Politie (1)

In 'De hele bedrijfscultuur van onze politie zit fout' ( Knack nr. 37) poneert professor Sofie De Kimpe, hoogleraar criminologie van de Vrije Universiteit Brussel, het volgende: 'Een van mijn studenten attendeerde mij op erg racistische opmerkingen van een politieman uit het korps van Zaventem.'
...

In 'De hele bedrijfscultuur van onze politie zit fout' ( Knack nr. 37) poneert professor Sofie De Kimpe, hoogleraar criminologie van de Vrije Universiteit Brussel, het volgende: 'Een van mijn studenten attendeerde mij op erg racistische opmerkingen van een politieman uit het korps van Zaventem.' In Zaventem is korpschef Jean-Pierre Van Thienen verantwoordelijk voor de lokale politie. Hij ontving, net zoals ik, vanuit verschillende hoeken onaangename reacties op het artikel in Knack. Hij heeft me laten weten dat hij op geen enkel ogenblik, noch via mail, noch via telefoon of andere mediakanalen in kennis was gesteld van de in het Knack-artikel aangehaalde uitlatingen van een personeelslid. De korpschef heeft professor De Kimpe om verduidelijking gevraagd. Zij antwoordde hem dat ze niet de politie van Zaventem bedoelde, maar wel de luchthavenpolitie. Die maakt deel uit van de federale politie, die volledig losstaat van de lokale politie van Zaventem. Het ging dus om een valse beschuldiging. De regelrechte eer- en imagoschade die ze veroorzaakt komt de lokale politie van Zaventem en korpschef Van Thienen geenszins toe. Ingrid Holemans, burgemeester Zaventem In 'De hele bedrijfscultuur van onze politie zit fout' (Knack nr. 37) lees ik dat de huidige en de vorige korpschef allebei jurist zijn, en dat ze geen van beiden echt veel politiewerk op het terrein hebben gedaan. Dat leidt tot wrevel binnen het korps. Met mijn veertigjarige ervaring als ambtenaar bij de overheid herken ik dat. Juristen zijn in de eerste plaats opgeleid om de verantwoordelijkheid voor problemen op te sporen en af te wentelen, niet om de problemen op te lossen. Willy Deberdt De politie is opgeleid om gebruik te maken van dwang en geweld, maar vat krijgen op mensen die onvoorspelbaar gewelddadig gedrag vertonen, zodat de medische discipline haar werk kan doen, vraagt méér dan creativiteit en fysieke kracht ('2 à 5 sterfgevallen van personen onder politietoezicht per jaar', Knack nr. 37). Vroeg of laat leidt dat tot onwenselijke taferelen en onwenselijke gevolgen. Omdat elke situatie anders is, is een modeloplossing niet voorhanden. De doodsoorzaak moet telkens (wetenschappelijk) vastgesteld worden door wetsdokters. Pas op basis van hun verslag kun je conclusies trekken - zoals: dat dwang en geweld door de politie aan de basis lagen. Een Hitlergroet of duivelsgroet brengen en danspasjes maken bij een politionele actie, in welke omstandigheden ook, is onverdedigbaar. Wie dat doet, hoort niet thuis bij de geïntegreerde politie. Ontslag van ambtswege, met of zonder tuchtstraf, is het enige antwoord. Door het wangedrag van enkelingen komt België als rechtsstaat wereldwijd in opspraak. Als justitie haar werk tijdig en efficiënt gedaan had, was het niet zover gekomen. Ook de politie blijft niet vrij van zonden. Ze moet de beroepscultuur in kleine eenheden eens kritisch evalueren en het eerstelijnstoezicht versterken. Marc Geerits, politieambtenaar in ruste en docent geweldbeheersing In de zaak-Chovanec ontbreekt de stem van één partij: de psychiatrie. En toch kan alleen een goede overeenkomst tussen politie en psychiatrie drama's als dat rond Jozef Chovanec voorkomen. Annie de Wilde De reactie van lezer Eric J.H. Moons op het artikel 'Het liefst zwijgen magistraten over hun echte werklast' ( Knack nr. 36) lijkt mij erg kort door de bocht. Waarop baseert hij zijn bewering dat weinig magistraten hun opdracht ernstig nemen? Zonder onderbouw is zo'n uitspraak zonder meer gratuit. Hetzelfde geldt voor zijn bewering dat het al decennia mank loopt bij justitie. Lezer Moons blijkt niet te (willen) weten dat de benoemingen van magistraten via een strenge en onafhankelijke procedure verlopen. Daarbij komt de politiek absoluut niet te pas. Philip Berben, eremagistraat, Leuven Hoewel sommigen de collaboratie proberen te minimaliseren en afdoen als iets dat al meer dan vijfenzeventig jaar geleden plaatsvond, zijn de gevolgen ervan nog altijd duidelijk voelbaar. Zeker voor wie er het slachtoffer van was ('De collaboratie was veel grimmiger dan we ooit hebben beseft', Knack nr. 37). Collaboreren met de vijand wordt gezien als staatsvijandig, maar ook als verraad van eigen volksgenoten en zelfs eigen familieleden. Dat de bestraffing van collaboratie tijdens de zogenoemde repressie als onrechtvaardig wordt beschouwd, is een miskenning van de excessen die ze heeft voortgebracht. Het hoeft niet te verbazen dat burgers na de Tweede Wereldoorlog, en vooral vlak na de bevrijding, hun frustraties hebben geuit door collaborateurs hardhandig aan te pakken en/of hun eigendommen te vernielen. Dat Vlaamse collaborateurs zwaarder gestraft zouden zijn dan Waalse, is een regelrechte leugen van collaborateurs en hun nazaten, bedoeld om misdaden te minimaliseren of helemaal anders voor te stellen. Als de repressie werkelijk zo hard was geweest als sommige verraders wilden doen uitschijnen, zouden niet zo veel collaborateurs in leven zijn gebleven. Heel wat van hun nazaten proberen nu trouwens, uit wraakzucht, via Vlaams extremisme de Belgische staat te ondermijnen. Ze willen de burgers doen geloven dat ons land onbestuurbaar is. Nee, de collaboratie is geen geschiedenis. Ze blijft nazinderen in de hoofden van haar vele rechtstreekse en onrechtstreekse slachtoffers. Voor hen is er eigenlijk nooit recht geschied. Eddy Desmet