De ene week wordt ons land publiekelijk de mantel uitgeveegd door Europa omdat we onze overheidsfinanciën maar niet op orde krijgen, met als gevolg dat we onder Europese curatele worden geplaatst. Conclusie: het gaat niet goed met ons landje. Enkele dagen later komt het statistisch bureau van datzelfde Europa, Eurostat, met cijfers over de levensstandaard en dan blijkt België tot de top te behoren. Het gaat prima met België, flitst er dan door je hoofd. Euh?
...

De ene week wordt ons land publiekelijk de mantel uitgeveegd door Europa omdat we onze overheidsfinanciën maar niet op orde krijgen, met als gevolg dat we onder Europese curatele worden geplaatst. Conclusie: het gaat niet goed met ons landje. Enkele dagen later komt het statistisch bureau van datzelfde Europa, Eurostat, met cijfers over de levensstandaard en dan blijkt België tot de top te behoren. Het gaat prima met België, flitst er dan door je hoofd. Euh? Tussendoor word je ook nog bestookt met allerlei, niet altijd even relevante, rangschikkingen. Zo staan we 55 uur per jaar in de file en daarmee zijn we de Europees kampioen. Ons land is de op 14 na beste plek ter wereld om geboren te worden, althans volgens The Economist. Slechts 46 procent van de Belgen zegt vertrouwen te hebben in de politieke instellingen, een erg laag cijfer want het OESO-gemiddelde is 56 procent. België won dan weer wel al 26 keer het wereldkampioenschap wielrennen voor eliterenners op de weg en daarmee steken we toch maar lekker alle andere landen ter wereld de loef af. Wat is nu écht de stand van het land? Knack selecteerde daarvoor met behulp van een rist professoren tien relevante parameters. Vergelijk het met de jaarlijkse check-up bij de dokter, die je bloeddruk neemt, cholesterol meet enzoverder, maar ook peilt naar je levensstijl ('hoeveel glazen alcohol drink je?') en je mentale situatie. Voor de gezondheidstoestand van België keken we onder meer naar onze welvaart, werkloosheid en armoede, maar we hadden ook oog voor minder economische criteria zoals veiligheid, onderwijs en leefmilieu. We gingen zelfs na of de Belgen 'gelukkig' zijn - en dat is blijkbaar zo, alleen zouden we gezien onze welvaart nóg gelukkiger kunnen zijn. Uit het Knack-onderzoek blijkt dat België op een aantal gebieden goed scoort. We zijn een erg welvarend land, ons onderwijs behoort nog altijd tot de wereldtop en we beschikken over uitstekend opgeleide dokters en zorgverstrekkers. Maar we kampen met heel wat cruciale problemen die onze toekomst in het gedrang brengen. Zo verlaten te veel jongeren de school zonder diploma. De armoede zakt niet, ook al worden we rijker. We investeren nog steeds veel te weinig in onderzoek en ontwikkeling. Er moeten dringend meer mensen aan het werk. En natuurlijk moet onze staatsschuld naar beneden - maar daar zal Europa ons dus wel toe dwingen. Vanzelfsprekend hangen er nog andere zwaarden van Damocles boven België en zijn regio's. Zo lopen we bijvoorbeeld nog steeds een miljardenrisico omdat we ons garant stelden toen Dexia failliet dreigde te gaan. Als het morgen daarmee totaal fout loopt, zit ons land in een zeer diepe put. Bovendien zal België vanaf nu te maken krijgen met de vergrijzingskosten, waar het zich nauwelijks op heeft voorbereid. Ook dat vormt een grote bedreiging voor de welstand van ons land en zijn regio's. Aan de vooravond van kroonprins Filips metamorfose tot koning Philippe scoren België en zijn regio's voor een aantal parameters nog steeds zeer goed, maar op tal van vlakken is ons succes aan het tanen en op een aantal cruciale punten schieten we gewoonweg te kort. We bekijken de tien parameters van dichterbij en laten er experts over aan het woord. Topfit kun je België in elk geval niet noemen, de risico's op verval zijn reëel. Een dokter zou zijn patiënt in dat geval streng toespreken: 'Je moet dringend je leven beteren, want anders is je geen lange, gezonde en kwaliteitsvolle toekomst beschoren.' Dat heeft veel weg van een slechtnieuwsgesprek. De mening van Lieven Annemans, hoogleraar gezondheidseconomie aan de VUB en de UGent. CIJFERS 'Dat we nogal veel ziekenhuisbedden hebben, is een typisch kenmerk van ons systeem. De gezondheidszorg is er in dit land nog niet genoeg op gericht om hospitalisatie te vermijden. De cijfers zeggen weliswaar niets over de kwaliteit van al die ziekenhuizen en artsen.' ANALYSE 'In landen waar mensen verplicht zijn om zich bij een huisarts in te schrijven, zijn er minder aanmeldingen bij de spoeddiensten, minder opnamen en minder onnodige ingrepen. Dat komt doordat een huisarts zijn patiënten veel beter kent dan een specialist die hen soms maar één keer ontmoet. In België bestaat zo'n verplichte inschrijving jammer genoeg niet. Wij hebben alleen het vrijblijvende Globaal Medisch Dossier. Daardoor wordt hier nog altijd te veel geshopt: als een huisarts patiënten niet geeft wat ze willen, gaan ze gewoon elders aankloppen. 'Wat de kwaliteit betreft, is er vorig jaar al een eerste aanzet gegeven om degelijke kwaliteitsnormen te ontwikkelen. Maar daar mag het natuurlijk niet bij blijven. Zo zou de overheid minimale structuurvereisten kunnen vastleggen waaraan ziekenhuizen moeten voldoen om bepaalde ziekten te mogen behandelen. Dat gebeurt nu nog niet genoeg. Daarnaast kan men aan sommige kwaliteitsnormen, zoals het aantal ziekenhuisinfecties en heropnamen, een financiële bonus koppelen. In een later stadium, als we heel zeker zijn van de cijfers en criteria die we gebruiken, zouden we het grote publiek dan van die scores op de hoogte kunnen brengen.' KORTOM 'We hebben uitstekend opgeleide artsen en zorgverleners, bijna elke Belg heeft een ziekteverzekering, de concurrentie tussen de ziekenhuizen zet hen aan tot innovatie en we doen het goed op het vlak van patiëntveiligheid. In internationale tevredenheidspolls scoren we steevast beter dan het EU-gemiddelde. Jarenlang heeft ons land op die voor- delen kunnen teren en hadden we de reputatie een voorbeeldsysteem te zijn. Maar tevredenheid is niet genoeg, en teren op de merites van het verleden zeker niet.' De mening van Bea Cantillon, hoogleraar en directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck aan de Universiteit Antwerpen. CIJFERS 'Het Belgische cijfer is natuurlijk een gemiddelde van de situatie in Vlaanderen, Wallonië en Brussel, en onderling zijn die erg verschillend. In andere landen heb je evenwel ook regionale verschillen. Bovendien blijven in België de belangrijkste hefbomen om armoede te bestrijden nationale bevoegdheden: onze sociale zekerheid en de belastingen.' ANALYSE 'Twee vaststellingen bij het feit dat vijftien procent van onze bevolking onder de armoedegrens leeft. Eén: al dertig jaar lang is dat cijfer bijna ongewijzigd. Dat is verontrustend, want we zijn in die periode met z'n allen veel rijker geworden. En toch zijn we er dus niet in geslaagd om het aantal armen naar beneden te halen. Dat zie je trouwens in alle welvaarsstaten. Twee: Nederland doet het opmerkelijk beter dan België en de meeste andere Europese landen. Waarom? Bij onze noorderburen zijn er minder gezinnen waar niemand aan het werk is. In Nederland is het werk beter verdeeld dan bij ons, er zijn daar veel meer mensen deeltijds aan de slag. Dat moet ons doen nadenken. Bij ons hoor je vooral: we moeten meer mensen aan het werk krijgen en daarvoor moeten er meer jobs gecreëerd worden. Er wordt niet meer gesproken over herverdeling van het werk. Bovendien lijkt het sociaal herverdelingssysteem in Nederland ook efficiënter dan bij ons: hun sociale uitgaven liggen lager, maar die middelen zetten ze beter in. 'We zien overal een stijgende armoede bij gezinnen met kinderen en een vermindering van armoede bij ouderen. Dus de pensioensystemen functioneren goed, maar de middelen die kinderarmoede moeten verminderen werken niet zo goed. Dan kom je bij ons uit bij de kinderbijslag. Dat geld gebruiken we als armoedebestrijder dus niet efficiënt.' KORTOM 'België presteert op het vlak van armoedebestrijding niet beter of slechter dan de meeste welvaartsstaten, met uitzondering van Nederland. Meest opvallend is dat ondanks de stijging van de rijkdom de armoedecijfers toch niet dalen.'De mening van Wendy Smits, wetenschappelijk medewerkster onderzoeksgroep TOR aan de VUB. CIJFERS 'Het is niet makkelijk om het geluk van mensen te meten, maar het kan. Dat bewijzen internationale studies en ook wij hebben er onderzoek naar gevoerd. Wat blijkt dan steeds? De Belgen zijn vrij gelukkig, en Vlamingen zijn nog iets gelukkiger dan Walen. Maar in Nederland of de Scandinavische landen ligt het geluksgevoel nog iets hoger dan bij ons.' ANALYSE 'Belgen zijn dus zeer gelukkig, maar op basis van onze welvaart, ons bruto nationaal product (bbp), zouden we eigenlijk nog gelukkiger kunnen zijn. Geluk wordt echter niet alleen bepaald door materiële zaken. Geluk is ook geen toeval. Of iemand al dan niet gelukkig is, kun je vrij goed voorspellen aan de hand van een aantal factoren. Zo zijn mannen gelukkiger dan vrouwen, en dat zou vooral komen doordat mannen financieel sterker staan. Dus het inkomen speelt in het geluksgevoel een belangrijke rol. Hoger geschoolden zijn ook duidelijk gelukkiger dan lager opgeleiden. Het jachtige leven en het niet vervulde verlangen naar onthaasting maken dan weer ongelukkig. Gezondheid en ook religie spelen mee, maar vooral het sociale netwerk waarop je kunt terugvallen is belangrijk: mensen die in een gemeenschap functioneren zijn doorgaans gelukkiger dan mensen die daar niet op kunnen terugvallen of zelfs eenzaam zijn. Ook de leeftijd speelt een rol: tussen ons 45e en ons 55e levensjaar zijn we het minst gelukkig. Dan maken we een balans op van ons leven en blijkt vaak dat niet al onze dromen zijn uitgekomen. Opvallend is dat het geluksgevoel vanaf 55 jaar weer stijgt. Dan breekt de gelukkigste periode van heel ons leven aan. En ook de manier waarop je tegen het leven aankijkt, beïnvloedt je geluksgevoel: een optimist is gelukkiger dan een pessimist. Zo zijn er talloze factoren die het geluksgevoel beïnvloeden en het eindresultaat verschilt dus van land tot land.' KORTOM 'Belgen behoren tot de gelukkigste mensen op deze planeet, maar op basis van objectieve gegevens zoals het bbp zouden we nog iets gelukkiger kunnen zijn.'De mening van Dirk Van Damme, hoofd van het Centrum voor Onderwijsonderzoek en -vernieuwing van de OESO. CIJFERS 'In het PISA-onderzoek (Programme for International Student Assessment) worden om de drie jaar drie domeinen onderzocht: leesvaardigheid, wiskunde en wetenschappen. Voor wiskunde zit Vlaanderen bij de absolute top, voor lezen bij de goede subtop. Dat lezen moet je wel ruim zien: het gaat om de verwerking van informatie in geschreven taal. Toch wel een van de basisvaardigheden die het onderwijs moet overbrengen.' ANALYSE 'Vandaag gaat veel aandacht naar de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Logisch ook, want de jeugdwerkloosheid is in veel landen een prangend probleem. Toch moet onderwijs jonge mensen niet alleen op een job maar ook op de rest van het leven voorbereiden. Het moet op brede competenties inzetten en mag mensen in het secundair onderwijs niet al te specialistisch opleiden. Wel zien we dat de sleutelvaardigheden in verschillende domeinen van het leven vaak dezelfde zijn: wie hoog scoort op het vlak van leesvaardigheid, doet het ook beter op de arbeidsmarkt en op het vlak van burgerschap en persoonlijkheidsontwikkeling. 'Het grote probleem van ons onderwijs is dat er nog altijd een groep van naar schatting 15 tot 20 procent van de jongeren uit de boot valt en zonder kwalificatie van school gaat - en dan heb ik het nog niet eens over de grote groep jongeren die naar het buitengewoon onderwijs wordt afgeleid. Die drop-outs zijn een onderschat probleem, want men beseft niet welke maatschappelijke kosten die meebrengen. Zo zijn laaggeschoolden vaker ziek, en lopen ze een groter risico om in armoede of in de criminaliteit terecht te komen. Dat is een beetje het drama van ons onderwijs: dat we excellentie bereiken doordat we een groep uitsluiten.' KORTOM 'Het Vlaamse onderwijs is van wereldniveau, maar we moeten ervoor zorgen dat excellentie niet automatisch selectie betekent. De samenleving kan zich simpelweg niet veroorloven om zo'n grote groep mensen uit te sluiten.' De mening van Brice De Ruyver, gewoon hoogleraar criminologie aan de UGent. CIJFERS 'Uit de bestaande cijfers kun je niet afleiden of de criminaliteit in ons land stijgt of daalt. Daarvoor zijn die te afhankelijk van de opsporingsinspanningen en de aangiftebereidheid. Wel interessant zijn de gegevens over de strijd tegen fenomenen die we als prioriteit beschouwen, zoals inbraken. Daaraan kun je zien of de inspanningen van de overheid en de politie daadwerkelijk iets opleveren.' ANALYSE 'Op het vlak van inbraken, die een grote impact hebben op het veiligheidsgevoel van de Belgen, hebben we al tien jaar lang een heel goede aanpak, waarbij we op alle aspecten inspelen en met alle mogelijke partners samenwerken. Vandaag zitten we in dat domein zelfs tegen ons plafond aan. Als we nog meer willen doen, moeten we dat op Europees niveau aanpakken. 25 tot 30 procent van alle inbraken wordt immers door Oost-Europese daderbendes gepleegd, en dat geldt ook voor andere vormen van vermogenscriminaliteit, zoals ramkraken, carjackings, lading- en metaaldiefstallen. Om de landen van herkomst ertoe te bewegen hun illegale economie aan te pakken, moeten de EU-landen meer samenwerken. Vaak gaat het immers om lidstaten of kandidaat-lidstaten die de goodwill van Europa nodig hebben. 'Ook veel andere fenomenen blijven niet tot ons land beperkt. Zo krijgen we maar moeilijk greep op de drugscriminaliteit. Elk jaar rollen we meer plan- tages op en we doen ook geregeld grote drugsvangsten in de haven van Antwerpen, maar ondertussen bloeit de detailhandel en neemt de drugsoverlast toe. Dat hangt samen met het striktere drugsbeleid in Nederland, waardoor onder meer Franse drugstoeristen nu naar België komen.' KORTOM 'Zelfs als we er alles aan doen om bepaalde fenomenen prioritair te bestrijden, kunnen we er nooit echt greep op krijgen zonder internationale samenwerking. Zeker een klein landje als het onze, waar je zo in en uit bent, moet zich in een internationale strategie inschrijven.'De mening van Gert Peersman, hoogleraar economie aan de UGent. CIJFERS 'Om de welvaart van een land te berekenen, neem je het bruto binnenlands product (bbp, alles wat een land aan goederen en diensten produceert) en deel je dat door het aantal inwoners. Als je dat doet, krijg je een idee van de levensstandaard in een land en dan scoort België zeer hoog: we staan op de zevende plaats binnen de Europese Unie.' ANALYSE 'Je moet wel opletten met die cijfers, want er wordt in deze rangschikking eerst het gemiddelde bbp per hoofd voor alle 27 Europese lidstaten berekend en dan wordt gekeken hoe de individuele lidstaten zich verhouden ten opzichte van dat gemiddelde cijfer. De levensstandaard in België ligt nu 19 procent hoger dan het gemiddelde, in 1998 was dat nog 23 procent en in 2007 16 procent. Die schommelingen hebben niet zozeer te maken met de prestaties van België, maar wel met de prestaties van andere Europese landen: tussen 1998 en 2007 zijn de Zuid-Europese landen sterk gegroeid, dus het gemiddelde bbp-cijfer steeg, waardoor België in 2007 minder fors boven dat gemiddelde uitstak. Dat wil dus niet zeggen dat wij er toen op achteruit zijn gegaan. Na 2007 zijn de Zuid-Europese landen in een economische crisis terechtgekomen, dus het gemiddelde bbp-cijfer voor Europa daalde, waardoor België nu dus opnieuw duidelijker boven dat gemiddelde uitstak. 'Er zijn twee belangrijke factoren die de welvaart beïnvloeden: de productiviteit en de werkzaamheidsgraad. Onze productiviteitsgroei is de laatste jaren aan het afvlakken. Onze welvaart stijgt dus nog wel, maar minder sterk dan in het verleden. Daar komt nog de stijgende vergrijzing van de bevolking bij: dat zijn mensen die niet meer werken en dus niet meer bijdragen tot dat bbp, maar die wel nog consumeren. Dat wil zeggen dat iedereen die werkt meer zal moeten produceren om dat welvaartsniveau in stand te houden. Dat zal niet eenvoudig zijn.' KORTOM 'België is zonder twijfel een zeer welvarend land. We zitten ver boven het Europese gemiddelde als je het bbp per hoofd van de bevolking bekijkt. Maar op termijn komt onze welvaart onder druk doordat de vergrijzing toeneemt en onze productiviteitsgroei afzwakt.' De mening van Bart Clarysse, hoogleraar management aan de UGent en het Imperial College in Londen. CIJFERS 'België investeert 2,21 procent van het bbp in onderzoek en ontwikkeling (O&O). Maar dat zegt niet veel, want het innovatiebeleid is al jarenlang geregionaliseerd. Vlaanderen, Wallonië en Brussel werken op dat vlak onafhankelijk van elkaar. Vlaanderen besteedt 2,38 procent van zijn bbp aan O&O en dat is beter dan het Belgische cijfer, maar het is nog ver verwijderd van de 3 procent die bij het akkoord van Lissabon voor Europa werd vooropgesteld.' ANALYSE 'Het budget van de Vlaamse regering voor O&O daalt. Het geld komt vooral van de privésector, in het bijzonder van een vijftiental bedrijven zoals Janssen Pharmaceutica. Het onderzoek gebeurt in universiteiten en onderzoeksinstellingen, omdat het daar goedkoper kan worden uitgevoerd dan in de bedrijven zelf. Zo zijn de universiteiten en onderzoeksinstellingen wel in belangrijke mate financieel afhankelijk geworden van het bedrijfsleven. Gevolg is ook dat er vooral onderzoek wordt gevoerd naar zaken die op korte termijn, zeg drie tot vijf jaar, een commercieel succes kunnen opleveren. En dat er veel minder fundamenteel onderzoek wordt verricht, waarvan de relevantie vaak pas twintig of dertig jaar later duidelijk wordt. Dat fundamenteel onderzoek is nochtans belangrijk, kijk maar naar onze biotechcluster in Vlaanderen, waar vandaag zeshonderd mensen werken. Die is tot stand gekomen dankzij fundamenteel onderzoek dat meer dan dertig jaar geleden is gestart aan de Gentse universiteit. Dat zo'n fundamenteel onderzoek nu in Vlaanderen nog nauwelijks aan bod komt, is de verantwoordelijkheid van de Vlaamse regering.' KORTOM 'Doet Vlaanderen het goed op het vlak van onderzoek en ontwikkeling? Op basis van de cijfers zou je zeggen van wel, maar als je wat verder kijkt, zie je dat O&O afhankelijk is van een zeer beperkte groep bedrijven en dat we veel te weinig oog hebben voor fundamenteel onderzoek, dat op lange termijn van essentieel belang is.' De mening van Fons Verplaetse, eregouverneur van de Nationale Bank. CIJFERS 'Een staatsschuld van 100 procent is natuurlijk te hoog, ook al is de staatsschuld in de ons omringende landen de laatste jaren sterker gestegen dan in België.' ANALYSE 'Met een staatsschuld van 100 procent is onze overheid een sukkelaar, maar daar staat wel tegenover dat onze burgers zeer rijk zijn: als je het vermogen van alle gezinnen optelt, behoort België tot de rijkste landen van de Europese Unie. België is eeuwenlang bezet geweest en we hebben de bezetter nooit veel belastingen gegund. België heeft dan ook al lang een hoge overheidsschuld. Begin jaren 1970 bedroeg onze overheidsschuld 60 procent van het bbp en dat was toen al het dubbele van de ramingen voor de hele Europese Unie. In 1993 bereikte onze overheidsschuld een maximum van 134 procent, terwijl het gemiddelde van de EU toen 66 procent bedroeg. 'In het midden van de jaren negentig werden de besprekingen over de invoering van de euro opgevoerd en kwam de kentering. België had er alle belang bij om van bij de aanvang te kunnen toetreden tot de eurozone, maar daarvoor mocht onze overheidsschuld niet boven 60 procent van het bbp uitstijgen, of moest ze op z'n minst voldoende afnemen om die 60 procent in een bevredigend tempo te benaderen. We hebben toen grote inspanningen geleverd en in 1998 hadden we nog een schuldratio van 117 procent. 'Had Paars dat tempo aangehouden, dan zou de overheidsschuld in 2007 niet 84 procent maar 73 procent bedragen hebben. Dan hadden we de bankencrisis die in 2008 uitbrak veel beter kunnen verteren. Want onze overheid heeft toen zo'n 7 procent van het bbp uitgetrokken om de banken te helpen, 1 procent is daarvan nu terugbetaald. Dan volgde de eurocrisis, die nog steeds niet ten einde is en die ook weegt op de overheidsfinanciën. Zo liep de schuldratio op tot ongeveer 100 procent op dit ogenblik.' SLOTSOM 'Het verschil tussen onze staatsschuld en die van de andere landen van de eurozone is aanzienlijk verminderd, maar ze blijft te hoog. Onder druk van Europa zal onze overheid daar iets aan moeten doen.'De mening van Luc Sels, hoogleraar economie aan de KU Leuven. CIJFERS 'Het Belgische cijfer voor werkloosheid oogt goed: je ziet een sterkere toename in Nederland en Frankrijk. Er is evenwel een grote maar: in Vlaanderen bedraagt de werkloosheid 4,6 procent, in Wallonië 10,1 en in Brussel 17,1 procent. Wallonië kent dus een vrij hoge werkloosheid en in Brussel is de toestand ronduit dramatisch. Maar als je Brussel vergelijkt met andere grootsteden valt dat cijfer toch weer mee.' ANALYSE 'Je moet niet alleen kijken naar de werkloosheidscijfers, maar ook rekening houden met de inactiviteitscijfers, naar wie zich tussen de 20 en 64 jaar niet aandient op de arbeidsmarkt, en die je dus niet ziet in de werkloosheidsstatistieken. Daar scoort België zorgwekkend slecht: we hebben nu 27,5 procent inactieven, in Duitsland en Nederland is dat bijna 19 procent, in Frankrijk 23 procent. Door werkloosheid én inactiviteit samen zijn er bij ons dus veel te weinig mensen aan de slag. 'De grootste groep inactieven zijn natuurlijk de 55-plussers die met brugpensioen zijn en van wie niet meer verondersteld wordt dat ze actief naar werk zoeken. Een belangrijke groep zijn ook de allochtonen. Bij hen biedt zich slechts 69 procent aan op de arbeidsmarkt. En dan zijn er ook nog heel wat mensen die niet willen gaan werken: heel wat vrouwen bijvoorbeeld blijven thuis om een paar jaar op hun kindjes te letten, bij gebrek aan betaalbare kinderopvang. 'Onze werkgelegenheidsgraad, het aantal mensen dat werkt op arbeidsleeftijd, is met 67,5 procent erg laag. In Nederland en Duitsland is dat 77 procent. En dan werken bij ons ook nog eens heel veel mensen bij de overheid, in publieke diensten, de zorgsector, onderwijs enzovoorts. Dat zijn allemaal belangrijke jobs voor het bevorderen van ons welzijn, maar op zich produceren ze weinig. En ze worden geheel of gedeeltelijk betaald door de overheid.' KORTOM 'Onze werkloosheidscijfers zijn niet slecht, maar toch zijn er veel te weinig mensen aan de slag. En er zijn in verhouding erg veel mensen die betaald worden door de overheid.'De mening van Jos Delbeke, directeur-generaal Klimaat Actie bij de Europese Commissie. CIJFERS 'Op het vlak van uitstoot zitten we in België op het Europese gemiddelde. Maar in Vlaanderen doen we het minder goed dan in Wallonië.' ANALYSE Door de economische crisis wordt de uitstoot van broeikasgassen nu wel afgeremd, maar dat blijft natuurlijk niet zo. Zodra de conjunctuur weer stijgt, zullen de klimaatdoelstellingen vanzelf onder druk komen te staan. België en Vlaanderen zullen dus een tandje bij moeten steken. Er is vandaag wel al een inhaalbeweging bezig op het vlak van hernieuwbare energie, maar die zullen we ook moeten volhouden. Van Europa moet België tegen 2020 de doelstelling van 13 procent hernieuwbare energie behalen, en zover zijn we nog lang niet. 'Het goede nieuws is dat vorsers aan onze universiteiten en onderzoekscentra grote inspanningen leveren om nieuwe groene technologie te ontwikkelen. Maar het volstaat niet om iets uit te vinden als het daarna niet in de praktijk wordt omgezet. Er is dan ook nood aan een actief industrieel beleid. Zeker in tijden van economische crisis, want daardoor geven banken niet snel krediet aan nieuwe technieken die per definitie risicovol zijn. De overheid heeft er dus alle belang bij om ervoor te zorgen dat die technieken toch kunnen worden ontwikkeld. Al is het maar omdat de grootste economische groei tegenwoordig in vergroende technieken zit. 'Voor alle duidelijkheid: met groene technologie bedoel ik niet alleen zonnepanelen en windmolens. Ook in alle klassieke sectoren wordt geïnnoveerd. Het bedrijf Sidmar scoort bijvoorbeeld het best wat de CO2-uitstoot per ton geproduceerd staal betreft, en Umicore heeft een van de beste recyclagetechnologieën ter wereld ontwikkeld voor onder meer computers en mobiele telefoons.' KORTOM 'De bouwstenen liggen er om groene technologie te ontwikkelen en zo de uitstoot te verminderen. Nu is het een kwestie om dergelijke initiatieven voldoende te stimuleren en te ondersteunen.'DOOR ANN PEUTEMAN EN EWALD PIRONET