Als de poort van zijn alma mater volgende week wordt geopend voor een nieuw academisch jaar, begint Luc Huyse aan zijn laatste maanden als actief hoogleraar. De rechtssocioloog zal in Leuven worden gemist, maar hij krijgt daarna vast meer tijd om na te denken en zijn heldere analyses op te schrijven.
...

Als de poort van zijn alma mater volgende week wordt geopend voor een nieuw academisch jaar, begint Luc Huyse aan zijn laatste maanden als actief hoogleraar. De rechtssocioloog zal in Leuven worden gemist, maar hij krijgt daarna vast meer tijd om na te denken en zijn heldere analyses op te schrijven. Enkele jaren geleden verscheen van hem De politiek voorbij, waarin hij wees op de verschuiving van macht, die aan de basis kan liggen van veel politieke verwarring. Het parlement en de regering, schreef hij, verliezen invloed ten voordele van nieuwe spelers op het veld van de dagelijkse politiek: magistraten, ondernemers, journalisten, wetenschappers... Wat ze doen en laten, weegt alsmaar zwaarder op de manier waarop een land reilt en zeilt. In De opmars van de calimero's, dat dezer dagen bij Van Halewyck verschijnt, bouwt Huyse verder op die gedachte. Hij onderzoekt meer bepaald hoe het zit met de schuld-en-boetevraag, die vooral sinds de Dutroux-affaire in België zo luid heeft geklonken. Verantwoordelijkheid, schrijft hij, is het hart van de democratie. Alleen wordt vooralsnog vooral van de beroepspolitici gevraagd om verantwoording af te leggen. De actoren van de neopolitiek, zoals hij ze noemt, doen alsof het hele debat hen niet aangaat. De dioxinecrisis van de voorbije zomer leverde Huyse een schoolvoorbeeld om zijn stelling te staven. De zaak leidde tot het ontslag van twee ministers, maar de veevoederindustrie - die aan de basis lag van de vervuiling - pronkt dit jaar met schitterende bedrijfsresultaten. De organisaties die de betrokken ondernemingen vertegenwoordigen, schoven de verantwoordelijkheid snel en graag door naar de overheid. Regeringen worden zo steeds vaker geconfronteerd met gebeurtenissen waarop ze geen greep hebben. De toevloed van Oost-Europese vluchtelingen is mede een gevolg van de instorting van het communisme, tien jaar geleden. Als de multinational Renault zijn fabriek in Vilvoorde sluit, kunnen Belgische ministers daar slechts akte van nemen. Van hen wordt gevraagd om industriële projecten te steunen die buiten hen om zijn ontwikkeld, en om het puin te ruimen als het fout gaat. Het zal Huyse in die zin niet zijn ontgaan dat Jean-Luc Dehaene zo kort na zijn ontslag is opgenomen in de raad van bestuur van een bedrijf, dat deel uitmaakt van een groep waarvan hij de belangen als premier regelmatig heeft verdedigd. Op de vraag hoe die belendende percelen van de macht ertoe kunnen worden aangespoord om hun deel van de verantwoordelijkheid op te nemen, heeft de achtbare professor geen pasklaar antwoord. Daarvoor ontbreekt nu eenmaal het instrumentarium. Ook de verantwoordelijkheid van beroepspolitici is nooit goed omschreven: ze hebben zo nodig de keuze tussen opstappen of blijven zitten - een tussenweg is er niet. Het parlement verdedigt zich met het wapen van de onderzoekscommissies, die het oog van de camera's lokken. Een gevaarlijk instrument, vindt ook Huyse - zoals vorige week nog bleek met de strapatsen van de mediageile Agalev'er Peter Vanhoutte in de marge van de dioxinecommissie.Zoals hij dat eerder al deed, zendt Huyse een signaal uit dat het verdient om beluisterd te worden. Waar macht wordt verdeeld, wordt gevochten. In de territoriumstrijd die bezig is, glijden de invloedssferen niet zacht langs elkaar heen. Ze botsen vaak hard. Zeker enkelingen lopen kans om daarbij platgedrukt te worden. De wet op de openbaarheid van bestuur verhindert niet dat het opsporen van lekken tegenwoordig een favoriete bezigheid is van de justitie. Dat zet zogenaamde whistleblowers, mensen die van binnen een systeem wantoestanden naar buiten brengen, ook wel aan het denken. De sanctie die Europees ambtenaar Paul van Buitenen vorig jaar opliep, zal door zijn collega's goed begrepen zijn. Wat voor de eenzame politicus of ambtenaar geldt, gaat op een andere manier ook op voor journalisten. Die voeren een moeizaam gesprek met de overheid over de oprichting van een raad voor de media, die onder meer hun verantwoordelijkheid moet regelen. Die evolutie is onvermijdelijk. Maar macht is ook een kwestie van middelen. De schadeclaims die bij redacties soms al van tevoren op tafel worden gelegd, sporen sowieso aan tot voorzichtigheid. De verantwoordelijkheid van de ene mag voor de andere geen middel worden om de zijne te ontlopen. Het is een moeilijke oefening. Luc Huyse heeft het debat geopend. De inzet is hoog: vermijden dat het hart van de democratie straks nog alleen met behulp van enkele bypasses blijft kloppen.Hubert van Humbeeck