Het is niet de eerste keer dat het tweede verslag van de parlementaire onderzoekscommissie op naam van " Dutroux, Nihoul en consorten" kritiek krijgt. En dat commissievoorzitter Marc Verwilghen (VLD) dit verslag van 16 februari 1998, en tegelijk zijn reputatie verdedigt.
...

Het is niet de eerste keer dat het tweede verslag van de parlementaire onderzoekscommissie op naam van " Dutroux, Nihoul en consorten" kritiek krijgt. En dat commissievoorzitter Marc Verwilghen (VLD) dit verslag van 16 februari 1998, en tegelijk zijn reputatie verdedigt. Sinds vorige week staat vooral hoofdstuk V ter discussie. Daarin worden de "interne problemen binnen de antenne-Neufchâteau" behandeld. De conflicten dus tussen de speurders rond rijkswachtadjudant Patriek De Baets en andere leden van de Brusselse BOB. In opdracht van de onderzoeksmagistraten van Neufchâteau onderzochten zij, aanvankelijk met zijn allen, de ijzingwekkende getuigenissen van enkele vrouwen die beweren dat zij ooit het slachtoffer waren van moorddadige seksorgieën. Zoals Knack tijdens de voorbije twee weken uit de doeken deed, bewijzen de respectieve onderzoeken echter dat de waarheid die Nathalie en de zogeheten X'en verkondigen, wellicht een therapeutische maar zeker geen gerechtelijke, laat staan een historische waarheid is. Dit was al grotendeels bekend en in een aantal syntheses uiteengezet, toen bepaalde media en personen die toen namens de commissie spraken (in casu voorzitter Verwilghen, professor Brice De Ruyver, Vincent Decroly en Frans Lozie) de X-verhalen eind 1997, begin 1998 toch nog voor waar verkochten en zich voor de kar van De Baets en zijn team lieten spannen. Zo werd hier vorige week geconcludeerd. Dezelfde woensdag verklaarde commissielid Claude Eerdekens (PS) in de RTBf-uitzending "Au nom de la Loi" dat de X'en zowel binnen de magistratuur als in de commissie met "een soort intellectueel terrorisme" werden geaccrediteerd, dat zo de commissie en mét haar de publieke opinie "gemanipuleerd" werden en dat het de commissarissen "aan politieke moed ontbrak om van meet af aan weerstand te bieden". Op de VRT verklaarde Verwilghen: "Wij hebben steeds een neutrale houding aangenomen met betrekking tot de problemen rond de X'en (...) Wij hebben nooit inzage gekregen van de verklaringen van welke X dan ook. Wij hebben ons daar zelfs niet mee beziggehouden." Heeft zijn commissie dan de Brusselse onderzoeksrechter Jean-Claude Van Espen en rijkswachtcommandant Jean-Luc Duterme, als hoofd van de antenne-Neufchâteau, de levieten gelezen zonder de grond van de zaak te kennen? Terwijl zijn commissie in hetzelfde hoofdstuk het geknoei van de intussen gesanctioneerde De Baets en de zijnen - en dus de ware reden van de "interne problemen binnen de antenne Neufchâteau" - onbesproken laat? Die vragen werden niet gesteld. VERWILGHEN ZOALS JOE MCCARTHYAl maanden voor het eindrapport tot stand kwam, hadden sommige commissieleden, expert De Ruyver en voorzitter Verwilghen voorop, duidelijk zicht op de verklaringen van de X'en. Bij hen konden De Baets en de zijnen, die in juli 1997 uit het onderzoek werden geweerd, herhaaldelijk hun versie van de feiten kwijt. Na een ochtendlijk onderhoud met Verwilghen en De Ruyver roemde De Baets er zich op dat de kopstukken van de commissie toen "besloten dat het commando van de antenne en het commando van de Brusselse BOB slechte dagen te wachten staan". Een voorspelling die in het commissieverslag bewaarheid wordt, al werd de eindversie fel afgezwakt. Ook raadsheer Etienne Marique van het Brusselse Hof van Beroep hield zich, als onderzoeker in opdracht van de commissie, met de X'en bezig. Vrijwel onmiddellijk na de reïnstallatie van de commissie, in april 1997, hoorde hij De Baets over de verklaringen van X1; vooral wat ze te vertellen had over de moord op Christine Van Hees. Van Espen, die toen nog met dit onderzoek gelast was, wist helemaal niets af van het onderonsje tussen De Baets en Marique. Laatstgenoemde verhoorde ook X2 - nog wel in aanwezigheid van haar vriend, wachtmeester Michel Clippe, een medestander van De Baets. Zij die binnen de parlementaire onderzoekscommissie de toon zetten, kenden de X-verhalen dus maar al te goed. Zij kozen echter de verkeerde toonaard. Deels omdat De Baets en medewerkers de zogeheten "herlezing" (in wezen de analyse) van de X-dossiers, die Duterme begin 1997 gevraagd had, aan hun laars lapten. Deels omdat De Baets en zijn gevolg deze nochtans ontnuchterende analyse prompt als een obstructie-, en zelfs als een protectiemanoeuvre mochten verkopen. En vooral omdat de X'en onder hun beulen lukraak ook politici, advocaten en zakenlui noemden, die ook de gangmakers in de commissie toch zo graag - want bij gebrek aan beter - in het eindrapport zouden verdacht maken van protectie of van wat dan ook. Wie voor deze heksenjacht waarschuwde, werd algauw zelf van protectie verdacht en wordt sinds vorige week door Verwilghen zelfs beschuldigd van "revisionisme, zoals ten overstaan van de holocaust". Wie echter de geschiedenis aanspreekt, moet ook het lot kennen van de Amerikaanse onderzoekscommissie onder leiding van senator Joe McCarthy. Ook bij de jacht op linkse intellectuelen ontaardde een permanent subcommittee of investigation bijna een halve eeuw geleden in een heksenjacht. Ook toen werden de meest loze beweringen geaccrediteerd door bepaalde media en door demagogen die zich lieten drijven op de massahysterie. Tot het parlement senator McCarthy wegstemde, en de rechtbanken alles tot zijn juiste proporties herleidden. Ook toen was het kwaad echter al geschied. Frank De Moor