Woonzorgcentra

Het is onaanvaardbaar dat de dagprijs in een woonzorgcentrum 25 tot 50 procent hoger ligt dan het inkomen van de betrokken personen ('Ik heb niet genoeg geld om nog 10 jaar te leven', Knack nr. 47). In veel gevallen moeten de kinderen bijspringen. Dat is in een democratisch land onaanvaardbaar. Wat doen de regeringen daaraan? Veel beloven, maar in de praktijk worden geen structurele maatregelen genomen. Integendeel, meer en meer mensen hebben een maandelijks inkomen onder de armoedegrens en zijn de speelbal geworden van de investeerders en beheerders van woonzorgcentra die hun eigen belangen verdedigen en de zorg van de bewoners als secondair beschouwen.
...

Het is onaanvaardbaar dat de dagprijs in een woonzorgcentrum 25 tot 50 procent hoger ligt dan het inkomen van de betrokken personen ('Ik heb niet genoeg geld om nog 10 jaar te leven', Knack nr. 47). In veel gevallen moeten de kinderen bijspringen. Dat is in een democratisch land onaanvaardbaar. Wat doen de regeringen daaraan? Veel beloven, maar in de praktijk worden geen structurele maatregelen genomen. Integendeel, meer en meer mensen hebben een maandelijks inkomen onder de armoedegrens en zijn de speelbal geworden van de investeerders en beheerders van woonzorgcentra die hun eigen belangen verdedigen en de zorg van de bewoners als secondair beschouwen. Hedwig Beernaert, Brakel Veel 80- en 90-plussers denken net als Lutgart Simoens. Laten we afscheid nemen en heengaan. Het is goed geweest ('Mijn leven is voltooid. Mooi, toch?', Knack nr. 47). Als je dat bewust kunt zeggen, zal dat ook een troost zijn en een mooie herinnering voor wie achterblijft. Geen onnodige behandelingen, geen pijn, geen afhankelijkheid maar dank voor al wat er was. Wie zal dat kunnen waarmaken voor hen die het wensen? Lieve De Bondt We zijn het eens met de professoren Paul Van Orshoven en Benoit Allemeersch dat er veel werk aan de winkel is. Maar de toon van het artikel is ongemeen scherp voor de mensen in justitie. Dat is niet fair ('Niemand weet wie wat doet', Knack nr. 46). Justitie kampt al decennia met onderfinanciering. De professoren gaan tegen de stroom in en beweren dat uit een Europese studie blijkt dat België per inwoner meer uitgeeft dan vergelijkbare landen. Dat is niet correct. Een arm land besteedt weinig per inwoner, een rijk land meer. Dat is geen relevante basis om te vergelijken. De studie waar de professoren naar verwijzen, zegt ook zelf dat je landen met eenzelfde welvaartsniveau met elkaar moet vergelijken. De vraag is dan: welk deel van hun welvaart besteden zij aan justitie? Dan blijkt dat België onder het gemiddelde zit. Justitie is ook niet modern en heeft geen performante arbeidsmiddelen. Toch zijn er in België zeer veel rechtszaken. Alles samen kan het niet anders of er loopt al eens een wiel af. Dat belet niet dat de besparingen op personeel doorgaan. Het is wel waar dat het werk niet juist verdeeld is. Dat moet aangepakt worden, maar het is niet eenvoudig. Een megafraudezaak kun je niet vergelijken met een burenruzie. Die zaken zijn qua intensiteit en inhoud erg verschillend. Om het werk te verdelen moet je het eerst meten. Dat kan niet zonder performante data-analyse. Er is echter niet het minste statistisch materiaal. Zo komt het dat België het enige land is zonder werklastmeting. Magistraten vragen niet liever dan een juiste inschatting en deugdelijke organisatie van het werk. Laat de oefening vooral niet ten koste gaan van de toegang tot justitie. Als die vermindert, daalt ook de nood aan personeel en middelen. Maar wat dan met de rechtsbescherming? Bruno Lietaert schrijft dit in eigen naam en voor Magistratuur & Maatschappij De volledige tekst van deze reactie kunt u lezen op Knack.be/magistraten De Levensschool moet kunnen en zal wel een publiek aanspreken dat er ook baat bij heeft ('Corona-onzin: hoe onze overheid zichzelf ondermijnt', Knack nr. 45). Ook moet men vertrouwen hebben in de docenten, waar artsen en lesgevers tussen zitten die best wel gestudeerd hebben. Als er dan mensen zijn die 1900 euro cursusgeld en 250 euro aan boeken willen neertellen om een opleiding tot gezondheidsconsulent te volgen, is dat hun volste recht. Gunther Ginckels De helft van alle Vlamingen heeft overgewicht. Dat is een groot en potentieel duur probleem voor onze samenleving ('De vergeten coronamaatregel: val 5 procent af', Knack nr. 45). Overgewicht is niet enkel gerelateerd aan covid-19 maar ook aan tal van chronische aandoeningen, waaronder een verhoogd risico op kanker, hart- en vaatziekten, diabetes mellitus, rug- en gewrichtsproblemen, slaapapneu en depressie. Als gevolg van overgewicht dreigt een verminderde levenskwaliteit. Zoiets sluipt erin, en als het jaren bestaat wordt het steeds moeilijker het tij te keren. Een gewichtsverlies van 5 procent (bij overgewicht) heeft al een positief effect op de immuunrespons. Is het dan niet onze taak mensen daarover te informeren? Er is zo veel bij te winnen. Kris Gillis en Rian van Schaik, voorzitter en vicevoorzitter van de Vlaamse Beroepsvereniging van Diëtisten Ik ben al een vijftiental jaren actief als ontwikkelingshelper in Congo. Als verpleegkundige ben ik fan van Réginald Moreels, omdat we samen werken aan het universele recht op goede gezondheid ('Ik zal eeuwig onvoldaan blijven', Knack nr. 46). In het interview poneert hij dat hij aanvaardt dat zijn werk een druppel op een gloeiende plaat is. Daar wil ik toch wel wat over zeggen. Solfa (Solidariteit voor Afrikaanse vrouwen), waar ik bestuurslid van ben, bewijst het tegendeel. Wij investeren in betere voeding, gezondere mensen en betaalbare geneeskunde via het ziekenfonds. Als ik schrijf 'wij', dan bedoel ik een tiental lokale mensen en enkele Solfa-mensen in België. De druppel op de hete plaat is een stip geworden op de landkaart die niet verdampt omdat ze het zelf organiseren. Jan Leemans, bestuurslid en logistiek verantwoordelijke Solfa