Formatiecrisis

Zonder de N-VA hadden we meteen na de verkiezingen van mei 2019 een regering kunnen vormen. De N-VA heeft niets te zoeken in de federale regering. Het land slopen, dat is hun doel. Partijen die aan de regering willen deelnemen moeten qua loyauteit onbesproken zijn. En ministers moeten houden van het land dat ze dienen. Dat een anti-Belgische partij als de N-VA betrokken wordt bij de vorming van de Belgische regering is helaas een van de perverse consequenties van de democratie. De N-VA schermt ook wel met het valse argument van 'de grootste partij van Vlaanderen'. Maar dan vergeten ze te gemakkelijk dat 80 procent van de Vlaamse kiezers niet voor de N-VA stemt en dat de N-VA in Wallonië helemaal niet is vertegenwoordigd. De CD&V heeft nu de sleutel in handen. Die partij heeft toegestaan dat Bart De Wever het land heeft verziekt en naar de rand van de afgrond heeft gedreven. Door zich los te wrikken van de N-VA kan ze vandaag haar historische vergissing van 2004 rechtzetten.
...

Zonder de N-VA hadden we meteen na de verkiezingen van mei 2019 een regering kunnen vormen. De N-VA heeft niets te zoeken in de federale regering. Het land slopen, dat is hun doel. Partijen die aan de regering willen deelnemen moeten qua loyauteit onbesproken zijn. En ministers moeten houden van het land dat ze dienen. Dat een anti-Belgische partij als de N-VA betrokken wordt bij de vorming van de Belgische regering is helaas een van de perverse consequenties van de democratie. De N-VA schermt ook wel met het valse argument van 'de grootste partij van Vlaanderen'. Maar dan vergeten ze te gemakkelijk dat 80 procent van de Vlaamse kiezers niet voor de N-VA stemt en dat de N-VA in Wallonië helemaal niet is vertegenwoordigd. De CD&V heeft nu de sleutel in handen. Die partij heeft toegestaan dat Bart De Wever het land heeft verziekt en naar de rand van de afgrond heeft gedreven. Door zich los te wrikken van de N-VA kan ze vandaag haar historische vergissing van 2004 rechtzetten. Peter Brys In het verleden hebben politieke verantwoordelijken uit beide gemeenschappen een essentiële vergissing gemaakt. En die zou op korte of middellange termijn effectief kunnen leiden tot het einde van het samenleven van de gemeenschappen in ons land. De federale staat is opgericht met politieke partijen in beide regio's zonder overkoepelende partijen op nationaal vlak. In de huidige Belgische situatie kunnen partijen uit beide gemeenschappen met een electoraal programma naar voren komen zonder enig voorbehoud en zonder rekening te houden met de andere gemeenschap. Een voorbeeld hiervan is de belofte van een grondige staatshervorming ten voordele van Vlaanderen. Dat is een belofte die onhoudbaar is in een coalitieregering met Franstaligen. Die fundamenten verklaren waarom we zo'n lange crisis hebben en waarom onze instellingen klem zitten. En dus is het absoluut noodzakelijk dat we teruggaan naar een grondige herziening van de fundamentele basisstructuren in onze federale staat. Voor zover natuurlijk dat beide gemeenschappen nog bereid zijn om samen te leven. Tony Van der Haegen, oud minister-raadgever bij de Delegatie van de Europese Unie in Washington DC. In 'Waarom jagen we niet harder op het geld van criminelen?' (Knack nr. 9) wordt de eerder gebrekkige werking aangekaart van instellingen zoals het Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring (COIV) en de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). Volgens de witwaswetgeving van 18 september 2017 moeten advocaten een hele reeks van verdachte transacties aan het CFI melden, tenzij het gaat over de verdediging van hun cliënten voor een rechtbank. Dat houdt in dat bijvoorbeeld drugs- en mensensmokkelaars - die meestal alleen over crimineel geld beschikken - hun verdediging naar believen en zonder limiet in contanten kunnen betalen. Het is misschien geen slecht idee om daar paal en perk aan te stellen. Dat zou ook ellenlange procedures met soms tergende vrijspraken uit de wereld helpen. Jan Rombouts In 'Vlaanderen heeft géén minister van Cultuur meer' (Knack nr. 8) wordt de volgende vraag gesteld: moet de overheid cultuur subsidiëren, terwijl er zoveel andere problemen zijn? Rudi Laermans vindt dat er veel argumenten zijn voor cultuursubsidies, maar in zijn antwoord kan ik mij als moeder van een zwaar gehandicapte zoon van bijna 40 niet vinden. Ik denk dat er in de gehandicaptensector véél meer bespaard wordt, en wij hebben de centen echt nodig. Maar cultuur komt op straat, en de media bericht daar uitgebreid over. Wij komen niet buiten. Er was in december één enkele betoging van ongeveer 5000 man uit de sector, en daarover is nauwelijks iets verschenen. De media sluiten de ogen voor de echte problemen waar zorgverleners van wakker liggen: bewind, ellenlange wachtlijsten, mensen die al jaren een budget hebben, maar dat niet kunnen gebruiken omdat er geen geld is... Geloof me vrij, wij hebben die centen meer nodig dan de cultuursector. Simone De Smet Mensen verdienen geen 'belasting op smart' omdat zij soms een hele tijd mee gezorgd hebben voor de erflater, stelt Alexander De Croo in 'Alsof de mensen die erin slagen wat vermogen op te bouwen enkel maar geluk hebben gehad' (Knack nr. 8). Bedoelt hij dat mensen die geen substantiële erfenis mogen verwachten, hun ouders niet zouden verzorgen? En is de snelste manier om vermogen op te bouwen echt 'succesvol ondernemerschap'? Voorbeelden als de erfgenamen De Clerck, De Mévius of De Spoelberch lijken wat anders te zeggen. Ten slotte beweert De Croo nog dat 'de best verdienende 30 procent van de bevolking 70 procent van de belastingen betaalt'. Dat klopt eventueel als je alleen inkomsten uit loon meetelt. Maar het is zeker niet waar als je ook kijkt naar fiscale vehikels zoals (eenmans)vennootschappen of constructies voor inkomsten uit vermogen. Tom Hellemans,Zonhoven In 'Vlaamse academici, stap over jullie schaduw' ( Knack nr. 9) stond dat Wim Vandenbussche (VUB) hoogleraar letterkunde is. Dat moest hoogleraar Nederlandse en algemene taalkunde zijn.Op verzoek van Le Soir gaven 15 prominente landgenoten hun mening over de toekomst van het land ('Wacht niet af, Wallonië', Knack nr. 9), maar ze verklaarden niet alle 15 hun liefde aan het unitaire België. Onze excuses. De redactie