Een tijdje geleden maakte een verpleegkundige, die in een groot ziekenhuis werkt, een rapport over de problemen die het gevolg zijn van de overbelasting op de dienst Intensieve zorg. De verpleger mag niet genoemd worden, want in de meeste instellingen is er over de kwaliteit van de zorg nog geen cultuur van bespreekbaarheid, wel integendeel. Wie de vuile was buitenhangt, mag harde maatregelen verwachten. Het is al bijzonder opmerkelijk dat deze verpleegkundige zijn kritiek alvast in een intern rapport durfde te verwoorden.
...

Een tijdje geleden maakte een verpleegkundige, die in een groot ziekenhuis werkt, een rapport over de problemen die het gevolg zijn van de overbelasting op de dienst Intensieve zorg. De verpleger mag niet genoemd worden, want in de meeste instellingen is er over de kwaliteit van de zorg nog geen cultuur van bespreekbaarheid, wel integendeel. Wie de vuile was buitenhangt, mag harde maatregelen verwachten. Het is al bijzonder opmerkelijk dat deze verpleegkundige zijn kritiek alvast in een intern rapport durfde te verwoorden. De dienst waarop de verpleger werkt, kampt regelmatig met een groot beddentekort. Dat werd al gedeeltelijk opgevangen door het in gebruik nemen van twee 'officieuze bedden', die er volgens het wettelijk kader dus eigenlijk niet mogen zijn. In theorie worden deze bedden als overflow gebruikt, bij uiterste noodzaak dus, maar in de praktijk zijn de bedden constant bezet, en dan nog is er een chronisch tekort. In dat geval dient zich volgens deze verpleger de volgende gebruikelijke procedure aan: ' Bij extreme beddenschaarste vraagt men ons om zo vlug mogelijk een kamer vrij te maken, ofwel door een patiënt zo snel mogelijk naar een andere afdeling te transfereren, ofwel door bij NT-patiënten de euthanasieprocedure te acceleren. Dit gebeurt door de morfinepomp drastisch te verhogen en/of pentothal toe te dienen. Welke beslissing ook wordt genomen, deze manier van werken komt de kwaliteit zeker niet ten goede, niet voor de patiënt die naar een andere dienst wordt doorverwezen (en eigenlijk nog intensieve zorg nodig heeft), niet voor de patiënt wiens leven beëindigd wordt, maar ook niet voor de patiënt die zich in alle vertrouwen laat opnemen op onze dienst.' Het woord 'euthanasie' wordt hier, zoals zo vaak, ten onrechte gebruikt, want het op deze manier doodspuiten van patiënten heeft daar natuurlijk niets mee te maken: het gebeurt zonder de toestemming van de betrokkenen én alleen om een bed vrij te maken. Dat de patiënten de NT-status hebben, wil alleen zeggen dat men hen, als ze een zware crisis zouden krijgen, niet meer zou onderwerpen aan alle mogelijke technieken van reanimatie en levensverlenging. Maar dat is fundamenteel iets anders dan het doodspuiten van patiënten wegens overbezetting. Het is duidelijk dat verplegers, die voor dit werk moeten opdraaien, zich op ethisch én juridisch vlak aan ernstige risico's blootstellen. De verpleegkundige legt verder in z'n rapport nog eens gedetailleerd uit hoe men vaak in allerijl patiënten probeert te transfereren van de dienst Intensieve zorg. En als dat niet meer lukt: ' Wanneer alle mogelijke transfers zijn uitgevoerd, wordt er gekeken of er geen NT-patiënten zijn waarbij de levensbeëindigende behandeling kan worden versneld. Het is jammer te moeten ervaren dat eens de geneesheren de patiënt een NT-status hebben toegekend, de kamer in hun gedachten reeds vrij is. Dat hij nog moet overlijden, dat hij nog moet worden opgebaard, dat de familie nog moet komen, dat het lijk nog naar het mortuarium moet worden gebracht, de kamer moet worden gereinigd, enz., daar staan ze niet bij stil. Al wat telt, is zo vlug mogelijk plaats te ruimen voor een nieuwe patiënt, die ze dikwijls al hebben aanvaard nog voordat de kamer vrij is.' De verpleger besluit dat deze situatie gelukkig niet dagelijks voorkomt, ' maar toch in die frequentie dat het zeker om aandacht vraagt.' Hij noemt het versneld beëindigen van het leven ' geen menswaardige oplossing' voor een probleem van overbezetting en hij wijst erop dat deze werksfeer voor ' een hogere stress-factor en burn-out' bij verpleegkundigen zorgt. En zijn hardste conclusie: ' Het de-patiënt-staat-centraal-gevoel wordt overheerst door het geld-staat-centraal-gevoel.'Chris De Stoop