Help jezelf, dan help je een goede vriend. Zich voor anderen inzetten, het schiet er in onze individualistische samenleving lelijk bij in. Een mens heeft het ook zo druk met al dat werk. En in de vrije tijd is genieten het parool: in een leuk restaurant, op een exotisch strand, of cocoonend voor de televisie thuis. Maar zich engageren in een vereniging? Dat gebeurt steeds minder. En vrijwilligerswerk is zeker out - het woord zelf klinkt velen al een beetje belegen in de oren.
...

Help jezelf, dan help je een goede vriend. Zich voor anderen inzetten, het schiet er in onze individualistische samenleving lelijk bij in. Een mens heeft het ook zo druk met al dat werk. En in de vrije tijd is genieten het parool: in een leuk restaurant, op een exotisch strand, of cocoonend voor de televisie thuis. Maar zich engageren in een vereniging? Dat gebeurt steeds minder. En vrijwilligerswerk is zeker out - het woord zelf klinkt velen al een beetje belegen in de oren. In vrijwilligerskringen (en niet alleen daar) hoor je deze opvatting weleens vaker verkondigen. Vrijwilligersorganisaties klagen dat het steeds moeilijker wordt nieuwe mensen te rekruteren. "Vrijwilligers zijn zeldzaam", schreef het Belang van Limburg eerder deze maand. Het aantal vacatures voor vrijwilligerswerk stijgt volgens de krant zienderogen. Er werd ook verwezen naar Nederland: volgens de Nederlandse Organisaties voor Vrijwilligerswerk (NOV) komen tal van organisaties in moeilijkheden als de overheid niet snel maatregelen neemt. Musea dreigen onbetaalbaar te worden en ook voor de sport- en de gezondheidssector ziet de toekomst er somber uit. Ook de CVP maakte van vrijwilligerswerk een thema op haar partijcongres van 6 en 7 juni. Volgens de Vlaamse christen-democraten bestaat er nog een groot potentieel aan mensen die zich wel willen inzetten, maar daar onvoldoende mogelijkheden of tijd voor hebben. De overheid moet daarom de nodige "randvoorwaarden" creëren om het vrijwilligerswerk te stimuleren: vormingsmogelijkheden, een juridisch statuut, een regeling voor werkloze vrijwilligers... CVP-kamerlid Simonne Creyf erkent dat de interesse van haar partij voor vrijwilligerswerk niet geheel onbaatzuchtig is. "Een belangrijk deel van ons zogenaamde middenveld is in deze sector te vinden, dat is zo." In de praktijk blijken onder meer de traditionele, zuilgebonden organisaties zoals de KAV en de KWB het lastig te krijgen met het werven van nieuwe onbetaalde medewerkers. Het belang van vrijwilligerswerk kan niet worden overschat, daarover zijn alle betrokkenen het eens. Het fenomeen krijgt niet de maatschappelijke erkenning die het verdient, vinden ze. Want het gaat al lang niet meer alleen om liefdadigheidswerk - tegenwoordig vooral de speeltuin van prinsessen, showbizzsterren en andere vips. Vrijwilligerswerk vind je in alle sectoren van de samenleving: in organisaties voor bejaardenzorg, gehandicaptenopvang, daklozenhulp, teleonthaal, in vormingscentra, vakbonden, vrouwen- en mensenrechtenorganisaties..., maar ook in jeugdbewegingen, sport- en hobbyclubs, en allerhande cultuurverenigingen. Al deze groepen doen in mindere of meerdere mate een beroep op mensen die onbetaald hun tijd ter beschikking stellen. In Nederland staat het vrijwilligerswerk voor 200.000 voltijdse banen. Vrijwilligerswerk richt zich ook op nieuwe problemen en behoeften in de samenleving. De begeleiding van aidspatiënten, het tweedekansonderwijs, de thuiszorg, het werd allemaal door vrijwilligers in het leven geroepen.EEN NIEUW TYPE VAN VRIJWILLIGERVeel hard cijfermateriaal over een crisis in het vrijwilligerswerk is er niet. Het fenomeen is in ons land nog nauwelijks onderzocht. Een algemene indicatie over de omvang van het vrijwilligerswerk in onze samenleving geven de Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND), een publicatie van de dienst planning en statistiek van de Vlaamse overheid. In 1997 heeft volgens de VRIND 17,6 procent van de Vlamingen geregeld onbetaald vrijwilligerswerk verricht; zij waren gemiddeld drie tot vier uur per week beschikbaar.André Vermeulen, coördinator van het Platform voor het Voluntariaat, wil zich niet uitspreken over de vraag of het aantal vrijwilligers daalt dan wel stijgt. Wat vaststaat, is dat het vrijwilligerswerk van gedaante verandert, meent hij. "Vrijwilligerswerk is altijd het kind van zijn tijd, het evolueert mee met de maatschappelijke veranderingen. Sommigen denken dat de solidariteit vermindert omdat de traditionele vormen van vrijwilligerswerk afnemen. Maar solidariteit wordt nu anders geuit. Mensen geven bloed, bijvoorbeeld, of storten geld. Denk aan het succes van acties als Kom op tegen Kanker, Levenslijn, de veertiendaagse van het Rode Kruis." Het is nu eenmaal een feit: de maatschappij is de laatste decennia een stuk individualistischer geworden. Mensen laten zich nu minder leiden door voorgeschreven denk- of gedragspatronen, ieder individu maakt zijn eigen keuzes, absolute vrijheid is de norm. Maar volgens Jef Breda, hoogleraar in de Sociale Wetenschappen aan de universiteit van Antwerpen, lijkt vrijwilligerswerk "bij uitstek te kunnen gedijen in een geïndividualiseerde samenleving". Dat schrijft hij in "Vrijwilligerswerk vandaag", een terreinverkennend rapport (1996) dat hij in opdracht van de Koning Boudewijnstichting maakte. Wel stelt de individualistische vrijwilliger andere eisen. Keuzevrijheid is voor hem een cruciaal begrip. Breda: "Men wil zelf zorgvuldig afwegingen kunnen maken en steeds opnieuw kunnen kiezen." Ook ongebondenheid is een sleutelbegrip: "Men wil niet ergens continu bij horen." Maar ook andere verschuivingen in de samenleving hebben volgens Breda het vrijwilligerswerk beïnvloed. De arbeidsmarkt is grondig veranderd. Vrouwen zijn massaal buitenshuis gaan werken. Werknemers moeten steeds flexibeler en mobieler zijn. Er is de aanhoudende werkloosheid. Daarnaast is de markt van de vrijetijdsbesteding enorm gegroeid. De vrijwilliger heeft nu veel meer alternatieven om zijn tijd te besteden dan enkele decennia geleden. Een nieuw type van vrijwilliger is geboren, bevestigen ook internationale studies. Een kritische vrijwilliger, die geen behoefte heeft aan grote boodschappen maar iets concreets wil realiseren; die inspraak eist; die korte projecten verkiest boven langdurige engagementen; die graag shopt bij verschillende organisaties en trendgevoelig is - onlangs waren aidsprojecten nog populair, nu is het de beurt aan de palliatieve zorg. OEFENTERREIN VOOR HET ECHTE LEVENJongere vrijwilligers beantwoorden in grote lijnen aan dit nieuwe profiel, zo blijkt uit een praktijkstudie van de Leuvense onderzoekster Lesley Hustinx over de internationale uitwisselingsorganisatie VIA. Hustinx: "Het begrip onbaatzuchtigheid slaat niet meer aan. Jongeren willen zich wel inzetten, maar ze willen er zelf ook wat aan hebben. Ze willen niet zomaar wat doen, hun vrijwilligerstaak moet aansluiten bij hun persoonlijke interesse. Ze hechten belang aan pluralisme en democratische besluitvorming. De keuzevrijheid die ze hebben, leidt ook tot onzekerheid: ze zijn zelf verantwoordelijk voor verkeerde opties. Ze schipperen daarom meer. Vrijwilligerswerk wordt ook vaak gezien als een oefenterrein om keuzes in het echte leven, bijvoorbeeld in verband met studies of beroep, voor te bereiden." Net als Hustinx vindt Vermeulen het onterecht dat de term nieuwe vrijwilliger voor heel wat organisaties een pejoratieve bijklank heeft. De vrijwilligersorganisaties moeten zich aanpassen aan de nieuwe "klant", stelt hij, maatschappelijke ontwikkelingen zijn toch niet tegen te houden. Maar er is ook meer omkadering en ondersteuning nodig, aldus Vermeulen. Om de kandidaat-vrijwilliger te helpen bij het shoppen, heeft het Platform voor het Voluntariaat het ELVVIS-systeem uitgewerkt, een databank met vacatures voor vrijwilligerswerk. Het centrale bestand bevat er op dit ogenblik zo'n 1020, bij 695 organisaties - "een begin", zegt Vermeulen. Om dichter op de bal te kunnen spelen, wordt het systeem nu op provinciaal niveau "gedecentraliseerd". Ook de overheid heeft een rol te spelen. Vermeulen pleit voor meer subsidies, vooral in de welzijns- en gezondheidssector. De 23,5 miljoen frank die de Vlaamse regering voor een honderdtal vrijwilligersorganisaties in deze sector uittrekt, noemt hij "een peulschil, als je ziet wat een waslijst van functies deze groeperingen te vervullen hebben". De woordvoerster van minister van Welzijn Luc Martens (CVP) merkt op dat de begroting de voorbije jaren met acht miljoen frank is gestegen en dat daarnaast het Platform voor het Voluntariaat zelf bijkomende middelen heeft gekregen. De rechtspositie van de vrijwilliger moet ook dringend verbeteren. Vermeulen: "De rechtsregels die op de vrijwilliger van toepassing zijn, vormen een onontwarbaar kluwen. Je hebt het arbeidsrecht, met bijvoorbeeld de wetten op de arbeidsduur en op de taalwetgeving. Er is de regelgeving van de RVA: werklozen moeten toestemming vragen om vrijwilligerswerk te verrichten, wat vaak aanleiding geeft tot willekeur. Fiscaal zijn er moeilijkheden met de onkostenvergoedingen..." Voor het fiscale probleem is een oplossing in de maak: de Kamer bespreekt een wetsvoorstel van Simonne Creyf om iedere erkende vrijwilliger, of hij nu onkosten moet maken of niet, een fiscale vrijstelling van 40.000 frank toe te kennen. De Leuvense hoogleraar Arbeidsrecht Bea Van Buggenhout onderzoekt, alweer in opdracht van de Koning Boudewijnstichting, hoe een juridisch statuut van de vrijwilliger er kan uitzien. Maar, volgens Creyf, zal met de politieke uitwerking ervan wellicht pas na de verkiezingen een begin worden gemaakt. Zal de regering-Dehaene II er dan toch niet in slagen haar regeerakkoord helemaal tot in de puntjes uit te voeren? Zie paragraaf I.2.4.d. Christine Albers