Vorige week kwam het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) met nieuwe cijfers voor de Belgische economie. Daaruit bleek dat die in de periode van april tot juni met 0,1 procent was gegroeid in vergelijking met de eerste maanden van het jaar. En aangezien de handboeken economie een recessie definiëren als twee opeenvolgende kwartalen van negatieve groei (een economie die dus krimpt), heeft België na een jaar officieel de recessie achter zich gelaten. Heel wat economen waren dan ook opgetogen: 'We beginnen uit de put te ...

Vorige week kwam het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) met nieuwe cijfers voor de Belgische economie. Daaruit bleek dat die in de periode van april tot juni met 0,1 procent was gegroeid in vergelijking met de eerste maanden van het jaar. En aangezien de handboeken economie een recessie definiëren als twee opeenvolgende kwartalen van negatieve groei (een economie die dus krimpt), heeft België na een jaar officieel de recessie achter zich gelaten. Heel wat economen waren dan ook opgetogen: 'We beginnen uit de put te kruipen', zo heette het. Toch wordt beter niet te vroeg victorie gekraaid. Die 0,1 procent is niet alleen erg weinig, maar het zou ook niet de eerste keer zijn dat het INR de cijfers bij het verfijnen ervan moet bijstellen, en voor je het weet, is er dan toch nog sprake van een krimp in de economie. Bovendien is het nog wachten op de gedetailleerde cijfers van het INR, waaruit dan kan worden afgeleid of de groei vooral toe te schrijven is aan een inhaalbeweging in de bouw en industrie na de strenge winter, dan wel of er echt sprake is van een duurzaam herstel. Voor het hele jaar verwachten sommige economen nog steeds een krimp van 0,2 procent, anderen zien onze economie met amper 0,1 procent groeien. Ondertussen blijven er steeds meer bedrijven failliet gaan (858 in juli, een stijging met 40 procent in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar) en klimt de werkloosheid in Vlaanderen (er waren 235.980 mensen werkloos in juli, een stijging van 10 procent vergeleken met dezelfde maand een jaar eerder). De schuchtere groei wordt in ons land ook nog bedreigd door de stijgende vergrijzingskosten, waar geen voorzieningen voor zijn getroffen, en het Dexia-debacle, dat ons nog jaren geld zal kosten. En dan is er nog de onzekere Europese situatie, waarbij nu alle aandacht gaat naar Italië. Er is twijfel over de slagkracht van de Italiaanse banken, en we weten sinds de bankencrisis allemaal wat de verstrekkende gevolgen zijn als het bankensysteem aan het wankelen gaat. Als daar na de veroordeling van ex-premier Silvio Berlusconi ook nog een politieke crisis bij komt, zal dat een zeer grote weerslag hebben op heel Europa en dus ook op ons land. Een crisis in Italië, de op drie na grootste economie van Europa, zou zonder twijfel veel grotere gevolgen hebben dan wat we tot nu toe meemaakten met Griekenland en Portugal. Op basis van het magere groeicijfer van het INR mogen we dan wel hopen dat we aan het eind van de tunnel een eerste zwak lichtschijnsel waarnemen, maar het zou ook best kunnen dat we het licht zien van een trein die uit Zuid-Europa recht op ons komt aangestormd. Ewald Pironet Ewald Pironet