Euthanasie

Psychotherapeut Abe Geldhof noemt de euthanasiewet 'pervers' ('Euthanasie bij psychisch lijden is een gemakkelijkheidsoplossing', Knack nr. 41). Hij viseert in het bijzonder het zelfbeschikkingsrecht bij ondraaglijk psychisch lijden, dat hij 'onethisch' en 'een schijnrecht' noemt. Euthanasie wordt zelfs geïnterpreteerd als het 'invoeren van de praktijk van het doden bij artsen'. Hoeveel verder kunnen we het zelfbeschikkingsrecht nog uithollen? 'Therapeuten kunnen niet hardnekkig genoeg zijn', stelt Geldhof. Volgens hem moet therapie een plaats proberen te geven aan de zinloosheid van het leven. 'De patiënt' moet daarmee leren omgaan. Maar met welk recht klasseert hij mensen die het leven ondraaglijk vinden meteen als 'patiënt', met alle implicaties van dien? Hij stelt nochtans dat psychisch leed niet te objectiveren valt, zoals een fysieke aandoening. Waarom zouden mensen dan therapie moeten ondergaan als ze dat nadrukkelijk niet willen?
...

Psychotherapeut Abe Geldhof noemt de euthanasiewet 'pervers' ('Euthanasie bij psychisch lijden is een gemakkelijkheidsoplossing', Knack nr. 41). Hij viseert in het bijzonder het zelfbeschikkingsrecht bij ondraaglijk psychisch lijden, dat hij 'onethisch' en 'een schijnrecht' noemt. Euthanasie wordt zelfs geïnterpreteerd als het 'invoeren van de praktijk van het doden bij artsen'. Hoeveel verder kunnen we het zelfbeschikkingsrecht nog uithollen? 'Therapeuten kunnen niet hardnekkig genoeg zijn', stelt Geldhof. Volgens hem moet therapie een plaats proberen te geven aan de zinloosheid van het leven. 'De patiënt' moet daarmee leren omgaan. Maar met welk recht klasseert hij mensen die het leven ondraaglijk vinden meteen als 'patiënt', met alle implicaties van dien? Hij stelt nochtans dat psychisch leed niet te objectiveren valt, zoals een fysieke aandoening. Waarom zouden mensen dan therapie moeten ondergaan als ze dat nadrukkelijk niet willen? Uiteindelijk biedt ook Geldhof geen (therapeutisch) alternatief voor het verschrikkelijke dilemma waarmee wanhopige mensen geconfronteerd worden als ze geen andere uitweg meer zien dan zelfdoding. Ik ben het met hem eens dat ondraaglijk psychisch lijden als een crisis moet worden benaderd en dat elke therapie erop gericht is om tijd te winnen, in de hoop dat zich voor de betrokkene perspectieven aanbieden die het leven (opnieuw) draaglijk maken. Maar dat als een dogma poneren, waarbij het zelfbeschikkingsrecht volkomen genegeerd wordt, gaat te ver. Pierre Martin Neirinckx, Dikkelvenne Het artikel waarin een expert de wildgroei in de geestelijke gezondheidszorg hekelt ('Als uw mental coach een kwakzalver blijkt', Knack nr. 44), raakt een belangrijke snaar. Er zou inderdaad een regulering van de markt moeten komen. Het is onaanvaardbaar dat een persoon met een klinische mentale aandoening, zoals een psychose, behandeld wordt door een zelfverklaarde coach die ooit ergens een workshop over coaching heeft gevolgd. Toch ontbreekt er enige nuance. Coaches en therapeuten worden op dezelfde hoop gegooid, maar er is een belangrijk verschil. Het is niet omdat je geen opleiding in de psychologie hebt gevolgd, dat je geen waardevolle coach kunt zijn. Net zoals niet iedereen met een masterdiploma in de klinische psychologie per definitie een goede therapeut is. Een therapeut heeft het liefst - maar niet noodzakelijk - een basisopleiding psychologie en psychotherapie gevolgd, aangevuld door constante bijscholing. Een coach hoeft niet noodzakelijk een basisopleiding psychologie te hebben gevolgd, maar een degelijke opleiding in coaching is wel een vereiste. Een cursus van twee weken volstaat uiteraard niet om je plots 'coach' te kunnen noemen. Maar een coachingopleiding van enkele jaren die inzet op gesprekstechnieken en ethiek, coachingmodellen en basisvaardigheden, kan wel volstaan om aan de slag te gaan als pakweg loopbaancoach. Mensen begeleiden vereist een 'serieuze' opleiding en - laten we dat niet vergeten - ervaring. Het zou dus een goede zaak zijn dat er kwaliteitsnormen worden bepaald voor coachingopleidingen. Het succes van de zelfverklaarde coaches geeft aan hoeveel behoefte er is aan begeleiding. Een rigide houding die ervan uitgaat dat alleen wie een masterdiploma in de klinische psychologie heeft mensen kan coachen of therapie aanbieden, is niet de juiste oplossing. Heleen Claus Een frisse kijk zoals die van Jonathan Holslag ('Het aroma van de stad', Knack nr. 43) mag vaker gehoord worden. De demografische vooruitzichten en bijbehorende uitdagingen voor onze steden van de toekomst zijn zo enorm dat we alle registers moeten opentrekken om te vermijden dat we over twintig à dertig jaar in chaotische, overbevolkte metropolen wonen. We hebben heel wat in te halen op het vlak van ruimtelijke stadsontwikkeling ten opzichte van andere Europese landen en steden, zegt Holslag terecht. De betrokken administratieve overheden en architecten zijn al enige tijd met stadsplanning bezig. De lokale projectontwikkelaars hebben er dan weer minder aandacht voor. Die hebben vooral een duidelijk financieel kader nodig voor ze meestappen in het verhaal. Maar het is mogelijk, kijk maar naar hoe snel ze pakweg Uplace met een nieuwe visie en aanpak hebben benaderd. Projectontwikkelaars zijn, of we het nu willen of niet, een essentieel element om de uitdagingen van de toekomst aan te pakken. Het schoentje wringt dus voornamelijk bij de politieke klasse in ons land. Zij hebben nog niet veel inzicht getoond als het gaat over langetermijnuitdagingen. Politici vinden dat er voldoende draagvlak moet zijn om een beslissing te kunnen nemen. Maar het zijn zíj die in eerste instantie verantwoordelijk genoeg moeten zijn om dat draagvlak te creëren. Reinart Schoofs In het artikel over de Chinese rattenslang ('Beestenboel: de prachtslang', Knack nr. 44) staat dat vzw SOS Reptiel de dieren opvangt in Nederland. Dat klopt niet: de organisatie is gevestigd in het West-Vlaamse Ichtegem. Onze excuses. De redactie De titel bij het interview met Jurgen Mettepenningen in Knack nummer 43 ('Ik begrijp niet dat de VRT Sven Nys commentaar laat geven bij veldritten') is een foute samentrekking van wat de ploegmanager verderop in het gesprek heeft gezegd. Onze excuses. De redactie