Covid-19 en onderwijs

De Vlaamse regering neemt een belangrijk initiatief om het gemis aan lestijd tijdens de eerste coronamaanden te compenseren: zomerscholen ('Doorgaan tijdens de zomervakantie mag geen taboe zijn', Knack nr. 20). Het geboden kader is gelukkig erg vrij. Scholen mogen zelf kiezen welke vakken ze zullen aanbieden, en kunnen ook zelf gericht leerlingen aanspreken om deel te nemen. Dat is goed, want scholen weten het best wat leerlingen echt nodig hebben om van volgend schooljaar een succes te maken. Toch dreigt net die vrijblijvendheid het potentieel van zomerscholen te ondergraven. Er zijn twee grote valkuilen: zullen de juiste leerlingen aanwezig zijn, en zullen de juiste leraren er zijn? Voorzichtige experimenten met vrijwillige zomerscholen hebben uitgewezen dat de meest kwetsbare leerlingen niet worden bereikt - veel leerlingen hebben nu eenmaal geen zin in twee weken school tijdens de zomermaanden. Een tweede valkuil is de vraag wie erbij betrokken wordt. Er circuleren al oproepen aan vrijwilligers om in te springen. Wellicht worden gepensioneerde leraren opgetrommeld om weer voor de klas te staan. Ook de studenten van onze lerarenopleiding zu...

De Vlaamse regering neemt een belangrijk initiatief om het gemis aan lestijd tijdens de eerste coronamaanden te compenseren: zomerscholen ('Doorgaan tijdens de zomervakantie mag geen taboe zijn', Knack nr. 20). Het geboden kader is gelukkig erg vrij. Scholen mogen zelf kiezen welke vakken ze zullen aanbieden, en kunnen ook zelf gericht leerlingen aanspreken om deel te nemen. Dat is goed, want scholen weten het best wat leerlingen echt nodig hebben om van volgend schooljaar een succes te maken. Toch dreigt net die vrijblijvendheid het potentieel van zomerscholen te ondergraven. Er zijn twee grote valkuilen: zullen de juiste leerlingen aanwezig zijn, en zullen de juiste leraren er zijn? Voorzichtige experimenten met vrijwillige zomerscholen hebben uitgewezen dat de meest kwetsbare leerlingen niet worden bereikt - veel leerlingen hebben nu eenmaal geen zin in twee weken school tijdens de zomermaanden. Een tweede valkuil is de vraag wie erbij betrokken wordt. Er circuleren al oproepen aan vrijwilligers om in te springen. Wellicht worden gepensioneerde leraren opgetrommeld om weer voor de klas te staan. Ook de studenten van onze lerarenopleiding zullen we met veel plezier aanmoedigen om te helpen. Maar het zou natuurlijk beter zijn als leraren die met twee voeten in de praktijk staan erbij betrokken worden. De coronatijd leidt tot een ongeziene leerachterstand bij een belangrijke groep leerlingen. Als scholen nu creatief gebruik maken van de kans om zomerscholen te organiseren, dan kunnen we de schade beperken. We hoeven ons er niet bij neer te leggen dat er op scholen een coronageneratie ontstaat. Wouter Smets is lerarenopleider aan de Karel de Grote Hogeschool Ik heb met veel belangstelling het interview gelezen met paleoklimatologe Valerie Trouet over haar boek Wat bomen ons vertellen ('Tegen de klimaatverandering kun je helaas geen vaccin ontwikkelen', Knack nr. 20). Vanuit mijn eigen specialisatie binnen de muziekwetenschap, 'organologie' of muziekinstrumentenkunde, wil ik hier graag een voetnoot aan toevoegen. Instrumentenbouwers zijn inderdaad voor de schoonheid van beeld én klank steeds op zoek naar klankhout uit bomen met regelmatige en dunne jaarringen. Dat is de belangrijkste reden waarom de vioolbouwcentra zich steevast aan de rand van het hooggebergte bevinden (Cremona ten zuiden, Mittenwald ten noorden van de Alpen, bijvoorbeeld). De bomen moeten best komen uit een woud net onder de boomgrens, waar de winters lang en de zomers kort duren. Het liefst komen ze ook uit het midden van een bos: daar staat de stam in de schaduw, zodat de kern zich in het midden van de boom bevindt, en de zijtakken geen kans krijgen om uit te groeien (er zijn dus geen of weinig 'knoesten'). Dat geldt zowel voor de naaldbomen (gebruikt voor het klankblad) als voor de esdoorn (voor het rugblad en zijkrans). Jan Heuvelmans, Antwerpen Het interview met kunstenaar Koen Van Mechelen geeft een mooie les aan wetenschappers, politici en lezers ('Het coronavirus geeft ons een les in bescheidenheid' Knack nr. 18). Van Mechelen blijft optimistisch. Als 82-jarige zag ik niet alleen de maatschappij maar ook de natuur veranderen - vooral vernietigd worden. Uiteindelijk zal de gemartelde maar machtige natuur de kleine, nietige, vernietigende mens overwinnen. Corona heeft zonder moeite de hele wereld in zijn macht. We hopen natuurlijk dat we er lessen uit trekken. Maar zolang de mens niet meer weet hoe belangrijk de natuur voor ons is, zolang geld en macht de hoofdrol spelen, zullen die lessen van korte duur zijn. Lieve Vandamme, Reninge Europa heeft een van de grootste economieën in de wereld en toch gedragen onze leiders zich als bange wezels ('Konijnenburcht', Knack nr. 20). In het begin van de coronacrisis waren we zowaar afhankelijk van mondmaskers die uit China moesten komen. Maar deze crisis laat ook zien dat wij ook creatief kunnen zijn en ons aanpassen aan veranderende omstandigheden. Europa is groot genoeg, alleen moeten de leiders zich daar meer bewust van worden en beter samenwerken. We hebben politici nodig die een visie hebben, die weten wat er leeft bij de Europeanen. Christiane Lodewijckx Is het niet verbazingwekkend dat een Koranonderzoek waardevol of zelfs geloofwaardig wordt gevonden zonder bijdrage van moslimhistorici ('Dat de Koran meerdere auteurs had lijkt me duidelijk', Knack nr. 20)? Onbegrijpelijk dat 30 historici zich afvragen waarom de Drievuldigheid in de Koran niet acceptabel is, terwijl de notie van Jezus als God ook in het christendom pas drie eeuwen na zijn dood is aangenomen. Daarna was nog veel vervolging nodig om dat dogma erdoor te duwen. De gebrekkigheid van de historici die betrokken waren bij Le Coran des historiens blijkt ook uit het gebruik van de term 'joods-christelijk', een paradox voor christenen tot afgelopen eeuw. Net hiertegenover kwam Mohammed met een leer van 'joods-christelijk-islamitisch': één Boodschap van één God. Ook de vraag hoe een boodschap erop gericht is grondgebied te veroveren is vooringenomen. Amerika, dat in enkele eeuwen christelijk werd, is niet het product van christelijke verovering maar kolonialisme. Maar het verspreiden van de islam zou geen gevolg zijn van wereldlijke machten, maar van een veroveringsboodschap? De inheemse bewoners van islamitische gebieden zijn er nog steeds, in tegenstelling tot de indianen. Op de vraag waarom er geen moslimhistorici betrokken waren bij dit project, is het antwoord: 'De aanpak in het boek is iets wat aan universiteiten in westerse democratische landen is ontwikkeld.' Wat een ironie dat er wordt verwezen naar een van oorsprong islamitische instelling. Moslimwetenschappers bestudeerden de Koran al kritisch minder dan twee eeuwen na de dood van de Profeet. Dat is sneller dan dat de Bijbel na Jezus was neergepend. Sinan Oguzcan