Op de vierde verjaardag van hun huwelijk krijgt Lester Brandman van zijn vrouw Alicia te horen dat zij zwanger is. Lester reageert op de onverwachte mededeling door als een haas het pand te verlaten en een kroeg te bezoeken - immers: 'Hij is geen vrouw, geen kunstenaar, hij is Lester Brandman en die houdt niet van onvoorspelbaarheid of plotse wendingen in zijn leven; altijd wanneer hij in een film de nietsvermoedende jarige bij thuiskomst ziet terechtkomen op een verrassingsfeestje, wordt hij een gruwelijk medelijden gewaar.'
...

Op de vierde verjaardag van hun huwelijk krijgt Lester Brandman van zijn vrouw Alicia te horen dat zij zwanger is. Lester reageert op de onverwachte mededeling door als een haas het pand te verlaten en een kroeg te bezoeken - immers: 'Hij is geen vrouw, geen kunstenaar, hij is Lester Brandman en die houdt niet van onvoorspelbaarheid of plotse wendingen in zijn leven; altijd wanneer hij in een film de nietsvermoedende jarige bij thuiskomst ziet terechtkomen op een verrassingsfeestje, wordt hij een gruwelijk medelijden gewaar.' Weer thuisgekomen stelt hij vast dat nu zijn vrouw zich niet meer in hun woning bevindt. Dan maar weer de stad ingegaan. Daar loopt hij Robert en Claudia tegen het lijf, de laatste een collegaatje van het werk. Zij wil per se een glas met hem drinken, en aldus geschiedt. Claudia wordt erg dronken. Robert loopt weg. Lester brengt Claudia naar huis, althans bijna, want net voor het punt van aankomst komen ze tegenover... Alicia te staan. Die ziet haar man, die enige uren tevoren zo typisch mannelijk de benen had genomen, worstelen met een dronken del. Die Lester prompt letterlijk laat vallen. Del klapt met achterhoofd tegen bestrating. Hersenschudding, zo zal blijken. Het leugentje dat Lester Claudia later, als zij althans weer tot telefoneren in staat is, opdist aangaande wat er die bewuste avond nu precies is gebeurd, zal verstrekkende gevolgen krijgen, te meer omdat hij het niet kan laten op het werk tegenover een mannelijke collega van een tevoren nooit geuite belangstelling voor Claudia blijk te geven. En zo komt deze comedy of errors dan tot zijn anti-anticlimactische slotscène. 't Is een niet geheel onaardig boek, Lege jurken, en bij vlagen zéér citeerbaar. Over waarheid en werkelijkheid gaat het hier, uiteindelijk, en over de onbereikbaarheid daarvan. Niemand is hier wat hij of zij voorgeeft te zijn, sterker nog, niemand weet wat zijn of haar 'zelf' dan wel zou moeten zijn. Vekeman formuleert het af en toe raak: 'Nu hij geen komedie gespeeld heeft, geen rol, nu hij voor een keer zichzelf geweest is, zozeer zichzelf zelfs dat hij zichzelf niet herkende, blijkt dat hij de grootste lafaard is die ooit voor iets op de vlucht is geslagen.' Ook het motief van de tweedehandsheid, de hinderlijke gewaarwording niet in het 'echte' leven te staan, als dat al bestaat, maar een rol te spelen in een reality soap, is handig in het verhaal verwerkt. Slim gemaakt is dit Lege jurken zeker. Alleen is er één maar: dit zijn de krenten in een pap die zelf wel erg dun is. Al gaat Vekeman een stuk zorgvuldiger te werk, net als bij Brusselmans zie je het vulsel er hier en daar gewoon uitpuilen. De jurk is hier en daar wel erg leeg, op strategische plaatsen met zakdoeken opgevuld. Een passage als de volgende leest en schrijft beslist lekker weg: 'Hij meent oprecht dat deze tijd, het begin van de eenentwintigste eeuw, de slechtste en lelijkste van alle tijden is (...). Hij leeft in een land dat hij veracht, zijn leiders en zijn inwoners, zijn klimaat en zijn cultuur. Het is een land met een duidelijke nationale identiteit, die sedert een jaar of vijftien geheel en al is opgetrokken uit niets dan zelfgenoegzaamheid en eigenliefde. Een land dat zozeer tracht zich als een paradijs te profileren dat het de hel op aarde dreigt te worden voor iedereen die niet als een bezetene 'het leven leeft', maar daarentegen, heel menselijk, onder zichzelf en het leven gebukt gaat en zich daarom noodgedwongen afkeert van de alledaagse realiteit. Het is een wreed en genadeloos (...) en vooral (...) cynisch land, waarin de gelukkigen in de meerderheid zijn, de doodnormalen, de museumbezoekers, de theatergangers, de reizigers, de goedverdieners, de opiniehebbers en de wel héél cynische lieden die doen alsof zij denken dat poëzie de wereld kan redden. Uit protest (...) zou hij soms zichzelf op straat in brand willen steken en vervolgens willekeurige voorbijgangers innig om de hals vallen. 'Brandman!' zou hij roepen: de naam van het laatste individu.' Maar misschien is Brandman zelf ook wel wat te leeg om een dergelijke tirade te kunnen dragen? CHRISTOPHE VEKEMAN, LEGE JURKEN, DE ARBEIDERSPERS, AMSTERDAM/ANTWERPEN, 187 BLZ., 17,95 EURO.DOOR herman jacobs