Zijn lievelingsmuziekje was de Badenweiler Marsch, een soort herkenningsmelodie die hij telkens liet spelen als hij ergens zijn intrede maakte. Als ik goed geïnformeerd ben, mag de Wehrmacht die mars niet spelen, maar hij is in meerdere versies op YouTube te vinden, meestal in combinatie met beelden van SS-vlaggen, insignes, mensen die hun rechterarm niet onder controle hadden en meer van dat fraais. Sta me toe voor een keer eens geen link te creëren, als u het echt wilt horen vindt u de weg zelf wel. Als het tempo van die mars op YouTube een beetje realistisch is, moet Hitler een stevige stapper zi...

Zijn lievelingsmuziekje was de Badenweiler Marsch, een soort herkenningsmelodie die hij telkens liet spelen als hij ergens zijn intrede maakte. Als ik goed geïnformeerd ben, mag de Wehrmacht die mars niet spelen, maar hij is in meerdere versies op YouTube te vinden, meestal in combinatie met beelden van SS-vlaggen, insignes, mensen die hun rechterarm niet onder controle hadden en meer van dat fraais. Sta me toe voor een keer eens geen link te creëren, als u het echt wilt horen vindt u de weg zelf wel. Als het tempo van die mars op YouTube een beetje realistisch is, moet Hitler een stevige stapper zijn geweest. Het aantal beats per second is ongeveer hetzelfde als in de Bee Gees-hit Staying Alive, waarvan we vorige week vernamen dat je er de ideale hartmassage bij kunt uitvoeren. Ik ken een paar mensen die oprecht blij zullen zijn met dit alternatief. Als ik ooit zelf een hart zou moeten masseren, dan zou de keuze tussen beide nummers op zich al genoeg zijn om bij mij een hartverlamming te veroorzaken. Banaal. Dat is de enig mogelijke omschrijving voor negentig procent van alle discussies die vandaag in en buiten de media worden gevoerd. Ons bewustzijn is gekrompen tot een cafétoog waaraan we mogen lallen over forel in botersaus, de nieuwe vlam van Maya Detiège en, later op de avond na menig glas, de zin van het leven nu onze aandelen gekelderd zijn. Onze kredietwaardigheid ligt aan diggelen, maar onze waardigheid zijn we al veel langer kwijt. Ik bevind me ver van mijn domein. Schijnbaar, dan toch, want elke dag kom ik dichter bij de conclusie dat cultuur de enige echte remedie tegen die verstikkende banaliteit is. En dan bedoel ik echt niet het soort cultuur dat ver van de dagelijkse werkelijkheid staat, al is die óók belangrijk - net zo belangrijk als de zuivere wetenschap is voor de toegepaste. We moeten gewoon terug naar de bronnen. De uitstekend geschreven en grondig gedocumenteerde Hitlerbiografie van Ian Kershaw is zo'n bron. Daar lees je ook dat Hitler suiker in zijn wijn deed en op het eind van zijn leven enkel nog puree, havermout en gestoofd fruit naar binnen kreeg (maak dát maar eens klaar, Jeroen), maar die feiten krijgen er de minieme anekdotische aandacht die ze ook verdienen. Wie écht op een confronterende manier met Wereldoorlog II bezig wil zijn, moet niet naar een kookprogramma kijken maar de schokkende roman Les Bienveillantes van Jonathan Littell lezen. Alleen vergen de twee boeken die ik hier noem iets meer leestijd dan een of ander idioot hoofdartikel. En wie - eindelijk zit ik helemaal op mijn eigen domein - bereid is zich grondig te laten raken door wat oorlog doet, moet luisteren naar integere, eerlijke muziek. Zeg maar het War Requiem van Benjamin Britten of de Leningradsymfonie van Sjostakovitsj. Of voor mijn part het nummer Apocalypse please van popgroep Muse. Het hoeft echt niet alleen klassiek te zijn, als het maar hoger reikt dan directe emoties en breder gaat dan het afschuwelijk enge blikveld dat elke realiteit van enige omvang reduceert tot banale, hapklare feitjes, overgoten met een sausje van nepcultuur. door Peter Vandeweerdt