Lutgart Simoens

In het interview met Lutgart Simoens ('Ik wil rustig sterven. Zonder zorgen, zonder pijn', Knack nr. 35) viel me als huisarts met bijzondere interesse voor bejaardenzorg het volgende zinnetje op: 'Maar mijn huisarts, die geen grote voorstander is van euthanasie, heeft minder begrip voor mijn standpunt.' Ik heb begrip voor Lutgart Simoens, maar ook voor mijn collega-huisarts.
...

In het interview met Lutgart Simoens ('Ik wil rustig sterven. Zonder zorgen, zonder pijn', Knack nr. 35) viel me als huisarts met bijzondere interesse voor bejaardenzorg het volgende zinnetje op: 'Maar mijn huisarts, die geen grote voorstander is van euthanasie, heeft minder begrip voor mijn standpunt.' Ik heb begrip voor Lutgart Simoens, maar ook voor mijn collega-huisarts. Sinds de invoering van de euthanasiewet heb ik al een tiental keren een euthanasievraag gekregen van een patiënt. Die vraag wordt de laatste jaren steeds frequenter. Vijf keer ben ik daarop ingegaan, vijf keer heb ik de vraag afgehouden omdat ik me er niet goed bij voelde, omdat het inderdaad ging om een gevoel van voltooid leven of omdat ik de vraag ervoer als een noodkreet om meer aandacht. Meegaan in een vraag om euthanasie was telkens opnieuw een intense en tegelijk verwarrende ervaring, zeker op het moment zelf maar ook de weken ervoor en erna, ook al doe je een beroep op een LEIFarts voor raad. Allerlei vragen en gevoelens spoken door je hoofd: is de euthanasievraag terecht, vermoord ik eigenlijk niet iemand, is er echt geen andere oplossing? Heel wat collega's zien het in het geheel niet zitten om mee te gaan in een euthanasievraag. Niet omdat ze tegen euthanasie zijn, maar gewoon omdat ze het emotioneel niet aankunnen. Daarvoor heb ik alle begrip. Naam en adres bekend bij de redactie Ongeveer vijftien jaar geleden solliciteerde ik voor een overheidsfunctie waarin het beschermen van sociale rechten centraal stond. Ik kreeg een negatief advies omdat ik eerlijk was geweest over huwelijksplannen en kinderwens ('Ze zeiden: met zwangere vrouwen weet je nooit', Knack nr. 35). Ook mijn man werkte voltijds. Hij vroeg om een deeltijds contract om de druk op het gezin te verlichten. De (in andere opzichten erg fijne) werkgever weigerde wegens te veel administratie. Moraal van het verhaal: zodra het gaat over de eigen professionele belangen, is het ieder voor zich. Zolang er wordt gesproken over 'kinder last' of 'gezins last', zal dat zo blijven. En zolang de vraag over combinatie van werk en gezin alleen aan vrouwen wordt gesteld, zal het glazen plafond bestaan. Cindy Van Dijck, Herentals In ons volwassenenonderwijs worden mensen opgeleid om warme, passionele, ondersteunende kinderbegeleiders te worden ('Het onderschatte belang van de kinderopvang', Knack nr. 34). We leveren na twee jaar kinderbegeleiders af die niet enkel gefocust zijn op fysieke zorg maar ook emotionele en educatieve ondersteuning bieden. Begeleiders die ervoor zorgen dat kinderen zich goed in hun vel voelen en uitgedaagd worden op alle vlakken van hun ontwikkeling. Het is erg jammer dat die begeleiders vaak het label 'laagopgeleid' krijgen en dat hun job niet naar waarde wordt geschat in onze samenleving. De regering moet meer investeren in ons dierbaarste bezit, namelijk kinderen. Betty Schildermans, Leerkracht/praktijkleerkracht Begeleider in de Kinderopvang Als je nieuwkomers kansen biedt om te integreren, kun je hen het best vragen dat zij de taal leren en zich vertrouwd maken met de lokale gewoonten. Maar de voorstellen die de 'startnota' van Vlaams informateur Bart De Wever lanceert, zullen de integratie niet bevorderen maar tegenwerken ('Guerre', Knack nr. 33). De afgelopen jaren werd de juridische dienst van het Agentschap Inburgering en Integratie al 'afgeslankt'. Die zou nu helemaal worden opgedoekt. Zo creëer je een groep mensen die de facto geen toegang heeft tot juiste informatie over hun rechten en plichten. De startnota tornt ook aan de bouwstenen die integratie vandaag mogelijk maken. In Vlaanderen speelt het sociale leven zich goeddeels af in het verenigingsleven. Het Minderhedenforum zou echter haar subsidies en haar status als inspraakorgaan verliezen. Nochtans zijn het net zulke organisaties die mensen met en zonder migratieachtergrond dichter bij elkaar brengen: samen met allerhande Vlaamse verenigingen bouwen zij bruggen om burgers te verbinden. Of neem nu het voorstel om de kosten van het inburgeringstraject naar nieuwkomers door te schuiven. Zij zouden zelf moeten betalen voor de inburgerings- en taalcursussen, en boetes betalen als ze niet slagen. Ook sociale tolken - die vaak nodig zijn, bijvoorbeeld in medische situaties - dienen zij zelf te betalen. Gezinnen zouden de eerste zes maanden geen kinderbijslag krijgen. Het inburgeringstraject is bedoeld om mensen kansen te bieden en aan te zetten om hun integratie serieus te nemen. Dat daar iets tegenover staat, is perfect verdedigbaar. Maar door de financiële druk te verhogen net op het moment dat mensen het kwetsbaarst zijn, duw je hen de armoede in. Robin Vandevoordt is als socioloog verbonden aan de Universiteit Antwerpen In alle Europese landen zijn er elitaire onderwijsinstellingen die een opvoedkundige strategie toepassen zoals het Engelse Eton College ('De kinderen van Eton', Knack nr. 33). Al die instellingen hebben gemeen dat ze eliteleiders willen voortbrengen en de jonge, ontvankelijke geesten aansporen tot zelfbewustzijn, eloquentie en het streven naar excellentie. Het gebruik van een berkenroede (Eton) kan dan enkel maar geest en lichaam sterken. De obligate portrettengalerijen in dergelijke instituten moeten de nieuwelingen aanmoedigen. Ook in België vindt men onder de beroepspolitici veel zelfgeproclameerde 'staatsmannen', die via hun biografische schrijfsels hun rol in de Belgische politieke geschiedenis willen vereeuwigen. Elite, macht en zelfoverschatting gaan nauw samen. Marc Bentein, Oostende