De laatste domino is dus niet gevallen. Bij de verkiezingen in Duitsland raakte de sociaal-democratische kanselier Gerhard Schröder met de hakken over de sloot. Schröder is niet het lot beschoren van zijn Nederlandse, Portugese, Deense en Franse collega's, die de voorbije maanden de plaats moesten ruimen voor centrum-rechtse uitdagers. Hij dankte zijn geluk wel grotendeels aan het groene fenomeen Joschka Fischer, met wie de sociaal-democraten een coalitie vormen. De prijs voor een voortzetting daarvan wordt straks gepresenteerd.
...

De laatste domino is dus niet gevallen. Bij de verkiezingen in Duitsland raakte de sociaal-democratische kanselier Gerhard Schröder met de hakken over de sloot. Schröder is niet het lot beschoren van zijn Nederlandse, Portugese, Deense en Franse collega's, die de voorbije maanden de plaats moesten ruimen voor centrum-rechtse uitdagers. Hij dankte zijn geluk wel grotendeels aan het groene fenomeen Joschka Fischer, met wie de sociaal-democraten een coalitie vormen. De prijs voor een voortzetting daarvan wordt straks gepresenteerd. Er waren er die uit de Duitse verkiezingen snel de conclusie trokken dat er zo een einde is gekomen aan de slingerbeweging van links naar rechts. Sommigen voorspellen al dat dus ook de Oostenrijkse socialisten volgende maand in Wenen het roer weer zullen overnemen van de christen-democraten en hun coalitiepartner, de extreem-rechtse FPÖ van Jörg Haider. Er kan na die Duitse verkiezingen ook een andere vaststelling worden genoteerd. Het waren de eerste verkiezingen dit jaar in Europa waarin geen enkele partij scoorde door de populistische snaar van migratie, racisme en veiligheid te beroeren. Alleen de liberale FDP begaf zich bij monde van haar ondervoorzitter Jürgen Möllemann op dat pad - ze werd ervoor afgestraft. De FDP verwachtte een grote overwinning, maar de partij bleef op goed 7 procent steken. Möllemann nam daarop prompt ontslag. De christen-democraat Edmund Stoiber meed het onderwerp angstvallig. Hij won net niet, na een campagne waarin veel juiste vragen werden gesteld over de economische politiek van Gerhard Schröder. Hij kan met opgeheven hoofd naar München terug. Uitgerekend Duitsland zette Europa op zijn nummer. Maar dat wil nog niet zeggen dat de Zeitgeist links weer goed gezind zou zijn. Het Engelse weekblad The Economist becijferde vorige week in dit verband hoe groot het verschil is tussen wat centrum-rechts voorstelt en de ideeën van centrum-links. Stoiber stelde in Duitsland voor om inkomsten uit arbeid nog maximaal voor 40 procent te belasten. Schröder beloofde daarop het geldende maximum tot 42 procent te laten zakken. Dat is het verschil. Het verklaart tegelijk waarom populistische partijen zo gemakkelijk een duidelijk alternatief kunnen aanbieden, en boven de grijze politieke massa uitstijgen. Zo was de toekomst van de welvaartstaat noch bij de verkiezingen in Duitsland, noch bij de opeenvolgende stemrondes in Frankrijk een onderwerp van gewicht. Links noch rechts lijken zich te durven uitspreken over de vraag hoe Europa straks met zijn dure stelsel van sociale zekerheid moet omgaan. Duur, maar zo bijzonder performant en noodzakelijk. Populistische partijen reppen daar natuurlijk niet over. Maar ook centrumpartijen lopen er met een brede boog omheen. In zijn boekje 'De vierde golf' beschrijft de 'liberale militant' Guy Verhofstadt de belastingen als een manier om wie minder heeft iets meer te geven en wie meer heeft iets minder. Het is geen nieuw betoog, maar het blijft een koude, mechanische techniek. Er is in zo'n discours geen plaats voor mededogen voor wat kwetsbaar is. Het biedt geen warme deken voor slechte tijden. Toch is dat precies een kenmerk van grote politiek: de mate waarin op de zwakke mens wordt gelet. Hubert van Humbeeck