Met een levensverzekering kan je zowel je leven als je overlijden verzekeren. In het eerste geval betaalt de verzekeraar het kapitaal alleen uit als je op de vervaldatum nog in leven bent. Als je tijdens de looptijd van het contract echter overlijdt, behoudt de verzekeraar de gestorte premies. Deze formule is bedoeld om een extra pensioenkapitaal te vergaren. De verzekering van je overlijden dient daarentegen als financieel vangnet voor je naasten wanneer je onverwacht sterft. In de praktijk worden beide risico's veelal gecombineerd in een gemengde levensverzekering.
...

Met een levensverzekering kan je zowel je leven als je overlijden verzekeren. In het eerste geval betaalt de verzekeraar het kapitaal alleen uit als je op de vervaldatum nog in leven bent. Als je tijdens de looptijd van het contract echter overlijdt, behoudt de verzekeraar de gestorte premies. Deze formule is bedoeld om een extra pensioenkapitaal te vergaren. De verzekering van je overlijden dient daarentegen als financieel vangnet voor je naasten wanneer je onverwacht sterft. In de praktijk worden beide risico's veelal gecombineerd in een gemengde levensverzekering.Dat betekent dat de verzekeringsmaatschappij alleszins zal moeten betalen en dat heeft natuurlijk zijn prijs. De kosten van een klassieke, gemengde levensverzekering bedragen gemiddeld zo'n 20 procent van het gestorte kapitaal. Van een maandelijkse premie van 4000 frank gaat dus ongeveer 800 frank naar de verzekeraar. Het gewaarborgd rendement wordt berekend op de resterende 3200 frank en niet op het volledig gestorte bedrag, zodat het werkelijke rendement een stuk lager ligt dan de geafficheerde basisrente. Die basisrente daalde begin dit jaar van 4,75 procent naar 3,25 procent, met als gevolg dat het reële rendement van een klassieke levensverzekering nu rond de 1,8 procent schommelt. Eerder aan de lage kant dus, vooral als we in het achterhoofd houden dat de inflatie momenteel 1,4 procent bedraagt. De winstdeelname en het fiscaal voordeel dat aan een levensverzekering is verbonden, kunnen het rendement weliswaar weer opkrikken tot op of zelfs net iets boven het niveau van de basisrente, maar deze meeropbrengst is niet gewaarborgd. De winstdeelname is afhankelijk van de resultaten van de verzekeringsmaatschappij en kan dus in principe ook negatief zijn. Om te genieten van het fiscaal voordeel moet dan weer aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Bij de huidige lage basisrente loont het dan ook de moeite om de Universal Life-producten (of tak 21) eens van dichterbij te bekijken. Dit type levensverzekering levert een hoger rendement op: de kosten bedragen zo'n 5 tot 7 procent, tegenover gemiddeld twintig procent bij een klassieke levensverzekering. Die lagere kosten hebben natuurlijk hun redenen. De tak 21-levensverzekering biedt minder uitgebreide garanties. Er is geen overlijdensdekking ingebouwd, maar de gespaarde bedragen worden bij vroegtijdig sterven wel terugbetaald. Het is evenmin mogelijk om uitkeringen te voorzien bij invaliditeit, ziekte of ongeval. De nadruk ligt duidelijk meer op het rendement, minder op de verzekering. Een Universal Life-formule garandeert ook geen rentevoet voor toekomstige premies. Bij deze flexibele levensverzekering kan je immers zelf bepalen wanneer en welke premies je betaalt. Daartegenover staat dat de verzekeraar ook geen vooraf bepaald kapitaal moet uitkeren. Bij een klassieke gemengde levensverzekering, afgesloten voor het begin van dit jaar, blijft de rente van 4,75 procent gewaarborgd, ook voor de nog te storten premies. Bij de Universal Life-formule is dat niet zo, wat deze producten weinig interessant maakt bij een hogere basisrente. Telkens wanneer de rente dan daalt, zal je een hogere premie moeten storten om je gewenste pensioenkapitaal te behalen. Op dit moment is deze formule wel interessant: het is onwaarschijnlijk dat de basisrente nog verder zal dalen dan 3,25 procent. MEER RENDEMENTDe gestorte premies van de hierboven beschreven levensverzekeringen zijn tot 66.000 frank vrijgesteld van belastingen. Op die manier kan je jaarlijks 30 tot 40 procent van de gespaarde bedragen recupereren via een belastingkrediet, wat neerkomt op een belastingbesparing van ongeveer 20.000 tot 26.000 frank. Hoe hoger je inkomen, hoe groter het belastingkrediet. Het plafondbedrag van 66.000 frank - dat reeds wordt bereikt bij een beroepsinkomen van ongeveer 1 miljoen frank - geldt echter niet alleen voor de premies van een individuele levensverzekering, maar ook voor de kapitaalaflossingen van eventuele hypothecaire leningen die voor belastingvermindering in aanmerking komen. Indien je dus geld hebt geleend voor een huis (of van plan bent dit te doen) zal het afsluiten van een individuele levensverzekering je meestal geen belastingvoordeel meer opleveren. In dat geval, of wanneer je gewoon meer rendement wil, kan je kiezen voor een United Link-formule (of tak 23), dat is een levensverzekering gekoppeld aan beleggingsfondsen. Het rendement ligt bij deze contracten doorgaans een stuk hoger, maar het wordt niet gewaarborgd. Met andere woorden: het rendement kan ook negatief zijn. Een levensverzekering van dit type is fiscaal niet aftrekbaar, maar de kosten bedragen meestal niet meer dan 5 procent. De reden: niet de verzekeringsmaatschappij, maar de verzekerde draagt het beleggingsrisico. Je kan dat risico wel enigszins beïnvloeden. Wanneer je een mogelijk verlies binnen de perken wil houden, dan teken je in op een fonds dat belegt in obligaties en/of liquide middelen. Daarmee beperk je weliswaar ook je kans op een grote winst. Kies je voor een fonds dat belegt in aandelen, dan kan je een zeer hoog rendement behalen (soms meer dan 30 procent), maar ook een even groot verlies. Niet iedereen is bereid om dergelijke risico's te nemen. De tak 23-fondsen met kapitaalgarantie (vergelijkbaar met de bancaire klikfondsen) bieden daarom de zekerheid op een bepaald rendement of een status-quo, maar de kosten zijn hoger, zodat deze optie weer minder interessant is wanneer je in aanmerking komt voor een belastingvoordeel. Je kan ook een pensioenspaarrekening openen bij een bank of beursvennootschap, waarop je naar eigen believen geld stort dat wordt belegd in aandelen en obligaties. Doorgaans wordt een rendement van ongeveer 10 procent gerealiseerd, maar het is evengoed mogelijk dat het rendement negatief is. Ook hier betaalt de fiscus 30 tot 40 procent van de gestorte premies terug onder de vorm van een belastingvermindering. Het plafondbedrag ligt hier weliswaar al op 22.000 frank per jaar, maar deze grens staat los van de grens van 66.000 frank, zodat pensioensparen een aantrekkelijk alternatief is wanneer je niet in aanmerking komt voor het fiscaal voordeel van een levensverzekering.Kris De Decker