Hoe ziet voor een Belg het idea-le gezin eruit? Wil hij of zij veel of weinig kinderen? Wat is de ideale leeftijd om een kind op de wereld te zetten? En wie van beide partners moet instaan voor de opvoeding? Het ziekenfonds Euromut bouwde een enquête rond die vragen en kreeg antwoord van 16.849 ouders of aanstaande ouders - een grote respons. Na zuivering leverde dat 12.859 bruikbare inzendingen op. Deze online-enquête, onder de titel Een kind in 2009, werd eind vorig jaar verspreid via de zusterbladen Knack en Le Vif/L'Express, de weekendkrant De Zondag en de gespecialiseerde website www.baby.be.
...

Hoe ziet voor een Belg het idea-le gezin eruit? Wil hij of zij veel of weinig kinderen? Wat is de ideale leeftijd om een kind op de wereld te zetten? En wie van beide partners moet instaan voor de opvoeding? Het ziekenfonds Euromut bouwde een enquête rond die vragen en kreeg antwoord van 16.849 ouders of aanstaande ouders - een grote respons. Na zuivering leverde dat 12.859 bruikbare inzendingen op. Deze online-enquête, onder de titel Een kind in 2009, werd eind vorig jaar verspreid via de zusterbladen Knack en Le Vif/L'Express, de weekendkrant De Zondag en de gespecialiseerde website www.baby.be. Puur kwantitatief bekeken vindt de Belg twee kinderen per gezin ideaal. Een significante minderheid kiest voor drie kinderen. Geen 3 procent van de vrouwen noemt een eenkindgezin ideaal, terwijl zulke gezinnen in de praktijk toch courant voorkomen. Opmerkelijk is ook dat zelfs van de bevraagden die zelf één kind hebben, slechts 3,6 procent dat een ideale gezinssamenstelling vindt. Dat is wars van de trend die in de andere cijfers te vinden is: de Belg beschouwt de situatie waarin hij zich bevindt bijzonder vaak als de idea-le. Iemand met vier kinderen is met andere woorden sterk geneigd om te denken dat vier kinderen het perfecte aantal is. Pas bij ouders die vijf kinderen of meer hebben, verandert dat beeld en zal men al sneller antwoorden dat een gezin met minder kinderen toch ook wel mooi kan lopen. De ideale leeftijd om aan kinderen te beginnen, is voor een Belgische vrouw heel anders dan voor een Belgische man. Bij vrouwen is 25 veruit de meest gekozen leeftijd, terwijl mannen er pas op hun 30e aan willen beginnen. 25 en 30 lijken voor het ouderschap scharniermomenten, en dat bij beide seksen. Wie jonger dan 22 was toen hij of zij aan kinderen begon, antwoordt nu overwegend dat je beter wacht tot je 25e. Maar wie aan het kraambed ouder dan 30 was, had het achteraf bekeken toch liever op zijn of haar 30e gedaan. De leeftijden daartussenin vonden hun aanpak min of meer ideaal. Ook opvallend: de (voorlopig) kinderlozen zien geen graten in uitstel, maar wie al kinderen heeft, vindt dat je er beter maar zo vroeg mogelijk aan begint. Want van uitstel kan ook afstel komen. De Euromutenquête vroeg aan de kinderloze respondenten waarom zij, tot nu toe, geen kinderen op de wereld hebben gezet. Het meest voorkomende antwoord luidde: kinderen grootbrengen kost geld. Een nipte tweede was het gebrek aan een partner, en de verrassende derde - 'kinderen zouden me verhinderen om ten volle van het leven te genieten' - toont dat we in hedonistische tijden leven. De relatief hoge scores van 'het is om praktische redenen te moeilijk', 'gebrek aan tijd' en 'mijn partner wil geen kinderen (meer)' zou erop kunnen wijzen dat er heel wat Belgen rondlopen met een onvervulde kinderwens. Maar als geldgebrek of andere beperkingen geen issue zouden zijn, welk type gezin verkiest de Belg dan? De antwoorden tonen opnieuw een genderkloof, maar niet degene die we misschien zouden verwachten. Bij vrouwen is veruit de populairste keuze een gezin waarbij de vrouw een minder belastende baan heeft dan haar man en instaat voor het grootste deel van het huishouden. Maar mannen willen net liever een gezin waarin beide partners een even veeleisende job hebben en beiden de helft van het huishoudelijke werk op zich nemen. Waarmee nog niet gezegd is of die intenties ook in de praktijk worden gebracht; het zou net zou goed kunnen dat de Belgische man het qua emancipatie louter op lippendienst houdt. Toch is het opmerkelijk dat de mannen zich als de grote promotoren van de emancipatie opwerpen, en de vrouwen blijkbaar verlangen naar een gezinsideaal dat enigszins voorbijgestreefd leek. De derde meest gekozen optie, met de man als kostwinner en de vrouw aan de haard, is bij beide seksen ongeveer even populair. Wie al kinderen heeft, gelooft trouwens systematisch minder in gezinnen waarin beide partners evenveel werken. Als mannen geacht worden even hard hun best te doen in het huishouden, geeft hen dat dan ook recht op het standaard bevallingsverlof van drie maanden? Een grote meerderheid vindt van wel. Als motivatie geeft de Belg aan dat mannen en vrouwen dezelfde rechten moeten hebben, dat ook mannen met hun baby moeten leren omgaan, en dat het concurrentievoordeel van mannen op de werkvloer zo wegvalt, aangezien ze in dat geval na een bevalling even lang afwezig zullen zijn als de vrouwen. Slechts een kleine 10 procent is ertegen dat jonge vaders van een even lang bevallingsverlof mogen genieten als jonge moeders. Dat vindt de doorsnee-Belg. Maar wat denken de experts van deze cijfers? We legden ze voor aan opvoedingsdeskundige Diane Van den Bergh van de Opvoedingstelefoon, gynaecoloog Johan Van Wiemeersch van de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, professor Marysa Demoor van het Centrum voor Genderstudies van de Universiteit Gent, en Olivier Neufkens van het ziekenfonds Euromut. DIANE VAN DEN BERGH: Eigenlijk is het nog maar een vrij recente ontwikkeling dat je als ouder bewust kunt kiezen hoeveel kinderen je precies wilt. Maar die keuzevrijheid maakt de verantwoordelijkheid tegelijk ook groter, want ouders voelen zich verplicht om optimale omstandigheden te creëren. Alleen kan niemand je vertellen wat die precies inhouden. In de praktijk merk ik in ieder geval niet dat, bijvoorbeeld, eenkindgezinnen met meer of andere problemen zouden worstelen dan andere gezinnen. Iedereen probeert het even goed te doen, en alle types gezinnen slagen daar ongeveer even goed in, ongeacht het aantal kinderen. JOHAN VAN WIEMEERSCH: Biologisch gezien bestaat er hoe dan ook geen beperking voor het aantal kinderen. Het vijfde kind loopt niet meer kans op letsels of aandoeningen dan het eerste. Voor de moeder is er dus lichamelijk geen reden om te zeggen dat twee kinderen hebben beter is dan vijf. Psychologisch of sociaal is die er wellicht wel. VAN DEN BERGH: Twee kinderen lijkt voor veel ouders een beheersbaar aantal, het getal waarbinnen hun gezin zo goed mogelijk kan functioneren. Of dat ook klopt, kan alleen de praktijk uitwijzen. MARYSA DEMOOR:De laatste jaren merkte je bij vrouwen de tendens om het ouderschap zo lang mogelijk uit te stellen. Recenter lijken ze er weer iets vroeger aan te beginnen. Dat is moeilijk te verklaren, maar misschien heeft het te maken met de verbeterde economische toestand en het verhoogde welzijnsgevoel. Dat legt de lat nu voor velen op 25. Al zie ik in deze cijfers nog altijd dat de grootste groep vrouwen tussen hun 26e en hun 30e voor een gezin kiest. VAN WIEMEERSCH: 25 is een leeftijd waar gynaecologen zeker achter kunnen staan. Sociaal en qua levenservaring is dat een mooie leeftijd om moeder te worden. Mannen kiezen wellicht voor 30 omdat ze dan menen dat de beroepsbeslommeringen enigszins afgekoeld zijn. Verwar dat niet met een anders tikkende biologische klok, want dat concept is eigenlijk voor een groot deel onzin. Er is niets dat vrouwen of mannen lichamelijk 'zin' geeft om aan kinderen te beginnen of zo. Dat is een maatschappelijke constructie. Vruchtbaarheid komt op gang in de puberteit en daalt bij vrouwen rond de 35 en bij mannen rond hun 50e. Meer is er biologisch niet aan de hand. DEMOOR:Mannen zijn sowieso doorgaans de oudere partner in een relatie en kunnen het zich lichamelijk maar ook sociaal permitteren om later aan het ouderschap te beginnen. Hebt u ooit al kritiek gehoord op een man die pas op zijn 60e vader wordt? Nee, dat vinden we zelfs charmant. Voor vrouwen die op latere leeftijd kinderen krijgen, zijn we minder mals. VAN WIEMEERSCH: Tja, ik begrijp dat wel. Een slimme meid krijgt haar kinderen op tijd, dat oude gezegde gaat nog altijd op. De vruchtbaarheid van vrouwen verandert nagenoeg niet tussen 25 en 36, maar de kans op misvormingen stijgt wel. Wie bewust over kinderen nadenkt, zal er niet te laat aan beginnen. VAN WIEMEERSCH: Mensen die bewust geen kinderen willen, hebben altijd al bestaan, maar ik heb de indruk dat die groep almaar kleiner wordt. Maar het aantal kinderlozen dat graag kinderen had gewild, maar het niet kan wegens een vruchtbaarheidsprobleem of omdat hun levenssituatie het niet toelaat, stijgt. Daar ben ik zeker van. VAN DEN BERGH: Redenen als 'het kost te veel' of 'het zou me verhinderen ten volle van het leven te genieten' moet je volgens mij niet noodzakelijk negatief interpreteren. Die mensen denken misschien: een kind heeft zó veel aandacht en zorg nodig, en áls ik kinderen zou krijgen dan zou ik hen alles willen kunnen geven. En omdat dat in hun situatie niet kan, beginnen ze er liever niet aan. Eigenlijk is dat óók een uiting van verantwoordelijkheidsgevoel. VAN WIEMEERSCH: Zelfs de overtuigde kinderlozen laten zich vlugger over de streep trekken dan ze zelf wel denken. Ik herinner me in Frankrijk een spectaculaire overheidsingreep, toen rond de eeuwwisseling het aantal geboorten dramatisch zakte. Ze hebben toen aan reclame- en televisiemakers gevraagd om zoveel mogelijk baby's in beeld te brengen. Het geboortecijfer klom meteen. Dat onze zenders de laatste jaren werden overspoeld door bevallingsprogramma's, is daar trouwens een erfenis van. Ik was niet zo'n voorstander van die programma's. Een bevalling is een intiem gebeuren, dat hoeft voor mij niet op het scherm. Maar de effecten zijn er wel naar. Dit is nu het zevende jaar op rij dat het aantal geboorten stijgt. Sinds 2001 gaat het voor Vlaanderen om een stijging van 15 procent. De bevallingsprogramma's hebben daar ongetwijfeld een grote rol in gespeeld. VAN DEN BERGH: Mannen zijn nog nooit zo betrokken geweest bij de opvoeding van hun kinderen als vandaag, daar ben ik van overtuigd. Sinds de Opvoedingstelefoon elf jaar geleden van start ging, is het aantal oproepen van mannen bijna verdubbeld. Dat zegt toch iets. DEMOOR:Het zal wel kloppen dat mannen meer doen in het huishouden dan vroeger, maar dat zij meer dan vrouwen om emancipatie geven, dat geloof ik niet. Als vrouwen in deze enquête antwoorden dat ze liever meer doen in het huishouden dan hun man, vanuit welke thuissituatie zeggen ze dat dan? Het sociaal-psychologische bepaalt hierin alles: een man die zich pro emancipatie uitspreekt, maakt zich sympathiek, maar een vrouw die openlijk zegt dat ze een veeleisende job én kinderen wil, dat ligt nog altijd erg moeilijk. Jonge vrouwen zullen zich bijna nooit ambitieus of feministisch noemen, want dan worden ze al snel als bitch bestempeld. Maar vraag diezelfde vrouwen in detail wat ze van het leven verlangen, en je zult heel feministische antwoorden krijgen. Ook mannen ervaren trouwens dat genderpatronen moeilijk te doorbreken vallen. Een man die thuis wil blijven en voor de kinderen wil zorgen, zal kritiek krijgen. Zijn vrouw mag niet ambitieus zijn, maar hij moet het zijn. Die rollenpatronen zitten veel dieper ingebakken dan we willen toegeven. VAN DEN BERGH: Mannen willen een kwalitatief sterkere band met hun kinderen dan ze zelf met hun vaders hadden. Ze willen niet terug naar de tijd dat een man per definitie alles opzijzette voor zijn carrière. Ze willen keuzevrijheid, zoals die nu ook min of meer voor vrouwen bestaat. Over het algemeen zie je wel dat vrouwen de taak van opvoedster en huishoudster voor het grootste deel op zich blijven nemen. Maar in het merendeel van de gevallen is dat ongetwijfeld een bewuste keuze. OLIVIER NEUFKENS:Dat bewijst dat er een mentaliteitsverandering aan de gang is, in de richting van meer gelijkheid in het huishouden en een toenemend belang van de rol van de vader. Dat een jonge moeder bevallingsverlof neemt, vinden we normaal, omdat ze daar fysiek en hormonaal onmiskenbaar nood aan heeft. Maar bij vaders bestaat óók een nood, namelijk een sociale, omdat ook hij met zijn pasgeboren kind een betekenisvolle band wil opbouwen. Misschien wordt het tijd dat de overheid die mentaliteitswijziging erkent. DE OPVOEDINGSTELEFOON IS op MAANDAG, DINSDAG, DONDERDAG EN VRIJDAG BEREIKBAAR VAN 10.00 TOT 13.00 UUR EN VAN 14.00 TOT 17.00 UUR, EN OP DONDERDAGAVOND VAN 19.00 TOT 21.00 UUR.HET OPROEPNUMMER IS 078 15 00 10.DOOR JEF VAN BAELEN