Op donderdag 21 april 1994 knippen hoge Belgische bezoekers het lint door van een schooltje in de buitenwijken van Buenos Aires. Zowel prins Filip als de minister van Buitenlandse Zaken Robert Urbain (PS), met in hun kielzog andere leden van de handelsdelegatie, hebben er tijd voor vrijgemaakt.
...

Op donderdag 21 april 1994 knippen hoge Belgische bezoekers het lint door van een schooltje in de buitenwijken van Buenos Aires. Zowel prins Filip als de minister van Buitenlandse Zaken Robert Urbain (PS), met in hun kielzog andere leden van de handelsdelegatie, hebben er tijd voor vrijgemaakt. De opening van Villa Madero is normaal gesproken niet meer dan een fait divers, maar haalt toch de Belgische kranten. Het volledige gezelschap wordt letterlijk vergast op een regen Argentijns wijwater. Prins Filip moet in Laken aan dergelijke rituelen gewend geraakt zijn, maar de kerkelijke wijding wekt bij de socialist Urbain alleen woede. Die neemt alleen maar toe als hij even later verneemt dat hij zich voor de kar van Opus Dei heeft laten spannen. Wat is er gebeurd? De beroepsschool, voor opleiding van kansarmen, blijkt bij nader inzien gebouwd door Actec, een Belgische niet-gouvernementele organisatie (ngo). Achter de letterafkorting gaat de Association for Cultural, Technical and Educational Cooperation schuil, opgericht in 1982 en nog geen jaar later door de toenmalige minister voor Ontwikkelingssamenwerking François-Xavier de Donnéa als ngo erkend. Actec vormt een dekmantel voor de ontwikkelingshulp van Opus Dei, hoewel de organisatie dat altijd in alle toonaarden ontkent. Zelfs de Belgische ambassadeur in Argentinië, die geruchten had opgevangen over het Werk Gods achter de school, kreeg vlak vóór het prinselijk bezoek nog te horen "dat er geen enkel verband bestaat met Opus Dei". De boude bewering kwam van Stéphane de Lovinfosse, een notoir Belgisch Opus-lid en bestuurder van Actec. Nochtans had iedereen die het toen wou, kunnen weten waar Actec voor stond. MILJOENEN VOOR ARME ARGENTIJNTJESOp het ogenblik van de zegening van Urbain zaten, naast de Lovinfosse, bijvoorbeeld ook nog Benoît de Montpellier d'Annevoie en Andrés Garrigo in de raad van bestuur van Actec. Eerstgenoemde is een Brussels advocaat die zich bezighoudt met het Institut de la Famille (bezinningen voor Opus-leden) en met het Institut de Formation Postuniversitaire waarvan het voltallig bestuur in Opus-kringen is geronseld. Garrigo geeft Europe Today uit, vanuit een huis dat eigendom is van een Spaanse advocaat die op zijn beurt een kluwen Opus-ngo's beheert. Dezelfde Garrigo doceerde ook een tijd aan het Institut Robert Schuman, een journalistenschool die inmiddels naar Frankrijk is verhuisd en nauwe banden bleek te onderhouden met het Werk. En tenslotte werkt Garrigo actief in de Coöperatieve voor Culturele Centra die vooral in Belgische universiteitssteden huizen bouwt of koopt waarvan de "spirituele leiding" wordt toevertrouwd aan Opus Dei. De link tussen Actec en het Werk viel in 1994 ook al vanuit een andere invalshoek te achterhalen. Wie financierde, bijvoorbeeld, de ngo? Onder de milde schenkers aan Actec duikt onder meer het intussen failliete Manta op, een bedrijf van de familie De Lovinfosse. Miljoenen voor de ngo blijken anoniem binnen te komen via De Montpellier, van 1989 tot 1996 voorzitter van Actec. En ook andere ngo's storten milde giften, zo onder meer de Overseas Welfare Association (OWA), waar baron Theo Bracht en Bernard Speeckaert kind aan huis zijn. OWA zal amper tien jaar bestaan, wordt dan - door Speeckaert - vereffend en de dossiers verhuizen naar de kantoren van de nv Cogefon, die later geparkeerd wordt bij het plantageconsortium Sipef. Klein detail: Cogefon huist tot op vandaag in een woning die eigendom van Sipef is en waar het vroegere adres van Actec gevestigd was. Met mensen als Bracht en Speeckaert zitten we meteen in kringen van de Belgische economische adel, maar dat wist de entourage van Urbain dus duidelijk niet. De hele Argentijnse affaire kan nog worden afgedaan als een practical joke, maar het verhaal krijgt een heel andere wending bij het spitten naar de echte financiering van het beroepsschooltje. Actec bouwde namelijk het instituut en diende daar eertijds bij het Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking (Abos) een dossier voor in ten belope van 20,9 miljoen frank. De rol van de ngo bestond er naar eigen zeggen in "het project te bestuderen, een dossier samen te stellen en na te gaan of de doelstellingen en middelen overeenstemmen met de belangen van het Abos". Het bestuur keurt het dossier goed en trekt 15 miljoen frank overheidsgeld uit voor het project. Opleidingen in informatica, elektronica, elektriciteit en industriële schilderwerken voor arme Argentijntjes mogen tenslotte iets kosten. Actec bouwt een school. En dan? Niks aan de hand? Toch wel. In de nasleep van Urbains Argentijnse avonturen wordt de zaak ook in het Belgisch parlement nog eens herkauwd. De vertegenwoordiging van Opus Dei in ons land acht het op dat ogenblik nodig zich in het debat te mengen met een dubbele boodschap: Opus moeide zich op geen enkel moment met het dossier en overigens is de school eigendom van de Asociacon Promotora de la Educacion y el Deporte (Apred). Deze Argentijnse ngo zou Opus Dei wel gevraagd hebben in te staan voor de "geestelijke bijstand" aan leraren en leerlingen van Villa Madero. ARTSEN ONDERZOEKEN HET MIRAKELApred? En Actec dan? Wat is overigens Apred? Wie die naam via het Internet natrekt, komt niet in Argentinië terecht, maar wel in... Italië. Meer bepaald bij de Italiaanse Associazone Centro Elis (ACE), een ngo die in bijna alle Opus-publicaties prijkt als een modelinstituut. Is ACE hetzelfde als Apred? Er blijken op zijn minst zeer sterke banden, want ACE heeft voor dezelfde "Belgische" Villa Madero een dossier ingediend bij het Italiaans ministerie van Buitenlandse Zaken. Het departement schoof op verzoek van ACE prompt zo'n 88 miljoen Belgische frank af. Daarvan ging indertijd 16 miljoen naar ACE zelf, namelijk voor technische hulp. Nog eens 18 miljoen frank werden besteed aan de aankoop, de verzekering en het transport van de apparatuur voor de school. De bestemming van het resterend bedrag, blijft zeer onduidelijk. Tenzij het zou gaan om de lonen van zes Italianen die op papier het project vanuit hun thuisland leidden en twee van hen die geregeld naar Buenos Aires afzakten om zich van de toestand op het terrein te vergewissen. Werkten nu het Belgische Actec en het Italiaanse ACE - alias Apred - samen voor dit project? Bij Actec valt nergens één enkele verwijzing te bespeuren naar de Italiaanse inbreng in het dossier. De Italianen zwijgen in alle talen over de Actec-participatie, zeker over de financiële inbreng van het Abos. En allebei houden ze iedereen liefst in het ongewisse over de manier waarop een aantal privé-bedrijven uit de buurt van de school, hun personeel kosteloos laat opleiden dankzij overheidsfondsen. Wel blijkt dus een schooltje in een buitenwijk van Argentinië plots meer dan 100 miljoen frank aan ontwikkelingsgeld gekost te hebben. Dat is een aardige som, vooral in Zuid-Amerika. Ter illustratie: in 1992 zette Apred vier projecten op - waaronder een soldeeratelier in Buenos Aires - voor amper... 900.000 frank. Of voor omgerekend amper 0,8 procent van de kostprijs van Villa Madero. Er kon dus best wat wijwater vanaf. Dezelfde modus operandi - overheidsfinanciering vanuit verschillende landen - blijkt geregeld toegepast binnen het wijdvertakte netwerk van Opus Dei-ngo's. In Guatemala heeft Actec, bijvoorbeeld, het Kinal-project opgezet, een centrum voor beroepsopleiding. Hetzelfde centrum wordt echter ook geclaimd door de Italiaanse ngo ICU, die elk jaar in Rome een groots Opus-congres organiseert. ICU - wat staat voor Instituto per la Cooperazione Universitaria of Instituut voor Universitaire Samenwerking - blijkt geen kleine speler in het wereldwijde ngo-kluwen en vormt op zich ook een schoolvoorbeeld van hoe Opus-leden erin slagen binnen te dringen in het staatsbestel. Twee van de huidige ICU-bestuurders werkten lange tijd op Italiaanse kabinetten; Umberto Farri op Buitenlandse Zaken of een cruciaal departement voor de financiering van buitenlandse projecten, Domenico Fazio als kabinetschef op Nationale Opvoeding. Fazio was overigens ook nog directeur-generaal van de vereniging van Italiaanse universiteiten. Een van hun medebeheerders bij ICU luisterde naar de naam Rafaello Cortesini, om den brode hoogleraar aan de Opus-universiteit Campus Bio-Medico. Cortesini's invloed reikte zover dat hij erin slaagde zich te laten aanstellen als een van de twee artsen die het mirakel, vereist voor de zaligverklaring van Opus-stichter Josemaria Escriva, medisch moest "evalueren". Meer nog: Cortesini werd tegelijkertijd voorzitter van de commissie die de zaligverklaring voorbereidde. EEN PUT VAN EEN MILJARD FRANKICU duikt geregeld op in dossiers met een "gemengde" financiering, waarbij de overheid van het ene land niet weet dat er ook nog uit een ander land overheidshulp naar een bepaald project vloeit. Soms gaat het zelfs om meer dan bilaterale samenwerking en dito financiering met daarbij telkens verschillende partners die officieel niets met elkaar te maken hebben. Zoals bijvoorbeeld in Peru, waar zowel de Belgische ngo Actec, de zusterorganisatie ICU, de Spaanse ngo Codespa en tenslotte de Peruaanse Prosit, het Val e Grande-project op hun naam willen schrijven. Van de mist rond dergelijke dossiers heeft alvast de Amerikaanse stichting Accion de buik vol. Carlos Costello, ondervoorzitter van Accion en verantwoordelijk voor Latijns-Amerika, spreekt over een "Belgian connection" en duidelijke banden met Opus Dei waarvan zijn stichting vroeger niks afwist. Hij heeft het dan over de affaire- Corposol annex Finansol die zich enkele jaren geleden afspeelde in Colombia en waarvan de sporen nog altijd niet zijn uitgewist. Een tijdlang liep overigens Stéphane de Lovinfosse rond met naamkaartjes van Corposol en het vermelde adres van de ngo bleek... het officiële adres van Actec in Brussel. Corposol richtte zich met financiële steun van Accion tot kleine bedrijfjes in de informele sector. Enkele jaren na de oprichting nam de ngo een kleine Colombiaanse bank over en herdoopte die in Finansol. Daarna ontstond een web van satellieten: Construsol voor leningen in verband met woningbouw, Agrosol voor kredieten aan boeren, Mercasol als aankoopcentrale... Accion hield er een duidelijke filosofie op na: geld uitlenen aan economisch zwakken, geen probleem, maar ze moesten wel een strikt afbetalingsschema volgen. Corposol nam het niet zo nauw met dit basisprincipe. Met de groei van de ambities van de Colombiaanse ngo - de klanten stegen van 3000 naar bijna 25.000 in amper drie jaar tijd - namen ook de problemen toe. Corposol creëerde enkele fameuze putten, maar dekte die toe met nieuwe leningen die onder meer werden afgesloten bij commerciële banken. Accion greep een eerste keer in, zette een punt achter Agrosol en Construsol. Om de plooien glad te strijken, hoestten de Amerikanen omgerekend 70 miljoen frank op. Toen bleek echter dat Finansol zowat alle denkbare bankregels in Colombia had overtreden, inclusief geknoei met de boekhouding. Groot drama was dat intussen zo'n 50.000 Colombiaanse families leningen hadden lopen bij Finansol, maar met hun hele hebben en houden solidair borg stonden voor de kredieten van Finansol bij andere financiële instellingen. De catastrofe was niet te overzien. Accion lichtte de Colombiaanse bankautoriteiten in, legde een reddingsplan voor en kon finaal de hele zaak overeind houden. Dat kostte wel méér dan 1,1 miljard frank extra aan ontwikkelingsgeld. Costello wordt dezer dagen niet graag herinnerd aan dit kwalijke avontuur. Hij voelt zich ronduit bedrogen in de hele affaire. Accion wist, bijvoorbeeld, niks van de financiële constructies rond het Sol-kluwen, maar ook niet dat de Colombiaanse ngo-groep financiële steun kreeg van het Spaanse Codespa. "De zaak", zegt Costello, "zet het hele imago van de Bank der Armen op de helling. Commerciële banken kunnen ons gerust geld lenen, maar het vertrouwen is nu danig geschokt. De banken zitten nog altijd met een put van zo'n 15 miljoen dollar. In Colombia is dit een groot schandaal." DE POLITICI EN SPONSORS VAN OPUSEen tijdlang gold Corposol als een van de paradepaardjes waar het Belgische Actec met veel plezier "bevriende" studenten naartoe stuurde. Dit gebeurde via de nu nog altijd actieve Students for Development (SfD), een organisatie die in 1991 binnen Actec is opgericht. Toen Belgische studenten in 1996 echter Corposol wilden bezoeken, ging dat feest niet door. In hun reisverslag maakten zij melding van de financiële problemen rond deze Colombiaanse ngo, maar enige uitleg daarover werd netjes gecensureerd door Stefaan Seminckx, woordvoerder van de prelatuur van Opus Dei in Brussel, en Laura Segarra, ondervoorzitster van SfD. Slecht nieuws is geen nieuws voor het Werk van God. SfD hanteert overigens een eigenaardig systeem voor de financiering van de reizen van studenten naar ontwikkelingsprojecten die al dan niet rechtstreeks bestuurd worden door Opus-gezinde ngo's. Het is een simpel procédé waar ook de zusterorganisaties in Nederland, Zwitserland of Italië een beroep op doen. De deelnemers-studenten aan zo'n trip zoeken namelijk binnen de bedrijfswereld sponsors naar rato van 10.000 frank per onderneming. Die krijgen voor dat geld hun naam op het jaarrapport van Students for Development. Interessante bijkomstigheid: het gaat om fiscaal aftrekbare giften, want het geld wordt op een rekening van Actec gestort dat (volkomen wettelijk) gemachtigd is om dergelijke giften in ontvangst te nemen. Maar ondernemers vallen soms moeilijk over de brug te halen, vooral niet als het over geld gaat. Daarom gebruikt SfD een serie indrukwekkende aanbevelingsbrieven. In een van die epistels meldt, bijvoorbeeld, de vroegere minister van Landbouw André Bourgeois (CVP) dat Students for Development "hem persoonlijk goed bekend is". De Vlaamse minister-president Luc Van den Brande (CVP) zegt zijn "persoonlijke steun" toe aan de organisatie en staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels (CVP) verheugt er zich over dat Actec-SfD "de doelstellingen van zijn politiek onderschrijft". Omdat politici niet in zo'n bijster goed daglicht staan, sleept Actec-SdF er ook nog andere kanonnen bij. Onder meer de Leuvense hoogleraar Alfons Verbruggen, decaan van de faculteit Farmaceutische Wetenschappen. Of Nobelprijswinnaar Christian de Duve die blijkt te denken dat alles draait om een "stage voor studenten geneeskunde". Als kroon op het werk duikt bij de bedeltochten ook geregeld een schrijven op van de secretaris van de vroegere koningin Fabiola. Bij het voorleggen van dergelijke adelbrieven, gaan de aangezochte sponsors meestal snel overstag. Zo traden Bekaert, Gevaert, Interbrew of Janssen Pharmaceutica al op als min of meer enthousiaste sponsors van SfD-reizen. Of ze weten dat ze daarmee ook een stukje Opus Dei financieren, is zeer de vraag. Evenzeer kan men zich afvragen of Reginald Moreels wist welk vlees hij in de kuip had toen hij onlangs grote schoonmaak hield in de rangen van ngo's. Een aantal niet-gouvernementele organisaties kwam na zijn ingreep niet langer voor steun in aanmerking. Maar een van de ngo's die moeiteloos slaagde voor het examen was... Actec.Het paleis en Opus DeiMisjoe Verleyen