Afgelopen weekend kregen de roddels in de Wetstraat een ongemeen hoog testosterongehalte. Er was in bepaalde kranten zelfs sprake van een Lewinsky-dimensie. Aanleiding voor veel rooie oortjes: een cryptisch communiqué van Wilfried Martens vrijdagochtend. De gesjeesde Europese lijsttrekker voor de CVP deelde daarin mee dat hij geen genoegen nam met een tweede plaats. "Het Pollcomité van de CVP (officieel bestaat er bij de Vlaamse christen-democraten geen dergelijk comité, jg) heeft gisteren mevrouw Smet aangewezen tot lijsttrekker voor de Europese verkiezingen.(...) Indien het partijbestuur deze beslissing bekrachtigt, zal ik geen kandidaat zijn voor de Europese verkiezingen. Ik zal de gelegenheid hebben de werkelijke reden voor deze gang van zaken te verduidelijken."
...

Afgelopen weekend kregen de roddels in de Wetstraat een ongemeen hoog testosterongehalte. Er was in bepaalde kranten zelfs sprake van een Lewinsky-dimensie. Aanleiding voor veel rooie oortjes: een cryptisch communiqué van Wilfried Martens vrijdagochtend. De gesjeesde Europese lijsttrekker voor de CVP deelde daarin mee dat hij geen genoegen nam met een tweede plaats. "Het Pollcomité van de CVP (officieel bestaat er bij de Vlaamse christen-democraten geen dergelijk comité, jg) heeft gisteren mevrouw Smet aangewezen tot lijsttrekker voor de Europese verkiezingen.(...) Indien het partijbestuur deze beslissing bekrachtigt, zal ik geen kandidaat zijn voor de Europese verkiezingen. Ik zal de gelegenheid hebben de werkelijke reden voor deze gang van zaken te verduidelijken."Waar alludeerde de ex-premier op? Eerst ging het gerucht over mogelijke financiële tribulaties die Martens uit de doeken zou gaan doen. Dan werd de huidige EVP-voorzitter toegeschreven dat hij - nog eens - een frontale aanval zou inzetten tegen de leiding van de CVP. Zeg maar het trio Marc Van Peel, Jean-Luc Dehaene en Herman Van Rompuy. Vervolgens heette het dat Martens een dangerous liaison ging onthullen tussen niemand minder dan de premier en de gedoodverfde CVP-lijsttrekker voor de Europese verkiezingen. Dat is dus Miet Smet, op dit ogenblik nog minister van Tewerkstelling en Arbeid in de federale regering. Die hilarische roddel haalde de krant niet, wel een even saillant bericht. Maandag pakte Het Laatste Nieuws immers uit met het nieuws dat dezelfde Smet jarenlang een relatie had gehad met... Wilfried Martens. Wel te verstaan: toen die nog over de Wetstraat dacht te regeren. Drie jaar geleden kwam het Nederlandse Privé al eens met die "primeur" aandraven. Niemand gaf toen een krimp. Dat het - vermeende - privé-leven van politici met alle mogelijk en onmogelijke details nu op de Grote Markt bespreekbaar is, betekent niet meteen een winst voor de Belgische politiek en de politieke verslaggeving. Het geeft wel een hele omslag aan van de mores in en rond de Wetstraat. Het zogenaamde koningsdrama rond Martens moet gisteren, dinsdag, zijn beslag gekregen hebben. Normaliter heeft eerst het - wegens de boerenbetoging uitgestelde - CVP-partijbureau zijn zegen gegeven over de modellijst voor Europa. Later op dag dan het partijbestuur, in feite een uitgebreid filiaal van het bureau. Maar het drama, of beter: de onsmakelijke soap, gaat al veel langer mee dan afgelopen weekend en begint in feite lente 1998. DRIE TEGEN EENOp dat ogenblik beraadt het leidend trio van de CVP zich heel informeel en even vrijblijvend over de Europese lijstvorming. Het indienen van een soort modellijst voor Europa (maar ook voor de Senaat) is een prerogatief van de partijvoorzitter. Hij wordt geacht om samen met de standen van zijn politieke familie tot een soort consensuslijsten te komen, terwijl plaatselijke afdelingen die voor Kamer en Vlaams Parlement samenstellen. In de knusse intimiteit van verstandige mensen onder mekaar wordt Miet Smet als mogelijke lijsttrekker naar voor geschoven. Zij heeft er intussen bijna veertien jaar regeringswerk opzitten en legde daarbij een - voor de partij - bijna feilloos parcours af. Smet had bovendien zonder veel omhaal bij de vorige Europese verkiezingen een ondankbare vijfde plaats geaccepteerd. Zij was toen met een goede 40.000 voorkeurstemmen net niet verkozen. Door internationale contacten die haar jongste ministerambt meebrachten, zou haar Europese interesse alleen aangewakkerd zijn. Dat hierdoor Wilfried Martens naar de tweede stek moest verhuizen, was voor geen van de drie betrokkenen - Van Rompuy, Dehaene, Van Peel - een onoverkomelijk probleem. Als er al ooit een liefde heeft bestaan tussen de huidige premier en zijn voorganger, bekoelde die snel toen Dehaene de winkel van Martens overnam. En de uittredende eerste minister moest melden dat hij - Wilfried Martens met zijn staat van dienst - niet in aanmerking kwam voor een baan als minister van Buitenlandse zaken, noch als voorzitter van de Senaat. Martens verteerde dit in zijn ogen totaal gebrek aan loyauteit niet en smeerde zijn ongenoegen breed uit in de media. Dehaene van zijn kant achtte Martens minstens voor een stuk verantwoordelijk voor zijn persoonlijk Korfu-debacle. De premier aasde in 1994 op het voorzitterschap van de Europese Commissie en ging toen de strijd aan met de Nederlander Ruub Lubbers. Beide coryfeeën behoorden tot de EVP met als voorzitter... Wilfried Martens. Was het manifeste onwil of gewoon koele berekening, in elk geval effende Martens het pad niet voor Dehaene. Hij slaagde er wel in beide protagonisten perfect in balans te houden zodat een illustere onbekende - de Luxemburger Jacques Santer - met de eerste prijs ging lopen. Ook Herman Van Rompuy, die als minister van Begroting op de centen let, had vorig jaar weinig moeite om Martens naar een tweede plaats te verwijzen. Hij, maar vooral zijn broer en collega in de Vlaamse regering Eric, zagen Wilfried Martens in de jaren tachtig aan het werk als premier. Bij zijn aantreden bedroeg de staatschuld 1500 miljard frank, toen hij na zoveel Martensen later aan de kant werd geschoven, was de berg tot een monsterlijke 8000 miljard gegroeid. Martens' eeuwig excuus dat een dergelijke, onwaarschijnlijke evolutie "in het juiste historisch perspectief moet worden gezien" heeft nooit een verpletterende indruk gemaakt op de twee broers. Bovendien: Herman Van Rompuy is altijd een Tindemans-boy gebleven. In 1992 maaide hij het gras al eens voor Martens' voeten weg door boud te beweren: "Leo Tindemans is onze man voor Europa." Die uitspraak kwam er pardoes na een verklaring van Wilfried Martens dat hij wel iets voelde voor het Europees Parlement. Tenslotte was er CVP-voorzitter Marc Van Peel. Die twijfelde aan het strategisch vernuft van zijn EVP-collega. Tussen beiden liep namelijk iets scheef in verband met de Forza Italia van Silvio Berlusconi. Van Peel en Dehaene - maar ook de toenmalige Duitse kanselier Helmut Kohl - hadden hun zegen gegeven over de individuele toetreding van Forza-verkozenen tot de EVP-fractie in het Europees Parlement. Tenslotte zaten er een aantal christelijke geloofsgenoten in het poujadistisch clubje van de Italiaanse mediamagnaat. Martens, naast EVP-voorzitter ook nog fractieleider van de christen-democraten in het Europees Parlement, had dit lichtjes anders geïnterpreteerd. Hij lijfde de extreem-rechtse Forza en bloc in, want dat paste perfect in het streven om van zijn fractie de grootste te maken binnen de Europese constructie. DE ERVAREN ROERGANGERDe drie CVP-tenoren hadden dus allemaal hun eigen reden om het vuur niet uit hun sloffen te lopen voor Wilfried Martens bij de volgende Europese verkiezingen. Het voornemen om Smet als troefkaart uit te spelen, bleef weliswaar - voorlopig - binnenskamers. Daar bestond een dubbele reden voor. In de eerste plaats was er geen enkele officiële beslissing over de lijstvorming en had er nog geen enkele vorm van overleg plaatsgevonden met de christen-democratische hoofden van Lebak. Twee: voor Martens stonden verkiezingen binnen de Europese Volkspartij voor de deur. De Tweekerkenstraat vond het een beetje gênant om de driftig campagnevoerende, uittredende EVP-voorzitter voor het hoofd te stoten. Van Peel verkocht Martens zelfs als "de ideale man om de EVP te leiden". Dat dezelfde Martens minder ideaal leek om de CVP-lijst voor Europa aan te voeren, daar zweeg de voorzitter zedig over. Wellicht voelde Van Peel zich gesterkt door de signalen die Martens in de loop van 1998 rechtstreeks en onrechtstreeks had uitgezonden: ook met een tweede plaats op de Europese ranglijst zou de anders nooit door enige bescheidenheid gehinderde ex-premier genoegen nemen. Ogenschijnlijk dus geen vuiltje aan de lucht. Op die manier raakte Martens begin februari van dit jaar aan een volgend mandaat als EVP-voorzitter. Niet dat dit met zoveel glorie gebeurde. Hij haalde als enige kandidaat de kaap van de 70 procent niet en dankte zijn verkiezing vooral aan "nieuwe" EVP-leden uit het voormalige Oostblok. Zij maken dus geen deel uit van de parlementsfractie, wel van de moederpartij. Maar die stemmen waren niet eens geteld of Martens gooide alles op het lijsttrekkerschap voor de Europese parlementsverkiezingen. Plots was er geen sprake meer van een "aanvaardbare" tweede plaats en de herbenoemde EVP-voorzitter haalde een waslijst aan argumenten boven. Waarom mocht een Dehaene na zoveel jaar wel opnieuw het premierschap ambiëren? Of viel niemand over de aspiraties van een Theo Kelchtermans? Waarom had de CVP in 1994 Tindemans het lijsttrekkerschap op een zilveren plateau aangeboden, terwijl dat hem nu niet gegund zou zijn? Wie kon tenslotte de beste Europese adelbrieven voorleggen? Miet Smet? Weliswaar een "uitstekend minister" maar "ik heb onbetwistbaar veel meer Europese ervaring" (Martens in Humo). Kortom, de oude Martens was terug, vol van het eigen kunnen en het eigen gelijk. Het blijft gissen naar wat er in die korte tijdspanne tussen zijn relatieve windstilte over het lijsttrekkerschap en zijn verbeten pogingen om Smet terug naar af te sturen, gebeurde. Sommige Europakenners vermoeden een louter tactisch manoeuvre: Martens hield zich gedeisd tot het EVP-voorzitterschap binnen was en opende dan een nieuw front. En: zijn krampachtige pogingen om opnieuw als primus inter pares aan te treden, zouden zijn baantje als fractievoorzitter moeten veiligstellen. Dat hangt namelijk aan een zijden draadje. HET SCHAAMLAPJE VAN EEN WONDERBOYBij de vorige (fractie)verkiezingen haalde Wilfried Martens het bijna ondanks zichzelf. Zegt een door de wol geverfd CDU-kader dat de interne Europese keuken door en door kent: "De aanwijzing van Martens als fractieleider vormde een soort compromis. Het was een deal omdat wij als Duitsers in onzekerheid leefden. Wat ging er met Kohl gebeuren? De baan zat gekoppeld aan een aantal andere interessante functies binnen het Europees Parlement en om uit dat kluwen te geraken, kozen wij voor Martens. Wij hadden overigens ook met Leo Tindemans leren leven, waarom dan niet met hem? Volgende keer liggen de kaarten veel duidelijker en schuiven wij gewoon een eigen kandidaat naar voren." Duitse steun voor een volgend fractievoorzitterschap mag Martens hiermee vergeten. Ook de Nederlanders hebben hem - op uitzondering van een natural born looser - laten vallen. De Nederlandse EVP-parlementsleden zitten in eigen land in de oppositie en hadden vandaar met plezier de Europese Commissie zien sneuvelen in het schizofrene begrotingsdebat. In die bittere machtsstrijd tussen Commissie en Parlement wou Martens kool en geit sparen. Dat zinde de Hollanders niet erg. Martens sloeg als gerant van de Spaanse herberg die zijn fractie nu eenmaal is, niet eens een mal figuur. "Hij verstaat de kunst geen energie in verloren zaken te steken en heeft als iemand aan het schelden slaat, de voortreffelijke gewoonte aanvallen van acute doofheid te veinzen", beweert een van de kenners. Maar ondanks die onmiskenbare verdienste hoeft de fractieleider in de toekomst ook niet te rekenen op Britse steun. Voor hen was hij een waterdrager van Kohl, een gevoelen dat ook bij de Franse broeders leeft. Nu maakt het voor niemand iets uit of een kandidaat-fractieleider eerste of tiende staat op de Europese lijst in zijn thuisland. Alleen de betrokkene zelf, die in dit specifieke geval elk greintje steun kan gebruiken, klampt zich aan dergelijke symbolen vast. Een tweede hypothese voor Martens partijtje worstelen vrije stijl: de man koestert ambities om terug te komen in de Belgische politieke arena. Een Europese monsterscore - daar is de eerste plaats voor nodig - zou hem daarbij helpen en alleen het idee al van een nieuwe Blijde Intrede in Brussel, zou meer dan één CVP'er doen gruwen. In dit scenario gelooft echter geen zinnig mens. Een retour is voor de bijna 63-jarige politicus uitgesloten, ook al omdat Wilfried Martens veel banden met het Belgische voetvolk hautain doorsneed. Op partijbureaus en -vergaderingen liet hij zich de jongste jaren slechts node zien. Zijn vroegere strijdmakkers gingen allemaal hun eigen weg, als laatste steunpunt viel Johan Van Hecke. In een doorzichtige poging zijn verkiesbare plaats op de Europese CVP-lijst veilig te stellen, schudde hij inderhaast alle verdenkingen van enige sympathie voor zijn vroegere leermeester af. Ook binnen het zogenaamde Belgische establishment heeft de ex-premier weinig of geen vrienden meer. Zijn passage bij de groep- Begemann kostte hem daar alle krediet. Martens trad begin jaren negentig immers aan als commissaris van de omstreden Nederlandse holding. Overigens voor een bruto-honorarium dat de chauffeur van wonderboy Joep Van den Nieuwenhuyzen netto ving. Na allerhande strapatsen van Begemann gaf Martens zijn ontslag omdat hij zijn mandaat niet verenigbaar achtte met het voorzitterschap van de EVP. Alleen: het duurde acht volle maanden vooraleer de Belgische commissaris zelf bedacht dat een EVP-voorzitter zich best niet laat gebruiken als schaamlapje van een grutter in bedrijven. Sindsdien is Martens in Belgische - niet alleen Vlaamse - ondernemerskringen dood. Dit wereldje koestert nu een politicus die slechte pakken draagt, er nogal rudimentaire tafelmanieren op na houdt en luistert naar de naam Jean-Luc. MEVROUW MARTENS-BISHet kan stilaan een Belgische, politieke gewoonte lijken om nukkige kopstukken aan de kant te schuiven. Een van dé redenen om Martens ondanks alles toch te handhaven op een prominente plaats op de Europese lijst, is van louter rekenkundige aard. Met het vertrek van Leo Tindemans staan meteen ook ruim 200.000 stemmen op de helling. Tel er daarbij nog eens 100.000 van Leo Delcroix, eventueel 180.000 van Martens en een kleine 50.000 van Raf Chanterie, die als zetelend europarlementslid al dit geweld lijdzaam over zich heen ziet gaan en heen en weer geslingerd wordt tussen Europa en de Belgische Senaat. Al die stemmen samen, dat is zelfs naar CVP-normen een serieuze aderlating. Het meest pijnlijke in deze ganse historie blijft intussen de vernederende afgang van Wilfried Martens zelf. Het wordt - wat hijzelf, partijbureau- of bestuur ook beslissen en beslist hebben - stilaan koud rond de man. Afgezien van het verbaal uitgedrukte medeleven van Willy De Clercq, de VLD'er die voor zichzelf ook een eeuwig Europees leven bedacht, staan alleen de CVP-jongeren nog achter hem. Hun voorzitter Raf Vermeire zet daarmee beginselvast zijn politiek verder om steevast de "verkeerde" kant te kiezen. Door dit isolement waar Martens dus zelf schuld aan heeft, kan zijn dichtste omgeving hem als een mikpunt van rechts binnen de CVP en als slachtoffer van een koningsmoord profileren. Anders uitgedrukt: de conservatieve CVP'ers zouden hem liefst onderuithalen omwille van zijn scheidingsperikelen en zijn tweede huwelijk. Spijtig voor Martens, maar dit blijkt binnen die intolerante CVP nooit een punt geweest te zijn. De partij stond zelfs achter Martens toen die op partijpodia de waarden van het gezin mee verdedigde; waarden die hij op hetzelfde ogenblik willens nillens overboord had moeten zetten. En wat koningsmoorden betreft, ook daar heeft de EVP-voorzitter een slecht dossier. Voor alle verdere inlichtingen kan iedereen die het wil terecht bij zijn voorganger in Edegem. Tot de drastisch uitgedunde rangen van Mohikanen die Wilfried Martens tegen deze slechte wereld blijven verdedigen, behoort zijn tweede echtgenote. Onverlaten zien in haar zelfs het kwade genius dat hem vooruitjaagt in esbattementen die niet onmiddellijk stroken met de waardigheid van welke ex-premier dan ook. Zij verwijzen naar de koele efficiëntie waarmee mevrouw Martens-bis indertijd als medewerkster van de premier de hovelingen rond haar latere echtgenoot liquideerde. Ook "bemiddelaar" Lou De Clerck heeft zich tot het kleine kransje van Martens-getrouwen bekeerd. Hij is een voormalige journalist van de Gazet van Antwerpen, werd dan even hoofdredacteur van De Standaard en had er voordien al een leven opzitten als woordvoerder van de premier. Zijn ambities om - naar Duits voorbeeld - door te stoten als geïnstitutionaliseerde mistmachine van de toenmalige en volgende regeringen, werden destijds in de kiem gesmoord. Als uitvalsbasis voor het koningskind Wilfried Martens, lijkt dit veeleer magertjes.Jos Grobben