: De ruzie tussen ABVV en SP.A brengt ons in een moeilijk parket. Ik wil bij onze mensen niet de illusie wekken dat de regering en de sociale partners op korte termijn een volledig nieuwe financiering van de sociale zekerheid kunnen uitwerken. Kleinere stappen zijn allicht mogelijk, en daar draait het ook op uit, want met de 15 procent van de roerende voorheffing die volgens het Generatiepact naar de sociale zekerheid gaat, wordt het ASB-idee gedeeltelijk overgenomen. Een ander probleem is dat het ACV niet voluit aan die discussie over een ASB kan meedoen. Ons voorstel verschilt van dat van het ABVV. Bij hen komt het neer op een nieuwe belasting om de welvaartsvastheid van de uitkeringen te betalen. In het ACV-voorstel vervangt de ASB een deel van de inkomsten via sociale bijdragen, om zodoende een vermindering van de loonkosten mogelijk te maken. CORTEBEECK: In de dagen voor de ministerraad van 9 juni ben ik in Genève voor een vergadering van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). Daar krijg ik voortdurend telefoontjes vanuit Brussel dat de regering in twee deeldossiers - Canada Dry en bedrijfsherstructureringen - is opgeschoten, en dat er daarnaast een ruimere nota in de maak is. 'Maar,' zo wordt me op het hart gedrukt, 'het is geen regeringsnota en we willen er binnen de regering ook niet over praten. Het zijn slechts voorstellen die aangevuld of afgevoerd kunnen worden tijdens informele gesprekken in de zomer als voorbereiding op echte onderhandelingen in september.' Een en ander sterkt me in de overtuiging dat de regering er alleen niet uit zal geraken, net zomin als de sociale partners dat alleen kunnen. De nota van Van den Bossche staat snel in de kranten. Het is vooral een werkstuk van Jan Vanthuyne, dan administrateur-generaal van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en sinds 1 november voorzitter van het directiecomité van deze dienst tot er een vervanger van de gepensioneerde Michel Jadot is gevonden. Vanthuyne heeft veel dossierkennis en kabinetservaring, maar karaktertrekken van zijn vroegere baas, Frank Vandenbroucke. Het uitlekken van de nota maakt me boos. Dit is niet de werkwijze die me is voorgespiegeld. Bovendien richt de commotie over de voorstellen over een pensioenmalus en een loopbaanduur van 40 jaar om met brugpensioen te kunnen gaan, veel onheil aan. CORTEBEECK: De dertien punten zijn in eerste instantie een mandaat om aan het informele zomeroverleg deel te nemen, maar we zullen ze tot op het einde van de onderhandelingen meenemen. Ze illustreren dat het om een moeilijk dossier gaat dat mijn ervaring als onderhandelaar zwaar op de proef stelt. Na de bijeenkomst van de algemene raad van het ACV spreek ik doelbewust over de mogelijkheid van een algemene staking. Ik ben daartoe verplicht omdat de regering en de werkgevers onze limieten in deze delicate materie moeten kennen. Die opstelling veroorzaakt paniek in de Wetstraat, maar na de mislukte biechtstoelprocedure bij Van den Bossche en na het gedoe rond haar nota, wil ik weten welke richting het informeel overleg uit zal gaan. CORTEBEECK: Vakbonden en werkgevers maken in het NAR-rapport dezelfde analyse over de sociale zekerheid en dat is belangrijk. Ze zijn eensgezind over de noodzaak van een andere financiering, maar niet over de formule. We weten dan al enige tijd dat de PS het loopbaaneinde en de financiering van de sociale zekerheid aan elkaar wil koppelen. Als er op die manier in dat tweede dossier vooruitgang kan worden geboekt, hebben we daar geen probleem mee. Maar de meningsverschillen binnen de regering over de voorstellen van Demotte zijn gigantisch, en tijdens het zomeroverleg stoppen de ministers dat niet weg voor de sociale partners. VLD en MR aan de ene kant en de PS aan de andere kant zitten elkaar het meest in de haren. De SP.A houdt zich afzijdig. CORTEBEECK: De ene keer vergaderen we in de Wetstraat 16, de andere keer in de ambtswoning van de premier in de Lambermontstraat. Het is zomer en de media laten ons met rust. Dat is een luxe. De nota van Van den Bossche is een leidraad. Maar nadat ze is bevallen van een tweede kind, is ze er zelf niet bij. Dit keer komt er wel schot in de zaak, ook dankzij de inbreng van Johan Vande Lanotte, die een veel groter politiek aanvoelen heeft en binnen de SP.A over het nodige gezag beschikt. Ik heb goede herinneringen aan die periode. Er wordt hard naar oplossingen gezocht. Deze aanpak hadden we al in maart verwacht, nu wordt het terrein eindelijk goed verkend. Vanaf de tweede helft van augustus komen er deelnota's op tafel. Dat gaat zo door tot in september. Dan groeit het besef dat het niet opportuun is om met een gezamenlijk document te eindigen en dat het logischer is dat de regering een definitieve onderhandelingsnota maakt. CORTEBEECK: De oriëntatienota bundelt de verschillende standpunten en voorstellen van de sociale partners en de regeringspartijen. Voordien was al te merken dat ACV en ABVV zich anders opstellen. Het ABVV wil dat de regering knopen doorhakt over het loopbaaneinde en stuurt aan op een compensatie via welvaartsvaste uitkeringen en een andere financiering van de sociale zekerheid. Voor het ACV zijn die twee laatste dossiers ook belangrijk, maar ze kunnen geen verzachtend alternatief voor maatregelen inzake het loopbaaneinde zijn. Zulk een deal lijkt me niet eerlijk en zou ik er bij het ACV niet door krijgen. Volgens mij zal dat ook niet lukken bij het ABVV. Het vervolg van de feiten leert dat ik de weerstand zo beter inschat dan het ABVV. CORTEBEECK: De algemene raad van het ACV is ontevreden, maar erkent dat er verschillen zijn met de nota van Van den Bossche. De pensioenmalus en een loopbaanvoorwaarde van 40 jaar voor brugpensioen zijn verdwenen. Er is dus een evolutie. Onderhandelen loont. Als we enkele dagen later de ABVV-leiding in een Brussels hotel ontmoeten om over een actieplan te spreken, is de strategische kloof een feit. Wij willen tot 8 oktober blijven onderhandelen met de regering en, als dat niets uithaalt, actie voeren op 10 oktober om druk uit te oefenen op het parlement, dat de dag daarop naar de beleidsverklaring van Verhofstadt zal luisteren. Om de interne verdeeldheid op te heffen, kiest het ABVV voor de vlucht vooruit door op 7 oktober te staken. Die datum ligt vast voor ze met ons overleggen. In veel bedrijven zijn al pamfletten met een stakingsoproep verspreid. Ik ben niet verwonderd als het ACV bij het ABVV onder vuur komt te liggen. CORTEBEECK: Er wordt intens onderhandeld in de Lambermontstraat. Het kernkabinet zit regelmatig apart met een van de sociale partners. Ook vergaderen Josly Piette, de intussen gepensioneerde ondervoorzitter van het ACV, en ik soms met ministers van SP.A en PS. Die zijn erg kwaad op het ABVV. We voeren onze 'strategie van opbouw' verder uit, samen met een veertigtal verantwoordelijken van de centrales en gewestelijke verbonden in het ACV-bestuur. Ze vergaderen tot driemaal per week. Ze worden door ons geïnformeerd en geconsulteerd. Ze sturen ons bij. In die penibele fase wil ik de al behaalde resultaten op papier hebben. Dat zeg ik op 4 oktober tegen Verhofstadt, omdat ik aan mijn militanten moet kunnen uitleggen waarom het ACV op 7 oktober niet mee staakt. Als antwoord stuurt hij Josly en mij een mail. Die laat voor het brugpensioen en de bedrijfsherstructureringen een onderhandelingsmarge. In een reactie zeg ik dat hij de mail het best naar alle onderhandelaars stuurt. Daarop roept de premier iedereen samen, maar hij leest de mail alleen maar voor. Zo komt het dat Verboven nadien kan zeggen dat het ACV alleen een mondelinge verklaring van de premier heeft. Pas later verneemt hij dat we ook een mail ontvangen hebben. Nog altijd vind ik dat de ABVV-staking niets heeft opgeleverd. Het ABVV had veel beter mee onderhandeld, want na de aankondiging van de staking van 7 oktober worden ze alleen nog pro forma bij de onderhandelingen toegelaten en hebben ze geen invloed meer. CORTEBEECK: Verhofstadt wil op 8 oktober de onderhandelingen afronden, zodat hij op 9 oktober met de regering de federale begroting van 2006 kan maken en op 10 oktober zijn beleidsverklaring kan schrijven. Dat draait anders uit. Op 10 oktober mag iedereen ultieme voorstellen doen. Daarna trekt de regering zich vijf uur terug om pas in de vooravond aan de sociale partners haar beslissing over het Generatiepact mee te delen. Bij de werkgevers en onder journalisten vindt men de uitkomst positief voor de vakbonden. Ik ben bewust heel voorzichtig. Ik zeg dat er geen akkoord is, maar alleen een regeringsbeslissing die ik aan de achterban zal voorleggen. Er is dan binnen de vakbond een tweede beweging op gang gekomen, die uniek is in de sociale geschiedenis. De vakbondstop ontvangt steeds meer informatie over de enorme verscheidenheid van afspraken die bij bedrijfsherstructureringen zijn gemaakt over brugpensioen, Canada Dry en tijdskrediet. Van ons wordt verwacht dat we die creativiteit van werkgevers en vakbondsafgevaardigden in de ondernemingen overeind houden in één federale regeling. CORTEBEECK: In de dagen voor de beleidsverklaring is er in de publieke opinie een sfeer gegroeid dat het Generatiepact een zwak compromis zal zijn, geen pijn zal doen en niets zal uithalen. Verhofstadt countert en rolt voor de liberale achterban met de spierballen door brugpensioen vanaf 60 jaar in de verf te zetten. Maar zo bevestigt hij de angst die het ABVV met zijn desinformatie in de aanloop naar de staking van 7 oktober bij veel werknemers heeft aangewakkerd. Daarnaast zijn ook de media een stoorzender. Anders dan bij loononderhandelingen geven ze minder informatie en meer eigen interpretaties. Op 11 oktober komt het ACV-bestuur samen in het ACV-vormingscentrum Ter Nood in Overijse. De bestuursleden vinden dat we veel uit de brand gered hebben. Op basis hiervan maken we een pamflet om de militanten en leden zo snel mogelijk te informeren. Maar nog diezelfde avond vernemen we al dat ze heel moeilijk te overtuigen zijn. Twee elementen versterken elkaar: de communicatie over het Generatiepact door Verhofstadt, het ABVV en de media enerzijds en anderzijds de groeiende onrust over het doorkruisen van sectorale en bedrijfsakkoorden. Vliegensvlug maken we een nieuw pamflet met een meer defensieve toon. CORTEBEECK: Dat laatste gebeurt misschien in een politieke partij of bij een vakbond die door zijn baronieën op sleeptouw genomen wordt, maar zo werkt het niet in een democratisch georganiseerde vakbond. De algemene raad van het ACV is unaniem: het Generatiepact bevat positieve elementen, zoals de alternatieve financiering van de sociale zekerheid, de welvaartsvaste uitkeringen en het opheffen van de fiscale discriminatie van bruggepensioneerden. Maar andere punten in verband met de jeugdwerkloosheid, het terugschroeven van het tijdskrediet, het moeilijker maken van het brugpensioen en het ingrijpen in collectieve arbeidsovereenkomsten zijn onaanvaardbaar. De regering heeft op 10 oktober helaas niet meer geluisterd naar onze inbreng over concrete problemen in sectoren en bedrijven. Dat heeft de onrust niet gemilderd. We willen van die dynamiek gebruikmaken voor een actie. Daarom komen we op 18 oktober samen met de leiding van het ABVV in de kantoren van het Europees Vakverbond in Brussel. De gespannen situatie tussen ons resulteert in een moeizame vergadering. We hebben enkele uren nodig voor een relatief eenvoudige beslissing, die we vervolgens verschillend uitleggen: het ABVV staakt en betoogt op 28 oktober, het ACV betoogt op 28 oktober en ondersteunt die manifestatie met een 24-urige staking om mensen de kans te geven om mee te betogen. CORTEBEECK: De betoging is een groot succes en vanaf dan volgen de bilaterale contacten tussen regering en sociale partners elkaar snel op, onzichtbaar en onhoorbaar voor de media. Ze monden uit in enkele aanpassingen van het Generatiepact, met onder meer een verlenging van de brugpensioenregeling voor de metaalarbeiders, een grotere inspanning voor de jongerenwerkloosheid, een stimulans voor landingsbanen en de afspraak dat bruggepensioneerden na een bedrijfsherstructurering beschikbaar moeten blijven voor een baan, maar niet anders zullen worden bestraft dan oudere werklozen. Op 19 november houd ik een toespraak op het congres van ACV-Metaal. Ik leg er uit hoe we sinds juni 2004 steeds dezelfde lijn gevolgd hebben, hoe deze onderhandelingsaanpak geloond heeft en dat we die werkwijze volhouden om elk punt binnen te halen. Nooit heb ik op een vakbondscongres meer applaus gekregen. CORTEBEECK: Een algemene staking kan niets meer opleveren. Hoewel we dat expliciet zeggen, begrijpen de media dat niet zo. Ik begrijp niet hoe dat mogelijk is. Tenzij de verklaring opnieuw te vinden is bij Herwig Jorissen van ABVV-Metaal. Die vertelt voor de tv-camera's doodleuk dat er op 13 december een nieuwe algemene staking zal zijn. Vreemd genoeg herinnert niemand hem eraan dat er van zijn straffe verklaring niets in huis komt. CORTEBEECK: In tegenstelling tot het Globaal Plan van 1993, hebben de dossiers van het loopbaaneinde en de sociale zekerheid niet geleid tot een sociale clash. Er zijn wel veel emoties geweest, ook tussen de vakbonden. Ik wil de verschillen met het ABVV niet uitvergroten, maar het is over meer gegaan dan de thema's die aan de orde waren. Wegens onze overwinning bij de sociale verkiezingen in 2004 en de algemene waardering voor onze houding in de onderhandelingen over het loonakkoord van begin 2005, wilden sommigen het ACV de rekening presenteren. Dat is bizar omdat het ABVV inmiddels op dezelfde positieve punten in het Generatiepact wijst als het ACV maanden geleden. Ik blijf hopen dat de langetermijnbenadering van het ACV loont. In het sociaal overleg moet een vakbond uiteraard opkomen voor de rechten en belangen van werknemers. Tegelijk moet een vakbond oog hebben voor klemtoonverschuivingen, bijvoorbeeld van het loopbaaneinde naar tijdskrediet en naar de kwaliteit van het werk tijdens de hele loopbaan. Een syndicalisme dat alleen verworven rechten verdedigt, werkt niet. PATRICK MARTENS